De tijd schijnt geen vat te hebben op hun talent. Seizoen na seizoen en club na club blijven ze de doelpunten opstapelen. Zoals een hongerige die nooit verzadigd geraakt vieren ze feest om elke lekkere brok. Zo schreeuwen ze hun trots uit en hun vreugde, die alleen maar veroorzaakt kan worden door het gevoel van een perfect uitgevoerde taak. De blijdschap van de doelschutter is al duizend keer beschreven, er werd vaak een karikatuur van gemaakt, maar ze blijft ongeëvenaard: waarschijnlijk is het de meest pure emotie in een sport vol tactische schema's die op zich nooit de eenvoudige vreugde kunnen evenaren van dergelijke momenten die hen alleen toebehoren. Zij zijn wat men 'koele killers' noemt. Ook al is hun soort met uitsterven bedreigd, de Pro League heeft niettemin nog enkele mooie exemplaren weten te bewaren. De voorbije tien jaar waren dat vaak dezelfden.

In het begin waande ik me de koning van de wereld wanneer ik scoorde. Ik dacht dat ik de beste was, dat ik het allemaal wel wist.'

Jérémy Perbet

Om zich daarvan te vergewissen hoeft men maar te kijken naar het opgaan van het doek bij het begin van de competitie. Het lijkt sterk op een déjà vu. Met in de hoofdrol: opvallende transfers van vertrouwde gezichten en seriekillers met de stiptheid van een Zwitsers uurwerk. Hamdi Harbaoui, Ivan Santini en Jelle Vossen openden hun doelpuntenrekening op de eerste dag van de nieuwe competitie. Drie usual suspects, waar zich enkele nieuwelingen aan toevoegden, van wie het cv dat van de anderen de komende jaren zou kunnen evenaren of zelfs overtreffen: van Laandry Dimata over Renaud Emond tot Wesley Moraes. Allemaal goalgetters met meerdere kwaliteiten en met legendarische statistieken ( zie kader), maar allen begiftigd met die zeldzame capaciteit die van een middelmatige speler een meesterwerk maakt.

Nenad Jestrovic met Anderlecht tegen Liverpool in 2005., BELGAIMAGE
Nenad Jestrovic met Anderlecht tegen Liverpool in 2005. © BELGAIMAGE

Flashbacksituaties

Jérémy Perbet, de beste doelschutter in de Belgische competitie in de seizoenen 2011/12 en 2015/16, die dit seizoen zijn derde comeback bij Charleroi viert, beantwoordt prima aan het beeld van die rasschutters wier voornaamste kwaliteit toch vaak is: op het juiste moment op de juiste plaats staan. 'Nochtans, ons reduceren tot echte goaltjesdieven... Ik vind dat niet meer van deze tijd', zegt de Fransman meteen. 'De positie is niet meer dezelfde als bij mijn debuut. Kijk naar de grote clubs, die hebben geen Pippo Inzaghi meer, dat is voorbij. Dat had ik al door toen ik bij Villarreal speelde. In 2018 is een puntaanvaller vooral een man geworden die ruimte kan creëren voor zijn ploegmaats.'

Een visie die van Olivier Giroud - wereldkampioen met Frankrijk deze zomer, maar wel onmondig gebleven in Rusland - het perfecte prototype maakt van deze tijd. 'Ja, dat is zo wel een beetje', beaamt Jan Koller, die rond de eeuwwisseling meer dan eens de weg naar de netten vond in het shirt van Lokeren (1996-1999) en van Anderlecht (1999-2001). 'De rol van de aanvallers is geëvolueerd. Echte goalgetters worden zeldzamer. Ik weet niet of ik hetzelfde als wat ik destijds deed in de huidige context nog zou kunnen overdoen. Bij Lokeren speelde de ploeg in functie van mij en bij Anderlecht hadden we een formidabele ploeg en heel veel vertrouwen in elkaar. Ik denk dat het voetbal complexer is geworden sinds ik gestopt ben.'

Hoe kun je nu spreken van toeval? Toeval bestaat niet.'

