De saudade van het seizoenbegin lijkt al lang geleden. Ondanks pijn aan de adductoren is Edmilson Junior al wekenlang een van de uitblinkers op de Belgische velden. Dat stoort hem niet.
...

De saudade van het seizoenbegin lijkt al lang geleden. Ondanks pijn aan de adductoren is Edmilson Junior al wekenlang een van de uitblinkers op de Belgische velden. Dat stoort hem niet. Integendeel. De flankspeler van Standard staat graag in de schijnwerpers. Dat blijkt ook uit de manier waarop hij door het leven stapt, met zijn tatoeages, zijn flashy petje of zijn geel-zwarte Range Rover. 'Ik ben dol op schoenen, op petjes en auto's. Ik hou van kleuren, ik vind het fijn als men me opmerkt. Maar in het alledaagse leven ben ik een gewone jongen. Soms, als ik niets omhanden heb, ga ik naar de carwash van Karim, mijn makelaar, om daar mijn vriend Rambo die er werkt een handje te helpen.' Afgelopen donderdag streek Edmilson junior neer in het centrum van Luik, in Pizzeria Il Bacio, dicht bij de Médiacité, waar hij en zijn copains thuis zijn. Daar overloopt hij nog eens de film van een seizoen dat voor hem én Standard hoe dan ook op een happy end eindigt. Hoe komt het eigenlijk dat je de laatste weken zo in topvorm bent? EDMILSON JUNIOR: 'Dat is het resultaat van een gans seizoen hard werken. Ik heb hard bij getraind voor en na de groepstrainingen. Ik heb ook mijn voedingspatroon veranderd en probeer goed te rusten. Kortom: er is veel veranderd voor mij. Dat ik zo kan uitblinken, is ook de verdienste van mijn ploegmaats.' Is dit je beste periode sinds je begin 2010 bij Standard terugkeerde? EDMILSON: 'Dat is zo. Het is net alsof we één grote familie zijn. We vechten voor elkaar, we trekken samen ten strijde. De twee voorbije seizoenen misten we die ingesteldheid, maar zodra Sá Pinto bij ons kwam, wisten we dat dat zou veranderen.' Toch hadden jullie het erg lang heel moeilijk. EDMILSON: 'Ja, maar er is in het begin ook veel gebeurd wat tegen Standard gericht was. Dat had in de kleedkamer kunnen leiden tot botsingen tussen de spelers, maar Sá Pinto kreeg dat 's anderdaags steeds onder controle, hij kon ons telkens geruststellen. Hij heeft veel ingepraat op ons, je voelde meteen dat hij op hoog niveau had gevoetbald.' Is er bij Standard veel veranderd tegenover vorig seizoen? EDMILSON: 'Zowat alles is veranderd. Iedereen is zich bewust geworden van wat er aan de hand was. De afgelopen twee jaar speelden we play-off 2, miste de club stabiliteit, en iedereen wilde daar iets aan veranderen. Vandaag zitten we op het goeie spoor, sinds de kwalificatie voor PO1 en de bekerwinst.' Wat is het aandeel van Sá Pinto daarin? EDMILSON: 'Hij heeft een hecht geheel gemaakt van ons. Niet alleen van de spelersgroep, maar van iedereen binnen de club. Vorig jaar deed iedereen wat hij wilde, zowel de spelers als de bestuurders. Sá Pinto heeft orde op zaken gesteld. Dit keer hebben we een hecht team, op maar ook naast het veld. We zijn een echte familie nu.' Die term, familie, valt vaak als het over Standard gaat. Is zo'n omschrijving niet wat overdreven? EDMILSON: 'Dat vind ik niet. De komst van Ochoa, Agbo, Mpoku en Carcela heeft de mentaliteit hier flink veranderd. En de drie anciens, Goreux, Pocognoli en Gillet zijn kerels die hun leven zouden geven voor deze club. Het zijn ervaren spelers die elke dag op ons inpraten in de kleedkamer.' Wat heeft Sá Pinto jou persoonlijk bijgebracht? EDMILSON: 'Meteen bij zijn komst benadrukte hij dat ik mijn statistieken moet verzorgen. Hij benadrukt de hele tijd dat ik altijd recht op doel moet proberen af gaan, vaker op doel schieten. Ik vind wel dat ik in die aspecten beter geworden ben.' Hoe heb jij het voorbije seizoen ervaren, waar verschillende spelers zich op het eerste zicht niet echt betrokken voelden bij de club? EDMILSON: 'Je voelde dat sommigen niets voor de ploeg over hadden. Ze deden hun ding in de marge, maar dachten daarbij alleen aan zichzelf. Er waren trainers die niets durfden te zeggen tegen die namen, die er vandaag niet meer zijn. Sá Pinto trekt zich niets aan van wie je bent. Als hij je iets moet zeggen, doet hij dat in het gezicht. Dat heeft ons geholpen. Zo'n trainer misten