Dit is het portret van Hein Vanhaezebrouck zoals het verscheen in Sport/Voetbalmagazine van 27 mei 2015, na de titel van AA Gent
...

Mocht u twijfelen: Hein is geen heilige. Na het bekijken van een kungfufilm zwaaide hij ooit enkele keren met zijn rechterbeen tot net voor de neus van zijn vader. Tot hij er - per ongeluk - net tegen zat en hij het op een lopen zette. Hein was eigenzinnig. Een buitenbeentje. Hij viel graag op. Een Heintje-de-voorste. In zijn puberteitsjaren schilderde hij 'Van Halen' en 'ACDC' op zijn jeansbroeken en zijn jeansvestjes en droeg hij ook een lange, met schapenwol afgeboorde hippiejas. In het college was het verboden om muziek mee te nemen, maar toch zat hij altijd met een cassetterecordertje in zijn zak. Thuis is hij 's nachts nog langs de dakgoot naar binnen gekropen. Heintje Vanhaezebrouck was een speciaal manneke. Hij zat boordevol zelfvertrouwen, kon goed praten en was vindingrijk. Zo gebruikte hij in de woonkamer de lange metalen stok waarmee zijn moeder de was ophing om vanuit zijn zetel de televisie op een andere zender te zetten. Voor school deed hij nooit een boek open, maar toch behaalde hij goede resultaten en zou hij moeiteloos het diploma van onderwijzer halen. Als oudste van vijf kinderen werd hij 'de Grote' genoemd. Henk, Dieter, Ruth en Helmut stonden altijd in zijn schaduw en dat zou nooit veranderen. De Vanhaezebroucks groeien op in het Zuid-West-Vlaamse Lauwe, de geboorteplaats van Willem Vermandere. Het leven draait er rond voetbal. Vader is jeugdtrainer en secretaris van White Star, de vijf kinderen voetballen en moeder doet de was. Hein is nog maar zeven jaar wanneer hij tijdens de wedstrijden van de eerste ploeg in de derde klasse al op de bank naast de trainer zit en vooraf, tijdens de rust en achteraf met hem meegaat in de kleedkamer. Hij is gek van voetbal en enorm gefascineerd door wat hij ziet en hoort. Wanneer hij iets ouder is, vervangt hij weleens veters en studs voor de spelers en warmt hij soms de doelman op. Dan al leeft er een trainer in hem. Bij de jeugd is hij de libero en de leider van de ploeg. Met verliezen houdt hij geen rekening. Een nederlaag betekent: miserie met Hein. Dan is hij boos. Soms ook op zichzelf, maar meestal vooral op anderen. Op het einde van de lagere school organiseert hij op de speelplaats een wedstrijd tussen de A- en de B-klas. De inzet is een beker die hij van thuis meebrengt, één die zijn vader ooit in het biljarten won. Maar de beker zal nooit uitgereikt worden. De klas van Hein verliest door een volgens hem onterecht toegekende penalty en hij neemt zijn beker weer mee naar huis omdat de wedstrijd niet eerlijk verlopen is. Hein is een heel slechte verliezer, kan niet tegen oneerlijkheid en wil altijd zijn gelijk halen. Naar het schijnt zijn het familie-eigenschappen en willen de discussies ten huize van de Vanhaezebroucks weleens hoog oplopen wanneer ze allemaal aan één tafel zitten. Gelukkig zit Hein bij White Star Lauwe in een sterke lichting, die meestal wint en kampioen speelt. Op zijn zestiende debuteert hij in het eerste elftal, in eerste provinciale, en ook daar is hij meteen de patron van een ploeg die met de kampioenstitel de promotie afdwingt naar de vierde klasse. Hein is twintig wanneer hij voor de derdeklasser Racing Doornik tekent. Een jaar later verhuist hij voor een jaar met optie naar eersteklasser KV Kortrijk. Maar op de eerste training meldt hij zich met het rechterbeen in het gips. Twee weken voor de start van de voorbereiding kon hij het niet laten om mee te doen in een minivoetbaltoernooitje en daar scheurde hij de gewrichtsbanden van zijn rechterenkel. Hij zal in eerste uiteindelijk toch achttien keer in de eerste ploeg staan. Maar de optie van vier miljoen frank wordt niet meteen gelicht en hij laat zich door Gille Van Binst ompraten om naar White Star Lauwe terug te keren. Drie seizoenen zal hij er blijven, waarna hij naar derdeklasser Racing Harelbeke vertrekt. Met die ploeg keert hij in 1995 terug naar de eerste klasse. Tien jaar nadat hij met KV Kortrijk zijn eersteklassedebuut maakte, is hij weer op het