Nenad Jestrovic

De Tsjechische reus is te bescheiden. Nochtans: van Lokeren en Anderlecht, via Borussia Dortmund, AS Monaco en Samara tot bij AS Cannes zaaide hij met zijn dubbele meter overal paniek. Het bewijs dat een goalgetter eerst en vooral afhankelijk is van zijn eigen feeling. De ploegmaats doen er dan niet zoveel toe. 'Het staat wel als een paal boven water dat het voor een stuk aangeboren is', redeneert Jelle Vossen, de beste nog actieve doelschutter in onze competitie. 'Niet alle voetballers duiken met evenveel vertrouwen en gevoel in de zestien meter op. Sommigen panikeren, anderen niet. Zo gaat dat. Wat niet wil zeggen dat je er niet kunt aan werken. Het is bijvoorbeeld van groot belang om tijdens een wedstrijd flashbacksituaties te creëren. Déjà vus die je krijgt door het vele werk dat je geleverd hebt. Op hoge ballen en ballen in één tijd kan dat helpen om de kansen af te werken. Maar je positionering in de rechthoek... ik denk echt dat dat voor een stuk aangeboren is.'

Ole-Martin Aarst scoorde in België niet alleen voor Gent, maar ook voor Anderlecht en Standard., BELGAIMAGE
Ole-Martin Aarst scoorde in België niet alleen voor Gent, maar ook voor Anderlecht en Standard. © BELGAIMAGE

Toeval bestaat niet

Ole-Martin Aarst, de laatste man die de grens van de 30 doelpunten in de Pro League wist te bereiken (in 2000, samen met Toni Brogno), is niet helemaal overtuigd van dat instinctieve karakter. Hij weet nog: 'Ik was niet de meest getalenteerde speler van mijn generatie, maar ik scoorde veel in België omdat de afspraken met mijn ploegmaats goed en duidelijk waren. Zij wisten waar ze me konden vinden om te scoren. Dat was bijna wiskunde tussen ons. Dat maakt dat ik bijvoorbeeld veel goals gemaakt heb aan de tweede paal.'

Minder glamour, meer berekening: de Noorse impressie die Aarst geeft, komt er niet per 'toeval'. Dat is trouwens een taboewoord wanneer men het heeft over het succes van goalgetters. 'Hoe kun je nu spreken van toeval?', verdedigt Nenad Jestrovic zich. Hij was topschutter van de Belgische competitie in 2005. 'Toeval bestaat niet. Je kunt natuurlijk geluk hebben met een afgeweken schot of zo, maar als je ze elke week binnen het kader trapt, dan betekent dat dat je iets meer hebt dan de anderen. Het bewijs is dat voor elke match met Anderlecht Pär Zetterberg, Mbo Mpenza en zelfs Aruna Dindane me kwamen vragen hoeveel goals ik die dag zou maken. Gewoon omdat ik op een dag eens de slimmerik wou spelen en zei dat ik drie doelpunten zou maken. En dat deed ik toen ook! Dat is niet zozeer een kwestie van ego maar van zelfvertrouwen - dat heb je ook nodig wanneer de verantwoordelijkheid voor een hele ploeg op je schouders rust. Als je dat niet hebt, kun je niet weerstaan aan de druk. Wanneer ik twee wedstrijden na elkaar niet scoorde, noemde men mij niet meer Jestrogoal maar Jestrovic. Hoe denk je dat ik daarmee omging?'

Pippo Inzaghi bij AC Milan: het prototype van de goaltjesdief., BELGAIMAGE
Pippo Inzaghi bij AC Milan: het prototype van de goaltjesdief. © BELGAIMAGE

Het is een harde wet: de terugkeer in de anonimiteit voor de gladiatoren van de rechthoek, voor wie de superlatieven altijd verder weg zijn dan de verguizingen. 'Een beetje zoals een doelman. Wij hebben ook een speciale rol in de ploeg. Maar persoonlijk heb ik me nooit gefocust op mijn statistieken, ook al is dat waarom ze me betalen', tempert Hamdi Harbaoui, de titelhoudende Gouden Stier. 'Integendeel, ik ben nu ruim 33 jaar en ik scoor al 15 jaar op het hoogste niveau. Dat zal van mij nooit de beste speler van de ploeg maken, maar het wil wel zeggen dat ik een talent heb: ik kan het werk van anderen laten renderen.'