we, iemand met ballen aan zijn lijf, die ons de nodige grinta kon bij brengen. Wat we dit jaar meemaken, is van een heel andere orde dan wat we hier tevoren beleefden. De sfeer in de kleedkamer is fantastisch. Zodra we aankomen, wordt er muziek gespeeld, vooral Congolese. ( lacht) We dansen en lachen allemaal samen: Belgen, Afrikanen, Oost-Europeanen. We hadden ook vertrouwen nodig, en resultaten, want spelers die fantastische dingen tonen hadden we al.' Jij hebt de reputatie dat je je niet laat doen in zo'n groep. EDMILSON: 'Dat klopt, ik laat me niet doen. Als ik niet tevreden ben over iets, zeg ik het direct. Ik ben van niemand bang. In de rust van de match op Brugge of die tegen Oostende waarin we ons kwalificeerden voor play-off 1 heb ik alles bij mekaar geschreeuwd. Omdat ik niet snapte hoe het kwam dat we zo'n laag niveau haalden. Alsof we schrik hadden om te voetballen of op onze benen stonden te trillen. Dat moest anders. En zowel op Brugge als op Oostende hebben we dat na de pauze rechtgezet.' Ben je belangrijker geworden in de hiërarchie van deze groep? EDMILSON: 'Ik ben rijper geworden, ik denk wel dat ik een belangrijke schakel ben in dit team. Als ik iets zeg, luisteren mijn ploegmaats, al blijf ik jong. Ook op het veld probeer ik me te laten gelden tegenover mijn ploegmaats.' Hoe kijk je met enige afstand terug op je ongewone parcours, waardoor je op een dag bij STVV belandde in tweede klasse? EDMILSON: 'Het voetbal is geen makkelijk wereldje. Soms stoot je op trainers of sportdirecteurs die je niet moeten. Dat was mijn probleem bij Standard, waardoor ik weg moest.' Was dat een klap voor je? EDMILSON: 'Ja. Ik had ook kunnen blijven, maar dan zou ik nog een jaar bij de U19 gebleven zijn. Ik wilde het echte voetbal leren kennen, door in tweede klasse tegen volwassen spelers uit te komen. Het was een moeilijke keuze, maar wel één waar ik nog altijd blij om ben. Aanvankelijk wilde ik niet naar tweede klasse gaan. In het begin heeft Danny Boffin me erg geholpen bij STVV. Daarna was dat ook het geval met Yannick Ferrera, met wie het aanvankelijk wel niet zo goed lukte. Ik was ook een klootzakje, ik was er niet altijd met mijn hoofd bij. Wie het karakter van Yannick kent, weet dat dat niet lukt bij hem, zo'n houding. Tot ik het plots wél snapte, en in mijn hoofd een knop omdraaide. Dat ik bij Standard terugkeerde, heb ik aan hem te danken.' Vandaag lijk je wel aan Standard gebonden. EDMILSON: 'Absoluut. Ik ben in Luik geboren, al mijn vrienden komen van hier, mijn vader heeft bij deze club gespeeld. Toen ik iets meer dan twee jaar geleden naar hier terugkeerde, was dat vooral een keuze van het hart.' Was dat wat je toen deed besluiten om naar Luik te gaan, en niet naar Club Brugge of Gent, die je ook wilden? EDMILSON: 'Zowel Gent als Club zaten toen goed ineen, daar was de concurrentie op dat moment veel groter geweest. Was ik naar Club Brugge gegaan, dan had ik er in concurrentie moeten gaan met José Izquierdo. Ik vreesde daar weinig aan spelen toe te komen.' Ben je nog fier dat je het shirt van Standard draagt? EDMILSON: 'Heel fier. Dat is wat ik altijd gewild heb, op Sclessin voetballen, voor zo'n enthousiast en dol publiek.' Herinner je je nog je eerste match op Sclessin? EDMILSON: 'Dat was tegen Genk in de halve finale van de beker. Ik heb toen zelfs gescoord en kreeg een staande ovatie toen ik van het veld stapte. Dat was een kippenvelmoment, omdat mijn familie en vrienden die avond in de tribune zaten. Eerder in het seizoen had ik op Sclessin de wedstrijd Standard-Anderlecht ( 1-0, doelpunt van Jonathan Legear, nvdr) bijgewoond. Na de match moesten er stewards opgetrommeld worden om me te ontzetten, zo veel volk was er rond mij samengetroept. Dat was wat ik wilde. Ik leef van grote wedstrijden, van dolle ambiance. In duels stop ik me niet weg. In grote wedstrijden zie je wie de grote spelers zijn.' De fans van Standard moeten dus niet bang zijn dat je straks voor Anderlecht tekent? EDMILSON: 'Dat gerucht was op niets gebaseerd. Mijn club is Standard.' Je blijft erg gehecht aan Luik? EDMILSON: 'Heel mijn bestaan heeft zich hier afgespeeld. Ik ben opgegroeid in Seraing, daarna leefde ik een