Koffie? 'Een halfje', zegt John van den Brom, die wacht op de vragen op de persbabbel.
...

Koffie? 'Een halfje', zegt John van den Brom, die wacht op de vragen op de persbabbel. Eén daarvan luidt als volgt. Eén na één haken de uitdagers voor de titel af: eerst Standard, dan Beerschot en vervolgens Antwerp. Enkel KRC Genk klampt nog aan. Is Genk de hoop van het Belgisch voetbal om het nog een beetje spannend te maken? De doorsnee Belgische trainer zou daarop antwoorden: 'Het seizoen is nog lang.' Niet zo John van den Brom. Hij glundert en zegt zonder aarzelen: 'Dat is een mooie druk die we op ons hebben. Ik ben blij dat er zo over ons gesproken wordt.' In de druk wat weghouden heeft Van den Brom geen zin. Zin heeft hij wel in deze uitdaging. Hij zou wel eens op het goeie moment op de juiste plaats aanbeland kunnen zijn, bij een club die hem nodig heeft, waar veel van verwacht werd, omdat er zoveel talent is, maar waar het er nog niet uitkwam. Van den Brom weet dat ze in Nederland blij zijn dat ze even van hem af zijn, maar het omgekeerde is evenzeer het geval. Ook hij is blij even weg te zijn uit Nederland, terug in België, waar hij als trainer zijn eerste en tot nu toe enige titel won, in 2013. Dat is alweer zeven jaar geleden, dus kijkt John van den Brom vol vertrouwen het zaaltje in waar de usual suspects bij de vooruitblik op de volgende match vragen of hij zich toch liever niet nog wat wil wegstoppen. 'Neen', antwoordt hij. 'Ik vind het juist fijn dat men zo over ons praat, als challenger. Ik wil me niet wegstoppen. Wij stoppen ons niet weg, nooit.'Flashback naar afgelopen zomer. Het is warm aan de Gaverbeek, waar Genk net de eerste competitiewedstrijd in zijn voordeel heeft beslecht. Na een slappe eerste helft zetten de Limburgers na de rust de zaken recht. De nieuwe spits Cyriel Dessers is een van de protagonisten en ook trainer Hannes Wolf is tevreden. Hij raakte al eerder op training de goeie snaar bij de spelers, maar kon al die lovende commentaren nog niet omzetten in goeie prestaties in de wedstrijden en evenmin in resultaten. Maar die komen er nu aan, gelooft iedereen. 'Laat Club maar zeggen dat ze voor de titel gaan en laat Gent zich maar uiten als challenger', zegt een insider uit de club voor de voorbereiding. 'Wij gaan dit seizoen knallen.' De reden? Het enthousiasme dat de jonge Duitse trainer binnen de club weet op te wekken, het feit dat Genk met de uitstekende Colombiaanse verdediger Daniel Muñoz en de Belgische topschutter uit Nederland, Cyriel Dessers, twee versterkingen heeft aangetrokken, maar vooral dat het er in geslaagd is de eigen sterkhouders in Genk te houden. Om financiële redenen moet Genk na twee lucratieve mercato's niet verkopen, dus is met de twee meest gegeerde Genkenaars, verdediger Jhon Lucumí en rechtsback Joakim Mæhle, de afspraak gemaakt dat ze nog een jaar blijven. 'Schrijf maar op, ' klinkt het, 'zelfs bij een heel goed bod gaat Joakim niet weg.' Op de laatste dag van de zomermercato wordt het plots heel even spannend wanneer rond Mæhle een nieuw Alejandro Pozuelo-scenario dreigt. Even voor middernacht op de laatste transferdag barst Mæhle net niet in tranen uit wanneer de club zijn overgang naar Olympique Marseille afblaast. De weken daarna meldt hij dat hij in de winterstop zeker vertrekt. Net voor kerst raakt zijn transfer naar Atalanta Bergamo rond. Het verhaal-Mæhle toont opnieuw de magneetfunctie van KRC Genk voor jonge voetbaltalenten. Een talentvolle jeugdspeler wordt international bij Genk en maakt