Op 18 september kopte De Tijd "Voetbalclub AA Gent staat in etalage". Daags nadien smoorde voorzitter Ivan De Witte de geruchten in de kiem via een reactie op de clubwebsite, maar vermeldde evenwel dat het de "plicht is van de club om de toekomst te verzekeren en dit met voldoende financiële draagkracht om competitief te blijven". Waarmee de deur voor binnen-of buitenlandse overnemers toch op een kier blijft staan.

Hoeveel sociale draagkracht geniet het professionele voetbal nog?

De vraag die hier kan gesteld worden is, "wat met de sociale draagkracht van het professionele voetbal"? Daaromtrent gaf hoofdsponsor VDK reeds te kennen dat "de club geen koopwaar is", maar "erfgoed ten goede van de supporters en de Gentenaars". Via subsidies van en leningen bij steden of gemeenten vloeit er immers indirect belastinggeld van elke Belg naar de professionele voetbalsector. Wat te verantwoorden valt, zolang er sprake is van een return aan de maatschappij. Een rol die de KAA Gent Foundation, de afgelopen 10 jaren met glans vervuld heeft. Het voormalige "vzw Voetbal in de stad" staat in voor verscheidene sociaal-sportieve projecten, en is uitgegroeid tot een van de belangrijkste actoren in het Gentse sociale netwerk. Zowel ons onderzoek, als dat van collega-onderzoekers van de Universiteit Gent erkenden recent de onmiskenbare rol van communitywerking in het ontwikkelen en bestendigen van verbinding tussen de voetbalwereld, lokale overheden en private partners met een toename in sportparticipatie en sociale inclusie als gevolg.

De continuïteit van de communitywerking van AA Gent komt evenwel op losse schroeven te staan bij een wijziging van het cvba-so naar een nv-statuut en een eventuele daaropvolgende verkoop. Want de belangrijkste geldschieters van de Foundation - Stad Gent en KAA Gent - veranderen mogelijks van gedaante bij een verkoop. Zo is het maar zeer de vraag of een (buitenlandse) geldschieter wakker ligt van de precaire situatie in Nieuw Gent, en of de stadsdiensten uitgelegd krijgen op welke manier het nog ethisch verantwoord is om subsidies en ondersteuning te bieden na een overname door (internationale) private partners. De voorwaardelijkheid van belastingsteun en andere fiscale gunstregimes voor het professionele voetbal is en blijft hiermee een actueel thema.

Als onderzoeker naar maatschappelijk verantwoord ondernemen in de professionele sportsector kan ik alleen maar hopen dat ook de sociale draagkracht in rekening gebracht wordt. Dat de continuering van het sociaal beleid, het jeugdbeleid, de dames- en doelgroepenwerking gegarandeerd en zelfs nog verbeterd wordt. Ook het professioneel voetbal heeft een maatschappelijke rol te vervullen, het hoeft niet "of-of" te zijn. Gemengde aandeelhoudersstructuren zoals in Duitsland en Zweden, verankerde supportersparticipatie in Engelse en Schotse clubs en toenemende interesse van sponsors in de maatschappelijke return van hun investering tonen aan dat een "en-en" verhaal mogelijk en zelfs wenselijk is.

In zee gaan met een enkele geldschieter doet enerzijds vaak af aan de verbindende kracht die voetbal heeft en aan de rol van lokale partnerschappen (al vormt bijvoorbeeld King Power met Leicester en Oud-Heverlee Leuven hier een tegenvoorbeeld). Anderzijds is het weinig duurzaam want er is altijd wel een rijkere geldschieter (quid financiële competitiviteit?) en bovendien is de relatie tussen vermogen en sportief succes niet éénduidig. Althans niet het rechtmatige sportieve succes... De recente nieuwe onthullingen in het dossier Operatie Zero onderstrepen dat geld, sportief succes en ethiek nog steeds moeilijk verenigbaar zijn in het topvoetbal. De publieke opinie blijft gedegouteerd achter. De voetbalsector laat op het vlak van sociale draagkracht open kansen voor doel liggen.

De Buffalo 's bewijzen dat het mogelijk is om tegelijkertijd financieel onafhankelijk, sportief competitief, én sociaal geëngageerd te zijn. Een formule waar steeds meer (inter)nationale sportclubs, maar ook sponsors en investeerders, naar streven. Kunnen we blijvend de kaart van innovatie en rebellie trekken en weerstaan aan het mantra dat een professionele sportclub een mecenas nodig heeft om succesvol te zijn?

