Op een barragematch na is in eigen land het doek gevallen over de voetbaljaargang 2017-2018. De spektakelwaarde van de play-offs was groter dan de vorige jaren, maar het faillissement van Lierse overschaduwt alles. Na SV Waregem, SK Beveren en Beerschot alweer een traditieclub die een reddingsboei nodig heeft van een kleinere ploeg uit de buurt om te overleven. Alleen KV Mechelen stond weer op eigen benen recht.

Echt gezond is ons (club)voetbal dus nog steeds niet. Deze en volgende week willen we daarom een aantal voorstellen doen om onze populairste sport vooruit te helpen.

Nieuwe drama's zoals Lierse moeten koste wat kost vermeden worden. ' Traditionsvereinen' behoren tot ons sportief erfgoed en mogen niet verdwijnen. Het is ook onzin om hen in de lagere amateurreeksen te laten doorstarten. Dat is niet alleen competitievervalsing (alle andere teams zijn bij voorbaat kansloos voor de titel), maar het levert ook onverantwoorde veiligheidsproblemen op. De stadionnetjes van plattelandsploegen en de plaatselijke ordediensten zijn niet voorzien op de komst van honderden, soms duizenden, bezoekende fans. Laat clubs die overkop gaan in 1B herbeginnen met een negatief puntenaantal, zodat ze effectief gestraft worden voor hun wanbeleid, maar er niets verandert voor de fans.

Zo kan ons voetbal gezonder worden.

Onze clubs moeten lokaal verankerd worden en de politiek moet eisen dat er eindelijk werk wordt gemaakt van supportersparticipatie. Het Duitse en Zweedse model (elke club is voor minimaal 51 procent in handen van de aanhang) is wellicht te hoog gegrepen, maar er bestaan voldoende andere mogelijkheden om de fans dichter bij het beleid te brengen (zoals bijvoorbeeld nu al bij KV Mechelen).

De overheid zou dit moeiteloos kunnen afdwingen. Alleen verenigingen die de basis inspraak geven, moeten kunnen genieten van fiscale voordelen. Waarom zou de belastingbetaler moeten opdraaien voor het speeltje van miljonairs, die niet altijd het clubbelang vooropzetten?

De Pro League zou maatregelen kunnen nemen om het opkopen van onze clubs door buitenlandse investeerders minder aantrekkelijk te maken. Bijvoorbeeld door het minimumloon voor niet-EU-spelers op te trekken. Bijna de helft van onze profclubs hebben buitenlandse eigenaars die geen emotionele band met hun club hebben. Ook de invoering van Belgische financiële fair play-regels (naar het Europese model) kan heilzaam zijn. Op die manier wordt vermeden dat, in de hoop op snel sportief succes, onverantwoorde investeringen worden gedaan die - zoals bij Lierse - geheid fout aflopen.

Uiteraard moet er ook dringend gesleuteld worden aan de competitieformule. Om te beginnen moet de halvering van de punten op de schop. Hoe slechter een topploeg presteert in de reguliere competitie hoe meer ze wordt beloond. Anderlecht kreeg dit seizoen zes punten cadeau en Standard zelfs twaalf.

Een team dat gedurende bijna acht maanden top presteert, ziet zijn voorsprong van de ene dag op de andere wegsmelten en kan de titel niet meer winnen maar nog alleen verliezen. Zoals dit seizoen even met Club Brugge dreigde te gebeuren.

Het aantal speelrondes moet omlaag, om te voorkomen dat een ploeg die het internationaal goed doet niet wordt verplicht te kiezen tussen de nationale en de Europese competitie.

Het kampioenschap draait om regelmaat, niet om een geweldige eindspurt. Het is bovendien van de pot gerukt dat het seizoen half maart eindigt voor de ploeg die uit 1A degradeert (KV Mechelen dit keer) en de kampioen van 1B (Cercle Brugge). Er moet vooral gezocht worden naar een format dat aantrekkelijk is voor alle ploegen, niet alleen voor de grote jongens. De draak die play-off 2 is, moet verdwijnen.

Tot slot moet 1B een volwaardige competitie worden. Het is onzin om de helft van de ploegen zes keer tegen elkaar te laten spelen om degradatie te vermijden (vooral als achteraf blijkt dat er toch niemand zakt) en drie anderen om een (onhaalbaar) Europees ticket te laten strijden.

Volgende week proberen we ook het bekervoetbal nieuw leven in te blazen en het amateurvoetbal een steuntje in de rug te geven.