vervolgens de sprong naar een G5-competitie. Mæhle wordt al de zeventiende Genkspeler die bij een club uit een van de vijf Europese topcompetities belandt. Knap van de Limburgers, de op vijf na belangrijkste hofleverancier van die G5.Maar het vertrek van de Deen toont hoe een van Genks sterke punten tegelijk zijn achilleshiel vormt. Geen enkele jonge buitenlander uit kleinere voetballanden droomt als kleine jongen van KRC Genk. Wel van de Premier League, de Bundesliga of de Serie A, topcompetities waarvoor Genk in het verleden al de ideale springplank bleek - denk aan Kevin De Bruyne, Thibaut Courtois, Koen Casteels, Logan Bailly, Leandro Trossard, maar ook de buitenlanders Kalidou Koulibaly, Wilfred Ndidi, Leon Bailey, Omar Colley en Joseph Aidoo. Na een seizoen of twee, drie is het geduld van zo'n jong buitenlands talent of diens makelaar op. Meestal vóór de club zo'n speler zelf wil laten gaan. In die zin hield Joakim Mæhle het met 42 maanden een stuk langer vol dan de gemiddeld 23,6 maanden die de spelers van de huidige kern bij Genk zitten. In België houden enkel Club Brugge, Charleroi en Standard hun spelers langer. Terug naar de competitiestart. De goeie tweede helft van de openingsmatch in Waregem krijgt geen vervolg. Genk is nooit barslecht, maar ook nooit goed. Geen enkele keer kan Genk tevreden zijn over de volle negentig minuten, laat staan dat het een paar goeie prestaties naeen kan neerzetten. Intern neemt het gemor toe. Wolf wil spelers die energie aan het team toedienen en geen die energie aan het collectief onttrekken. Mats Møller-Dæhli is voor hem het voorbeeld van zo'n type. Alleen slaagt de Noor, die bij Sankt Pauli mateloos populair werd met zijn tomeloze inzet en individuele acties, er geen enkele keer in om een wedstrijd mee te bepalen. Geleidelijk verdwijnt hij uit beeld, net als een paar andere spelers waar Wolf niets mee kan: verdedigende middenvelder Patrik Hrosovsky, een jaar eerder nog voor vijf miljoen gekocht maar onder de Duitser een vaste tribuneklant, of kapitein Sébastien Dewaest, die zich wekenlang warm loopt langs de zijlijn maar geen speelminuten krijgt en na een clash met Wolf op training naar de B-kern verwezen wordt. Na vijf speeldagen staat Genk veertiende en is Wolfs krediet ook op bij het bestuur. Dat ziet niet alleen slecht voetbal en ondermaatse resultaten, maar heeft ook door dat de meeste spelers het gehad hebben met de trainer. Wanneer Jess Thorup overneemt, is iedereen het eens dat Genk wel talent heeft, maar geen ploeg en geen smoel. Er zijn meerdere problemen: de verdediging is kwetsbaar en laat zich een aantal keren stom pakken. En ondanks de goeie acties van het koppel Mæhle- Junya Ito op de rechterflank en het gezwoeg van Paul Onuachu voorin voetbalt Genk te traag en te voorspelbaar. Dat het vooraan niet werkt en achteraan evenmin, wijst op nog een ander probleem, de sleutel om de andere twee op te lossen: op het middenveld ontbreekt nog een puzzelstukje. Ook onder Thorup blijft de kwaliteit van het voetbal erg matig. Maar de Deen doet wel iets wat hij ook een jaar tevoren in Gent deed, en wat daar voor de klik zorgde: hij past zijn opstelling aan de kwaliteiten die hij in de spelersgroep ziet aan. Zoals hij bij Gent voor het eerst met een ruit op het middenveld speelde, waardoor Jonathan David helemaal openbloeide, merkt hij dat de drie Colombianen achterin een verdediging op zich vormen. Daardoor kunnen de beide backs, Scandinavische jongens met een grote motor, opschuiven en zich aanvallend