Na jaren van gepalaver was het op 16 april 2002 eindelijk zover: Stade Leuven, Daring Leuven en Zwarte Duivels Oud-Heverlee zouden één grote Leuvense club vormen. Het waren alle drie clubs met potentieel en een gedegen jeugdopleiding, maar elk apart geraakten ze niet weg uit de lagere regionen van ons Belgisch competitievoetbal.
...

Na jaren van gepalaver was het op 16 april 2002 eindelijk zover: Stade Leuven, Daring Leuven en Zwarte Duivels Oud-Heverlee zouden één grote Leuvense club vormen. Het waren alle drie clubs met potentieel en een gedegen jeugdopleiding, maar elk apart geraakten ze niet weg uit de lagere regionen van ons Belgisch competitievoetbal.Een van de meest iconische namen uit de clubgeschiedenis is ongetwijfeld die van Bjorn Ruytinx, die door zijn vurig temperament, neus voor goals en nauwe band met het publiek een ware volksheld werd. Van 2004 tot 2014 voetbalde hij in Leuven, goed voor in totaal 249 wedstrijden en 77 doelpunten. In 2018, enkele jaren na zijn voetbalpensioen, werd Ruytinx - tegenwoordig actief als spelersbegeleider bij Stirr Associates - zelfs benoemd tot OHL-ambassadeur. We overlopen met hem enkele cruciale momenten in die 20-jarige geschiedenis van Oud-Heverlee Leuven.Bjorn Ruytinx: 'Toen ik in 2004 van vierdeklasser Kermt naar derdeklasser OHL ging, was dat sowieso een stap vooruit. Iedereen wist welke ambities de Leuvenaars koesterden en ik voelde ook meteen dat het een warme club was. Van de stammentwisten tussen de verschillende supportersgroepen merkte ik alvast weinig. Nu ja, de toeschouwersaantallen waren in die beginperiode nogal laag -ik denk dat we zelden aan 1000 man kwamen-, die zijn pas later, wanneer we eindrondes speelden in tweede klasse en zeker wanneer we promoveerden naar eerste klasse, beginnen toenemen. In die eerste jaren werd er ook nog niet in aan Den Dreef gespeeld, waar ze vernieuwingswerken deden. Onze thuisbasis was het veld van Oud-Heverlee.'We speelden het hele seizoen mee aan de kop van het klassement en met François Sterchele hadden we een topspits in huis. Hij trok de lijn door van bij zijn vorige club Kelmis, waar hij aan de lopende band scoorde -net als ik trouwens, we waren beide topschutter geworden in vierde klasse. Rond de winterstop had hij een vormdip herinner ik me, maar tegen de eindronde voetbalde hij weer op toerental en was hij beslissend in de finale voor promotie. Ikzelf had meer aanpassingstijd nodig, mede door een blessure aan het begin van het seizoen en de concurrentie van Çoiske. Het was een ploeg die fantastisch goed aan elkaar hing, met dank aan coach Guido Brepoels, die dat allemaal goed managede. Limburgers, Walen, Leuvenaars, jong en oud... wij waren één familie. De ambiance kwam van iedereen. Een succesformule. Op persoonlijk vlak herinner ik me ook enkele mooie bekercampagnes, met stuntzeges tegen RWDM en Beerschot, waarin ik scoorde.'Ruytinx: 'Terug naar het hoogste niveau, na 61 jaar wachten... ik moet je niet vertellen wat voor een euforie dat teweegbracht, zeker?! Het moment dat wij na die draw op het veld van Antwerp met de spelersbus terug aan Den Dreef toekwamen, voor een dolle mensenmassa, dat vergeet ik nooit. Dat zal altijd het hoogtepunt blijven uit mijn carrière. Nochtans hadden we daarvoor net twee crisisjaren beleefd, tot Ronny Van Geneugden bij de club kwam. Met de nieuwe voorzitter Jan Callewaert kwam er ook een belangrijke sponsor bij, waardoor er weer het nodige budget was om de ambities waar te maken. Dat was in de jaren voordien wat verdwenen, we bleven ter plaatse trappelen. Onder Marc Wuyts en Jean-Pierre Vande Velde merkte je dat er onvoldoende kwaliteit ingehaald werd, vooral test- en huurspelers. Maar Van Geneugden had een duidelijke visie en pompte professionaliteit in de club.'Je voelde ook het ongeduld in heel de stad om weer mee te doen op het hoogste niveau. Er kleefde zelfs een projectnaam op: 'Leuven 2010', een project van 5 jaar om in eerste klasse te geraken. Met Van Geneugden voelde je weer de juiste vibe, de kern was al samengesteld in de voorbereiding en later kwam er met onder andere Jordan Remacle nog extra kwaliteit bij. Tussen mij en Ronny is het nadien een beetje fout afgelopen, maar ik koester niets dan respect voor wat hij in Leuven neerzette. Hij zorgde ervoor dat iedereen zich goed voelde, organiseerde allerlei activiteiten buiten het voetbal, ook met de vrouwen erbij, want dat vond hij belangrijk. Met de groep trokken wij geregeld de stad in... mooie herinneringen. 