De tijd schijnt geen vat te hebben op hun talent. Seizoen na seizoen en club na club blijven ze de doelpunten opstapelen. Zoals een hongerige die nooit verzadigd geraakt vieren ze feest om elke lekkere brok. Zo schreeuwen ze hun trots uit en hun vreugde, die alleen maar veroorzaakt kan worden door het gevoel van een perfect uitgevoerde taak. De blijdschap van de doelschutter is al duizend keer beschreven, er werd vaak een karikatuur van gemaakt, maar ze blijft ongeëvenaard: waarschijnlijk is het de meest pure emotie in een sport vol tactische schema's die op zich nooit de eenvoudige vreugde kunnen evenaren van dergelijke momenten die hen alleen toebehoren. Zij zijn wat men 'koele killers' noemt. Ook al is hun soort met uitsterven bedreigd, de Pro League heeft niettemin nog enkele mooie exemplaren weten te bewaren. De voorbije tien jaar waren dat vaak dezelfden.
...

De tijd schijnt geen vat te hebben op hun talent. Seizoen na seizoen en club na club blijven ze de doelpunten opstapelen. Zoals een hongerige die nooit verzadigd geraakt vieren ze feest om elke lekkere brok. Zo schreeuwen ze hun trots uit en hun vreugde, die alleen maar veroorzaakt kan worden door het gevoel van een perfect uitgevoerde taak. De blijdschap van de doelschutter is al duizend keer beschreven, er werd vaak een karikatuur van gemaakt, maar ze blijft ongeëvenaard: waarschijnlijk is het de meest pure emotie in een sport vol tactische schema's die op zich nooit de eenvoudige vreugde kunnen evenaren van dergelijke momenten die hen alleen toebehoren. Zij zijn wat men 'koele killers' noemt. Ook al is hun soort met uitsterven bedreigd, de Pro League heeft niettemin nog enkele mooie exemplaren weten te bewaren. De voorbije tien jaar waren dat vaak dezelfden. Om zich daarvan te vergewissen hoeft men maar te kijken naar het opgaan van het doek bij het begin van de competitie. Het lijkt sterk op een déjà vu. Met in de hoofdrol: opvallende transfers van vertrouwde gezichten en seriekillers met de stiptheid van een Zwitsers uurwerk. Hamdi Harbaoui, Ivan Santini en Jelle Vossen openden hun doelpuntenrekening op de eerste dag van de nieuwe competitie. Drie usual suspects, waar zich enkele nieuwelingen aan toevoegden, van wie het cv dat van de anderen de komende jaren zou kunnen evenaren of zelfs overtreffen: van Laandry Dimata over Renaud Emond tot Wesley Moraes. Allemaal goalgetters met meerdere kwaliteiten en met legendarische statistieken ( zie kader), maar allen begiftigd met die zeldzame capaciteit die van een middelmatige speler een meesterwerk maakt. Jérémy Perbet, de beste doelschutter in de Belgische competitie in de seizoenen 2011/12 en 2015/16, die dit seizoen zijn derde comeback bij Charleroi viert, beantwoordt prima aan het beeld van die rasschutters wier voornaamste kwaliteit toch vaak is: op het juiste moment op de juiste plaats staan. 'Nochtans, ons reduceren tot echte goaltjesdieven... Ik vind dat niet meer van deze tijd', zegt de Fransman meteen. 'De positie is niet meer dezelfde als bij mijn debuut. Kijk naar de grote clubs, die hebben geen Pippo Inzaghi meer, dat is voorbij. Dat had ik al door toen ik bij Villarreal speelde. In 2018 is een puntaanvaller vooral een man geworden die ruimte kan creëren voor zijn ploegmaats.' Een visie die van Olivier Giroud - wereldkampioen met Frankrijk deze zomer, maar wel onmondig gebleven in Rusland - het perfecte prototype maakt van deze tijd. 