Standard was nooit zo sterk als in 2007/08 en 2008/09, toen het met een kleedkamer van vechtersbazen twee opeenvolgende landstitels pakte. Vorig seizoen misten de Rouches sterke persoonlijkheden, mannen die in staat zijn op tafel te kloppen wanneer het slecht begint te gaan. Maar toen, van 2007 tot 2009, verpersoonlijkte de vestiaire meer dan ooit de karakteristieken van de vurige Luikse club: passie en karakter, maar ook excessen.
...

Standard was nooit zo sterk als in 2007/08 en 2008/09, toen het met een kleedkamer van vechtersbazen twee opeenvolgende landstitels pakte. Vorig seizoen misten de Rouches sterke persoonlijkheden, mannen die in staat zijn op tafel te kloppen wanneer het slecht begint te gaan. Maar toen, van 2007 tot 2009, verpersoonlijkte de vestiaire meer dan ooit de karakteristieken van de vurige Luikse club: passie en karakter, maar ook excessen.Op training kon je maar beter je voet niet wegtrekken, wilde je gerespecteerd worden. Sérgio Conceição en Ricardo Sá Pinto, die vertrokken in de zomer van 2007, waren erin geslaagd hun grinta over te zetten op de jonge bende van Michel Preud'homme. In zowat alle hoofden leefde er een enorme winnaarsmentaliteit. 'Elke match op training was een gevecht', herinnert zich Landry Mulemo. 'De spelers verdroegen geen nederlaag. Ik herinner mij vooral hoe ontstemd Milan Jovanovic na een verlieswedstrijd de training verliet, maar ook dat Dante na een verloren trainingspartijtje bleef kankeren tot 's anderendaags en voor de rest geen woord meer zei.' Soms gaf het vonken. Zoals die keer dat een scheldpartij tussen Jova en Marouane Fellaini bijna ontaardde. Er was toen een gespierde tussenkomst van Oguchi Onyewu en Mohamed Sarr nodig om Fellaini van Jova weg te houden. Dat was geen uitzondering. Tackles en ellebogen vlogen geregeld in het rond, zonder dat László Bölöni er erg in vond. Het Standard dat twee keer na elkaar kampioen werd, was nu eenmaal samengesteld uit karakterspelers, uit kerels die op training en in de kleedkamer weleens de weg kwijtraakten, maar tegelijk ook samen zwaar konden doorzakken.Video: Jovanovic eist wissel na gemiste kans van MbokaniHet was een groep van dwarskoppen met wie het publiek van Sclessin zich kon identificeren. 'Voor elke match hadden we een oorlogskreet die de tegenstander intimideerde', vertelt Mulemo. 'Momo Sarr noemden we onze guerrier. Na elke wedstrijd stak hij zijn benen en zijn hoofd in een ijsemmer, zoveel stampen en stoten incasseerde hij telkens.' 'Er was ook Oguchi Onyewu, die vaak het woord nam van zodra de coach klaar was met spreken. Zelfs Benjamin Nicaise, die niet veel speelde, aarzelde niet om dingen te zeggen wanneer het minder ging. Sindsdien maakte ik nooit nog zo'n kleedkamer mee.'