Claude Suy: 'Ik lees Sport/Voetbalmagazine al sinds het allereerste nummer in 1980. Het waren toen gouden tijden voor het Belgisch voetbal, waarin de Rode Duivels zich wisten te plaatsen voor élk groot toernooi. Buitenlandse boekjes waren op dat moment nog niet zo makkelijk te verkrijgen en in België was Sportmagazine het enige magazine van niveau.'

'Toen ik het eerste exemplaar kocht, was ik 22 en volop bezig aan mijn opleiding in het leger. Op 1 mei ga ik met rustpensioen en ik lees de magazines nog altijd. Sport/Voetbalmagazine is dus een rode draad geweest door mijn actieve leven.

'Tussen 1997 en 2017 heb ik twintig jaar in de fanshop van Anderlecht gewerkt. Ik zal Kiki Vanden Stock, de vrouw van Roger, altijd dankbaar zijn dat ze mij heeft aangenomen voor die job. Mogen werken voor de ploeg van mijn hart, dat was een droom die werkelijkheid werd.'

'De eerste wedstrijd van paars-wit die ik live heb gezien, was op Beveren, in het seizoen 1967/68. Al die vedetten zien voetballen, vond ik een ongelofelijke openbaring. Robbie Rensenbrink is in mijn ogen de beste die ooit op de Belgische velden gespeeld heeft. En hij was nog sympathiek en integer ook. Ik heb het geluk gehad hem nog te mogen ontmoeten.'

'Aan mijn werk in de fanshop heb ik trouwens ook heel wat fijne memorabilia overgehouden. Al die spullen liggen verzameld in mijn voetbalmuseum, hier in mijn appartement. Daar ben ik best trots op. De linkerwand is onderverdeeld in drie stukken. De linkerkant is volledig gewijd aan het Engels voetbal en West Ham United, de rechterkant aan het Schotse voetbal en Celtic Glasgow en het midden is van Anderlecht. Een kast vol boeken en foto's van mannen als Michel Verschueren, Constant Vanden Stock en Jan Mulder. Die laatste vind ik trouwens ook een heel toffe tiep.'

'Tegen de andere muur staat een rek met voetbaltruitjes van alle ploegen die ik live heb zien spelen. Uiteraard zijn er ook heel wat van Anderlecht bij. Een shirt van Kompany in het jaar waarin hij de Gouden Schoen won, eentje van Zetterberg in zijn laatste seizoen en ook een gesigneerde Zitka.'

'Daarnaast staat mijn collectie met alle uitgaves van Sport/Voetbalmagazine. Ik heb onlangs nog eens geteld, het zijn er intussen al meer dan 1900, met de specials bij. Ergens in 2021 moet normaal gezien mijn 2000e magazine in de brievenbus vallen. Gelukkig ben ik de laatste twintig jaar niet meer verhuisd, stel je voor dat ik al die spullen moest meesleuren.'

Altijd op papier

'Dat ik die hele collectie heb kunnen verzamelen, heeft in grote mate te maken met het feit dat ik nooit ben meegegaan in alles wat 'gecomputeriseerd' is. Als ik iets wil opzoeken, moet ik dat dus ook altijd in mijn bibliotheek doen. Zeg mij in welk jaar iets ongeveer is gebeurd en ik vind het zo goed als altijd terug. Terwijl ik in mijn magazines op zoek ben, bots ik ook geregeld op andere zaken. Dan denk ik: och, da's waar, die heeft daar nog gespeeld. Of: amai, die ploeg deed het toen goed.'

'Aan die oude magazines zie je trouwens hoe hard Sport/Voetbalmagazine doorheen de afgelopen veertig jaar veranderd is. Op de cover van nummer 12 uit de eerste jaargang stond bijvoorbeeld: exclusieve gids eerste klasse. Dat waren acht bladzijden, in zwart-wit, met ploegen als Berchem, Beringen en Club Luik. Veertig jaar later telt de competitiespecial meer dan 250 bladzijdes, mooi in kleur. Dat is toch ongelofelijk?'