Op een barragematch na is in eigen land het doek gevallen over de voetbaljaargang 2017-2018. De spektakelwaarde van de play-offs was groter dan de vorige jaren, maar het faillissement van Lierse overschaduwt alles. Na SV Waregem, SK Beveren en Beerschot alweer een traditieclub die een reddingsboei nodig heeft van een kleinere ploeg uit de buurt om te overleven. Alleen KV Mechelen stond weer op eigen benen recht. Echt gezond is ons (club)voetbal dus nog steeds niet. Deze en volgende week willen we daarom een aantal voorstellen doen om onze populairste sport vooruit te helpen. Nieuwe drama's zoals Lierse moeten koste wat kost vermeden worden. ' Traditionsvereinen' behoren tot ons sportief erfgoed en mogen niet verdwijnen. Het is ook onzin om hen in de lagere amateurreeksen te laten doorstarten. Dat is niet alleen competitievervalsing (alle andere teams zijn bij voorbaat kansloos voor de titel), maar het levert ook onverantwoorde veiligheidsproblemen op. De stadionnetjes van plattelandsploegen en de plaatselijke ordediensten zijn niet voorzien op de komst van honderden, soms duizenden, bezoekende fans. Laat clubs die overkop gaan in 1B herbeginnen met een negatief puntenaantal, zodat ze effectief gestraft worden voor hun wanbeleid, maar er niets verandert voor de fans. Onze clubs moeten lokaal verankerd worden en de politiek moet eisen dat er eindelijk werk wordt gemaakt van supportersparticipatie. Het Duitse en Zweedse model (elke club is voor minimaal 51 procent in handen van de aanhang) is wellicht te hoog gegrepen, maar er bestaan voldoende andere mogelijkheden om de fans dichter bij het beleid te brengen (zoals bijvoorbeeld nu al bij KV Mechelen). De overheid zou dit moeiteloos kunnen afdwingen. Alleen verenigingen die de basis inspraak geven, moeten kunnen genieten van fiscale voordelen. Waarom zou de belastingbetaler moeten opdraaien voor het speeltje van miljonairs, die niet altijd het clubbelang vooropzetten? De Pro League zou maatregelen kunnen nemen om het opkopen van onze clubs door buitenlandse investeerders minder aantrekkelijk te maken. Bijvoorbeeld door het minimumloon voor niet-EU-spelers op te trekken. Bijna de helft van onze profclubs hebben buitenlandse eigenaars die geen emotionele band met hun club hebben. Ook de invoering van Belgische financiële fair play-regels (naar het Europese model) kan heilzaam zijn. Op die manier wordt vermeden dat, in de hoop op snel sportief succes, onverantwoorde investeringen worden gedaan die - zoals bij Lierse - geheid fout aflopen. Uiteraard moet er ook dringend gesleuteld worden aan de competitieformule. Om te beginnen moet de halvering van de punten op de schop. Hoe slechter een topploeg presteert in de reguliere competitie hoe meer ze wordt beloond. Anderlecht kreeg dit seizoen zes punten cadeau en Standard zelfs twaalf. Een team dat gedurende bijna acht maanden top presteert, ziet zijn voorsprong van de ene dag op de andere wegsmelten en kan de titel niet meer winnen maar nog alleen verliezen. Zoals dit seizoen even met Club Brugge dreigde te gebeuren. Het aantal speelrondes moet omlaag, om te voorkomen dat een ploeg die het internationaal goed doet niet wordt verplicht te kiezen tussen de nationale en de Europese competitie. Het kampioenschap draait om regelmaat, niet om een geweldige eindspurt. Het is bovendien van de pot gerukt dat het seizoen half maart eindigt voor de ploeg die uit 1A degradeert (KV Mechelen dit keer) en de kampioen van 1B (Cercle Brugge). Er moet vooral gezocht worden naar een format dat aantrekkelijk is voor alle ploegen, niet alleen voor de grote jongens. De draak die play-off 2 is, moet verdwijnen. Tot slot moet 1B een volwaardige competitie worden. Het is onzin om de helft van de ploegen zes keer tegen elkaar te laten spelen om degradatie te vermijden (vooral als achteraf blijkt dat er toch niemand zakt) en drie anderen om een (onhaalbaar) Europees ticket te laten strijden. Volgende week proberen we ook het bekervoetbal nieuw leven in te blazen en het amateurvoetbal een steuntje in de rug te geven.