paar jaar met mijn vader in Brazilië. Op mijn achtste keerde ik terug. Mijn eerste club in België was FC La Débrouille, die als ik me niet vergis in eerste provinciale spelen. Daarna zat ik een jaar bij Hoei en belandde ik bij Standard bij de U13. ' Je was wel erg mager in die tijd. EDMILSON: 'En erg klein, terwijl de trainers het liefst grote, stevige spelers hadden. Maar ik had die specifieke technische kwaliteiten waardoor ik opviel.' Vandaag zet men je in duels een pak moeilijker opzij. EDMILSON: 'Als je me nu ziet, geef ik niet de indruk erg stevig te zijn, maar ik heb geleerd hoe ik in duels mijn lichaam kan gebruiken, en ik trek mijn voet niet terug. Ik heb de mentaliteit die ze bij Standard zo graag zien.' Je seizoendebuut werd verknald door een zware darmbloeding. Heb je toen gevreesd voor je carrière? EDMILSON: 'Toch wel, omdat de dokter me zei dat de situatie ernstig was. Men weet het probleem aan stress, maar ik denk eerder dat het genetisch van aard is. Mijn vader en mijn moeder hebben hetzelfde meegemaakt. Vandaag ben ik helemaal hersteld, maar ik ben wel vijf weken van de kaart geweest. Ik moest in het ziekenhuis tien dagen in bed doorbrengen, en het heeft lang geduurd eer ik weer top was.' Je had soms wat fysieke problemen waardoor je af en toe een training moest laten schieten, maar in de wedstrijden doseer je je inspanningen nochtans niet. EDMILSON: 'Het klopt dat ik al eens een training heb overgeslagen, omdat ik een paar rake trappen had gekregen in een match, of dat ik met kleine spierletsel sukkelde, maar ik heb wel altijd een goeie basisconditie gehad. Als ik train, ga ik voluit. Tijdens de week of in de match wil ik niet verliezen. Nooit.' Je lijkt snel je geduld te verliezen, maar je lijkt geen rancuneus type. EDMILSON: 'Op het moment zelf kook ik snel over, maar ik kalmeer snel zonder dat mijn emoties invloed hebben op mijn spel.' Hoeveel procent Braziliaan zit er nog in je spel? EDMILSON: 'Mijn techniek is Braziliaans, voor de rest ben ik een Europese voetballer. In een match ben ik niet nonchalant, ik ben 90 minuten in beweging, doe mijn werk. Ik ga de strijd aan. Als ik mijn voet moet zetten, aarzel ik niet.' Hoe zie je je toekomst? EDMILSON: 'Ik wil eerst dit seizoen in schoonheid afwerken. Over een jaar ben ik eind contract. Eerst gaan we met Standard praten. Of ik na dit seizoen blijf of wegga, weet ik echt nog niet.' Kan het feit dat Standard voor volgend seizoen zeker is van Europees voetbal voor tenminste een aantal wedstrijden je keuze beïnvloeden? EDMILSON: 'Toch wel, want het garandeert je een aantal topmatchen. Dat verklaart ook waarom we de laatste weken zo bevrijd voetballen.' Wat kan bij jou nog beter om het op een nog hoger niveau te maken? EDMILSON: 'Ik moet vooral nog spiermassa kweken als ik pakweg naar Engeland wil.' Waar droom je op dit moment van? EDMILSON: 'Van een Spaanse topclub. Mijn ultieme droom is voetballen voor Barcelona. Wat mij betreft, is niets onmogelijk. Kijk maar naar de carrière van Dante, die op een dag bij Charleroi belandde, dan bij Standard om een paar jaar later bij Bayern en de Braziliaanse nationale ploeg te schitteren. Van kleins af aan was ik een vastberaden mannetje. Men noemde me zelfs 'La DH' ( afkorting van de populaire Franstalige krant'La Dernière Heure', nvdr) omdat ik de resultaten van alle matchen kende. Ik bekeek alles, maar mijn voorkeur ging uit naar het Barça met Ronaldinho, Samuel Eto'o en Deco. Ik zat altijd met voetbal in het hoofd.' Je naam valt al eens als er over de Rode Duivels gepraat wordt. Wat doet dat met jou? EDMILSON: 'Ik weet niet of het te vroeg zou zijn voor mij. Het WK komt eraan en de bondscoach moet al een idee hebben van wie hij zal meenemen. Van dit WK heb ik altijd gezegd dat ik het rustig met mijn vrienden op tv ga volgen. Dan kan het ook geen ontgoocheling zijn mocht ik niet geselecteerd worden.' Naar welke Rode Duivels kijk je op? EDMILSON: 'Ik houd van de manier van voetballen van Mousa Dembélé. En Eden Hazard, toch de patron van de ploeg, met Kevin De Bruyne vlak na hem. Het zijn spelers die ik elke week op tv volg. Ik zou dolgelukkig zijn mocht ik op een dag samen met hen op het veld staan.'