Alles mag, krijgt de fotograaf een uur voor het interview mee, behalve foto's in bloot bovenlijf. Ze zijn het bij de uittredende landskampioen wat beu dat hun spelers voor een fotosessie steeds gevraagd wordt het truitje uit te trekken. Niet dat de fotograaf eraan gedacht had, de man is creatiever dan dat, maar het zou wel indruk hebben gemaakt bij een figuur als Wesley Moraes. Een boom van een kerel, één bonk spieren. Naturel, want zwaar fitnessen doet hij niet graag. 'Alleen wat onderhoud, om geen kracht te verliezen.'
...

Alles mag, krijgt de fotograaf een uur voor het interview mee, behalve foto's in bloot bovenlijf. Ze zijn het bij de uittredende landskampioen wat beu dat hun spelers voor een fotosessie steeds gevraagd wordt het truitje uit te trekken. Niet dat de fotograaf eraan gedacht had, de man is creatiever dan dat, maar het zou wel indruk hebben gemaakt bij een figuur als Wesley Moraes. Een boom van een kerel, één bonk spieren. Naturel, want zwaar fitnessen doet hij niet graag. 'Alleen wat onderhoud, om geen kracht te verliezen.' Onderhoud dat Club deze week ook zal moeten doen, want de machine die blauw-zwart tot dusver in de play-offs was, stokte in Genk. Geen olie? Of wat overmoedig geworden na de recente successen tegen Gent, Anderlecht en Standard? Het antwoord maandag op de Bosuil. Twee jaar geleden zat Wesley ook voor ons, toen pas 20. De verrassing van de play-offs, zo omschreven we hem toen, omdat hij drie wedstrijden op rij scoorde. Voor hem leek het logisch, het harde werk vanaf dag een bij zijn aankomst in Brugge begon te lonen. 'Als je amper scoort en je concurrent ( toen Jelle Vossen, nvdr) doet het wel, dan geef je een trainer geen argumenten om te veranderen. Dus moet je blijven wachten op een nieuwe kans. Hard werken. Niet beginnen te twijfelen aan jezelf. Er zijn véél goeie spitsen op de wereld die een tijdje niet scoren.' In die play-offs begon het voor het eerst te lukken. Het seizoen erna opnieuw, met vier goals had hij in de play-offs weer zijn aandeel in de titel. En dit jaar lijkt hij te ontploffen, in de reguliere competitie goed voor tien goals en negen assists, tijdens deze PO1 al goed voor twee goals en een assist. Geconcentreerd op het veld, open en lachend ernaast. Het verlegen kereltje van toen werd een man vol zelfvertrouwen, die met een open blik de wereld tegemoet kijkt. 'Fysiek ben ik top, ' zegt hij, 'elke dag beter zelfs. Ik geniet van de play-offs, zeer leuk dat al die belangrijke wedstrijden elkaar zo snel opvolgen. Je hebt geen tijd om bij de dingen stil te staan. Het is steeds snel weer concentratie naar de volgende wedstrijd. Tegen grote ploegen ben ik altijd goed. ( lacht). Enfin, meestal! Waarom? Concentratie, inzet, de spanning rond die wedstrijden... Ik denk dat mijn seizoen tot dusver niet slecht is geweest, maar ik vind wel dat we ons niveau in de play-offs nog wat hebben opgetrokken.' Welke doelstellingen had jij persoonlijk bij het begin van het seizoen? WESLEY: 'Persoonlijk? Progressie maken, nóg meer aanwezig zijn, het zo goed mogelijk doen. Ik denk dat ik goed ben gestart, maar daarna ging het een tijdje wat minder. Waarom, daar ben ik nog niet achter. In sommige analyses werd verwezen naar de blessures van de flankspelers, maar daar lag het niet aan. Het had met mij te maken, met vormverlies. Daarom ben ik met de trainer gaan praten, om te horen wat hij ervan vond. Blijf hard trainen, zei die, en blijf vertrouwen in jezelf hebben, dan komt het wel terug. Zo gebeurde het. Mijn leerproces is nog niet af. Ik moet proberen altijd top te zijn, altijd aanwezig, altijd belangrijk voor de ploeg. Als het niveau van de ploeg daalt, heeft dat ook altijd een beetje te maken heeft met mijn niveau. Als ik top ben, draait de ploeg goed.' Top in de play-offs, top Europees, maar minder tegen de kleinere ploegen... Ligt dat dan aan concentratieverlies? WESLEY: 'De ene dag Borussia Dortmund, de