Dit artikel verscheen eerder in april van dit jaar in Sport/Voetbalmagazine
...

Nenad Petrovic: 'Op mijn veertigste heb ik mijn textielbedrijf verkocht. Ik had zin om mijn leven een andere wending te geven. Ik werd voorgesteld aan Didier Frenay en begon voor hem te werken. Frenay is een briljante, sluwe vos. Van alle voetbalmakelaars die ik ontmoet heb, is hij wellicht de slimste. Na een tijdje begon ik te denken: als ik als makelaar voor iemand anders kan werken, dan kan ik dat ook voor mezelf. Op het moment dat ik mijn FIFA-licentie behaalde bij de Belgische voetbalbond, waren er 1200 makelaars in de wereld, 42 in België. De eerste deal die ik wilde sluiten, mislukte. Dat was de transfer van Ali Lukunku van Standard naar Galatasaray. Op het laatste ogenblik kwam een Turkse makelaar op de proppen die met de deal ging lopen. Luciano D'Onofrio lag in conflict met Frenay en hij dacht dat ik door Frenay gestuurd was. Daardoor liep ik die zaak mis. 'Mijn eerste geslaagde transfer was die van Didier Ernst van La Louvière naar Brussels. Op hetzelfde moment haalde ik Christophe Kinet uit Millwall terug naar België, om ook hem bij Brussels onder te brengen. Ik heb altijd een moeilijke relatie gehad met Johan Vermeersch, want hij haatte managers. Hij vond dat we nergens toe dienden en dat er dus geen reden was om ons te betalen. Hij heeft me niet altijd mijn rechtmatige deel gegeven, maar wat me het meest ergerde, was dat hij me telkens in mijn gezicht uitlachte. 'In die periode geraakte ik ook bij Anderlecht binnen via Ivica Mornar, Aleksandar Ilic en Nenad Jestrovic. Ik zag management in een veel ruimere context. Ik regelde niet alleen transfers, maar ik hield me ook bezig met de financiën en de fiscaliteit van mijn spelers. Ik bracht hen in contact met de beste fiscalist van het land. Ik was de eerste die voetballers uit de Belgische competitie voorstelde om zich te domiciliëren in Frankrijk, zodat ze geen 18 procent roerende voorheffing moesten betalen. Bij Moeskroen, bijvoorbeeld, profiteerden Tonci Martic en Mbo Mpenza van dat perfect legaal trucje.' 'Vervolgens sloot ik een overeenkomst met Daniel Striani. We hadden een groot deel van de kern van Mons onder onze hoede, onder wie Cédric Roussel. Na diens volledige ontbolstering bij Mons, hebben we een maand in de clinch gelegen met de mensen van Wolverhampton, die een enorm bedrag op zijn hoofd zetten, en dat voor een speler die ze niet wilden houden. We hebben hem bij Genk kunnen onderbrengen en daarna was er die gekke episode met Kazan. Dirk Degraen en Vincent Mannaert, die samenwerkten, vertelden ons over de interesse van de Russen voor Roussel. Ook een makelaar die de Russische markt kende, een vriend van Degraen, was bij de deal betrokken. Iedereen deed er zijn profijt bij. Roussel kreeg een mooie tekenpremie en bovendien verdiende hij in Rusland evenveel als de bestbetaalde voetballer in België op dat moment. 'Maar hij kon niet aarden in Rusland en wilde al snel terugkeren. Luciano D'Onofrio contacteerde me meteen: 'Ik wil hem, maar ik geef dat bedrag en geen eurocent meer.' Daarop heb ik heel Europa rondgereisd om met de mensen van Kazan te onderhandelen. Ik sprak in Parijs af met de sterke man van de club, Koerban Berdyev, die zowel coach als ondervoorzitter was. Hij kwam terug van een scoutingopdracht in Argentinië toen ik hem kon spreken op de luchthaven. Het gesprek duurde vier minuten. Hij zei me: 'Zorg ervoor dat ik het geld terugkrijg dat ik in Roussel investeerde en ik laat hem vertrekken.' Wat later reisde ik naar Cyprus, waar Kazan op stage was. Vier dagen lang probeerde ik Berdyev te pakken te krijgen, maar keer op keer kreeg ik te horen: 'Later.' Uiteindelijk lukte het me toch om hem te spreken. Hij stelde zijn voorwaarden die ik, terug in België, aan D'Onofrio voorlegde. 