hoogste niveau geraakt. Als klaarkijkende libero met een goeie traptechniek bewijst hij daar thuis te horen. Maar na een kritisch interview in Sport/Voetbalmagazine over de gang van zaken in de club stelt trainer Henk Houwaart het bestuur voor een dilemma: "Vanhaezebrouck of ik!" Als speler revolteerde de trainer in Hein wel vaker, maar deze keer is er meer aan de hand: Vanhaezebrouck was intussen ook jeugdcoördinator geworden, ging met de commercieel manager mee met Kappa onderhandelen over kleding- en materiaalsponsoring en kwam daarmee blijkbaar op het terrein van de toenmalige hoofdcoach. Vanhaezebrouck wordt ontslagen en valt diep. Maar wanneer kort daarna zijn jongste broer na een auto-ongeval drie weken in coma ligt en daarna verlamd blijkt te zijn en in een rolstoel verder moet, wordt het voetbal bijzaak en is 'de Grote' in de familie de levenscoach die motiveert en optimisme predikt en voor ideeën en oplossingen zorgt. Maar voetbal is zijn leven, het liefst wil hij weer elke dag met dat spelletje bezig zijn. Op zijn 34e tekent hij voor Sporting Lokeren, waar hij zijn spelerscarrière zal beëindigen en zijn trainerscarrière zal beginnen. In een ploeg die hoge pressing speelt, maakt Willy Reynders van de ouderwetse libero Vanhaezebrouck een centrale verdediger in een zoneverdediging op lijn. Hein beleeft er alsnog mooie nadagen van zijn carrière, tot hij met de knie begint te sukkelen en Georges Leekens hem in de trainersstaf opneemt. Twintig jaar speelde hij in een eerste elftal en twintig jaar was hij er de patron. Nu is het tijd om stap voor stap de patron naast het veld te worden.Leekens geeft hem scoutingopdrachten en laat hem de analyse van de tegenstander voor de groep presenteren en hem ook al eens een deel van een training geven. Hein is in Lokeren ook hoofd opleidingen geworden, werkt er zijn visie op voetbal tot in de kleinste inhoudelijke details uit en zet die om in oefenstof per leeftijdscategorie: hoe kunnen we die spelertjes laten ontdekken hoe ze in functie van elkaar kunnen bewegen zodat het voor de tegenstander moeilijk wordt en voor henzelf eenvoudig? Zijn visietrainers van toen zal hij later bij zijn grootste inspirators noemen. Die passage uit zijn loopbaan was voor hem zo'n waardevolle ervaring dat hij sindsdien vindt dat iedere hoofdtrainer eerst met de jeugd gewerkt zou moeten hebben. Maar al snel blijkt dat zijn ambities verder reiken dan hoofd opleidingen en assistent-trainer zijn. Wanneer hij helemaal niet complementair blijkt te zijn met Paul Put keert hij terug naar het Forestiersstadion, waar KRC Harelbeke intussen kapot is gegaan aan het door hem gehekelde beleid. Daar wordt hij hoofdtrainer van de tweedeklasser KSV Ingelmunster Zuid-West. Maar wanneer hij bij de fusieclub aan enkele heilige huisjes raakt, wordt hij ontslagen. Hij keert terug naar huis, wordt trainer van de vierdeklasser White Star Lauwe en drie jaar later van de tweedeklasser KV Kortrijk. Intussen is hij ook analist geworden. Eerst voor Sport/Voetbalmagazine en daarna ook voor de betaalzender Canal+. Het is hem op het lijf geschreven. Voor VT4 volgt hij in 2006 het WK in Duitsland. Daarna begint hij ook als coach naam te maken. Met KV Kortrijk speelt hij het eerste jaar de eindronde en het tweede jaar kampioen. Twee keer bereikt hij met de tweedeklasser ook de kwartfinale van de beker van België, telkens nadat enkele eersteklassers niet opgewassen bleken te zijn tegen het spel van zijn ploeg. Zijn 3-4-3-spelsysteem trekt voor het eerst de aandacht. Hein Vanhaezebrouck manifesteert zich als een trainer die zelfs tegen grotere ploegen dominantie wil afdwingen, die tegenstanders pijn doet met overtalsituaties op het middenveld en infiltraties op de flank en door het centrum. Analyseren en tactisch trainen zijn zijn dada. In zijn debuutjaar als coach in eerste oogst hij lof voor het aantrekkelijke voetbal maar na een goeie start beleeft KVK een moeilijke terugronde. Vanhaezebrouck laat zich op de clubsite opmerken met een beeldcompilatie van scheidsrechterlijke beslissingen in het nadeel van zijn team. Kortrijk redt zich maar