L andry Dimata is geblesseerd. Obbi Oulare is niet in vorm. Zo komt het dat Aaron Leya Iseka in Emilia-Romagna is neergestreken als titularis in de spits van de Belgische U21 van Johan Walem. 'Kleine broer' heeft heel veel zin om de mindere ervaringen bij zijn vorige clubs eens uit de doeken te doen. Hier komt hij.
...

L andry Dimata is geblesseerd. Obbi Oulare is niet in vorm. Zo komt het dat Aaron Leya Iseka in Emilia-Romagna is neergestreken als titularis in de spits van de Belgische U21 van Johan Walem. 'Kleine broer' heeft heel veel zin om de mindere ervaringen bij zijn vorige clubs eens uit de doeken te doen. Hier komt hij. Was het voor jou vanzelfsprekend om voor België te kiezen? Je werd ook opgeroepen door de Congolese voetbalbond. AARON LEYA ISEKA: 'Mijn ouders zijn Congolees, oké, maar ik ben nog nooit in dat land geweest, en Michy ook niet. Niet dat we onze afkomst verloochenen, we hebben een band met Congo, maar we zijn geboren in België, we hebben hier altijd gevoetbald. Thuis aten we Afrikaans en spraken we Lingala, maar onze cultuur is in de eerste plaats de Belgische. Van de ene op de andere dag naar Afrika vertrekken, alleen maar om het voetbal, dat leek me nogal moeilijk, daar zou niets natuurlijks aan geweest zijn. Bovendien contacteerde de Belgische bond ons eerst, wat de zaken nog iets eenvoudiger maakte.' Je moeder vertelde me dat ze nooit geprobeerd heeft om jullie onder te dompelen in de Afrikaanse mentaliteit. LEYA ISEKA: 'Mijn vrienden komen uit alle hoeken van de wereld, maar ik heb een Europese opvoeding gekregen. Ik kreeg berichtjes van Congolezen die me verwijten dat ik niet voor hun nationale ploeg speel, maar ik leg hen uit dat het geen weigering is, maar gewoon een logische keuze. Spelen in een Belgisch truitje, dat is een natuurlijk vervolg van mijn parcours. Het verhindert mij niet om ook Congolees te zijn. Om daar ook trots op te zijn.' Je speelde een heel degelijk seizoen bij Toulouse: je stond goed dertig matchen op het veld, scoorde ook enkele keren. Tevreden? LEYA ISEKA: 'Heel eerlijk: ik had beter verwacht. Dat is ook de mening van de coach, Alain Casanova. Toen we op het einde van het seizoen met elkaar spraken, kwamen we tot dezelfde conclusie. Het was een seizoen dat me eraan herinnerde dat de Ligue 1 geen simpele competitie is. Zelf had ik op beter gehoopt, en iedereen binnen de club had een andere plaats in gedachten dan de zestiende. De lat lag hoger dan dat. We hebben onszelf een beetje in nesten gewerkt. Na een goede seizoenstart waren er een paar blunders, geblesseerden, geschorsten, gasten die niet in vorm waren... Het team geraakte in een dip, de dynamiek stokte en we zijn er nooit in geslaagd om de machine opnieuw in gang te trekken. Beetje bij beetje zakten we weg in het klassement, we konden het tij niet keren.' Waarom heb je ervoor gekozen om terug te keren naar de Ligue 1, na je mindere ervaring in Marseille? LEYA ISEKA: 'Het project van Toulouse stond me aan, met een coach die ervan houdt om voetbal te spelen. Voor ik toezegde, heb ik er met mijn broer over gepraat, en hij vertelde me dat je overal terecht kunt als je uit de Ligue 1 komt. Het is een competitie waar jongeren zich kunnen tonen. De Ligue 1 is perfect voor mijn ontwikkeling: viriel, atletisch, technisch, snel. Kortom: erg compleet. De ideale voorbereiding op bijvoorbeeld de Premier League.' Neem je nu bij Toulouse wraak op Marseille? LEYA ISEKA: 'Ik heb een revanchistisch kantje, maar niet ten opzichte van Marseille. Eerder ten opzichte van mezelf, ten opzichte van wat ik niet heb kunnen verwezenlijken tijdens mijn seizoen daar. Als ik er vandaag op terugkijk, besef ik dat ik niet klaar was om naar een club als Olympique Marseille te gaan. Ik zag het te groots. Ik tekende daar nadat ik een volledig seizoen aan de kant stond wegens een kruisbandoperatie: negen maanden revalidatie, en dan nog eens drie maanden om op niveau te komen. Maar het was nog te weinig, qua niveau. Ik voelde hoe ik onder de lat doorging, razend werd ik daarvan. Dan zei ik tegen mezelf: hoe is het mogelijk dat je zo slecht bent? Ik was waardeloos en ik wist het. Toen ik met Toulouse scoorde tegen Marseille, was er ook een journalist die me vroeg of dit nu mijn wraak was. Hem heb ik hetzelfde uitgelegd: ik moest wraak nemen op mijn gebrek aan prestaties bij Olympique, niet op de club zelf. Ik kan niemand daar iets verwijten.' Nochtans begon het seizoen er niet slecht voor jou, maar plots was je compleet verdwenen. LEYA ISEKA: ' Franck Passi werd ontslagen, dat hielp natuurlijk niet. Maar echt, ze hadden geen enkele reden om me te laten spelen. Hun beslissingen waren juist. Rudi Garcia verving Passi, hij praatte met me, legde steeds uit wat ik moest doen om terug te komen, ik vond hem heel correct in zijn keuzes. Garcia heeft me als voetballer doen groeien zonder dat ik op het veld stond. Toen we met Toulouse tegen Marseille speelden, ben ik hem