uitleven. Dat laat de ploeg toe om achter de diepe spits twee creatieve spelers een vrije rol te geven: Junya Ito, al bijna twee jaar op een onafgebroken hoog niveau, en Théo Bongonda, van wie iedereen zich al iets meer dan een jaar afvraagt wat Genk bezield heeft om zeven miljoen voor hem te betalen, het hoogste bedrag dat Genk ooit voor een speler afdokte. Met de week gaat Bongonda beter voetballen, maar omdat de resultaten maar langzaam komen, blijven zijn goeie prestaties een tijdlang onder de radar. Wanneer Thorup begin november na amper een maand de deur achter zich dichttrekt, laat hij Genk achter met een kater, maar ook met een degelijke organisatie. De nieuwe trainer, John van den Brom, is geen fan van een driemansverdediging, maar merkt bij zijn entree spontaan op dat het wel stom zou zijn om niet te zien wat goed gaat, en dat is de driemansverdediging. Wie hem kent, is er zeker van dat hij bij de eerste de beste gelegenheid terug zal grijpen naar waar hij als oer-Nederlandse trainer voor staat: een 4-3-3 met een aanvallend en enthousiast voetballend elftal. Van den Brom ziet op training nóg iets wat hem een goed gevoel voor de toekomst geeft: het ontbrekende puzzelstukje waar zijn voorgangers geen gebruik konden van maken, wegens nog niet fit. Bryan Heynen blijkt de sleutel op het middenveld, die het evenwicht tussen aanval en verdediging handhaaft. Dat pleziert de mensen van de Genkse jeugdacademie die vanaf dit seizoen een aantal grote talenten meters willen zien maken in het eerste elftal. De voorbije jaren was de kloof te groot tussen toppers als Roeslan Malinovski, Alejandro Pozuelo en Leandro Trossard enerzijds en anderzijds de 'groenten uit de eigen tuin', zoals Sef Vergoosen de jonge Genkies altijd noemde. De nieuwe lichting, voorspelde technisch directeur Dimitri de Condé voor dit seizoen, zou de komende jaren de vaste waarden wel het vuur aan de schenen leggen. 'Op middellange termijn gaan we hier drie jongens in het eerste elftal brengen. Niet vandaag, maar ze moeten er wel al af en toe bij zijn.'Wanneer Heynen zich begin november weer helemaal fit meldt, is dat voor de academie goed nieuws, al was zonder zijn coronabesmetting ook Maarten Vandevoordt waarschijnlijk aan de competitie begonnen. Het grote jonge aanvallende talent Luca Oyen krijgt zijn eerste speelminuten en mag al eens aan de aftrap komen, Dries Wouters speelt zijn wedstrijden en in zijn laatste match gunt Hannes Wolf ook de negentienjarige Elias Sierra-Cappelletti zijn eerste speelminuten. Van den Brom is als rechtgeaarde Nederlander en ex-Ajacied ook niet vies van jong talent voor de leeuwen gooien, zoals hij ooit bij Anderlecht met Massimo Bruno deed in een belangrijke Europese wedstrijd. Hij haalt meteen de jonge centrale verdediger Rubin Seigers bij de kern, die wat speelgelegenheid kreeg in het kampioenenjaar maar tijdens zijn uitleenbeurten geblesseerd en uit beeld geraakte. Want Van den Brom weet dat Genk achterin krap zit qua centrale verdedigers. Op Dewaest, die na het vertrek van Wolf de uitgestoken hand van clubicoon Domenico Olivieri weigerde, wordt niet meer gerekend. In de slotfase van de thuismatch tegen Kortrijk laat hij de amper zestienjarige Pierre Dwomoh debuteren. Een jongen met een handleiding maar ook met fantastische voeten, heeft de nieuwe trainer meteen gezien. En een week later mag ook Bryan Limbombe invallen tegen Waasland-Beveren. Het zal de cijfers over de inbreng van de eigen jeugd wat opkrikken. Van de totale speeltijd kregen de zelf