Koning van de wereld

In voetbal noemt men dat opportunisme. En dat is wel degelijk een kwaliteit. Uit dat gevoel voor anticipatie volgen vaak doelpunten, op hun beurt weer gevolgd door uitingen van vreugde. En van opluchting, want dát betekent elke gemaakte goal voor aanvallers die beoordeeld worden op basis van hun cijfers. Waar talent altijd een weinig exact begrip is, onderhevig aan subjectieve analyse, vormen de statistieken van een aanvaller wel vaak een onweerlegbaar bewijs van hun waarde. Jérémy Perbet: 'In het begin waande ik me de koning van de wereld wanneer ik scoorde. Ik dacht dat ik de beste was, dat ik het allemaal wel wist. Gelukkig heb ik dat met de tijd weten te relativeren. Het dient nergens toe om na elk doelpunt met je hoofd in de wolken te lopen, want dat haalt je nog verder neer wanneer je géén openingen meer weet te vinden. En we weten dat er hoe dan ook een zekere mate van geluk komt bij kijken. Het is duidelijk dat niet alles alleen van ons afhangt.'

Ik weet niet of ik hetzelfde als wat ik destijds deed in de huidige context nog zou kunnen overdoen.'

Jan Koller

Een knie die op de juiste plaats blijft hangen, een gekraakt schot dat toch in doel verdwijnt, of net andersom, een doelman in staat van genade: de grillen van het lot bepalen vaak het uitzicht van een carrière. Want een aanvaller die scoort hoewel hij slecht speelt, zal nooit bekritiseerd worden, de eerste acht maanden van Lukasz Teodorczyk bij Sporting Anderlecht bewijzen dat. Het omgekeerde is veel minder het geval. Het volstaat nochtans om de top tien van meest efficiënte doelschutters in onze competitie te bekijken ( zie kader) om te beseffen hoe weinig vernieuwing er is onder die begenadigde aanvallers. 'Dat is logisch. Een goalgetter is bijna onvindbaar', vertelt Jestrovic, dit keer met het petje van spelersmakelaar op. 'Het is dus niet zo verwonderlijk dat Perbet, Harbaoui of Vossen er nog altijd staan. Goalgetters zijn zo zeldzaam dat je het snel weet wanneer je een parel aantreft. Dat overkwam mij bijvoorbeeld met Aleksandar Mitrovic toen ik die op zijn veertiende voor het eerst aan het werk zag bij Partizan. Hij had die uitzonderlijke présence in de zestien meter, die bijzondere intelligentie. Ik wist dat ik een toekomstige topper gevonden had.'

'Op zijn veertiende zag je al dat Aleksandar Mitrovic een parel was', aldus Nenad Jestrovic., BELGAIMAGE
'Op zijn veertiende zag je al dat Aleksandar Mitrovic een parel was', aldus Nenad Jestrovic. © BELGAIMAGE

Negen jaar later geeft Mitrovic zijn mentor nog altijd gelijk. Hij was vorig seizoen een belangrijke factor in de terugkeer van Fulham naar het hoogste niveau. 'Natuurlijk zijn er aanvallers die het in de loop van een seizoen wel eens laten afweten, maar een echte goalgetter stopt nooit, want dat is in de eerste plaats een werkbeest', bevestigt Ole-Martin Aarst. Op zijn 33e - in december wordt hij 34 - weet Jérémy Perbet, na Vossen de meest productieve van de nog actieve spelers, waar men het over heeft als men spreekt van duurzaamheid. 'Eerlijk gezegd, ik heb altijd gescoord en ik denk dat ik altijd zal scoren. Op welk niveau dan ook. Ik heb in La Liga gescoord en ik zal waarschijnlijk ook nog doelpunten maken als ik op mijn 40e bij de amateurs speel. Natuurlijk heb ik zoals iedereen schrik om ouder te worden, zeker op mijn leeftijd. Maar scoren... dat is geen passie, dat is een gave.' En Perbet heeft recht van spreken.

JÉRÉMY PERBET, BELGAIMAGE
JÉRÉMY PERBET © BELGAIMAGE

Top 15

De beste vijftien nog actieve doelschutters in onze competitie, gerangschikt volgens efficiëntie (gemaakte goals gedeeld door het aantal gespeelde minuten).