'D'Onofrio stelde: 'Als ze het zo willen spelen, dan bied ik 200.000 euro minder dan mijn eerste aanbod.' Kazan verbleef ondertussen in Turkije. Daar maakte ik nog eens vijf dagen jacht op Berdyev. Andermaal had hij geen tijd om met mij te praten. Ik werd er gek van. De ochtend van mijn terugvlucht ben ik op hem toegestapt: 'Ik keer terug naar België en Cédric neemt het vliegtuig om aan te sluiten bij de Standardspelers op stage.' Toen sloeg hij plots een andere toon aan: 'Laat ons eerst even rustig gaan zitten.' Ik heb Pierre François gebeld en op twintig minuutjes was de uitleenbeurt aan Standard geregeld. Anderhalf jaar later wilde Standard Roussel niet meer en moest hij terugkeren naar Kazan. Ik ben naar Zwitserland gereisd om Berdyev te spreken: 'Doe ermee wat je wil, maar ik neem Roussel niet terug', kreeg ik te horen. Voor een zacht prijsje heb ik hem aan Zulte Waregem verkocht.' 'Het verbaast je misschien, maar ik heb me geamuseerd met die toestand in Rusland. Omdat ik bovendien mijn buik vol had van wat er in België gebeurde, ben ik me beginnen richten op de groeimarkten. Met mijn zakenpartner Ghassan heb ik gewerkt voor Georges Leekens en Erik Gerets bij hun overgang naar Al-Hilal. Ik heb Michel Preud'homme voorgesteld bij Al Shabab en ik heb de deal gesloten van de Servische trainer Milovan Rajevac, kwartfinalist met Ghana op het WK 2010, met Al Ahli. Hoe langer hoe meer begon ik te werken in Qatar. Ik raakte er bevriend met bondscoach Bruno Metsu. Een week voor hij ontslagen werd, kreeg hij er nog een Ferrari van de prins. Zijn ontslagpremie stond gelijk met twee jaar salaris. Hij werd clubtrainer in Qatar en kreeg hetzelfde contract als bij de federatie. Ik stelde Rajevac voor als nieuwe bondscoach en ze volgden me daarin. Het is moeilijk om aanvaard te worden in Qatar, maar als je daarin slaagt, dan ken je snel iedereen. 'Ik zag er heel wat mogelijkheden, heel wat voetbalprojecten en stelde D'Onofrio voor om eens mee te gaan. Ik was ervan overtuigd dat hij daar goede zaken zou doen, maar hij stelde het altijd maar uit. Ik begreep daaruit dat hij niet echt geïnteresseerd was. Het bestuur van Anderlecht toonde wel belangstelling. Ik organiseerde een reis voor Herman Van Holsbeeck, Roger Vanden Stock, Philippe Collin en Johan Beerlandt, de baas van bouwbedrijf Besix. Ze bezochten de Aspire Academy en werden er ontvangen als staatshoofden. De Belgische ambassadeur organiseerde een diner in zijn ambtswoning. 'Ik wist via Rajevac dat Milan Jovanovic in Qatar verbleef om zich te laten verzorgen door dokter Popovic. Liverpool had hem de toelating gegeven om een minitrip naar ginds te maken om zijn knie te laten onderzoeken. Ik zorgde ervoor dat we met zijn allen samen iets gingen eten. De bestuurders van Anderlecht waren dolenthousiast, want ze wilden Jovanovic heel graag naar Brussel halen, hoewel ze dachten dat dat onmogelijk was. Ik bracht mijn contactpersonen bij Liverpool op de hoogte van de interesse van Anderlecht. Dankzij dat etentje in Qatar kwam Jovanovic bij Anderlecht terecht, maar ik sloot de deal niet. Die werd geregeld door Dejan Veljkovic en Laurent Denis, die gemandateerd waren door Anderlecht. Een kleine vriendenmoord... 