Er zijn momenten geweest waarop hij dacht: ik stop ermee, ik ga terug naar Brazilië en laat België achter me. Igor de Camargo knikt. 'In het begin...', zegt hij. Even is hij stil en kijkt opzij. Er lijken herinneringen voor zijn ogen te verschijnen waaraan hij woorden wil toevoegen, maar dan slikt hij ze alsnog in. 'Dat was in het begin', herhaalt hij en glimlacht: het onderwerp is daarmee afgesloten.
...

Er zijn momenten geweest waarop hij dacht: ik stop ermee, ik ga terug naar Brazilië en laat België achter me. Igor de Camargo knikt. 'In het begin...', zegt hij. Even is hij stil en kijkt opzij. Er lijken herinneringen voor zijn ogen te verschijnen waaraan hij woorden wil toevoegen, maar dan slikt hij ze alsnog in. 'Dat was in het begin', herhaalt hij en glimlacht: het onderwerp is daarmee afgesloten. De Camargo is er namelijk de man niet naar om te blijven hangen in negatieve gedachten of in moeilijke momenten. Hij heeft zichzelf eerder al omschreven als een rasoptimist, een vriendelijke mens en 'gezegend door God'. De lach die daarop volgde was veelzeggend; hier aan tafel in het spelershome van KV Mechelen zit een gelukkig man. Toch nog even terug naar dat begin. Igor de Camargo voetbalt bij het Braziliaanse Estrela FC wanneer de voorzitter van die club hem aanspreekt over een test in Europa. Ze zochten daar namelijk een spits, een type zoals De Camargo. Over een specifieke club wordt niet gesproken; het woordje 'Europa' is voldoende voor de dan nog frêle aanvaller. 'Ik zei: direct! Ik ga, onmiddellijk!' En De Camargo stapt met de voorzitter op het vliegtuig. De Braziliaan schudt zijn hoofd wanneer hij er nu, achttien jaar later, aan terugdenkt. 'Dat was iets speciaals', zegt hij lachend. Bij de overstap in Parijs komt de voorzitter namelijk ineens met een koerswijziging. 'Vanaf hier ga je zelf naar België, alleen. Ik moet naar Nigeria', herhaalt De Camargo de woorden die hij dan hoort. 'Ik moest mij geen zorgen maken; ik zou wel opgevangen worden.' Zeventien jaar pas is de kleine De Camargo wanneer hij op het vliegveld van Zaventem staat, na zijn allereerste vliegreis ooit. De koffers in zijn linker- en rechterhand zijn bijna groter dan het ventje zelf, langs alle kanten ritsen hem mensen voorbij en ze spreken een vreemde taal. Hier, in dit koude land op bijna tienduizend kilometer van zijn thuisdorp, is hij plots alleen. 'Ik keek links, rechts, nog eens links, rechts... Sjokte wat op en neer, maar er was niemand voor mij. Geen bordje met mijn naam, niets! Dat was echt bizar.' Tot er ineens iemand naast hem staat. De Camargo: '' Giocatore, giocatore?!', riep de man naar mij. Ik wist totaal niet waarover hij het had, maar hij greep naar mijn valiezen en ik zei: 'Pak maar mee.' Ik wist niet of dit wel de goede persoon was, maar ik wilde met hem mee. Weg van dat vliegveld.' Giocatore is Italiaans voor speler en gelukkig blijkt de man wel degelijk de juiste persoon te zijn. Het is Domenico La Sala, een Eindhovense Italiaan die in zijn restaurant La Grotta Azzurra Romário en Ronaldo over de vloer kreeg in hun tijd bij PSV. De restauranthouder bouwde een innige band op met de Brazilianen en via de twee supersterren legt hij uiteindelijk ook in Brazilië wat voetbalcontacten. En dan staat daar op Zaventem ineens Igor de Camargo voor zijn