1. JÉRÉMY PERBET (33 jaar, Charleroi): 189 goals in 435 wedstrijden in zijn hele carrière. 98 goals en 211 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 134 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

ORLANDO SÁ, BELGAIMAGE
ORLANDO SÁ © BELGAIMAGE

2. ORLANDO SÁ (30 jaar, Standard): 84 goals in 252 wedstrijden in zijn hele carrière. 27 goals in 52 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 138 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

NIKOLAOS KARELIS, BELGAIMAGE
NIKOLAOS KARELIS © BELGAIMAGE

3. NIKOLAOS KARELIS (26 jaar, Genk): 70 goals in 228 wedstrijden in zijn hele carrière. 23 goals in 56 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 140 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

LUKASZ TEODORCZYK, BELGAIMAGE
LUKASZ TEODORCZYK © BELGAIMAGE

4. LUKASZ TEODORCZYK (27 jaar, Anderlecht): 99 goals in 225 wedstrijden in zijn hele carrière. 97 goals in 198 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 149 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

HAMDI HARBAOUI, BELGAIMAGE
HAMDI HARBAOUI © BELGAIMAGE

5. HAMDI HARBAOUI (33 jaar, Zulte Waregem): 145 goals en 275 wedstrijden in zijn hele carrière. 86 goals in 178 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 158 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

LAANDRY DIMATA, BELGAIMAGE
LAANDRY DIMATA © BELGAIMAGE

6. LAANDRY DIMATA (20 jaar, Anderlecht): 17 goals in 60 wedstrijden in zijn hele carrière. 15 goals in 32 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 159 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

IVAN SANTINI, BELGAIMAGE
IVAN SANTINI © BELGAIMAGE

7. IVAN SANTINI (29 jaar, Anderlecht): 118 goals in 315 wedstrijden in zijn hele carrière. 48 goals in 99 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 161 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

ABDOULAY DIABY, BELGAIMAGE
ABDOULAY DIABY © BELGAIMAGE

8. ABDOULAY DIABY (27 jaar, Club Brugge): 70 goals en 225 wedstrijden in zijn hele carrière. 44 goals in 108 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 161 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

ISAAC KIESE THELIN, BELGAIMAGE
ISAAC KIESE THELIN © BELGAIMAGE

9. ISAAC KIESE THELIN (26 jaar, Anderlecht): 47 goals in 190 wedstrijden in zijn hele carrière. 20 goals in 51 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 165 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

JELLE VOSSEN, BELGAIMAGE
JELLE VOSSEN © BELGAIMAGE

10. JELLE VOSSEN (29 jaar, Club Brugge): 168 goals in 440 wedstrijden in zijn hele carrière. 123 goals in 310 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 166 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

KAVEH REZAEI, BELGAIMAGE
KAVEH REZAEI © BELGAIMAGE

11. KAVEH REZAEI (26 jaar, Charleroi): 57 goals in 197 wedstrijden in zijn hele carrière. 18 goals on 41 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 180 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

WESLEY MORAES, BELGAIMAGE
WESLEY MORAES © BELGAIMAGE

12. WESLEY MORAES (21 jaar, Club Brugge): 32 goals in 106 wedstrijden in zijn hele carrière. 21 goals in 70 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 181 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

RENAUD EMOND, BELGAIMAGE
RENAUD EMOND © BELGAIMAGE

13. RENAUD EMOND (26 jaar, Standard): 40 goals in 138 wedstrijden in zijn hele carrière. 34 goals in 121 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 197 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE)

MBWANA SAMATTA, BELGAIMAGE
MBWANA SAMATTA © BELGAIMAGE

14. MBWANA SAMATTA (25 jaar, Genk): 54 goals in 156 wedstrijden in zijn hele carrière. 27 goals in 87 wedstrijden in de Belgische competitie. = 1 DOELPUNT OM DE 197 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

TOM DE SUTTER, BELGAIMAGE
TOM DE SUTTER © BELGAIMAGE

15. TOM DE SUTTER (33 jaar, Lokeren): 119 goals in 397 wedstrijden in zijn hele carrière. 91 goals in 308 wedstrijden in de Belgische competitie = 1 DOELPUNT OM DE 203 MINUTEN IN DE PRO LEAGUE

'Ik hield wel van de smaak van witloof'

Filippo Inzaghi, topschutter van Juventus, AC Milan en de nationale ploeg van Italië, had een grappig ritueel voor de wedstrijd. Hij had de gewoonte om kinderkoekjes te snoepen, maar hij liet er altijd twee in de verpakking zitten. Jelle Vossen placht een tijdje drie witloofblaadjes te verorberen voor hij het veld op ging. Gary Lineker 'spaarde' zijn beste schoten op voor tijdens de match en trapte tijdens de opwarming niet op doel. Op welk niveau ook, de beste spitsen ter wereld zijn altijd al erg inventief geweest als het erop aankwam hun slaagkansen voor doel te verhogen. Goed gevonden of ronduit belachelijk, elk van die gewoontes heeft mee de legende van de grootste goalgetters helpen creëren.