'De eerlijkheid gebiedt mij trouwens te zeggen dat ik tegenwoordig ook een smartphone heb. Ik gebruik die om met de krantenapps op de hoogte te blijven van de actualiteit.'

'Maar over voetbal lees ik toch nog altijd op papier en liefst van al in Sport/Voetbalmagazine. Daar heb ik twee goede redenen voor. Ten eerste vind ik het formaat van een magazine veel aangenamer dan dat van een krant, en vooral: ik beschouw een weekblad als de ideale filter. Een krant moet elke dag gevuld worden en bevat dus héél veel informatie, maar veel van die feiten zijn een dag later ook al voorbijgestreefd. Door Sport/Voetbalmagazine te lezen, kan ik het belangrijkste van een hele week voetbal in mij opnemen.'

Yanko Beeckman

DE KORTE VRAGENRONDE

Favoriete ploeg in België?

'RSC Anderlecht, uiteraard.'

Favoriete speler in België?

'Vroeger Robbie Rensenbrink. Vandaag zeg ik Jonathan David. In mijn ogen heeft KAA Gent daarmee een goudhaantje in handen dat wel eens zou kunnen uitgroeien tot een wereldtopper. Maar als het op jonge voetballers aankomt, spreek ik altijd in de voorwaardelijke wijs. Kijk maar naar Charly Musonda junior.'

Favoriete ploeg in het buitenland?

'West Ham! Voor mijn achttiende verjaardag mocht ik met mijn papa naar Londen. Arsenal speelde thuis tegen Sheffield United en West Ham tegen Liverpool, dat in die tijd een absolute topploeg was. Die kans kon ik niet laten liggen. Gek genoeg ben ik toen vooral verliefd geworden op de thuisploeg. Boleyn Ground was echt magisch.'

Favoriete speler?

'Tegenwoordig moet je kiezen tussen Cristiano Ronaldo en Lionel Messi zoals vroeger tussen The Beatles en The Rolling Stones, hé. Maar ik ga voor de Argentijn.'

Favoriete rubrieken in het magazine?

'De rubriek met de cultclubs en -spelers. Daar kan ik echt van genieten, zo interessant.'

Minst favoriete rubrieken in het magazine?

'Ik ben fan van bijna alles, maar gemotoriseerde sporten zijn niet echt aan mij besteed.'

Veertig jaar Sport/Voetbalmagazine, dat verdient...

'Een dikke proficiat. Hopelijk mogen jullie in 2030 jullie gouden jubileum vieren. In hetzelfde jaar wordt het wereldkampioenschap honderd jaar en zijn jongens als Jérémy Doku, Sebastiaan Bornauw, Charles De Ketelaere, Zinho Vanheusden en Albert Sambi Lokonga allemaal tussen de 28 en de 30 jaar oud. Stel je voor dat zij dan ook nog eens het WK winnen, zou dat niet mooi zijn?'

