Achttien jaar na het failliet keert RWDM terug in het betaalde voetbal. De club heeft in feite maar dertig jaar bestaan, vanaf de fusie tussen Daring Molenbeek en Racing White in 1973, tot het bankroet begin 2002. Maar de huidige vereniging wordt niettemin geassocieerd met een roemrijk verleden, met een kampioenschap bijvoorbeeld dat in 1975 werd behaald, nu 45 jaar geleden.

Aangenaam was het toen om in het Edmond Machtensstadion te toeven, op een paar kilometer van de thuishaven van Anderlecht. Met enig scepticisme keken ze daar naar de opkomst van de club die werd geleid door de zeer genereuze bouwondernemer Jean-Baptiste L'Ecluse. RWDM, een perfecte symbiose van kracht, loopvermogen en fijne techniek, bulkte toen van het talent. Jan Boskamp was het uithangbord van het team. De brutale Rotterdammer beukte en schoffelde op het middenveld, brieste en brulde, stopte tegenstanders onder de grond en was niet zo hypocriet om die vervolgens een handje te geven. Hij deelde uit, maar kon ook incasseren.

Een speciale ploeg was het wel, RWDM. Het kwam eens tot een ruzie tussen aanvoerder Kresten Bjerre en Jan Boskamp omdat die niet kon slikken dat de Nederlander op het veld dirigeerde. Na een Europacupwedstrijd gingen de beide heren met elkaar op de vuist nadat Bjerre, lichtelijk aangeschoten, Boskamp een terreinknecht had genoemd. Doelman Nico de Bree, een bulldozer die niet bang was om tegenstanders te torpederen, haalde de kemphanen uit elkaar nadat Boskamp het gevecht op punten had gewonnen.

Toch was de sfeer uitmuntend. En was het op training vaak lachen geblazen. Soms werd de draak gestoken met trainer Felix Week van wie werd verteld dat hij beter de restaurants kende in Brussel dan de tegenstanders. Op training werd de bal weleens in een tuin geschoten waarin twee vervaarlijke honden zaten. Meer dan eens zagen de lachende spelers hoe Week de bal ging halen en net uit de greep van de honden bleef. Toch had de trainer op zijn manier de groep onder controle.

Jan Boskamp zou voor zijn prestaties bij RWDM in 1975 als eerste buitenlander de Gouden Schoen krijgen. Dat vond hij op zich niet zo belangrijk. Ondanks zijn luidruchtigheid koketteerde Boskamp nooit met zichzelf, hij zette nimmer zijn prestaties in de verf. Dat hij zijn Gouden Schoen aan een goed doel schonk, zegt veel over zijn warme, donzige kant. En toen hij later trainer van Anderlecht werd, een van de meest merkwaardige transacties in de geschiedenis van paars-wit, zei hij niet te begrijpen hoe deze club bij hem was terechtgekomen. Maar Boskamp pakte met Anderlecht wel drie keer op rij de titel.

Achttien jaar na het failliet keert RWDM terug in het betaalde voetbal. De club heeft in feite maar dertig jaar bestaan, vanaf de fusie tussen Daring Molenbeek en Racing White in 1973, tot het bankroet begin 2002. Maar de huidige vereniging wordt niettemin geassocieerd met een roemrijk verleden, met een kampioenschap bijvoorbeeld dat in 1975 werd behaald, nu 45 jaar geleden.Aangenaam was het toen om in het Edmond Machtensstadion te toeven, op een paar kilometer van de thuishaven van Anderlecht. Met enig scepticisme keken ze daar naar de opkomst van de club die werd geleid door de zeer genereuze bouwondernemer Jean-Baptiste L'Ecluse. RWDM, een perfecte symbiose van kracht, loopvermogen en fijne techniek, bulkte toen van het talent. Jan Boskamp was het uithangbord van het team. De brutale Rotterdammer beukte en schoffelde op het middenveld, brieste en brulde, stopte tegenstanders onder de grond en was niet zo hypocriet om die vervolgens een handje te geven. Hij deelde uit, maar kon ook incasseren.Een speciale ploeg was het wel, RWDM. Het kwam eens tot een ruzie tussen aanvoerder Kresten Bjerre en Jan Boskamp omdat die niet kon slikken dat de Nederlander op het veld dirigeerde. Na een Europacupwedstrijd gingen de beide heren met elkaar op de vuist nadat Bjerre, lichtelijk aangeschoten, Boskamp een terreinknecht had genoemd. Doelman Nico de Bree, een bulldozer die niet bang was om tegenstanders te torpederen, haalde de kemphanen uit elkaar nadat Boskamp het gevecht op punten had gewonnen.Toch was de sfeer uitmuntend. En was het op training vaak lachen geblazen. Soms werd de draak gestoken met trainer Felix Week van wie werd verteld dat hij beter de restaurants kende in Brussel dan de tegenstanders. Op training werd de bal weleens in een tuin geschoten waarin twee vervaarlijke honden zaten. Meer dan eens zagen de lachende spelers hoe Week de bal ging halen en net uit de greep van de honden bleef. Toch had de trainer op zijn manier de groep onder controle.Jan Boskamp zou voor zijn prestaties bij RWDM in 1975 als eerste buitenlander de Gouden Schoen krijgen. Dat vond hij op zich niet zo belangrijk. Ondanks zijn luidruchtigheid koketteerde Boskamp nooit met zichzelf, hij zette nimmer zijn prestaties in de verf. Dat hij zijn Gouden Schoen aan een goed doel schonk, zegt veel over zijn warme, donzige kant. En toen hij later trainer van Anderlecht werd, een van de meest merkwaardige transacties in de geschiedenis van paars-wit, zei hij niet te begrijpen hoe deze club bij hem was terechtgekomen. Maar Boskamp pakte met Anderlecht wel drie keer op rij de titel.