'Eigenlijk vond ik - ik was toen ook kapitein van de ploeg - die band met het publiek en de stad even belangrijk als wat er op het veld gebeurde. Die mensen betalen veel geld voor het voetbal en leggen daar zoveel ziel in, dat je toch iets moet kunnen teruggeven. Eens dag zeggen of blijven plakken. Zulke zaken gebeuren in het hedendaagse voetbal te weinig, vind ik, het is allemaal zo zakelijk en afgeschermd geworden. Ik weet van collega's en tegenstanders dat ze graag aan Den Dreef kwamen spelen, door de fijne sfeer daar. Anderlecht wilde zelfs absoluut de toss winnen zodat ze ons konden verhinderen om de eerste helft naar de spionkop te spelen. Heerlijk toch?'Ruytinx: 'In 2014 was ik er nog bij, mijn laatste jaar als speler bij OHL. Die degradatie had nooit mogen gebeuren. (zucht) We hadden net twee mooie jaren in eerste klasse achter de rug, met zelfs winst in PO2. Alles zag er goed uit, we waren een stabiele club. Maar in dat derde jaar eerste klasse ging plots alles verkeerd, bepaalde personen kregen te veel macht en de kern was onevenwichtig samengesteld. We telden meer dan 30 spelers en op de rechtsback bijvoorbeeld hadden we 5 opties. Dat is nooit gezond. Er kwamen ook spelers bij uit de Veljkovic-clan, of Mazin, een Saudi die minuten moest maken... daar moet ik verder geen tekening bij maken denk ik. Het verhaal klopte niet meer. Ik vond dat heel vreemd, want OHL had voordien steeds heel doordacht gebouwd aan de structuur en de kern. Met een concept van 21 spelers, aangevuld met 3 jeugdspelers. Ideaal.'Ruytinx: 'Ik speelde zelf niet meer bij de club, maar ik zat mee in dat kamp dat zich distantieerde van het beleid. Toegegeven, ik was wat gefrustreerd vertrokken bij OHL, waar me een rol was beloofd na mijn spelerscarrière. Omdat er voor mij geen plek meer was, ben ik dan naar KV Oostende gegaan. Ik zag ondertussen hoe de club afgleed. Ook financieel, want uiteindelijk moest het bestuur de club verkopen aan buitenlandse investeerders... dan kan je moeilijk zeggen dat je goed beleid hebt gevoerd, hè. Ik vond dat een aantal bestuurders al vroeger de eer aan zichzelf had moeten houden. 'Er stond een groep van lokale investeerders klaar -waar ikzelf ook initiatiefnemer van was-, met een mooi en krachtig verhaal. Maar plots doken er Chinese investeerders op -die we gelukkig konden afschepen- en King Power. Ik vind het nog steeds jammer dat er toen niet meer rekening is gehouden met dat initiatief van de lokale investeringsgroep, ook al is de overname van King Power uiteindelijk een goeie gebleken.'Ruytinx: 'Wat King Power goed beseft heeft, is dat je een lokale band moet opbouwen en niet enkel internationaal denken. Ik was inderdaad heel kritisch bij die overname, ik begreep dat niet. Maar ik moet toegeven dat ze het goed aanpakken, stap per stap bouwen ze iets op, ook infrastructureel, met de vernieuwing van het oefencomplex. Voor mij was een cruciaal moment toen ik merkte dat een aantal sponsors die hadden afgehaakt onder het vorige bestuur en bij de overname door King Power, terugkeerden naar de club. King Power heeft die mensen zelf gecontacteerd om hen te overtuigen van hun verhaal, een belangrijk signaal. Er zijn nu misschien veel supporters teleurgesteld over de voorbije campagne, maar dat vind ik onterecht: OHL heeft bevestigd, dat is al heel wat.'Ruytinx: 'Ik heb Marc Brys nog meegemaakt bij Beerschot: ik kan je zeggen dat ik daar als 35-jarige serieus heb afgezien! (lacht) Marc is een vakman waarvoor ik heel veel respect heb. Hij weet waarmee hij bezig is en omringt zich goed, met in zijn staf ook toppers als Issame Charaï en Bram Verbist. Kortom, ik heb veel vertrouwen in de toekomst van OHL. Er wordt sinds 2018 weer met het stamnummer 18 van Stade Leuven gespeeld, maar voor mij is die geschiedenis niet van tel. Het gaat om OHL, over initiatiefnemers als Eddy Vandezande en Michel De Pauw, mensen van verschillende clubs die samen een nieuw verhaal schreven. Dat OHL in amper 20 jaar tijd al zoveel mooie momenten beleefde, is de verdienste van velen. Stade Leuven is dood, Oud-Heverlee is dood, Daring is dood, de geschiedenis moet nu door Oud-Heverlee Leuven geschreven worden.'