neus. Alleen... Verder dan dat gaan La Sala's connecties niet. En dus krijgt hij de Braziliaanse tiener niet gesleten aan een club. Daarop schakelt de Italiaan zijn landgenoot Paul Stefani in, een makelaar die wél connecties bij clubs heeft. In Sport/Voetbalmagazine van juli 2015 kijkt Stefani terug op de komst van De Camargo: 'Ik liet hem testen bij Patro Eisden en Fortuna Sittard. Daar maakte hij 26 goals in 6 wedstrijden. Maar Nederlandse clubs moesten spelers van buiten de Europese Unie een heel hoog minimumloon geven. Dat ging Sittard niet op tafel leggen voor een snotaap van zeventien.' Stefani zoekt verder in België, waarop De Camargo uiteindelijk bij Genk een contract tekent en zijn thuis vindt in Maasmechelen, bij een gastgezin. De Camargo glimlacht: 'Dat was wel even wennen.' In Brazilië is hij iedere dag buiten. 'Aan het voetballen, spelen, genieten van de zon. We hadden ieder weekend een barbecue met familie en vrienden en ik liep met de bal aan de voet naar school. Hier was het koud. Oh, wat was het hier koud.' Alles in België is anders dan in Porto Feliz, het dorpje waar hij geboren wordt, 120 kilometer ten westen van São Paulo. Zijn vader Nivaldo is leraar wiskunde en biologie op de universiteit, zijn moeder Matilde werkt op een boekhoudkantoor. Voor zijn vijf jaar jongere zusje Hayle is De Camargo een echte grote broer. 'Wanneer ik naar het voetbal ging, moest ik voor haar altijd een reep chocolade mee naar huis nemen.' In Brazilië begint zijn dag met gymnastiek op school. 'Al heel vroeg. Dus wat deed ik? Ik sliep met mijn complete tenue aan, zette mijn voetbalschoenen naast mijn bed klaar met daarnaast een bal. Elke avond zei ik tegen mijn mama: 'Mama, vergeet niet: morgen moet ik voetballen.' Wanneer zij mij wakker maakte, schoot ik direct in mijn schoenen, nam de bal aan de voeten mee en weg. Dát is het leven in Brazilië. Voetbal ís daar het leven. Dat is... totaal anders dan hier.' 'Wil je iets zien? Dat vertelt genoeg', vervolgt hij. De Camargo ontgrendelt zijn telefoon en toont een filmpje van een jongetje dat voor de tv staat. Het ventje kijkt naar São Paulo tegen Palmeiras in de halve finale van de Campeonata Paulista, het staatskampioenschap van São Paulo. 'Dit is de laatste penalty', zegt De Camargo. Palmeiras kan 5-5 maken, maar de bal... gaat over. De jongen blijkt dan een supporter van die laatste club te zijn: hij krijst als een stampvoetend kind dat niet krijgt wat het wil. En niemand die hem tot bedaren brengt. Want: 'Dát is voetbal in Brazilië', zegt De Camargo. 'Voetbal is voor veel mensen álles.' Voetbal en God: die twee vormen de basis voor veel Brazilianen. Voor de familie De Camargo is dat niet anders. Pa en ma voeden hun zoon en dochter katholiek op: elke week gaat het gezin naar de kerk, waar Igor de Camargo al snel in een jeugdkoor begint te zingen. Die groep groeit uit tot een kring van beste vrienden. 'Mijn vrienden die ik nu nog altijd heb, komen uit de kerk. We zongen in onze jeugd samen; iets wat ik nu niet meer doe, maar graag weer zou oppakken. Als ik zing voel ik me vrij, zeker in de kerk. Dan ben je iets goeds aan het doen.' Een van zijn vriendinnen uit die groep is Giovanna. Lange tijd zijn de twee gewoon vrienden, zo ook wanneer De Camargo naar België vertrekt. Twee jaar later wordt het serieuzer en wéér twee jaar verder komt Giovanna over naar Europa. 