Grijs kan je Hein Vanhaezebrouck niet noemen. De Gentse trainer is niet bang om de vinger op de wonde te leggen, een on-Belgische houding. Hij geeft over alles zijn mening. Vaak ongezouten en onverbloemd. Moeilijk heeft Vanhaezebrouck het als hij onder druk staat. Dan wil hij zichzelf wel eens voorbijlopen. Vorige week vertelde Vanhaezebrouck dat sommige van zijn spelers de houdbaarheidsdatum hebben van preparé, een weekje. Tactvol kan je dat niet noemen. Het versterkt een bepaalde beeldvorming over Vanhaezebrouck die veel op anderen afschuift en weinig zelfkritiek toont. Dat dreigt zijn kwaliteiten naar de achtergrond te schuiven: een tactisch sterke trainer die tegenstanders schaakmat kan zetten en avontuurlijk voetbal predikt.
...

Grijs kan je Hein Vanhaezebrouck niet noemen. De Gentse trainer is niet bang om de vinger op de wonde te leggen, een on-Belgische houding. Hij geeft over alles zijn mening. Vaak ongezouten en onverbloemd. Moeilijk heeft Vanhaezebrouck het als hij onder druk staat. Dan wil hij zichzelf wel eens voorbijlopen. Vorige week vertelde Vanhaezebrouck dat sommige van zijn spelers de houdbaarheidsdatum hebben van preparé, een weekje. Tactvol kan je dat niet noemen. Het versterkt een bepaalde beeldvorming over Vanhaezebrouck die veel op anderen afschuift en weinig zelfkritiek toont. Dat dreigt zijn kwaliteiten naar de achtergrond te schuiven: een tactisch sterke trainer die tegenstanders schaakmat kan zetten en avontuurlijk voetbal predikt. Hein Vanhaezebrouck heeft in Gent een goddelijke status bereikt. Hij bepaalt veel en wordt weinig tegengesproken. Vanhaezebrouck is eigenwijs en dat heeft hem mee groot gemaakt. Maar soms moet je in staat zijn om jezelf te corrigeren. Juist in deze periode moet je rust uitademen en je (dolende) groep in bescherming nemen. Dat doe je niet door je neerbuigend uit te laten over de kwaliteiten van sommige spelers, ook al noem je ze niet bij naam. Dan is vooral een goed people management aangewezen. Vooral dat wordt Vanhaezebrouck nu aangewreven: dat hij dat onvoldoende beheerst. Al leek niemand daarover te vallen in de succesperiode. Zelfbeheersing is een probleem voor vele trainers. Afgelopen vrijdag wond Francky Dury zich op omdat Zulte Waregem in de wedstrijd tegen Club Brugge na een duidelijke fout van Brandon Mechele geen strafschop kreeg en de videoref niet reageerde. De frustratie is begrijpelijk, de reactie veel minder. Dury vroeg zich af of de videoref al in zijn bed lag. Dat is uiterst ongelukkig en vreemd voor een bijna 60-jarige trainer wiens vakmanschap buiten discussie staat. Dury vraagt van zijn spelers discipline, zelfbeheersing en attitude. Dan moet je zelf het goede voorbeeld geven. Het valt steeds weer op hoe moeilijk trainers zich kunnen controleren, terwijl ze buiten de wedstrijden blijk geven van intelligentie. Vaak zijn het ook de omstandigheden die hun houding bepalen. Philippe Clement liet zich als assistent van Club Brugge mee zuigen door de furie van Michel Preud'homme. Ook hij reageerde tegen zijn natuur in vaak bij discutabele beslissingen, al dan niet gevraagd, als een gebeten hond. Nu staat hij als trainer van Waasland-Beveren heel sereen langs de lijn. En verricht uitstekend werk: vijf op negen, goed voetbal en dat met slechts één nieuwe speler in de basis, de uitstekende Japanner Ryota Moriaka. Vol lof is iedereen in Beveren over de wedstrijdgerichte aanpak van Clement. Net zoals bij Standard iedereen meegaat in het verhaal van Ricardo Sá Pinto. Een veeleisende trainer die keihard traint. Zonder dat iemand moppert. Dat is in Luik ooit anders geweest. Met Ivan Leko op de bank speelt Club Brugge donderdag tegen AEK Athene zijn 300e Europese wedstrijd. De meest vreemde uitslagen zitten er in de 299 voorgaande matchen, gespeeld in een periode van precies 50 jaar. Het begon op 13 september 1967 met een thuiswedstrijd tegen Sporting Lissabon. Wonderlijke anekdotes vallen er te rapen in de Europese geschiedenis. Is het bijvoorbeeld nog denkbaar dat twee spelers voor de halve finale van de Europacup voor Landskampioenen, de huidige Champions League, de verplaatsing met de trein maakten omdat ze niet durfden te vliegen? Paul Courant en Edi Krieger deden het toen Club in 1978 naar Turijn ging om tegen Juventus te spelen. Een paar weken later kende Club Brugge zijn absoluut Europees hoogtepunt: de (verloren) finale op Wembley. Meer dan 25.000 toeschouwers trokken toen in het spoor van blauw-zwart mee naar Londen. Ze brachten in beeld wat Club vandaag nog altijd is: een grote familie, gedragen door een gevoel van samenhorigheid en solidariteit.