Bij Ajax gaf Johan Cruijff een por in de buik van doelman Gert Bals voor elke wedstrijd en hij deed zijn uiterste best om voor de aftrap zijn kauwgum op de helft van de tegenstander te spuwen. Nog vermakelijker was Cruijffs maatje Gerrie Mühren, die tijdens Europacupwedstrijden absoluut de onderbroek van zijn ploeggenoot Sjaak Swart wilde dragen.

'Ik verzeker je: dat doe ik tegenwoordig niet meer', probeert Jelle Vossen zich vrij te pleiten van die passie voor witloof die ontstond in het seizoen 2010/11. 'De dag voor de wedstrijd had ik bij mijn ouders witloof gegeten. Het is stom, maar doordat ik de dag erop twee goals maakte, dacht ik dat ik maar evengoed al mijn kansen kon benutten en dus zo verder doen.' Vossen zou 18 keer scoren in zijn eerste 14 wedstrijden bij Genk en tevens de spits van de Rode Duivels worden. Daarna maakte hij een einde aan die gewoonte. 'Ik hield wel van de smaak van witloof maar ik besefte dat ik zo niet door kon gaan, dus ben ik ermee gestopt.' Heeft hij ook afgerekend met alle vormen van bijgeloof? 'Toch bijna. Ondanks alles warmde ik me tegen Standard op aan de linkerkant en ik scoorde niet. Tegen Eupen warmde ik me aan de rechterkant op en maakte drie goals. Dus je ziet het al gebeuren dat ik me de komende weken weer aan de rechterkant ga opwarmen.' Dat is natuurlijk alleen maar een kwestie van gezond verstand.

