Eerder deze week publiceerde de Pro League de jaarcijfers van 2019 van de 23 profclubs in België. Daar maakten noch Tubeke (gedegradeerd naar eerste amateur) noch Virton (gepromoveerd naar 1B) deel van uit, aangezien zij elk maar een half jaar profclub waren in 2019. En de cijfers zagen er roodgloeiend uit.
...

Eerder deze week publiceerde de Pro League de jaarcijfers van 2019 van de 23 profclubs in België. Daar maakten noch Tubeke (gedegradeerd naar eerste amateur) noch Virton (gepromoveerd naar 1B) deel van uit, aangezien zij elk maar een half jaar profclub waren in 2019. En de cijfers zagen er roodgloeiend uit.Maar liefst 101 miljoen euro verlies werd er geleden door 18 van die clubs. Enkel Club Brugge, STVV, Charleroi, KAA Gent en Waasland-Beveren maakten winst. In totaal ongeveer 13 miljoen euro. Opgeteld draaiden onze Belgische profclubs dus 87 miljoen euro verlies. Een record.Nochtans kennen onze clubs tal van voordelen zoals een grote vrijstelling van de RSZ-bijdragen en mochten ze tot dit jaar jaarlijks 80 miljoen euro televisiegelden onder elkaar verdelen. Een bedrag dat naar verluidt de komende jaren verhoogd wordt tot 103 miljoen euro. En toch blijven de clubs verlies draaien.Volgens sporteconoom aan de KU Leuven Trudo Dejonghe komt dat door de te hoge verloning en de wil om te winnen die groter is dan de wil om winst te maken. 'In sport is het heel eenvoudig: een ploeg wil winnen. Hoe doe je dat? Door de beste spelers te halen. Hoe kan je de beste spelers kopen? Door ze de hoogste lonen te geven. En hoe meer geld je aan die ploegen geeft, hoe meer ze gaan uitgeven. Dus al die zaken zoals RSZ-voordelen en tv-gelden gaan integraal naar de verloning van de spelers. Hoe meer geld je aan de clubs geeft, hoe meer ze uitgeven.''We noemen dat winmaximalisatie en niet winstmaximalisatie', gaat Dejonghe verder. 'Winst interesseert hen niet of toch minder. Dat is een systeem dat op lange termijn tot financiële problemen leidt, zoals nu. Uitzonderingen zijn Gent en Club die wel degelijk goed beleid voeren voor een grotere winst.'Stefan Kesenne, professor emeritus in de sporteconomie aan de UAntwerpen, volgt Dejonghe en maakt de vergelijking met Amerikaanse sporten. 'Hier zijn de clubs niet zoals in de VS. In Europa zijn het bedrijven die geen winst willen maken, maar willen winnen. Dan komen ze in een ratrace voor het gevecht om de beste en duurste spelers en dus ook in een gevecht om transfersommen en lonen te betalen die ze eigenlijk niet aankunnen. De grootste oorzaak voor deze financiële problemen is duidelijk het roekeloze management van de clubs. De managers weten de tering niet meer naar de nering te zetten en betalen dan die te hoge transfersommen en lonen om resultaten te halen.'Dejonghe is het daarmee eens: 'Ze hebben alle voordelen die je maar kan hebben, maar toch maken ze steeds verlies. Het is duidelijk dat er hier sprake is van mismanagement. Als jij een bedrijf hebt met 23 filialen waarvan er 18 verlieslatend zijn, dan moet je jezelf toch eens in vraag gaan stellen, denk ik.'Nochtans zijn de meeste managers vaak ervaren rotten die uit de bedrijfswereld komen en daar succesvol waren, zoals onder meer Marc Coucke. 'Maar de voetbalwereld is dan toch weer iets anders dan het bedrijfsleven', stelt Kesenne. 'Bij sport is er de factor emotie. Als de resultaten tegenvallen en de supporters morren, dan gaan die succesvolle managers toch ineens gekke dingen doen die ze in de bedrijfswereld nooit gedaan zouden hebben. Dat zorgt voor wanhoopsdaden en dus slecht beheer.'Beide sporteconomen concluderen dat onze Belgische clubs ver boven hun stand leven. 'Onze clubs zitten in het 'gevangenisprincipe'', vertelt Trudo Dejonghe. 'Als de ene club 10 miljoen euro betaalt, moet de ander dat ook doen. Als de ene verhoogt, is de ander verplicht dat ook te doen. Zo kom je in een onhoudbare situatie.''Onze clubs leven zwaar boven hun stand en zijn te afhankelijk van een nieuwe grote sponsor of Europees voetbal om de verliezen telkens dicht te fietsen', pikt Kesenne in. 