andere Eupen... Ik ga Eupen niet afkeuren of zo, maar het is anders. Ergens normaal, al moet je dat kwaliteitsverschil proberen zo laag mogelijk te houden. Dat was nu te groot. Een werkpunt voor de toekomst. Het verschil ligt ook in de aanpak van die ploegen. Teams in de play-offs, of Europees, gaan zelf ook hun kans, vallen zelf ook aan. Dan krijg je meer ruimte. Kleinere ploegen stemmen hun aanpak meer op ons af en houden ruimtes klein.' Waarin heb je naar jouw gevoel dit seizoen het meeste progressie gemaakt? WESLEY: 'In het positie kiezen binnen de zestien. Ik heb daar na de training veel aan gewerkt met EdwardStill ( assistent-trainer, nvdr). Daarnaast praatte de trainer heel veel met mij, benadrukte hij dat ik binnen de zestien moest opduiken. Voorin moest blijven. De trainer vraagt me altijd om niet te ver terug te vallen, tenzij op spelhervattingen. Soms vergeet ik dat en zak ik wat dieper terug, ook om eens de bal te voelen als we wat minder dominant zijn, maar dan krijg ik daar altijd opmerkingen over. Die vierde goal tegen Standard, zo wil hij me graag zien voetballen. Als de bal op de flank is, opduiken aan de eerste paal, de verdediger afhouden en scoren.' Je hebt geen klassieke opleiding als veldspeler gekregen, want je voetbalde heel lang in zaal. Is die lacune inmiddels weggewerkt? WESLEY: 'Ja. Ik had ongeveer een jaar nodig om me aan te passen, maar de laatste twee seizoenen ben ik steeds belangrijker geworden voor de ploeg, denk ik. Mijn fysieke kwaliteiten heb ik altijd gehad, daar werk ik hier een beetje aan, maar niet te veel. Anders word ik te veel een stier en dat is ook niet goed. Het verschil is misschien dat ik intelligenter ben op het veld. Ik speel ook meer, waardoor mijn zelfvertrouwen stijgt. Niks belangrijkers dan spelen. Daarnaast schiet ik ook goed op met de anderen. ( lacht) Dennis, Diatta... Het klikt met de jongens aan de buitenkanten. Dat is ons voetbal, de bal gaat altijd naar de flank. En die jongens weten inmiddels dat ze de bal kunnen gooien naar het strafschopgebied, ik ben er toch.' Wat nog beter kan, is je kopspel. WESLEY: 'Klopt. Ik scoor niet te veel met het hoofd. Maar als je ons voetbal goed analyseert, merk je ook dat de bal alleen door de lucht komt op een corner. Voorzetten vanaf de flank komen altijd over de grond. ( lacht) Dan is het moeilijk om met het hoofd te scoren.' De 'nieuwe Romelu Lukaku', zo word je af en toe omschreven. Hou je van die vergelijking? WESLEY: 'Niet direct. Hij schrijft zijn verhaal, ik het mijne. Lukaku is Lukaku, Wesley is Wesley. Maar ik hou wel van zijn voetbal en ergens snap ik de vergelijking. Lukaku gebruikt ook zijn kracht in zijn spel en is snel. En de doelpuntenmaker die hij is, wil ik ook graag zijn.' Pep Guardiola omschrijft zijn City dezer dagen als 'een machine'. Datzelfde zeggen wij van Club Brugge, vooral in eigen huis. Wat maakt een ploeg tot een machine? WESLEY: 'Om te beginnen moet je elf sterke voetballers hebben. Dat is zo bij ons. Vervolgens moet je hen doen spelen met oog voor het geheel. Het ploegbelang voorop. Eén speler wint nooit de wedstrijd. Dat is wat ons zo sterk maakt.' Anders dan vorig jaar is het nu in de play-offs achtervolgen. Zorgt dat voor een ander soort stress? WESLEY: 'Stress vooraf hadden we niet, intussen hebben we allemaal al voldoende ervaring met die play-offs. Het zijn tien finales, waarvan iedereen het belang kent. Wat we niet wilden, is die play-offs van vorig seizoen herbeleven.' Hoe is je relatie met Ivan Leko? WESLEY: 'Uitstekend. Hij is een coach die heel veel met mij praat, voortdurend zegt wat ik moet doen, waar ik moet lopen, wat goed is, wat slecht. Een speler heeft dat nodig. Daar krijg je vertrouwen door.' Hij was wel niet te blij toen je na een lange periode van droogte tegen Oostende een strafschop nam, terwijl Hans Vanaken aangewezen was. WESLEY: ( lacht) 'Mijn kop was eraf gegaan als ik toen had gemist... Maar