Jelle Vossen in 2010, toen hij nog een bijzonder ritueel had., BELGAIMAGE
Jelle Vossen in 2010, toen hij nog een bijzonder ritueel had. © BELGAIMAGE
De tijd schijnt geen vat te hebben op hun talent. Seizoen na seizoen en club na club blijven ze de doelpunten opstapelen. Zoals een hongerige die nooit verzadigd geraakt vieren ze feest om elke lekkere brok. Zo schreeuwen ze hun trots uit en hun vreugde, die alleen maar veroorzaakt kan worden door het gevoel van een perfect uitgevoerde taak. De blijdschap van de doelschutter is al duizend keer beschreven, er werd vaak een karikatuur van gemaakt, maar ze blijft ongeëvenaard: waarschijnlijk is het de meest pure emotie in een sport vol tactische schema's die op zich nooit de eenvoudige vreugde kunnen evenaren van dergelijke momenten die hen alleen toebehoren. Zij zijn wat men 'koele killers' noemt. Ook al is hun soort met uitsterven bedreigd, de Pro League heeft niettemin nog enkele mooie exemplaren weten te bewaren. De voorbije tien jaar waren dat vaak dezelfden. Om zich daarvan te vergewissen hoeft men maar te kijken naar het opgaan van het doek bij het begin van de competitie. Het lijkt sterk op een déjà vu. Met in de hoofdrol: opvallende transfers van vertrouwde gezichten en seriekillers met de stiptheid van een Zwitsers uurwerk. Hamdi Harbaoui, Ivan Santini en Jelle Vossen openden hun doelpuntenrekening op de eerste dag van de nieuwe competitie. Drie usual suspects, waar zich enkele nieuwelingen aan toevoegden, van wie het cv dat van de anderen de komende jaren zou kunnen evenaren of zelfs overtreffen: van Laandry Dimata over Renaud Emond tot Wesley Moraes. Allemaal goalgetters met meerdere kwaliteiten en met legendarische statistieken ( zie kader), maar allen begiftigd met die zeldzame capaciteit die van een middelmatige speler een meesterwerk maakt. Jérémy Perbet, de beste doelschutter in de Belgische competitie in de seizoenen 2011/12 en 2015/16, die dit seizoen zijn derde comeback bij Charleroi viert, beantwoordt prima aan het beeld van die rasschutters wier voornaamste kwaliteit toch vaak is: op het juiste moment op de juiste plaats staan. 'Nochtans, ons reduceren tot echte goaltjesdieven... Ik vind dat niet meer van deze tijd', zegt de Fransman meteen. 'De positie is niet meer dezelfde als bij mijn debuut. Kijk naar de grote clubs, die hebben geen Pippo Inzaghi meer, dat is voorbij. Dat had ik al door toen ik bij Villarreal speelde. In 2018 is een puntaanvaller vooral een man geworden die ruimte kan creëren voor zijn ploegmaats.' Een visie die van Olivier Giroud - wereldkampioen met Frankrijk deze zomer, maar wel onmondig gebleven in Rusland - het perfecte prototype maakt van deze tijd. 'Ja, dat is zo wel een beetje', beaamt Jan Koller, die rond de eeuwwisseling meer dan eens de weg naar de netten vond in het shirt van Lokeren (1996-1999) en van Anderlecht (1999-2001). 'De rol van de aanvallers is geëvolueerd. Echte goalgetters worden zeldzamer. Ik weet niet of ik hetzelfde als wat ik destijds deed in de huidige context nog zou kunnen overdoen. Bij Lokeren speelde de ploeg in functie van mij en bij Anderlecht hadden we een formidabele ploeg en heel veel vertrouwen in elkaar. Ik denk dat het voetbal complexer is geworden sinds ik gestopt ben.' De Tsjechische reus is te bescheiden. Nochtans: van Lokeren en Anderlecht, via Borussia Dortmund, AS Monaco en Samara tot bij AS Cannes zaaide hij met zijn dubbele meter overal paniek. Het bewijs dat een goalgetter eerst en vooral afhankelijk is van zijn eigen feeling. De ploegmaats doen er dan niet zoveel toe. 'Het staat wel als een paal boven water dat het voor een stuk aangeboren is', redeneert Jelle Vossen, de beste nog actieve doelschutter in onze competitie. 'Niet alle voetballers duiken met evenveel vertrouwen en gevoel in de zestien meter op. Sommigen panikeren, anderen niet. Zo gaat dat. Wat niet wil zeggen dat je er niet kunt aan werken. Het is bijvoorbeeld van groot belang om tijdens een wedstrijd flashbacksituaties te creëren. Déjà vus die je krijgt door het vele werk dat je geleverd hebt. Op hoge ballen en ballen in één tijd kan dat helpen om de kansen af te werken. Maar je positionering in de rechthoek... ik denk echt dat dat voor een stuk aangeboren is.' Ole-Martin Aarst, de laatste man die de grens van de 30 doelpunten in de Pro League wist te bereiken (in 2000, samen met Toni Brogno), is niet helemaal overtuigd van dat instinctieve karakter. Hij weet nog: 'Ik was niet de meest getalenteerde speler van mijn generatie, maar ik scoorde veel in België omdat de afspraken met mijn ploegmaats goed en duidelijk waren. Zij wisten waar ze me konden vinden om te scoren. Dat was bijna wiskunde tussen ons. Dat maakt dat ik bijvoorbeeld veel goals gemaakt heb aan de tweede paal.' Minder glamour, meer berekening: de Noorse impressie die Aarst geeft, komt er niet per 'toeval'. Dat is trouwens een taboewoord wanneer men het heeft over het succes van goalgetters. 