opgeleide jonge spelers die minstens drie jaar in de jeugdopleiding doorbrachten tot begin december amper 7,5%. Daarmee staat Genk voorlopig tiende in België, ver achter Anderlecht (28,2%) of Standard (22,6%) maar ook achter KV Oostende (19,8%), KV Mechelen (11,8%) of Zulte Waregem (10%). Ook mager blijft het aandeel van de Belgen, die bij KRC tot begin december slechts 17 procent speeltijd kregen. Dat is het laagst in gans de Belgische eerste klasse (zelfs Mouscron doet beter met 18,6 procent) en zelfs het op twaalf na laagste in alle Europese competities samen. De thuiswedstrijd tegen Kortrijk half december biedt zich aan als een kantelmoment. Door de blessure van centraal verdediger Carlos Cuesta kan de trainer makkelijk omschakelen naar zijn favoriete 4-3-3, of andere accenten leggen bij de invulling van de namen. Het eerste doet hij niet. Van den Brom behoudt wat goed is: 'Omdat de jongens zich daar het meest comfortabel bij voelen. Het grote voordeel is dat die drie Colombiaanse jongens met ruimte in de rug kunnen voetballen. Ik zie dat we met deze formatie weinig goals tegen krijgen, er zelf veel maken en het brengt nog aantrekkelijk voetbal ook.' Het was nochtans een ideale kans geweest om Daniel Muñoz uit te spelen op de plaats waarvoor hij ook gekocht werd, namelijk die van Joakim Mæhle. Maar Van den Brom wil hem houden waar hij het uitstekend doet, en dat is rechts in de driemansdefensie. Hij weet dan al dat er een vervanger komt voor Mæhle, intussen in Italië. Genk hoopt dat de 22-jarige Ecuadoriaan Angelo Preciado, weggehaald bij Independiente del Valle (waarmee hij vorig seizoen de Copa Sudamericana won, de Zuid-Amerikaanse tegenhanger van de Europa League), op rechts op termijn hetzelfde rendement brengt als de Deen. Als vervanger voor de geblesseerde Cuesta ziet hij niet Dries Wouters: 'Dries is volgens mij meer een verdedigende middenvelder dan een centrale verdediger.' Ook op Dewaest, nochtans nog twee jaar onder contract, rekent hij niet meer. 'Ook daar verwachten we een nieuwe speler.' In afwachting van de komst en de integratie van die twee nieuwe spelers wil Genk, dat de heenronde afwerkte met een ploeg met een gemiddelde leeftijd van 25,1 jaar (de op zes na jongste in de hoogste afdeling, na Anderlecht, Standard, Mouscron, Cercle, Waasland-Beveren en KV Oostende) zijn rol als aanjager van Club blijven spelen, al blijft het officiële doel hetzelfde als wat verwoord werd bij de competitiestart: een plaats bij de eerste vier. Vooral voorin staat dit KRC Genk als een huis. Het heeft een makkelijk scorende diepe spits - Paul Onuachu is niet alleen een harde, goed meevoetballende werker maar met zijn 15 goals in 17 matchen zelfs de topschutter van eerste klasse - terwijl Bongonda, de nummer drie in de topschutterslijst over zijn 11 goals in 14 matchen zelf zegt: 'Dat is niet genoeg.' Op de laatste speeldag van 2020 bleef Genk steken op een gelijkspel tegen Waasland-Beveren, waardoor het de kans verkeek om deze week met een zege op Eupen alleen aan de leiding te komen en Club nog wat meer te kietelen. Maar ook na het gelijkspel tegen Waasland-Beveren moet Mæhle, net voor hij naar Bergamo afreist, niet nadenken over wat hij nog verwacht van het Genk dat hij achterlaat: 'Dit Genk doet mee voor de titel. Zeker weten. We overleefden twee trainerswissels en staan ondanks een slechte start tweede.' Op 24 januari trekt KRC Genk naar Club Brugge. Na een helse januarimaand, met snel opeenvolgende matchen, zal het dan weten wat het echt waard is.