De vergane glorie van vedetten. Het is soms pijnlijk om zien. In mei 1995 waren we in Wenen om een verhaal te maken rond de finale van de Champions League tussen Ajax en AC Milan. We profiteerden ervan om Edi Krieger te gaan opzoeken. Het was niet simpel om de voormalige stuurman van de defensie van Club Brugge te strikken. En het was, ondanks een eerdere afspraak, niet gemakkelijk om hem te vinden. Uiteindelijk wees iemand de weg: het clublokaal van ... Ajax Wien, een nietige club uit een van de Weense agglomeraties. Daar zat Krieger inderdaad op een barkruk. Tussen dikke nevels van sigarettenrook. Maar de tijd voor een gesprek nam hij wel.

Bij het gouden Club Brugge bepaalde Krieger wanneer de buitenspelval werd opengetrokken. Als dusdanig was hij de strateeg van blauw-zwart dat onder Ernst Happel vergulde bladzijden schreef. Krieger arriveerde in 1975 in Brugge, op het moment dat Club op trainingskamp was in Oostenrijk en daar een forse nederlaag had opgelopen in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Rapid Wien. Ernst Happel zocht een nieuwe verdediger en kwam zo bij zijn landgenoot terecht. Krieger speelde op dat moment bij Austria Wien, was 28 jaar en internationaal een compleet onbekende voetballer. Dat kon ook moeilijk anders: voor je 28e mocht je in die tijd in Oostenrijk als voetballer niet naar het buitenland.

Edi Krieger kende een moeilijke competitiestart. Samen met zijn gabber Birger Jensen fladderde hij als een vrije vlinder door het leven, zeker nadat zijn vrouw, die zich in Brugge niet kon aanpassen, snel naar Wenen terugkeerde. Maar gaandeweg ontpopte Krieger zich tot de leider van de defensie. Club beheerste het buitenspelsysteem op een uitmuntende manier, Krieger hoefde bij wijze van spreken maar met de ogen te knipperen en iedereen wist wat hem te doen stond. Bij hem lag de sleutel van de gouden Brugse periode. Club werd vooruit gedreven door een onblusbare winnaarsmentaliteit en ook dat stuwde Krieger, die in Oostenrijk nog op het Ministerie van Financiën had gewerkt, naar een niveau dat hij voor zichzelf nooit voor mogelijk had gehouden. Hij verlegde steeds meer zijn grenzen.

Edi Krieger was meer dan een organisator van de defensie. Met zijn lange, strak getrapte ballen voedde hij de defensie. Hij was het prototype van de moderne libero en scoorde geregeld, dikwijls op vrijschoppen.

Maar een echt succes werd zijn leven na zijn carrière niet. Zo vertelde het die dag in mei 1995. Krieger dreef in Wenen een koffiehuis, maar dat ging over de kop. Vervolgens werd hij groenteboer en trainde op een lager niveau. In Brugge zag je Edi Krieger amper nog, al bleef hij dankbaar dat hij mee aan de weg stond van een stuk Club-geschiedenis. Na een lange strijd tegen een slepende ziekte overleed Edi Krieger op 73-jarige leeftijd.

Zou er nu in Brugge iemand zijn die nog aan Edi Krieger denkt? In de geschiedenis van blauw-zwart is hij de misschien wel beste verdediger die er ooit is geweest.

De vergane glorie van vedetten. Het is soms pijnlijk om zien. In mei 1995 waren we in Wenen om een verhaal te maken rond de finale van de Champions League tussen Ajax en AC Milan. We profiteerden ervan om Edi Krieger te gaan opzoeken. Het was niet simpel om de voormalige stuurman van de defensie van Club Brugge te strikken. En het was, ondanks een eerdere afspraak, niet gemakkelijk om hem te vinden. Uiteindelijk wees iemand de weg: het clublokaal van ... Ajax Wien, een nietige club uit een van de Weense agglomeraties. Daar zat Krieger inderdaad op een barkruk. Tussen dikke nevels van sigarettenrook. Maar de tijd voor een gesprek nam hij wel.Bij het gouden Club Brugge bepaalde Krieger wanneer de buitenspelval werd opengetrokken. Als dusdanig was hij de strateeg van blauw-zwart dat onder Ernst Happel vergulde bladzijden schreef. Krieger arriveerde in 1975 in Brugge, op het moment dat Club op trainingskamp was in Oostenrijk en daar een forse nederlaag had opgelopen in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Rapid Wien. Ernst Happel zocht een nieuwe verdediger en kwam zo bij zijn landgenoot terecht. Krieger speelde op dat moment bij Austria Wien, was 28 jaar en internationaal een compleet onbekende voetballer. Dat kon ook moeilijk anders: voor je 28e mocht je in die tijd in Oostenrijk als voetballer niet naar het buitenland.Edi Krieger kende een moeilijke competitiestart. Samen met zijn gabber Birger Jensen fladderde hij als een vrije vlinder door het leven, zeker nadat zijn vrouw, die zich in Brugge niet kon aanpassen, snel naar Wenen terugkeerde. Maar gaandeweg ontpopte Krieger zich tot de leider van de defensie. Club beheerste het buitenspelsysteem op een uitmuntende manier, Krieger hoefde bij wijze van spreken maar met de ogen te knipperen en iedereen wist wat hem te doen stond. Bij hem lag de sleutel van de gouden Brugse periode. Club werd vooruit gedreven door een onblusbare winnaarsmentaliteit en ook dat stuwde Krieger, die in Oostenrijk nog op het Ministerie van Financiën had gewerkt, naar een niveau dat hij voor zichzelf nooit voor mogelijk had gehouden. Hij verlegde steeds meer zijn grenzen. Edi Krieger was meer dan een organisator van de defensie. Met zijn lange, strak getrapte ballen voedde hij de defensie. Hij was het prototype van de moderne libero en scoorde geregeld, dikwijls op vrijschoppen.Maar een echt succes werd zijn leven na zijn carrière niet. Zo vertelde het die dag in mei 1995. Krieger dreef in Wenen een koffiehuis, maar dat ging over de kop. Vervolgens werd hij groenteboer en trainde op een lager niveau. In Brugge zag je Edi Krieger amper nog, al bleef hij dankbaar dat hij mee aan de weg stond van een stuk Club-geschiedenis. Na een lange strijd tegen een slepende ziekte overleed Edi Krieger op 73-jarige leeftijd.Zou er nu in Brugge iemand zijn die nog aan Edi Krieger denkt? In de geschiedenis van blauw-zwart is hij de misschien wel beste verdediger die er ooit is geweest.