'Als dat dan eens wegvalt, komen ze in zware problemen, want de meeste clubs zijn structureel verlieslatend. Kijk bijvoorbeeld naar Anderlecht, die telkens de winsten van de Champions League en Europa League incalculeerden voor het volgende seizoen, maar dan plots zonder vielen en in de problemen kwamen.'De Financial Fair Play, waarbij de clubs die Europees spelen geen al te grote verliezen mogen lijden, is een goede maatregel, aldus Dejonghe. In het buitenland zorgde dat al voor een ommekeer. 'In Europa dalen de verliezen per jaar. Maar het probleem was dat dat systeem enkel voor de ploegen gold die Europees speelden en dat gaat nu veranderen. Nu geldt het voor alle clubs en dan zie je meteen dat al die clubs daaronder blijkbaar grote verliezen draaien.'Bij de vijf clubs die winst maakten, staat geen enkele club uit 1B. Daar leed iedere club dus verlies, met OH Leuven aan kop (13 miljoen euro).'Daar zit het grootste drama', vertelt Dejonghe. 'Ze willen daar met acht clubs allemaal de beste spelers hebben, maar slechts 1 ploeg gaat door. Die kan dan weer winst maken, maar die 7 andere ploegen stapelen de verliezen per jaar op en dan zie je dat ze allemaal in buitenlandse handen vallen.'Stefan Kesenne komt met een hervorming om die problemen op te lossen. 'De ex-voorzitter van Lokeren, Roger Lambrecht, kwam eens met een idee om de promovendus de garantie te geven dat die drie jaar in eerste klasse mocht blijven. Per jaar zou dan gekeken worden naar de club die over drie jaar tijd het slechts heeft gepresteerd en die zakt. Zo kunnen de promovendi zich aanpassen aan 1A en is de kans dus weg dat ze onmiddellijk terug naar 1B moeten. Dat komt hun financiële stabiliteit ten goede.''Volgens mij zit het probleem in het aantal stijgers en dalers', denkt Dejonghe. 'Eén daler en stijger per seizoen is te weinig en te riskant. Daardoor is de druk in 1A op de kleine clubs te hoog en gaat de laatste tijdens de wintermercato nog enorm veel geld uitgeven. En in 1B doen ze dat allemaal, want de strijd is daar dan nog lang niet gestreden. Een beter plan is om met drie dalers en stijgers te werken. De kans dat je dan langer in 1B moet zitten, wordt veel kleiner want drie van de acht clubs promoveren. Dat is bijna de helft.'Vijf clubs boekten dus ook winst in 2019. Club Brugge (7 miljoen euro) is de beste leerling van de klas, maar ook STVV, Waasland-Beveren, KAA Gent en Charleroi zitten in dat rijtje. 'Je moet wel oppassen met die cijfers', zegt Dejonghe. 'Club en Gent doen het al langer goed en ook Charleroi is al even goed bezig, maar om de cijfers van Waasland-Beveren en STVV beter te begrijpen, hebben we toch meer cijfers van andere jaren nodig. Dit is een momentopname.'Wat moeten onze clubs nu doen om die verliezen niet nog hoger te laten oplopen? 'Minder spelers aankopen, minder loon uitbetalen en meer jeugd betrekken bij de A-selectie', zegt Dejonghe. 'Maar ook de Pro League moet eindelijk met acties komen. Het steekt de schuld altijd op de buitenwereld, maar denkt nooit na over haar eigen toegevoegde waarde. Ook dit rapport zal niet veel veranderen. De Pro League rijdt momenteel met 24 auto's in de bebouwde kom aan 120 km/uur en dat is gevaarlijk.'Actueel zijn de televisiegelden. Die moeten gelijker verdeeld worden volgens Kesenne. 'Als we kijken naar de Amerikaanse competities, dan zien we dat alle eersteklassers daar evenveel geld krijgen. Als je dat hier doet met 1A én 1B, dan krijg je een gezondere competitie. Waarom is dat in Europa niet zo, waar ze wel klagen over gebrek aan competitiviteit?''Daarnaast moet er ook een strengere controle komen vanuit de licentiecommissie. Die Europese Fair Play-regels zijn er al, maar wat belet de Pro League om dat in te voeren en strenger te zijn voor onze Belgische clubs? Momenteel ligt er te veel macht bij de grote clubs en die zetten de Pro League dan onder druk. De kleine clubs moeten meer zeggenschap krijgen', besluit Kesenne.