nipt, Vanhaezebrouck is ambitieuzer dan dat en verbreekt zijn contract om naar Racing Genk te vertrekken en daar voor de prijzen te gaan spelen. In Sport/Voetbalmagazine vraagt zijn zus zich met de glimlach af: "Wordt de Grote een grote?" Maar op dat moment vertrekken naar Genk blijkt al snel niet de slimste keuze te zijn geweest. Vanhaezebrouck gooit er vanaf de eerste dag al zijn enthousiasme, werkkracht en wijsheid tegenaan, maar het wordt een lijdensweg. Wanneer hij voelt dat het niet loopt zoals verwacht, begint hij zich in de media te verdedigen en de buitenwereld te laten weten wat die volgens hem verdiend te weten: de transferbeloften die hem waren gemaakt, werden niet nagekomen omdat het geld op is; omdat er de voorbije jaren te veel geld werd uitgegeven dat dan nog niet goed werd besteed ook. Hij roept de supporters op te stoppen met dromen en de realiteit onder ogen te zien. In Kortrijk zou hij daar wellicht mee weggekomen zijn, maar in Genk botst hij op een jonge voorzitter. Die levert openbare kritiek op zijn selectiepolitiek en tactiek, noemt zijn 3-4-3-spelsysteem onrealistisch en verwijt hem een gebrek aan zelfkritiek. Vanhaezebrouck voert een strijd die hij niet kan winnen tot op het bot en wordt op 29 november ontslagen. Het hakt heel diep op hem in. Troost vindt hij meer dan ooit bij zijn vrouw en twee kinderen. Na het louteringsproces volgt in dit blad de openbare biecht. Hij geeft toe dat zijn communicatie niet goed was. Dat hij in zijn commentaar te veel analist is geweest. Dat hij moet leren ontgoocheling beter van zich af te zetten en de zaken eens anders te bekijken. Dat hij niet altijd in het verweer en in de clinch moet gaan, niet alles moet willen weerleggen wat volgens hem niet juist is, niet tegen iedereen zijn gelijk moet willen halen. Dat hij ook eens iets moet kunnen laten bezinken en zeker geen nutteloze discussies meer moet voeren. Dat hij niet overal en altijd ter beschikking van de pers moet zijn, dat zijn analyses korter en positiever moeten worden. En: dat als hij ergens naartoe gaat, hij beter de gemaakte afspraken en de mogelijkheden moet checken. Om dat veranderingsproces in de praktijk in gang te zetten, keert hij terug naar KV Kortrijk, de club die hij het best kent en waar hij aanvaard wordt zoals hij is. Hein is en blijft Hein. Maar er is toch een evolutie merkbaar - en die zet zich tot op vandaag voort. Af en toe schiet hij nog eens door, vooral wanneer het niet loopt zoals verwacht. Maar globaal gesproken wordt zijn communicatie iets strategischer en milder. Hij geeft al eens makkelijker een compliment en geeft zelfs al eens een fout toe. Het mooiste compliment dat hij zelf krijgt, is zijn verkiezing door de spelers van de Jupiler Pro League tot Trainer van het Jaar in 2012. Maar in die tijd loopt hij ook een hele grote ontgoocheling op: de verloren bekerfinale in het Koning Boudewijnstadion met KV Kortrijk tegen Lokeren, nadat zijn ploeg 75 minuten met elf tegen tien mocht spelen. Die wordt verzacht met een goeie play-off 1 met onder meer thuiszeges tegen Club Brugge en Anderlecht en een gelijkspel in Anderlecht. In mei 2014 tekent Vanhaezebrouck voor AA Gent. Na vier seizoenen KVK acht hij de tijd gekomen om zich nog eens aan een stap hogerop te wagen, vijf jaar nadat hij van Kortrijk naar Genk vertrok. Bij de winterstop staat zijn ploeg maar net binnen de top zes. Maar hij zet zich opvallend af tegen journalisten die verklaren dat de titelstrijd een onderonsje tussen Anderlecht en Club Brugge wordt. Ach, die grote mond weer zeker? Maar na de reguliere competitie staat AA Gent tweede op vier punten van Club. En op speeldag 8 van play-off 1 gaat het winnen in het Jan Breydelstadion en loopt het vijf punten uit op Club. En de volgende speeldag wint het thuis van Standard en is AA Gent voor het eerst in zijn geschiedenis landskampioen. De Grote is een grote geworden. Eindelijk. Maar hij laat zijn team nog altijd voetballen zoals hij met de jeugd van Lokeren voetbalde. Jeugdvoetbal op Pro Leagueniveau. Hij is eigenzinnig en hij valt op. Hij is honderd procent Hein Vanhaezebrouck.