'Anderlecht had me weliswaar niets beloofd, maar als je al de voorbereidingen treft, dan spreekt dat toch voor zich. Zeker als je handelt met de zogezegd meest correcte club van België. Jovanovic heeft zijn vriend en makelaar Cvijan Milosevic evenmin geholpen. Voetballers trekken zich daar niets van aan, ze denken alleen aan zichzelf en vooral aan hun portemonnee. Erkenning voor je werk bestaat niet.' 'Op een dag spraken ze me over een reservespeler van Charleroi, Marouane Fellaini. Samen met Daniel Striani ben ik hem gaan bekijken in een wedstrijd in Nederland. De dag nadien ontmoetten we zijn vader, die verbaasd leek. Khalid Karama wilde Fellaini bij een club in de Griekse tweede klasse onderbrengen en ook La Louvière meldde zich. Ik belde Christophe Dessy, directeur van de Académie van Standard. 'Ah, die grote van Charleroi?', antwoordde hij. 'Hij heeft al tegen ons gespeeld. Fysiek oogt hij indrukwekkend, maar ik ben niet overtuigd van zijn voetbalkwaliteiten.' Hij wilde hem toch een test laten doen in een beloftewedstrijd in Bochum. Ik ging ernaartoe met Fellaini's vader. 'Fellaini begon aan de wedstrijd als box-to-boxspeler. Tijdens de rust wilden de mensen van Bochum hem meteen een contract aanbieden. Dat kon ik niet maken, D'Onofrio zou me dat zwaar hebben aangewreven. Na de rust schoven ze Fellaini achteruit. Hij stond centraal in de verdediging en speelde erbarmelijk. Ik dacht toen: Standard gaat hem niet nemen en Bochum evenmin. Ik ben voor niets naar hier gekomen, maar dat is het leven van een spelersmakelaar. Maar Dessy zei me: 'Ik heb net Preud'homme aan de lijn gehad, we laten hem morgen tekenen.' 'De voetbalkwaliteiten die hij nog miste, werden bijgeschaafd bij de reserven, waarna we hem zijn eerste profcontract lieten tekenen. De vader van Fellaini belde me woedend op: 'Wat voor boulot de merde hebben jullie gedaan. Door zijn contract ontvangen wij geen uitkering meer. We verliezen er geld door.' Dat was een manier om Daniel Striani en mij aan de deur te zetten. Fellaini kwam bij Christophe Henrotay terecht, die op zijn beurt ontslagen werd bij Fellaini's transfer naar Everton. Hij kreeg een koekje van eigen deeg. 'Fellaini en zijn entourage zijn er zich nooit van bewust geweest dat wij aan de basis lagen van zijn profcarrière, maar ik herhaal: als je in dit vak ook maar de minste erkenning verwacht, dan raak je snel gedesillusioneerd. Ik ken heel weinig uitzonderingen. Vincent Kompany is Jacques Lichtenstein altijd trouw gebleven en Kevin De Bruyne heeft Patrick De Koster nooit laten vallen. Als ik een makelaar zou moeten kiezen voor mijn zoon, dan zou ik trouwens ook gaan voor een van die twee. Op een ander niveau heb je nog Frenay. Als je naar Duitsland wil, neem hem dan onder de arm.' 'Als je je hebt laten naaien nadat je goed werk geleverd hebt, dan voel je de degout opkomen. Het dossier van een Franse speler was voor mij de druppel die de emmer deed overlopen. Na mijn deals in de Golfstaten richtte ik mij voor een Engels makelaarsbureau op de Belgische en Franse markt. Op een bepaald moment kreeg ik een tip over een speler van Tours in de Ligue 2, Andy Delort. Ik ging hem bekijken en dacht: niet slecht. Jean-Luc Ettori, oud-doelman van onder meer Monaco, was bij Tours raadgever van voorzitter Jean-Marc Etorri, overigens geen familie van elkaar. Ik werd voorgesteld aan Jean-Marc Ettori, een echte Corsicaan, een amusante kerel maar ook een razende gek. Je zou hem kunnen vergelijken met Christian Constantin, de voorzitter van Sion, of met Abbas Bayat. Dat zijn mannen die de pers aanvallen, de hele wereld aanvallen zelfs, en die leven van conflicten. 