goed, ik had al drie maanden niet meer gescoord. Toen de scheidsrechter floot, gaf Hans me de bal. Hij ging er gelukkig mooi in, want had ik gemist... ( blaast) De trainer was even boos. Nadien hebben we dat uitgepraat.' Trap je dan met veel zenuwen? WESLEY: 'Met veel zelfvertrouwen! ( lacht) Rustig. Ik zit hier ook heel anders dan twee jaar geleden, neen? Veel minder verlegen, vol zelfvertrouwen. Als je altijd op het veld staat, lof oogst, schouderklopjes krijgt, en alles gaat goed, ben je gelukkig. Ik ook. Ik ben hier nu al drie en een half jaar, ik weet wat ik moet doen, ben belangrijk voor de ploeg, en daar put ik zeer veel zelfvertrouwen uit. Mijn mama is hier tot het einde van het seizoen en onlangs zei ze het ook: 'Je praat veel meer dan anderhalf jaar geleden.' Logisch, antwoordde ik, ik speel en andere ploegen willen me. Hoe zou ik dan ongelukkig kunnen zijn?' Opvallend in je spel is een toename van assists. Hoe leg je dat uit? WESLEY: 'Dat komt omdat ik nog meer probeer aandacht te hebben voor de anderen. Soms word je gewoon zelf te stevig afgedekt en dan is het beter de bal af te leggen in plaats van zelf wat te proberen. Mijn rol op het veld is ook veranderd tegenover de vorige seizoenen. Vroeger liep Diaby er nog en die speelde vaak wat dieper dan ik. Nu sta ik hoger en ben ik de pivot. En zo komen er meer assists. Dat is ook wat dit seizoen aan mijn spel veranderde. Ik voetbal nu wat dichter bij de goal en moet zelf meer in de ruimte duiken. Aan dat kaatsen en mijn eerste balcontrole moet ik nog wat werken, dat zag je Europees. Anderzijds: we hebben daar toch goed gepresteerd, vind ik, in een zeer moeilijke groep. Mijn enige teleurstelling dit jaar Europees was de nederlaag in Salzburg. Daar hebben we te makkelijk drie goals gepakt.' Opvallend was dat het verschil nooit echt groot was die avonden. Tenzij misschien in de efficiëntie. WESLEY: 'Klopt. Monaco thuis hadden we kunnen winnen, Dortmund thuis ook. Ik denk dat het met ervaring te maken heeft, niet echt goed weten wat Champions League inhoudt, dat je tot de laatste seconde moet spelen. Ik vond het zeer leerrijke wedstrijden en was zeer blij, zeker met onze matchen tegen Atlético Madrid, een ploeg die de laatste jaren gewend was om finales te spelen. Tegen hen hebben we het zeer goed gedaan.' Geeft dat vertrouwen genoeg om te concluderen dat je klaar bent voor een stap hogerop? WESLEY: 'Ik geloof van wel. Niet alleen ik, ook andere spelers hebben daar kunnen tonen dat ze het potentieel hebben om bij een andere ploeg te voetballen. Maar vandaag zijn we nog in Brugge, dat mag ons niet afleiden van de essentie.' Hoe moeilijk was het om rustig te blijven tijdens de wintertransferperiode? WESLEY: 'Ik wist dat er een heleboel ploegen me volgden. Lazio onder meer, maar ook nog andere. Daarop is mijn zaakwaarnemer gaan praten met de voorzitter, maar die zei dat ik hier moest blijven. En daar was ik blij mee, echt waar. Ik ken hier iedereen, schiet goed op met de ploegmaats. Heel mijn leven zal ik hier niet blijven, maar dit stoorde me niet. Ik kan straks voor de derde keer kampioen worden in België en de vierde keer in mijn leven.' Straf, voor iemand van 22. WESLEY: ( lacht) 'Eigenlijk wel, ja.' Zondag stond je tegenover Samatta, allicht de nieuwe topschutter dit seizoen. Wat is nog het verschil tussen jullie beiden? WESLEY: 'Ik denk dat hij voetbalt zoals Diaby vorig jaar. Meer de ruimte in, minder op kracht. Misschien krijgt hij daardoor wat meer kansen dan ik, omdat hij wat vaker los wordt gelaten. En is dat de reden waarom hij vaker scoorde. Dat is iets waar ik ook aan werk, meer ruimte maken voor mezelf. Diep gaan, in plaats van de bal in de voet te vragen. Ik ben snel, dat zou moeten kunnen.' Ben jij completer? WESLEY: 'Geen idee. Ik vind van mezelf dat ik beter ben. ( lacht) Maar vraag het hem en hij zal hetzelfde antwoorden. Ik laat het aan de buitenwereld om daarover