'Zij was een topmodel in Brazilië, voor verschillende kledingmerken. Dat heeft ze opgegeven voor mij... Dat was niet evident. Maar voor mij was haar aanwezigheid heel belangrijk. Zij steunde mij altijd. In de moeilijke momenten zei ze: 'Hallo, kop op! Je hebt een doel te bereiken!'' Nu is het stel al zestien jaar samen en heeft het twee kinderen: zoon Enzo (9) en dochter Gabriela (4), maar in de twee jaar die De Camargo alleen woont, snijdt de kou door zijn lijf en de korte dagen door zijn ziel. 'Hier alleen zijn... Zonder mijn familie.... Dat was moeilijk. Familie is de basis van alles. Als je het moeilijk hebt, ga je eerst naar je moeder of je vader. Ook voor hen was het zwaar. Een man, zoals mijn vader, toont dat minder, maar voor mijn moeder... Moeders wenen heel gemakkelijk, hé. Ik heb veel tranen bij haar gezien.' Na een maand staat zijn manager bij De Camargo. ''Waar ben jij mee bezig? Ben je gek geworden?', zei hij. Ik zei: 'Hoe? Wat is er gebeurd?' Of ik iedere dag naar huis belde?, was de vraag. Ik keek hem verbaasd aan; mag dat niet? 'Natuurlijk mag je bellen, een of twee keer keer per maand, maar niet elke dag een half uur!' Mijn manager heeft de rekeningen uiteindelijk gewoon betaald en ik ben mijn telefoontjes gaan minderen. Toen heb ik heel wat briefjes geschreven naar huis.' Daarop komen die gedachten waarover hij eerder sprak: ik stop ermee. Ik ga terug naar Brazilië. 'Het alleen-zijn...', zegt hij nog eens. 'Dat echte alleen zijn met jezelf. Die eenzaamheid... Die vond ik zwaar.' De Camargo vindt zijn steun in lectuur. 'De bijbel natuurlijk, maar die was er mijn hele leven al. De boeken van Augusto Cury en Paulo Coelho, zoals Ser como um rio que flui ( Als een rivier, nvdr) hebben mij heel erg geholpen. Dat waren verhalen die over iets groters gaan. Dat hielp me. Want ik heb getwijfeld. 'Ik was naar hier gekomen voor het voetbal, voor een club, een contract. Maar ik had nog geen contract en dat kwam er aanvankelijk ook niet.' Hij trekt met zijn mond. 'Een 'nee' te horen krijgen, is niet gemakkelijk. Dan moet je mentaal sterk zijn, zeker als je op je zeventiende alles hebt achtergelaten en in een andere wereld terecht komt. Maar... Weet je: ik ben zo gezegend door God. Ik ben zo gelukkig. Ik heb alles gekregen wat er op mijn pad kwam en ik heb gevochten om dit te kunnen bereiken. Een 'nee' was niet genoeg. Een 'nee' hád ik al. Ik moest achter die 'ja' gaan. Vertrouwen, optimisme en God... Die hebben mij erdoorheen geholpen.' Zo denkt hij nu nog: De Camargo wil de slechte momenten niet tot hem laten komen. Hij zet zijn telefoon rechtop en houdt zijn hand aan de linkerkant. 'Die momenten stoppen hier, en vanaf daar', zegt hij, terwijl hij zijn hand naar de rechterzijde van zijn telefoon wisselt, 'ben ik. En dáár, op die plek, waar ík ben, mogen die moeilijke momenten niet komen. Dus op het moment dat het koud is, gooi je een dikke deken om je heen. Ben je eenzaam, dan pak je een boek.' Vandaar dat hij zegt: die moeilijke momenten waren er in het begin, maar nu is alles anders. Nu kijkt hij terug en zegt: 'Ik ben trots op mijzelf.' De Camargo tikt op zijn borst. 'Er zit iets in mij dat groter is dan ikzelf. Dat noem ik God. En dan krijgt niets mij klein.'