De Portugese coach stak het sinds zijn aanstelling niet onder stoelen of banken: hij was heel blij dat hij terug bij de club was waar hij zijn carrière als speler beëindigd had. Maar al snel begreep hij dat hij de teugels in handen gekregen had van een ziek paard. Het gebrek aan kwaliteit op een aantal posities sprong in het oog, maar Ricardo Sá Pinto wilde eerst de mentaliteit in de groep aanpakken. Dat was ook wat de directie, Bruno Venanzi op kop, verlangde. 'We hadden geen trainer nodig met een universitair diploma, maar een aanjager', klinkt het in de bestuurskamer.

En aanjagen, dat is precies wat Sá Pinto doet. Hij zit constant op de huid van zijn spelers in een poging om zijn eigen grinta op de spelersgroep over te brengen. Het is een methode waar op lange termijn bepaalde spelers aan onderdoor kunnen gaan. Maar het beste bewijs dat ze aanslaat, is de wederopstanding van Matthieu Dossevi. Vorig seizoen waren zijn offensieve statistieken pover (0 goals, 5 assists) en liet hij geregeld verstek gaan met kleine blessures. Van dat laatste moet de Portugese coach niets weten: 'Iedereen moet zijn leven geven.'

Dat is te merken aan de intensiteit op training. De contacten zijn er hard, soms over de schreef. Wanneer Edmilson Junior na zo'n contact op de grond ligt te kronkelen van de pijn, schreeuwt Sá Pinto hem toe dat hij onmiddellijk moet opstaan.

Een trainingsdag is ook tot op de minuut voorbereid. De spelers moeten verzamelen om 8.45 uur voor het gezamenlijk ontbijt, om 10 uur begint de training. In afwachting mogen de spelers naar de fitness of naar de kinesist. Vorig seizoen zaten ze te kaarten in afwachting van de oefensessie die begon om 10.30 uur.

De hand van Sá Pinto is dus duidelijk merkbaar op Sclessin. Hij krijgt ook carte blanche en wordt niet onder druk gezet om bepaalde spelers op te stellen, wat met Yannick Ferrera weleens gebeurde. Nu moeten alleen de resultaten nog volgen.

De Portugese coach stak het sinds zijn aanstelling niet onder stoelen of banken: hij was heel blij dat hij terug bij de club was waar hij zijn carrière als speler beëindigd had. Maar al snel begreep hij dat hij de teugels in handen gekregen had van een ziek paard. Het gebrek aan kwaliteit op een aantal posities sprong in het oog, maar Ricardo Sá Pinto wilde eerst de mentaliteit in de groep aanpakken. Dat was ook wat de directie, Bruno Venanzi op kop, verlangde. 'We hadden geen trainer nodig met een universitair diploma, maar een aanjager', klinkt het in de bestuurskamer. En aanjagen, dat is precies wat Sá Pinto doet. Hij zit constant op de huid van zijn spelers in een poging om zijn eigen grinta op de spelersgroep over te brengen. Het is een methode waar op lange termijn bepaalde spelers aan onderdoor kunnen gaan. Maar het beste bewijs dat ze aanslaat, is de wederopstanding van Matthieu Dossevi. Vorig seizoen waren zijn offensieve statistieken pover (0 goals, 5 assists) en liet hij geregeld verstek gaan met kleine blessures. Van dat laatste moet de Portugese coach niets weten: 'Iedereen moet zijn leven geven.' Dat is te merken aan de intensiteit op training. De contacten zijn er hard, soms over de schreef. Wanneer Edmilson Junior na zo'n contact op de grond ligt te kronkelen van de pijn, schreeuwt Sá Pinto hem toe dat hij onmiddellijk moet opstaan. Een trainingsdag is ook tot op de minuut voorbereid. De spelers moeten verzamelen om 8.45 uur voor het gezamenlijk ontbijt, om 10 uur begint de training. In afwachting mogen de spelers naar de fitness of naar de kinesist. Vorig seizoen zaten ze te kaarten in afwachting van de oefensessie die begon om 10.30 uur. De hand van Sá Pinto is dus duidelijk merkbaar op Sclessin. Hij krijgt ook carte blanche en wordt niet onder druk gezet om bepaalde spelers op te stellen, wat met Yannick Ferrera weleens gebeurde. Nu moeten alleen de resultaten nog volgen.