nog gaan bedanken.' Vreemd dat een club als Marseille je haalt nadat je een jaar niet speelde. Heb je dat te danken aan de succesrijke passage van je broer Michy? LEYA ISEKA: 'Passi had me zien spelen in de Youth League, het seizoen voor mijn blessure. En ik veronderstel dat het feit dat ik de broer van Michy was niet in mijn nadeel gepleit heeft. Langs mijn kant was het een kans die ik niet kon weigeren. Als Marseille komt, wat doe je dan? Zeg je neen? Anderlecht wilde me uitlenen, het was een deal die iedereen goed uitkwam, van in het begin.' Toen je in Marseille arriveerde, sprak iedereen je uiteraard meteen aan op je broer Michy? LEYA ISEKA: 'Ja, natuurlijk... Eerlijk gezegd, in het begin was het zwaar. Natuurlijk deed het me plezier om te zien hoe belangrijk mijn broer voor de club was geweest, maar het woog ook. Ze noemden me vaker 'de kleine broer van Michy' dan Aaron, en dat stoorde me wel.' Heb je echt geleden onder de druk bij Marseille, het overdrijven van de supporters? LEYA ISEKA: 'Natuurlijk raken supporters gefrustreerd als de ploeg afgaat in eigen huis, maar daar gingen ze nogal snel in overdrive. Wanneer de zaken goed gaan op het veld, is dat fantastisch, dan heb je zin om voor hen te sterven. Maar vanaf het moment dat het een beetje moeilijk wordt, schakelen ze meteen van wit naar zwart, ze reageren direct. Er waren spelers die schrik hadden.' Vorig jaar kocht Toulouse je, waardoor de band met Anderlecht definitief werd doorgeknipt. Heb je geen spijt dat je daar niet kon doorbreken, nadat je er meer dan tien jaar doorbracht en heel dicht bij de eerste ploeg stond? LEYA ISEKA: 'Zeker. Anderlecht was de club waar ik van hield toen ik klein was, ik had heel graag willen schitteren in paars-wit. Maar die kans heb ik niet gekregen, het is wat het is. Dat is voetbal, dat is het lot. Je kunt de dingen niet altijd forceren. Ik vind het nog steeds heel spijtig dat die band met Anderlecht weg is. Moet ik het René Weiler kwalijk nemen dat hij niet heeft geloofd in mij? Daar ben ik zelfs niet zeker van. Hij slaagde erin om kampioen te worden met Anderlecht, dan heb je goed gewerkt. Ik ben er alleen van overtuigd dat ik op het slechtst denkbare moment op de deur van de eerste ploeg heb geklopt, op een moment dat de staf geen jongeren wilde lanceren. Indien ik het afgelopen seizoen nog op Anderlecht had gespeeld, was het misschien anders gelopen, omdat de filosofie veranderd is. Maar oké, dat is zo in het voetbal, eenmaal je op hoog niveau komt, zijn er transacties. Dan is er geen plaats voor liefde. Ook niet voor medeleven. Het is jammer dat ik zo ben moeten vertrekken, maar ik neem niemand iets kwalijk. Mensen verwijten maken, dat is niet hoe ik de dingen doe.' Uiteindelijk was het Zulte Waregem dat je carrière lanceerde. LEYA ISEKA: 'Ja, dat was de eerste club die me een echte kans gaf om op profniveau te spelen. Na twee jaar waarin ik nauwelijks aan de bak kwam, kon ik daar vertrouwen tanken. Een jaar blessureleed, gevolgd door een jaar waarin ik amper van de bank kwam, dat begon mentaal ingewikkeld te worden. Ik twijfelde aan mezelf, vroeg me af: verdorie, ga ik nog wel carrière maken? Uiteindelijk vond ik mezelf niks meer waard. Het is dankzij Francky Dury en Zulte Waregem dat ik opnieuw Aaron werd.' In ieder geval tot Hamdi Harbaoui arriveerde in januari. Hij nam je plaats een beetje in. LEYA ISEKA: 'Ja, dat was opnieuw een moeilijk moment, een horde die ik moest nemen. Voor de eerste keer had ik echte concurrentie terwijl ik erin geslaagd was om titularis te worden. En Harbaoui heeft me met huid en haar opgegeten, dat moet ik toegeven. Hij begon onmiddellijk te scoren. Harbaoui is een echte goalgetter, ik accepteerde dat ik opnieuw op de bank moest plaatsnemen. Dat zijn moeilijke momenten, maar ze maken je wel beter als je de juiste lessen trekt.' Hoe beleeft een aanvaller een periode waarin hij aan de lopende band scoort? Ook dat is je overkomen bij de jeugd van Anderlecht. LEYA ISEKA: 'Dat is iets wat je moet koesteren, onderhouden. Het is zoals een fonkelend juweel, je moet het elke dag opblinken zodat het zijn glans niet verliest. Als je het één dag vergeet, kan het slecht aflopen. Harbaoui zat in de vorm van zijn leven en hij deed alles wat hij kon opdat het zou blijven duren. Ik zat op de bank, observeerde hem en zei tegen mezelf: hoe doet die gast dat? Ik wist werkelijk niet wat ik moest doen om hem te passeren. Dat kon ik Dury moeilijk kwalijk nemen.' In vier seizoenen speelde je bij vier clubs. Wat nu? Een kleine pauze? LEYA ISEKA: 'Dat is de bedoeling, maar daarmee zeg ik niets nieuws. Ik ken geen spelers die vrijwillig ieder jaar van club veranderen, of zelfs nog vaker. Telkens je wisselt van club, moet je van nul herbeginnen. Een nieuwe mentaliteit, een ander leefklimaat, een onbekende manier van werken, een andere stijl van voetballen, nieuwe vrienden maken... Maar je bent niet altijd meester van je eigen lot.'