'Toen ik Ettori vertelde dat Delort me interesseerde, reageerde hij: 'Dat zal moeilijk worden, want hij heeft al twee makelaars en beschikt met Roger Henrotay nog over een extra raadgever.' Ik had voor Delort een ploeg gevonden in Engeland: Brentford, eigendom van Matthew Benham, een miljardair die ook een gokbedrijf en het Deense FC Midtjylland bezit. Hij is een geniale kerel die een fortuin investeert in zijn voetbalclubs. Delort was net topscorer geworden in de Ligue 2 en we kwamen snel tot een akkoord met Benham: iets meer dan vier miljoen euro voor de transfer en de clubeigenaar ging ook het engagement aan om elk seizoen twee jongeren van Tours over te nemen, en dat voor een periode van vijf jaar. Hij zou daarvoor per speler 400.000 euro neertellen. Hij ging vijf jaar lang het operationeel verlies van Tours dekken. 'In een hotel in Parijs kwamen we tot een akkoord en daarna hebben we elkaar teruggezien in Londen om de zaak te beklinken. Daar zag ik Roger Henrotay ten tonele verschijnen aan de zijde van Delort en een kerel die Delort overal volgde, zelfs toen hij naar het toilet moest. De bedoeling was om zo weinig mogelijk contact te hebben met ons. Benham had een tafeltje gereserveerd in een sterrenrestaurant en hij had een koninklijke suite geboekt voor Delort. Tijdens het eten bestelde hij maar liefst acht flessen Chassagne-Montrachet van 200 euro. 'De volgende dag spraken we opnieuw af om de details af te ronden. Tussen de clubs was alles in kannen en kruiken. De samenwerking tussen de jeugdacademies stond ook op papier. Alleen moest de club nog tot een akkoord komen met de speler. Dat was de taak van Henrotay. Toen alles rond was, tikte de sportief directeur van Brentford me op de hand: ' Good deal, man, good job.' En toen werd het surrealistisch. Jean-Luc Ettori belde zijn voorzitter met de melding dat de transfer gesloten was, toen Henrotay plots rechtstond, gevolgd door Delort. 'Waar ga je heen?', vroeg Ettori. 'We hebben geen akkoord over alles, dus hebben we nergens een akkoord over', antwoordde Henrotay. Samen met Delort sprong hij in een taxi en weg waren ze. 'Benham was stomverbaasd: 'Ken jij die kerel? Dat heb ik nog nooit meegemaakt.' Benham had voorgesteld om Henrotays commissie in één keer te betalen, een zeldzaam gegeven en een droom voor een makelaar. Die commissie bedroeg 350.000 euro. Henrotay zei daarop: '500.000 of we vertrekken.' Ze zijn dan gaan onderhandelen met Charlton. Tussen Jean-Marc Ettori en Roland Duchâtelet, die had geprobeerd om Tours te kopen, zat het er bovenarms op. Door Delort mee te nemen naar Charlton hoopte Henrotay weer in de gratie te raken van de eigenaar van Charlton. Maar Ettori wilde daar niet van horen: 'Ik zal Delort nooit verkopen aan Duchâtelet, dat bestaat niet.' 'Henrotay stalde Delort uiteindelijk op de laatste dag van de mercato bij Wigan. Die jongen kwam daar nauwelijks aan spelen toe en ik heb ervoor gezorgd dat hij naar Tours kon terugkeren. Maar aan zijn transfer naar Engeland heb ik geen euro verdiend, hoewel ik er vier maanden aan gewerkt had. Toen heb ik tegen mezelf gezegd: het is genoeg geweest. Ik kon die job niet langer uitoefenen. Het is een wereldje waarin de enige regel is, dat er geen regels zijn.'