te oordelen. Hij is belangrijk voor Genk en ik voor Brugge. Voor mij was het geen strijd binnen de wedstrijd, hij moet niet bezig zijn met mij en ik niet met hem. We moeten beiden onze ploeg helpen, op onze manier.' Alejandro Pozuelo koos tijdens de winterstop wél voor een vertrek, jij niet. Heeft dat met leeftijd te maken? WESLEY: 'Ik denk het wel. Ik ben pas 22, dat is jong, waarom zou ik dingen overhaasten? Ik kan niet in zijn hoofd kijken, maar misschien zag hij dit wel als zijn laatste transfer. Weet je, als ze met veel geld komen aanzetten is dat even een ingewikkeld moment in je carrière. Ingewikkeld, maar niet moeilijk, tenminste niet als je wordt begeleid door mensen die het goed met je menen en die het op de langere termijn zien. Het is belangrijk dat die jou dan rustig houden. Stel, er komt een Chinese club, met veel geld, en je trekt naar daar. Wat als je er niet gelukkig bent? Dan zit je daar, op een berg geld... Ik verkies dan liever hier te blijven, prijzen te pakken en gelukkig te zijn.' Maar dat weet je niet zeker, of je ginder niet gelukkig zou zijn. WESLEY: 'Dat zijn inderdaad afwegingen die je moet maken. Ik koos voor blijven, voor voetbal, voor Europa. China is een optie, eventueel, als ik ouder ben. Niet op mijn 22e. Er zijn andere mogelijkheden...' Denk je al aan een land als nieuwe bestemming? WESLEY: 'Op dit moment nog niet. Ik heb ook geen voorkeur, al denk ik wel dat ik in aanmerking kom voor een transfer naar Engeland. Ook als niet-international. Naar Engeland gaat mijn voorkeur uit, maar als er elders mogelijkheden zijn...' Niet bang dat jou hetzelfde overkomt als José Izquierdo? WESLEY: 'Ik weet niet exact wat hem overkomt in Brighton, maar problemen hebben om je aan te passen kan elke speler overkomen. Anderzijds vind ik wel dat deze competitie je goed voorbereidt op een nieuwe stap.' Kennen ze jou inmiddels al wat beter in Brazilië? WESLEY: 'Op dat vlak opende de Champions League best wat deuren, ja. Sindsdien schrijven de kranten over mij. Dat viel me nu wel op. Ik speelde er nooit in de Brasileira en amper iemand kende me, maar nu... Zeker sinds Monaco en die goal. Mijn familie was super blij voor mij, omdat het een kinderdroom was.' Kan het de weg openen naar een selectie voor de nationale ploeg? WESLEY: 'Misschien. Deze zomer organiseren we zelf de Copa América. Het zou fantastisch zijn, maar gebeurt het niet, dan zal ik even gelukkig zijn. Als we maar kampioen worden.' Genoten van België-Brazilië vorige zomer? WESLEY: ( blaast) 'Slecht! Super slecht. Neymar was geen honderd procent, anders hadden we zeker gewonnen, dat garandeer ik je. België telt wel een pak goeie spelers, maar winnen van Brazilië met een Neymar die top is? Nooit.' Wij vinden Neymar maar een bleiter die voortdurend op de grond ligt. Danjuma zei onlangs dat hij hem wel begreep. Al die trappen die je krijgt. WESLEY: 'Klopt. Ik krijg ook voortdurend trappen. Elke week weer. Maar ik heb geleerd er rustig onder te blijven. Soms denkt een scheidsrechter: die vent is sterk genoeg, die moet ertegen kunnen, maar dat is niet altijd zo. Maar daarop reageren doe ik niet meer. Dat heeft te maken met mijn ontwikkeling als atleet en als mens. Soms proberen ze het nog wel, Kara onlangs nog tijdens de wedstrijd op Anderlecht, maar steeds minder, omdat ze zien dat het geen effect meer heeft. Ik blijf nu rustig.' Respecteert de tegenstander je nu meer? WESLEY: 'Dat voel ik wel, ja, dat er meer respect voor me is. Ze zijn waakzaam als ik aan de bal kom, maar het respect is wel wat groter.' En is dat ook zo Europees? WESLEY: 'In élke competitie proberen ze je te provoceren. Ook Europees. Maar ik weet dat ik belangrijk ben voor de ploeg en dat ik geen stommiteiten mag doen.' Heb je eigenlijk al wat van Europa gezien? WESLEY: 'Buiten de verplaatsingen met de ploeg? Amper. Met mijn ma een paar dagen Parijs. Meer niet. Saai, hé! Ik zit altijd thuis.' ( lacht)