Het voetbal in de Koningin der Badsteden had altijd een speciaal karakter. We herinneren ons, voor de fusie, het seizoen dat AS Oostende naar eerste klasse promoveerde. Dat was in 1974 en de Roemeen Norberto Höfling was toen trainer. Een zeer aparte figuur. Höfling, die destijds bij Club Brugge aan de basis lag van het professionalisme en daar tal van heilige huisjes sloopte, trakteerde de journalisten op de persconferentie soms op een whiskey. Hij schonk er ook zichzelf eentje in. Om de ...

Het voetbal in de Koningin der Badsteden had altijd een speciaal karakter. We herinneren ons, voor de fusie, het seizoen dat AS Oostende naar eerste klasse promoveerde. Dat was in 1974 en de Roemeen Norberto Höfling was toen trainer. Een zeer aparte figuur. Höfling, die destijds bij Club Brugge aan de basis lag van het professionalisme en daar tal van heilige huisjes sloopte, trakteerde de journalisten op de persconferentie soms op een whiskey. Hij schonk er ook zichzelf eentje in. Om de stress te verdrijven. Hij wilde soms wel eens verward overkomen, Norberto Höfling. Ooit belden we hem voor een interview. Dat was geen probleem. Waar Höfling dan wel woonde? Hij gaf de straatnaam. En het huisnummer, wilden we weten. 'Momentje,' zei Höffling, 'ik ga even op de brievenbus kijken.' Een paar dagen later praatte hij twee uur lang met gloed over zijn vak. En over KV Oostende dat voetbalde met de ruwheid van de zee, met spelers die iedere week hun mouwen opstroopten. Zoals nu.Hoewel hij zich in Italiaanse maatpakken kleedde, paste hij wel bij KV Oostende, de wat mysterieuze Norberto Höfling. Net zoals zoveel anderen. De flamboyante ex-voorzitter Eddy Vergeylen bijvoorbeeld, een prachtig figuur, met wie je altijd heerlijke interviews maakte. Hij riep dat de club door zijn geografische ligging in zijn doorgroeimogelijkheden beperkt was en dat hij nog nooit een kabeljauw in de tribune had zien zitten. En hij zei lachend dat de meeste inwoners van Oostende om tien uur gaan slapen nadat ze hun gebit in een glas water hebben gelegd. Vergeylen zat ook niet verlegen om een stunt. Hij trok in 1998 Jean-Marie Pfaff aan als trainer en toen dit avontuur mislukte, bleef hij even opgewekt. Vergeylen vertelde de ene grap na de andere, stapte fluitend door het leven en verbaasde zich over de ernst in het voetbalwereldje. Hij zei dat sommige mensen dringend aan hun lachspieren moesten geopereerd worden.Lachen doen ze altijd in Oostende. Ook nu, met Marc Coucke en met Patrick Orlans. Twee Gentenaars aan de kust, twee figuren zonder complexen die vrij en blij in het leven staan. Best mogelijk dat het Europees sprookje niet lang duurt en dat de club er financieel niet beter van wordt, maar de pret zal er niet minder om zijn. Er is een nieuwe stap gezet in de ontwikkeling van de club. En daar moet nu van genoten worden.Jacques Sys, hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine en al ruim 40 jaar in de journalistiek, graaft iedere zaterdag in zijn archief.