Dit stuk verschijnt ook in Sport/Voetbalmagazine van 17 maart. Lees de huidige editie hier.
...

Dit stuk verschijnt ook in Sport/Voetbalmagazine van 17 maart. Lees de huidige editie hier.Het was Hugo Broos die er ons onlangs op wees. We hadden het over de ontwikkeling van Odilon Kossounou als centrale verdediger bij Club Brugge. De gewezen trainer duidde die, maar wees bij de lof voor de stabiliteit van de Brugse defensie ook op het belang van Mats Rits als nummer 6. Rits deed Broos denken aan Timmy Simons: altijd in dienst van de ploeg, de bewaker van het evenwicht, de eerste spelmaker in de opbouw, de man van de vuile meters. Het is dankzij Rits dat Ruud Vormer, Hans Vanaken, de twee flankaanvallers en zelfs Clinton Mata als aanvallende rechtsachter offensief hun gang kunnen gaan. Met Brandon Mechele en Kossounou, gestuurd door Mignolet, waakt de nummer 6 over de restverdediging en de rechte weg naar doel. Corona sloeg Rits kort daarop weg uit de ploeg. Niet dat hij zelf zo zwaar werd getroffen - hij was zelfs verrast dat hij positief testte; de verschijnselen waren minimaal - maar het duurde toch even voor de bloedwaarden voldoende gedaald waren om opnieuw te trainen en te spelen. Vanuit zijn quarantaine zag hij hoe Club prompt op twee fronten werd uitgeschakeld: Europees door Dinamo Kiev, in de beker door Standard. Een zure, vooral omdat Kiev in Oekraïne kon scoren vanop een plaats die hij de voorbije maanden zo goed wist te bewaken: vlak voor de verdediging. We lazen onlangs een verhaal met Jarne Lion, belofte van KV Mechelen. Hij speelde nog een tijdje bij de jeugd van Club Brugge en wacht nu op zijn doorbraak Achter de Kazerne. Al geeft hij zichzelf ook nog wat tijd. 'Mogelijk word ik meer een laatbloeier, genre Mats Rits', klonk het. Dat deed ons glimlachen. In oktober 2018, een paar maanden na Rits' transfer naar Club Brugge, hadden we het in een interview met hem over over zijn debuut op zijn zestiende, waarin hij twee keer scoorde, en de rollercoaster waarin hij daarna belandde. Pas rond zijn 22e ging Rits immers stabiel presteren. 'Ben je dan een laatbloeier?', vroeg hij zich tijdens dat gesprek af. 'Bij een debuut op je zestiende komt er zoveel op je af. Ik ben naar boven gegaan, dan weer naar beneden... Wie op zijn negentiende van Ajax naar KV Mechelen gaat, kan wel niet zeggen: 'En nu gaan we weer naar boven!' Je moet eerst je eigen niveau bevestigen, tonen dat je belangrijk kunt zijn voor de ploeg waar je zit, voor je kunt denken: als er iets komt, gaan we dat bekijken.' Dat deed hij inderdaad bij Malinwa: zijn plaats daar innemen en bevestigen. Rits: 'Ben je dan een laatbloeier als dat begint te lukken op je 21, 22e? Jongens die op hun zestiende tot achttiende fysiek al helemaal klaar zijn, zijn uitzonderingen. Vaak zijn dat de Afrikaanse types. En dat ben ik duidelijk niet ( lacht).' Vanaf zijn 22e voelde hij dat hij een seizoen lang een goed, degelijk niveau aan kon. 'Soms had ik nog mindere matchen, maar daarin deed ik nog altijd mijn taak en was dát nog wel oké. Vroeger zou dat niet oké zijn geweest, zou ik de boel hebben willen forceren. Ze zeggen dan: 'Je bent jong en onbezonnen', en ergens ís dat ook zo. Later wordt het wat gemakkelijker om met mindere momenten om te gaan, omdat je ze kent. Je wordt daar rustiger in. Hoe diep je nog valt, hangt dan wel samen met je persoonlijkheid, denk ik. Ik ben over het algemeen een positieve jongen. Een negatieve jongen valt misschien dieper in de put.' Hij verwees toen ook naar zijn collega's in de Brugse kleedkamer. 'Nagenoeg iedereen hier heeft bij wijze van spreken al eens in de vuilbak gezeten. Waar het om gaat is: hoe kom je daar terug uit? Als je jong bent, denk je: overkomt dat nu alleen mij? En dan ben je kwaad op anderen, en soms ook op jezelf. Wie ouder is, kan dat allemaal beter plaatsen.' Het mooie aan zijn evolutie is dat Mats Rits rust vond op een plek die eigenlijk de zijne niet was: die van defensieve middenvelder. In de jeugd was hij een aanvallende middenvelder, een nummer 10 of een 8. Dat merk je nu nog steeds. Toen Ruud Vormer in december thuis zat met corona, miste de Nederlander onder meer het duel op Antwerp en in Mechelen. Op de Bosuil scoorde Rits, die voor de gelegenheid weer op 8 speelde. En tegen KV Mechelen was hij op de plaats van de Nederlander goed voor een assist. De neus voor goals, zoals hij die toonde bij zijn debuut als zestienjarige, is er jaren later nog steeds. Opvallend: ook als 6 mag hij af en toe infiltreren van zijn coach. Vooral in wedstrijden waarin Club dominant is of waarin de tegenstander mandekking toepast op Vormer en Vanaken, en Rits voor verwarring kan zorgen. Zo pikt hij in elk seizoen wel een paar doelpuntjes mee. Vanaken of Vormer uit de ploeg spelen: van bij de start besefte Rits dat zoiets