Weinig voetballers die voor interviews zo dankbaar waren als Gille Van Binst. De ex-verdediger praatte amusant en soms pikant, cynisch en vaak provocatief, een geboren causeur die zijn teksten met de hem eigen, droge humor doorweefde. Van Binst praatte niet over tactiek, over concepten en doelpunten, veel liever vertelde hij over feesten en uitspattingen, over plagerijen en fratsen die werden uitgehaald.

Heel zijn carrière was de ex-speler van onder meer Anderlecht en Club Brugge geïnteresseerd in journalistiek. Voor Sport/Voetbalmagazine maakte hij een reeks interviews. Jaren hebben we hem begeleid in zijn trektocht door België en Nederland. Zo belandden we onder meer eens in Charleroi, bij de in Wallonië legendarische Georget Bertoncello. De technicus woog in zijn glansperiode 82 kilo voor 1,67 meter. Geen wonder dat er werd afgesproken in een restaurant.

Twee uur lang schudde Bertoncello, die intussen tegen de 100 kilo woog, wonderlijke verhalen uit zijn mouw. Zoals bijvoorbeeld dat hij er niet van hield om in de hitte te spelen. Toen Bertoncello met Sporting Charleroi op Beveren aantrad en na 20 minuten met 3-0 achter stond, vroeg hij trainer Harry Aurednik om hem te vervangen. Die deed alsof hij dat niet had gehoord. Op dat moment liep er hem langs de lijn een ijsventer voorbij. Bertoncello bestelde twee frisco's en stuurde de ijsman voor de betaling naar de trainer. Die durfde niet anders dan af te rekenen, want de man weigerde voor de bank weg te gaan zolang hij zijn geld niet had gekregen.

De corpulente Georget Bertoncello was veruit de populairste voetballer van Sporting Charleroi. Lachend vertelde hij dat hij in een wedstrijd tien minuten goochelde en de andere tachtig minuten sliep. Als de ploeg het veld opliep, kwam hij pas lang na de anderen opdraven. Dan dacht iedereen dat hij niet zou spelen. Toen hij alsnog verscheen hoorde je een zucht van opluchting vanuit de tribunes. Daar kon Bertoncello van genieten. Zo ging hij maar door. En dan plots, het was al tegen tien uur 's avonds, vroeg hij of we geen zin hadden in frieten en een steak. Dat mocht. Plots, zonder een woord te zeggen, verdween Bertoncello in de keuken van het restaurant. Hij moest de steak en de frieten zelf bakken. Na een halfuur verscheen hij lachend weer in het restaurant. Met drie volle borden. Het grootste hield hij voor zich.