Door welk dal moet je wanneer je als trainer naast de promotie naar 1A grijpt waar heel je club én jijzelf zó hebt op ingezet? Omdat Beerschotcoach Stijn Vreven nog volop in zijn verwerkingsproces zit, klopte Sport/Voetbalmagazine met die vraag aan bij STVV-trainer Marc Brys. Eind vorig seizoen miste ook hij met Beerschot Wilrijk de titel in 1B op het nippertje; ook toen liep het mis in de absolute slotfase van de terugmatch van de promotiefinale. 'Dat is een patat om je oren.'
...

Door welk dal moet je wanneer je als trainer naast de promotie naar 1A grijpt waar heel je club én jijzelf zó hebt op ingezet? Omdat Beerschotcoach Stijn Vreven nog volop in zijn verwerkingsproces zit, klopte Sport/Voetbalmagazine met die vraag aan bij STVV-trainer Marc Brys. Eind vorig seizoen miste ook hij met Beerschot Wilrijk de titel in 1B op het nippertje; ook toen liep het mis in de absolute slotfase van de terugmatch van de promotiefinale. 'Dat is een patat om je oren.' 'Ik wíst hoe die wedstrijd zou verlopen', zegt Brys. 'De technische staf en ik hadden de match minutieus voorbereid, tot in het oneindige. We hadden zó veel scenario's bedacht en álles gedaan wat we in de hand hadden om bepaalde dingen uit te sluiten. Sommigen werden zot van die drang naar perfectie. Wij, coaches, willen allemaal controle. Links en rechts proberen we procentjes te stelen, maar aan full control geraken we nooit. Dat is lastig. Dat doet iets met een mens. Ik realiseerde me in de aanloop naar die wedstrijd natuurlijk ook wel dat er factoren zijn die je niét in de hand hebt: het weer, de scheidsrechter. Alleen wil je daar op dat moment niet aan denken. Op den duur ging ik ervan uit dat de wedstrijd zou verlopen zoals in mijn hoofd. Ik had er eigenlijk geen rekening meer mee gehouden dat we ook nog konden verliezen.' Net als afgelopen zaterdag zat Beerschot Wilrijk enkele minuten vóór het eind virtueel nog in 1A. Maar toen kende scheidsrechter Alexandre Boucaut aan Cercle Brugge een zeer betwistbare strafschop toe, het nekschot voor de Ratten. 'Verliezen is part of the game', zegt Brys. 'Zelfs als je er alles aan gedaan hebt, valt dat te plaatsen, zeker als je de wet van de sterkste bent ondergaan. Maar die non-penalty maakte het voor mij zo moeilijk om te accepteren.' Vlak na die strafschopgoal weerklonken drie fluitsignalen en was de promotie ineens weg. 'Ik ervoer dat echt als een falen, ook van mezelf. Een groot stuk van mijn zwaar gevoel schoof ik af op die scheidsrechterlijke beslissing. Maar in mijn hoofd vond ik het te goedkoop om álles bij de ref te leggen. Als hoofdcoach ben je de man die de beslissingen neemt, je bent verantwoordelijk. Daar moet je niet lichtzinnig mee omspringen. Het was niet de nederlaag van speler x of y, niet die van de technische staf, niet die van het bestuur, maar de míjne. We hadden onder míjn begeleiding naar die finale toegewerkt. De spelers en héél die club hadden gedaan wat ík gevraagd had. Als men je enerzijds overwinningen toedicht, moet je ook mans genoeg zijn om te incasseren bij nederlagen. Bovendien was het míjn club ( Brys groeide op het Kiel op, nvdr), had die club de jaren voordien een geweldig parcours gelopen en ging dit over de toekomst van Beerschot. Een kwestie van miljoenen. Ook dat draag je allemaal mee.' Meteen na het laatste fluitsignaal knakte er iets bij Brys. 'Ik wist direct: dit ga ik niet opnieuw doen. Méér dan wat ik dat seizoen had gebracht, kon ik niet brengen; méér kon ik niet verzinnen.' Zijn spelersgroep sprak Brys niet toe na de wedstrijd. 'Op zo'n moment ben ik niet de redenaar die kan verzachten en het een plaats kan geven, want het hééft nog geen plaats. Ik kan alleen maar spreken als ik iets meen. En ik kan op zo'n moment niet tegen mijn groep zeggen: 'We hebben ons best gedaan.' Of: 'Het is niet erg.' Jawél, het is wél erg, want het is nefast voor de groei van die schone club, die dat verdiende. Vlak na zo'n wedstrijd komen de woorden niet uit mijn mond. Ze zijn ook nadien niet meer gekomen.' Toen hij na die titelfinale thuiskwam, besloot Brys niet naar bed te gaan. 'Daar was ik bang voor. Ik gruwelde ervan. Ik wist dat ik te veel met die match zou bezig zijn. Dus besloot ik de wedstrijd opnieuw te bekijken. En nog eens. En nog eens. Drie keer zag ik ze, en daarna nog eens stukjes. Door te focussen op hoe mijn ploeg stond bij bepaalde fases - soms goed, soms minder goed, zoals in elke match - benaderde ik de zaken weer analytisch en was ik even minder bezig met het resultaat.' Ook na al dat terugkijken zocht Brys zijn bed niet op. 'Toen was het al weer ochtend en moest de kleine pap hebben ( zijn zoontje Maximos was toen enkele weken oud, nvdr). Ik was zó tevreden dat ik me daarop kon richten; dat bood soelaas. Op zo'n moment begin je te relativeren. Voetbaltrainer zijn is een heel egoïstische keuze; je mist heel veel van de wereld rondom jou. Doordat de spankracht en dat maniakale plots weg waren, kwam er meer tijd om te besteden aan kleine dingetjes en aan mijn vrouw, mijn dochters en mijn zoontje. Op zulke momenten vind ik rust in mijn familie, al liep ik die eerste dagen wel nog afwezig rond.' Ook op sportief vlak was het snel weer back to business; play-off 2 kwam eraan. Het lijkt loodzwaar om je daarop te moeten focussen als je net aan de voordeur van 1A hebt gestaan. 'Nee,' zegt Brys, 'je komt terug in dat patroon van wedstrijden bekijken, tegenstanders analyseren; dat zorgt ervoor dat je ook op dat vlak weer die vertrouwde kapstok hebt waarbij je je goed voelt. Blijven functioneren is helend. Je hebt nieuwe zaken rond je hoofd; dat biedt afleiding, verstrooiing. Maar er blijft wel iets wat je gemist hebt en waar je heel hard had op ingezet. Dat was voor mij zo ontgoochelend dat het een breekpunt was.' Na play-off 2 trok Brys naar STVV. 'De andere lucht hielp mij. Ik denk dat het ook voor Beerschot de juiste beslissing was als ik zie hoe die club het dit seizoen deed. En voor alle duidelijkheid: intussen ben ik er over, hé. Dat is geen wonde die aan het etteren is. Het was ook niks levensbedreigends. ( smaalt) Alleen voelde het op dat moment even anders aan. Maar er zijn veel ergere dingen in het leven.'