onbegonnen werk was. Dus legde hij zich de voorbije drie jaar toe op het sterker worden vlak voor de verdediging. Hij kwam er terecht toen Marvelous Nakamba zich in de zomer van 2018 tijdens de voorbereiding blesseerde. Ruud Vormer achteruit trekken was een optie, maar Ivan Leko deed dat niet. Hij gaf Vormer vertrouwen op zijn beste plaats - als-box-to-boxspeler - en turnde Rits om. In Mechelen had Rits zowat overal gespeeld, maar nooit alleen op 6. Toen ze daar 4-4-2 speelden, stonden ze met twee in het midden. En in een 3-5-2 of 3-4-3 was hij één van de twee voorsten in de centrale driehoek. Rits was niet bang van zijn nieuwe rol bij Club. Hij had inmiddels voldoende ervaring en kreeg zijn hele jeugdopleiding in België. Dan ben je tactisch goed genoeg geschoold, vermoedde hij, misschien beter zelfs dan wanneer je van elders komt. Het was wel leren en bijleren, ook van Timmy Simons, die in die periode begon aan zijn stage als coach. Eerst nog tijdens wedstrijden in de tribune, daarna naast Leko op de bank. Samen met Rits analyseerde hij situaties of namen ze dingen kort door wanneer de tegenstander zijn ploegopstelling bekendmaakte. De troeven van Nakamba waren: elektriciteit in de duels, het opjagen van de man in balbezit. Zijn probleem: soms iets te veel doordekken en minder oog hebben voor wat in zijn rug gebeurde. Of zich laten meelokken naar de flanken. Rits kende die gevaren en sprak ze met Simons door, voor en na de match. Een 6 is soms een balafpakker, iemand die er de tegenaanval moet uithalen, maar in bepaalde wedstrijden komt die in de opbouw ook veel zelf aan de bal. Dan helpt het ook dat je, zoals Rits, werd opgeleid als spelverdeler. Hij moest wel leren een rem te zetten op zijn offensieve impulsen, zei hij in datzelfde interview: 'Een van mijn kwaliteiten was infiltratie, maar dat kan niet of amper op deze positie.' Soms zag hij ruimtes, vertelde hij, maar dacht hij: stop, je positie is vóór de verdediging, het slot op de deur moet er blijven. 'Dat heb ik mezelf vrij snel ingepeperd. En het is me ook duidelijk gezegd: 'Geen acties maken, maar in twee, drie tijden de bal verleggen, tien, twintig meter.' Ik vind het moeilijk me niet te laten weglokken. Het is constant kijken naar wat in je rug gebeurt en daarop anticiperen. Gemakkelijker is doordekken en de man voor je aanvallen, zeker als die met zijn rug naar je toe staat.' Ruim twee jaar later heeft hij een en ander perfect onder de knie. Op het einde van zijn eerste seizoen, wat een aanpassingsjaar zou worden, bleek hij gewoon titularis te zijn geweest: 25 van de 30 wedstrijden in de basis in de competitie, tien op tien in de play-offs. Wel geen kampioen, de titel was voor KRC Genk. In dat tussenseizoen verdween Nakamba richting Aston Villa. Club speurde de markt af naar een vervanger en duikelde de Colombiaan Eder Balanta op, nadat een poging om Victor Wanyama naar Brugge te halen, mislukte. 'Een rustige, intelligente jongen ernaast, een beest op het veld', klonk in Zwitserland bij de overgang van Balanta naar West-Vlaanderen. Philippe Clement, de opvolger van Leko, had duidelijk een andere 6 voor ogen dan Rits was. Maar opnieuw schudde de man uit Katelijne die tegenstander van zich af. Met iets meer moeite, dat dient gezegd. Clement roteerde aanvankelijk meer, maar dit seizoen startte Balanta dan nog wel maar na de nul op zes kreeg Rits op speeldag 3 zijn kans en hij bleef in de ploeg. Tot corona toesloeg. De troeven van Balanta zijn dat hij meer power in het duel brengt en iets sterker is in de lucht, ook al is het lengteverschil tussen de twee te verwaarlozen. Rits heeft dan weer meer spelintelligentie, is wendbaarder, beweegt iets gemakkelijker over het veld en heeft wat meer mogelijkheden hoger op het veld. Balanta kan ook infiltreren, en maakte in twee seizoenen bij Club ook al drie goals, maar Rits heeft wat meer een natuurlijke aanvallende flair. Nog een troef: het verleggen van het spel. De lange crosspass die hij heeft, komt er niet meer uit; net als Leko vraagt ook Clement van Rits om het simpel en kort te houden. Maar daar waar een andere 6 het nog wel eens moeilijk heeft om het spel van kant te verleggen om zo het veld te openen, kan Rits dat wel. Dat hij minder sterk is op kopballen hoeft echter geen probleem te zijn. Zoiets kan worden opgelost door een van de centrale verdedigers het luchtduel te laten aangaan. Rits kan dan de lopende speler opvangen, daarin is hij sterk. Zoals Siebe Schrijvers het nog zei in een dubbelinterview met Rits aan het einde van hun eerste jaar bij Brugge: 'Jij recupereert zoveel ballen omdat je het spelletje ziet! En ik denk dat de balcontacten bij ons beiden heel hoog liggen. Er zijn wedstrijden waarin we beiden in de opbouw wat minder moeten meedoen, maar geen van ons twee heeft schrik van de bal.'