Cleo Schyvinck is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de UGent.

Op 18 september kopte De Tijd "Voetbalclub AA Gent staat in etalage". Daags nadien smoorde voorzitter Ivan De Witte de geruchten in de kiem via een reactie op de clubwebsite, maar vermeldde evenwel dat het de "plicht is van de club om de toekomst te verzekeren en dit met voldoende financiële draagkracht om competitief te blijven". Waarmee de deur voor binnen-of buitenlandse overnemers toch op een kier blijft staan. De vraag die hier kan gesteld worden is, "wat met de sociale draagkracht van het professionele voetbal"? Daaromtrent gaf hoofdsponsor VDK reeds te kennen dat "de club geen koopwaar is", maar "erfgoed ten goede van de supporters en de Gentenaars". Via subsidies van en leningen bij steden of gemeenten vloeit er immers indirect belastinggeld van elke Belg naar de professionele voetbalsector. Wat te verantwoorden valt, zolang er sprake is van een return aan de maatschappij. Een rol die de KAA Gent Foundation, de afgelopen 10 jaren met glans vervuld heeft. Het voormalige "vzw Voetbal in de stad" staat in voor verscheidene sociaal-sportieve projecten, en is uitgegroeid tot een van de belangrijkste actoren in het Gentse sociale netwerk. Zowel ons onderzoek, als dat van collega-onderzoekers van de Universiteit Gent erkenden recent de onmiskenbare rol van communitywerking in het ontwikkelen en bestendigen van verbinding tussen de voetbalwereld, lokale overheden en private partners met een toename in sportparticipatie en sociale inclusie als gevolg. De continuïteit van de communitywerking van AA Gent komt evenwel op losse schroeven te staan bij een wijziging van het cvba-so naar een nv-statuut en een eventuele daaropvolgende verkoop. Want de belangrijkste geldschieters van de Foundation - Stad Gent en KAA Gent - veranderen mogelijks van gedaante bij een verkoop. Zo is het maar zeer de vraag of een (buitenlandse) geldschieter wakker ligt van de precaire situatie in Nieuw Gent, en of de stadsdiensten uitgelegd krijgen op welke manier het nog ethisch verantwoord is om subsidies en ondersteuning te bieden na een overname door (internationale) private partners. De voorwaardelijkheid van belastingsteun en andere fiscale gunstregimes voor het professionele voetbal is en blijft hiermee een actueel thema. Als onderzoeker naar maatschappelijk verantwoord ondernemen in de professionele sportsector kan ik alleen maar hopen dat ook de sociale draagkracht in rekening gebracht wordt. Dat de continuering van het sociaal beleid, het jeugdbeleid, de dames- en doelgroepenwerking gegarandeerd en zelfs nog verbeterd wordt. Ook het professioneel voetbal heeft een maatschappelijke rol te vervullen, het hoeft niet "of-of" te zijn. Gemengde aandeelhoudersstructuren zoals in Duitsland en Zweden, verankerde supportersparticipatie in Engelse en Schotse clubs en toenemende interesse van sponsors in de maatschappelijke return van hun investering tonen aan dat een "en-en" verhaal mogelijk en zelfs wenselijk is. In zee gaan met een enkele geldschieter doet enerzijds vaak af aan de verbindende kracht die voetbal heeft en aan de rol van lokale partnerschappen (al vormt bijvoorbeeld King Power met Leicester en Oud-Heverlee Leuven hier een tegenvoorbeeld). Anderzijds is het weinig duurzaam want er is altijd wel een rijkere geldschieter (quid financiële competitiviteit?) en bovendien is de relatie tussen vermogen en sportief succes niet éénduidig. Althans niet het rechtmatige sportieve succes... De recente nieuwe onthullingen in het dossier Operatie Zero onderstrepen dat geld, sportief succes en ethiek nog steeds moeilijk verenigbaar zijn in het topvoetbal. De publieke opinie blijft gedegouteerd achter. De voetbalsector laat op het vlak van sociale draagkracht open kansen voor doel liggen.De Buffalo 's bewijzen dat het mogelijk is om tegelijkertijd financieel onafhankelijk, sportief competitief, én sociaal geëngageerd te zijn. Een formule waar steeds meer (inter)nationale sportclubs, maar ook sponsors en investeerders, naar streven. Kunnen we blijvend de kaart van innovatie en rebellie trekken en weerstaan aan het mantra dat een professionele sportclub een mecenas nodig heeft om succesvol te zijn?Cleo Schyvinck is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de UGent.