'Ja, dat is zo wel een beetje', beaamt Jan Koller, die rond de eeuwwisseling meer dan eens de weg naar de netten vond in het shirt van Lokeren (1996-1999) en van Anderlecht (1999-2001). 'De rol van de aanvallers is geëvolueerd. Echte goalgetters worden zeldzamer. Ik weet niet of ik hetzelfde als wat ik destijds deed in de huidige context nog zou kunnen overdoen. Bij Lokeren speelde de ploeg in functie van mij en bij Anderlecht hadden we een formidabele ploeg en heel veel vertrouwen in elkaar. Ik denk dat het voetbal complexer is geworden sinds ik gestopt ben.' De Tsjechische reus is te bescheiden. Nochtans: van Lokeren en Anderlecht, via Borussia Dortmund, AS Monaco en Samara tot bij AS Cannes zaaide hij met zijn dubbele meter overal paniek. Het bewijs dat een goalgetter eerst en vooral afhankelijk is van zijn eigen feeling. De ploegmaats doen er dan niet zoveel toe. 'Het staat wel als een paal boven water dat het voor een stuk aangeboren is', redeneert Jelle Vossen, de beste nog actieve doelschutter in onze competitie. 'Niet alle voetballers duiken met evenveel vertrouwen en gevoel in de zestien meter op. Sommigen panikeren, anderen niet. Zo gaat dat. Wat niet wil zeggen dat je er niet kunt aan werken. Het is bijvoorbeeld van groot belang om tijdens een wedstrijd flashbacksituaties te creëren. Déjà vus die je krijgt door het vele werk dat je geleverd hebt. Op hoge ballen en ballen in één tijd kan dat helpen om de kansen af te werken. Maar je positionering in de rechthoek... ik denk echt dat dat voor een stuk aangeboren is.' Ole-Martin Aarst, de laatste man die de grens van de 30 doelpunten in de Pro League wist te bereiken (in 2000, samen met Toni Brogno), is niet helemaal overtuigd van dat instinctieve karakter. Hij weet nog: 'Ik was niet de meest getalenteerde speler van mijn generatie, maar ik scoorde veel in België omdat de afspraken met mijn ploegmaats goed en duidelijk waren. Zij wisten waar ze me konden vinden om te scoren. Dat was bijna wiskunde tussen ons. Dat maakt dat ik bijvoorbeeld veel goals gemaakt heb aan de tweede paal.' Minder glamour, meer berekening: de Noorse impressie die Aarst geeft, komt er niet per 'toeval'. Dat is trouwens een taboewoord wanneer men het heeft over het succes van goalgetters. 'Hoe kun je nu spreken van toeval?', verdedigt Nenad Jestrovic zich. Hij was topschutter van de Belgische competitie in 2005. 'Toeval bestaat niet. Je kunt natuurlijk geluk hebben met een afgeweken schot of zo, maar als je ze elke week binnen het kader trapt, dan betekent dat dat je iets meer hebt dan de anderen. Het bewijs is dat voor elke match met Anderlecht Pär Zetterberg, Mbo Mpenza en zelfs Aruna Dindane me kwamen vragen hoeveel goals ik die dag zou maken. Gewoon omdat ik op een dag eens de slimmerik wou spelen en zei dat ik drie doelpunten zou maken. En dat deed ik toen ook! Dat is niet zozeer een kwestie van ego maar van zelfvertrouwen - dat heb je ook nodig wanneer de verantwoordelijkheid voor een hele ploeg op je schouders rust. Als je dat niet hebt, kun je niet weerstaan aan de druk. Wanneer ik twee wedstrijden na elkaar niet scoorde, noemde men mij niet meer Jestrogoal maar Jestrovic. Hoe denk je dat ik daarmee omging?' Het is een harde wet: de terugkeer in de anonimiteit voor de gladiatoren van de rechthoek, voor wie de superlatieven altijd verder weg zijn dan de verguizingen. 