Karl Dhont, de expert matchfixing van de UEFA, waarschuwde dat ons voetbal 'niet witter dan wit mag worden'. 'We mogen niet minder competitief worden omdat een speler niet meer voor België zou kiezen, omdat bij een overstap naar een club uit een ander land zijn makelaar meer kan verdienen,' zei hij in Terzake.
...

Karl Dhont, de expert matchfixing van de UEFA, waarschuwde dat ons voetbal 'niet witter dan wit mag worden'. 'We mogen niet minder competitief worden omdat een speler niet meer voor België zou kiezen, omdat bij een overstap naar een club uit een ander land zijn makelaar meer kan verdienen,' zei hij in Terzake. Deze mentaliteit heeft alle problemen gecreëerd die we nu kennen. Ons voetbal moet niet witter dan wit zijn. Het moet gewoon wit zijn. Michel Louwagie verbaasde dit weekeinde jan en alleman met zijn uitspraken in de krant, toen hij probeerde uit te leggen wie belangrijk is voor een club. 'Het is gemakkelijker stewards te vinden dan spitsen die scoren, of makelaars die die spitsen kunnen aanbrengen', opperde hij. 'Zonder makelaars gaat het niet.' Waarom niet? We kunnen ons voorstellen dat een speler niet zonder makelaar, iemand die hem helpt bij het opstellen van het contract en voor hem onderhandelt, kan. Maar waarom zouden clubs een transfer niet onderling kunnen regelen? De managers van beide verenigingen moeten in staat zijn een overeenkomst af te sluiten, zonder derde partij. Anders kennen ze hun vak niet. Makelaars kunnen spitsen aanbrengen die scoren. Waarom zou een club met een goede scoutingcel zelf geen goede voetballers kunnen ontdekken? De scouts van KRC Genk, misschien toch niet helemaal toevallig de koploper in onze competitie, oordeelden dat Boubacarr Sanneh onvoldoende was voor de Limburgers. Los van de prijs. Anderlecht betaalde acht miljoen euro voor de verdediger van Midtjylland. Zonder makelaars zouden clubs die goed werk leveren, juist meer succes kunnen boeken. Zou dit niet veel belangrijker moeten zijn dan nauwe contacten met makelaars? Lees: hen een groter deel van de koek toeschuiven. De conclusie is al zo vaak gesteld, maar ons voetbal gaat zichzelf niet veranderen. Tenzij het wordt opgelegd. Bijvoorbeeld door de FIFA, die in ruime mate verantwoordelijk is voor de ontstane situatie. Dat besef is gelukkig tot in Zürich doorgedrongen. Vorige vrijdag keurde de council (raad) van de wereldvoetbalbond in Kigali het principe van de hervorming van de transfermarkt goed. Dat betekent dat straks het geld dat betaalt en ontvangen wordt bij een overgang langs een zogenaamd 'clearing house' moet passeren. Zo weet de FIFA exact hoeveel er bij de ene club uitgegeven wordt en bij de andere in de kassa belandt. En gelukkig is ook onze politiek eindelijk wakker geschoten. De CD&V'ers Roel Deseyn en Stefaan Vercamer willen het mes zetten in de fiscale en sociale voordelen voor sportclubs. Ze hebben daarbij, toevallig of niet, de filosofie gehanteerd die hier vorige maand werd aangekaart: trek het minimumloon van niet-EU-spelers op en ontzie de kleinere clubs bij het afbouwen van de financiële voordelen, zodat het competitief onevenwicht niet nog groter wordt. Het RSZ-voordeel zou nog alleen gelden voor spelers met een jaarsalaris van maximaal 81.600 euro. In de kern van de topclubs zitten geen voetballers die hiervoor in aanmerking komen. Het minimumloon zou dan weer opgetrokken worden tot ruim 500.000 euro voor jongens van buiten de Europese Unie. Dat is ongeveer zes keer hoger dan nu en ruim honderdduizend euro meer dan in Nederland. Het gaat nog slechts om een wetsvoorstel, waar toch nog wat aan gesleuteld moet worden. Een minimumloon van 505.500 euro is een vermenigvuldiging met zes. Wie niet horen wil, moet voelen. Maar dit is van het ene uiterste in het andere vallen. Clubs uit de rechterhelft van de ranglijst of uit 1B kunnen dergelijke bedragen onmogelijk ophoesten. Zelfs niet voor één speler. Het zou dus betekenen dat zij nog alleen jongens van binnen de EU in hun selectie kunnen opnemen. Dat zou dan weer voor gevolg hebben dat de vergoedingen voor Belgische spelers angstaanjagend zouden stijgen en de waardeverschillen tussen de ploegen nog groter worden. Ook zou er een overgangsperiode moeten komen waarin het maximumloon seizoen na seizoen wordt opgetrokken. Iets wit schilderen, lukt niet met de eerste laag verf.