'Hoe kun je nu spreken van toeval?', verdedigt Nenad Jestrovic zich. Hij was topschutter van de Belgische competitie in 2005. 'Toeval bestaat niet. Je kunt natuurlijk geluk hebben met een afgeweken schot of zo, maar als je ze elke week binnen het kader trapt, dan betekent dat dat je iets meer hebt dan de anderen. Het bewijs is dat voor elke match met Anderlecht Pär Zetterberg, Mbo Mpenza en zelfs Aruna Dindane me kwamen vragen hoeveel goals ik die dag zou maken. Gewoon omdat ik op een dag eens de slimmerik wou spelen en zei dat ik drie doelpunten zou maken. En dat deed ik toen ook! Dat is niet zozeer een kwestie van ego maar van zelfvertrouwen - dat heb je ook nodig wanneer de verantwoordelijkheid voor een hele ploeg op je schouders rust. Als je dat niet hebt, kun je niet weerstaan aan de druk. Wanneer ik twee wedstrijden na elkaar niet scoorde, noemde men mij niet meer Jestrogoal maar Jestrovic. Hoe denk je dat ik daarmee omging?' Het is een harde wet: de terugkeer in de anonimiteit voor de gladiatoren van de rechthoek, voor wie de superlatieven altijd verder weg zijn dan de verguizingen. 'Een beetje zoals een doelman. Wij hebben ook een speciale rol in de ploeg. Maar persoonlijk heb ik me nooit gefocust op mijn statistieken, ook al is dat waarom ze me betalen', tempert Hamdi Harbaoui, de titelhoudende Gouden Stier. 'Integendeel, ik ben nu ruim 33 jaar en ik scoor al 15 jaar op het hoogste niveau. Dat zal van mij nooit de beste speler van de ploeg maken, maar het wil wel zeggen dat ik een talent heb: ik kan het werk van anderen laten renderen.' In voetbal noemt men dat opportunisme. En dat is wel degelijk een kwaliteit. Uit dat gevoel voor anticipatie volgen vaak doelpunten, op hun beurt weer gevolgd door uitingen van vreugde. En van opluchting, want dát betekent elke gemaakte goal voor aanvallers die beoordeeld worden op basis van hun cijfers. Waar talent altijd een weinig exact begrip is, onderhevig aan subjectieve analyse, vormen de statistieken van een aanvaller wel vaak een onweerlegbaar bewijs van hun waarde. Jérémy Perbet: 'In het begin waande ik me de koning van de wereld wanneer ik scoorde. Ik dacht dat ik de beste was, dat ik het allemaal wel wist. Gelukkig heb ik dat met de tijd weten te relativeren. Het dient nergens toe om na elk doelpunt met je hoofd in de wolken te lopen, want dat haalt je nog verder neer wanneer je géén openingen meer weet te vinden. En we weten dat er hoe dan ook een zekere mate van geluk komt bij kijken. Het is duidelijk dat niet alles alleen van ons afhangt.' Een knie die op de juiste plaats blijft hangen, een gekraakt schot dat toch in doel verdwijnt, of net andersom, een doelman in staat van genade: de grillen van het lot bepalen vaak het uitzicht van een carrière. Want een aanvaller die scoort hoewel hij slecht speelt, zal nooit bekritiseerd worden, de eerste acht maanden van Lukasz Teodorczyk bij Sporting Anderlecht bewijzen dat. Het omgekeerde is veel minder het geval. Het volstaat nochtans om de top tien van meest efficiënte doelschutters in onze competitie te bekijken ( zie kader) om te beseffen hoe weinig vernieuwing er is onder die begenadigde aanvallers. 'Dat is logisch. Een goalgetter is bijna onvindbaar', vertelt Jestrovic, dit keer met het petje van spelersmakelaar op. 'Het is dus niet zo verwonderlijk dat Perbet, Harbaoui of Vossen er nog altijd staan. Goalgetters zijn zo zeldzaam dat je het snel weet wanneer je een parel aantreft. Dat overkwam mij bijvoorbeeld met Aleksandar Mitrovic toen ik die op zijn veertiende voor het eerst aan het werk zag bij Partizan. Hij had die uitzonderlijke présence in de zestien meter, die bijzondere intelligentie. Ik wist dat ik een toekomstige topper gevonden had.' Negen jaar later geeft Mitrovic zijn mentor nog altijd gelijk. Hij was vorig seizoen een belangrijke factor in de terugkeer van Fulham naar het hoogste niveau. 'Natuurlijk zijn er aanvallers die het in de loop van een seizoen wel eens laten afweten, maar een echte goalgetter stopt nooit, want dat is in de eerste plaats een werkbeest', bevestigt Ole-Martin Aarst. Op zijn 33e - in december wordt hij 34 - weet Jérémy Perbet, na Vossen de meest productieve van de nog actieve spelers, waar men het over heeft als men spreekt van duurzaamheid. 'Eerlijk gezegd, ik heb altijd gescoord en ik denk dat ik altijd zal scoren. Op welk niveau dan ook. Ik heb in La Liga gescoord en ik zal waarschijnlijk ook nog doelpunten maken als ik op mijn 40e bij de amateurs speel. Natuurlijk heb ik zoals iedereen schrik om ouder te worden, zeker op mijn leeftijd. Maar scoren... dat is geen passie, dat is een gave.' En Perbet heeft recht van spreken.