Claude Suy: 'Ik lees Sport/Voetbalmagazine al sinds het allereerste nummer in 1980. Het waren toen gouden tijden voor het Belgisch voetbal, waarin de Rode Duivels zich wisten te plaatsen voor élk groot toernooi. Buitenlandse boekjes waren op dat moment nog niet zo makkelijk te verkrijgen en in België was Sportmagazine het enige magazine van niveau.''Toen ik het eerste exemplaar kocht, was ik 22 en volop bezig aan mijn opleiding in het leger. Op 1 mei ga ik met rustpensioen en ik lees de magazines nog altijd. Sport/Voetbalmagazine is dus een rode draad geweest door mijn actieve leven.'Tussen 1997 en 2017 heb ik twintig jaar in de fanshop van Anderlecht gewerkt. Ik zal Kiki Vanden Stock, de vrouw van Roger, altijd dankbaar zijn dat ze mij heeft aangenomen voor die job. Mogen werken voor de ploeg van mijn hart, dat was een droom die werkelijkheid werd.''De eerste wedstrijd van paars-wit die ik live heb gezien, was op Beveren, in het seizoen 1967/68. Al die vedetten zien voetballen, vond ik een ongelofelijke openbaring. Robbie Rensenbrink is in mijn ogen de beste die ooit op de Belgische velden gespeeld heeft. En hij was nog sympathiek en integer ook. Ik heb het geluk gehad hem nog te mogen ontmoeten.''Aan mijn werk in de fanshop heb ik trouwens ook heel wat fijne memorabilia overgehouden. Al die spullen liggen verzameld in mijn voetbalmuseum, hier in mijn appartement. Daar ben ik best trots op. De linkerwand is onderverdeeld in drie stukken. De linkerkant is volledig gewijd aan het Engels voetbal en West Ham United, de rechterkant aan het Schotse voetbal en Celtic Glasgow en het midden is van Anderlecht. Een kast vol boeken en foto's van mannen als Michel Verschueren, Constant Vanden Stock en Jan Mulder. Die laatste vind ik trouwens ook een heel toffe tiep.''Tegen de andere muur staat een rek met voetbaltruitjes van alle ploegen die ik live heb zien spelen. Uiteraard zijn er ook heel wat van Anderlecht bij. Een shirt van Kompany in het jaar waarin hij de Gouden Schoen won, eentje van Zetterberg in zijn laatste seizoen en ook een gesigneerde Zitka.''Daarnaast staat mijn collectie met alle uitgaves van Sport/Voetbalmagazine. Ik heb onlangs nog eens geteld, het zijn er intussen al meer dan 1900, met de specials bij. Ergens in 2021 moet normaal gezien mijn 2000e magazine in de brievenbus vallen. Gelukkig ben ik de laatste twintig jaar niet meer verhuisd, stel je voor dat ik al die spullen moest meesleuren.''Dat ik die hele collectie heb kunnen verzamelen, heeft in grote mate te maken met het feit dat ik nooit ben meegegaan in alles wat 'gecomputeriseerd' is. Als ik iets wil opzoeken, moet ik dat dus ook altijd in mijn bibliotheek doen. Zeg mij in welk jaar iets ongeveer is gebeurd en ik vind het zo goed als altijd terug. Terwijl ik in mijn magazines op zoek ben, bots ik ook geregeld op andere zaken. Dan denk ik: och, da's waar, die heeft daar nog gespeeld. Of: amai, die ploeg deed het toen goed.''Aan die oude magazines zie je trouwens hoe hard Sport/Voetbalmagazine doorheen de afgelopen veertig jaar veranderd is. Op de cover van nummer 12 uit de eerste jaargang stond bijvoorbeeld: exclusieve gids eerste klasse. Dat waren acht bladzijden, in zwart-wit, met ploegen als Berchem, Beringen en Club Luik. Veertig jaar later telt de competitiespecial meer dan 250 bladzijdes, mooi in kleur. Dat is toch ongelofelijk?''De eerlijkheid gebiedt mij trouwens te zeggen dat ik tegenwoordig ook een smartphone heb. Ik gebruik die om met de krantenapps op de hoogte te blijven van de actualiteit.''Maar over voetbal lees ik toch nog altijd op papier en liefst van al in Sport/Voetbalmagazine. Daar heb ik twee goede redenen voor. Ten eerste vind ik het formaat van een magazine veel aangenamer dan dat van een krant, en vooral: ik beschouw een weekblad als de ideale filter. Een krant moet elke dag gevuld worden en bevat dus héél veel informatie, maar veel van die feiten zijn een dag later ook al voorbijgestreefd. Door Sport/Voetbalmagazine te lezen, kan ik het belangrijkste van een hele week voetbal in mij opnemen.' Yanko Beeckman