'Een beetje zoals een doelman. Wij hebben ook een speciale rol in de ploeg. Maar persoonlijk heb ik me nooit gefocust op mijn statistieken, ook al is dat waarom ze me betalen', tempert Hamdi Harbaoui, de titelhoudende Gouden Stier. 'Integendeel, ik ben nu ruim 33 jaar en ik scoor al 15 jaar op het hoogste niveau. Dat zal van mij nooit de beste speler van de ploeg maken, maar het wil wel zeggen dat ik een talent heb: ik kan het werk van anderen laten renderen.' In voetbal noemt men dat opportunisme. En dat is wel degelijk een kwaliteit. Uit dat gevoel voor anticipatie volgen vaak doelpunten, op hun beurt weer gevolgd door uitingen van vreugde. En van opluchting, want dát betekent elke gemaakte goal voor aanvallers die beoordeeld worden op basis van hun cijfers. Waar talent altijd een weinig exact begrip is, onderhevig aan subjectieve analyse, vormen de statistieken van een aanvaller wel vaak een onweerlegbaar bewijs van hun waarde. Jérémy Perbet: 'In het begin waande ik me de koning van de wereld wanneer ik scoorde. Ik dacht dat ik de beste was, dat ik het allemaal wel wist. Gelukkig heb ik dat met de tijd weten te relativeren. Het dient nergens toe om na elk doelpunt met je hoofd in de wolken te lopen, want dat haalt je nog verder neer wanneer je géén openingen meer weet te vinden. En we weten dat er hoe dan ook een zekere mate van geluk komt bij kijken. Het is duidelijk dat niet alles alleen van ons afhangt.' Een knie die op de juiste plaats blijft hangen, een gekraakt schot dat toch in doel verdwijnt, of net andersom, een doelman in staat van genade: de grillen van het lot bepalen vaak het uitzicht van een carrière. Want een aanvaller die scoort hoewel hij slecht speelt, zal nooit bekritiseerd worden, de eerste acht maanden van Lukasz Teodorczyk bij Sporting Anderlecht bewijzen dat. Het omgekeerde is veel minder het geval. Het volstaat nochtans om de top tien van meest efficiënte doelschutters in onze competitie te bekijken ( zie kader) om te beseffen hoe weinig vernieuwing er is onder die begenadigde aanvallers. 'Dat is logisch. Een goalgetter is bijna onvindbaar', vertelt Jestrovic, dit keer met het petje van spelersmakelaar op. 'Het is dus niet zo verwonderlijk dat Perbet, Harbaoui of Vossen er nog altijd staan. Goalgetters zijn zo zeldzaam dat je het snel weet wanneer je een parel aantreft. Dat overkwam mij bijvoorbeeld met Aleksandar Mitrovic toen ik die op zijn veertiende voor het eerst aan het werk zag bij Partizan. Hij had die uitzonderlijke présence in de zestien meter, die bijzondere intelligentie. Ik wist dat ik een toekomstige topper gevonden had.' Negen jaar later geeft Mitrovic zijn mentor nog altijd gelijk. Hij was vorig seizoen een belangrijke factor in de terugkeer van Fulham naar het hoogste niveau. 'Natuurlijk zijn er aanvallers die het in de loop van een seizoen wel eens laten afweten, maar een echte goalgetter stopt nooit, want dat is in de eerste plaats een werkbeest', bevestigt Ole-Martin Aarst. Op zijn 33e - in december wordt hij 34 - weet Jérémy Perbet, na Vossen de meest productieve van de nog actieve spelers, waar men het over heeft als men spreekt van duurzaamheid. 'Eerlijk gezegd, ik heb altijd gescoord en ik denk dat ik altijd zal scoren. Op welk niveau dan ook. Ik heb in La Liga gescoord en ik zal waarschijnlijk ook nog doelpunten maken als ik op mijn 40e bij de amateurs speel. Natuurlijk heb ik zoals iedereen schrik om ouder te worden, zeker op mijn leeftijd. Maar scoren... dat is geen passie, dat is een gave.' En Perbet heeft recht van spreken.