'Ben ik verbaasd over mijn vlotte integratie?', herhaalt Ismaila Coulibaly de vraag. 'Ja en neen. Ik trof hier een zeer rijpe spelersgroep aan, die mij vanaf dag één met open armen ontving. Mijn eerste dag voelde alsof ik hier al jaren rondliep. Vraiment cool. Daardoor was ik snel verlost van stress, want ik was na een sterke campagne bij Sarpsborg met hoge verwachtingen - van mezelf én van anderen - naar hier gekomen. Die wilde ik absoluut waarmaken.
...

'Ben ik verbaasd over mijn vlotte integratie?', herhaalt Ismaila Coulibaly de vraag. 'Ja en neen. Ik trof hier een zeer rijpe spelersgroep aan, die mij vanaf dag één met open armen ontving. Mijn eerste dag voelde alsof ik hier al jaren rondliep. Vraiment cool. Daardoor was ik snel verlost van stress, want ik was na een sterke campagne bij Sarpsborg met hoge verwachtingen - van mezelf én van anderen - naar hier gekomen. Die wilde ik absoluut waarmaken. 'In Noorwegen verliep het allemaal moeizamer: het was mijn eerste keer buiten Afrika, zonder mijn ouders, en ik sprak geen Engels. Ik kwam daar aan in augustus 2017, maar zelfs dan was het koud, een paar maanden later zag ik voor de eerste keer sneeuw. Ik had het er echt lastig mee. Gelukkig had ik toen veel aan Krepin Diatta, hij kende het leven daar al en had een belangrijke stem in de kleedkamer bij Sarpsborg. Ik moest ook constant pendelen tussen Mali en Noorwegen, aangezien mijn visum telkens maar voor drie maanden geldig bleef. Dan keerde ik na drie maanden telkens even terug naar huis om er mijn studies af te ronden. De periodes dat ik in Mali vertoefde - meestal zo'n twee maanden - studeerde ik en trainde ik met de nationale U20 of de Oslo Football Academy in Dakar. Daar kreeg ik een intensieve opleiding, wat me hielp om snel progressie te boeken. Technisch, tactisch en vooral fysiek. Elke keer ik naar Noorwegen terugkeerde, kreeg ik van de trainers complimenten voor mijn evolutie. Eigenlijk wilden ze me bij Sarpsborg al langer in de A-ploeg, maar dat kon niet, ik mocht geen profcontract tekenen voor mijn achttiende. Vanaf januari 2019 was dat probleem eindelijk opgelost en vond ik mijn draai. 'Sarpsborg is me in 2017 op het spoor gekomen tijdens de Afrika Cup voor U20. De makelaar van Diatta zag me daar toevallig bezig bij Mali, hoewel ik eigenlijk maar twee keer kort ben ingevallen tijdens dat toernooi. Blijkbaar was dat genoeg om hem te overtuigen. Nu, ik was pas zestien jaar toen, en een van de jongste spelers op het toernooi. De makelaar van Diatta heeft me naar Sarpsborg geleid, ik trainde er één keer mee en ik kreeg te horen: het is goed, jij blijft.' 'Tot dat moment had ik eigenlijk nooit een serieuze opleiding in clubverband genoten. Mijn tweevoetigheid heb ik van nature, ik heb daar nooit speciaal op geoefend. Eigenlijk ben ik rechtsvoetig, maar om een of andere reden scoor ik makkelijker met links. Ik heb leren voetballen via mijn vader, die als amateur speelde bij een club in Bamako, waar ik opgroeide. Hij was constant bezig met voetbal en leerde me alles. Wedstrijdjes speelde ik enkel op straat bij ons in de buurt. Tot ik als vijftienjarige eens moest invallen bij een lokaal team, CS Dujuwolofila, omdat ze niet met genoeg waren, in een eerste ploeg tussen de volwassenen. Ik maakte een belangrijk doelpunt en de trainer wilde me er altijd bij. Blijkbaar was dat in de tweede klasse. De ploeg stond laatste en mijn tweede wedstrijd was tegen de koploper, we speelden 2-2. Uiteindelijk eindigden we als vierde in het klassement en werd ik topschutter van de ploeg. Het was echt een krankzinnige periode. Ik werd in die reeks verkozen tot speler van het jaar en werd opgeroepen voor de nationale U20. Alles ging heel snel: in één jaar van ballenjongen in Bamako naar het Noorse profvoetbal in Sarpsborg. 'Mijn vader was een populaire man, omdat hij voetbalde in de club van het quartier en omdat hij een van de weinigen was met een satelliet-tv, dus iedereen in de wijk kwam bij ons kijken naar de wedstrijden uit de Premier League. Hij was grote fan van Arsenal, en ik dus ook. Mijn vader heeft me van kindsbeen af onder de vleugels genomen en ingeleid in de voetbalwereld. Wij waren onafscheidelijk. Ik heb dus alles te danken aan hem. 'Mijn carrière is eigenlijk een ode aan hem, omdat hij nooit prof is kunnen worden, maar zoveel van het spelletje houdt. Ik was zijn eerste zoon, volgens mij was hij zo blij dat hij dan zijn voetbalpassie kon doorgeven. Ik wil zijn dromen waarmaken. Toch heeft hij me nog nooit gezegd dat hij fier is op mij. Of dat ik goed gespeeld heb. Hij reed soms tien uren om mij te zien spelen en mist ook nu via stream geen enkele wedstrijd, maar hij zal nooit zeggen dat het goed was. Na mijn goede heenmatch tegen Anderlecht kreeg ik hem aan de telefoon, hij zei: 'Je match was oké. ' ( lacht) Het stimuleert mij om elke dag hard te blijven werken. Ooit wil ik hem horen zeggen dat hij fier is op mij. Dat is het enige wat ik van mijn vader wil horen: ' Je suis fier de toi. ' Mijn zussen en moeder zeggen dat wel - ik kom uit een grote familie, we zijn met negen. Ik heb drie grote zussen en dan een paar jongere broers.''België is een openbaring, ten eerste omdat het hier minder koud is dan in Noorwegen. Dat was echt een andere wereld. De koude daar maakte me moe, fysiek en mentaal. Vooral dat laatste, vaak had ik geen zin om buiten te komen. Ik wilde een hele dag in bed blijven liggen. Er zijn hier ook veel mogelijkheden om je thuis te voelen. Ik kan Frans spreken in de groep en er lopen een pak Afrikanen rond, met wie ik snel bevriend geraakte. Aan het station in Antwerpen ligt een Afrikaanse markt, ze hebben er werkelijk alles wat ik in Mali had. Mijn eerste dag hier ben ik daarnaartoe gegaan en heb ik meteen mijn moeder gebeld: ' Maman, je suis en Afrique!' ( lacht) 'Ik kan nu de Afrikaanse gerechten maken die ik ken uit mijn jeugd. Ik ben heel blij dat ik hier ben. Ook al beperkt corona de opties om buiten te komen. Je mène une vie très simple. Ik blijf braaf binnen, beetje FIFA spelen op de Playstation - soms met Sheffield United en Beerschot, maar die zijn niet zo goed in het spelletje - en véél voetbalwedstrijden kijken. Ik volg werkelijk alles, van de Serie A, Ligue 1 tot de Bundesliga en uiteraard de Premier League. Maar ook de Belgische wedstrijden. Of soms kijk ik naar oudere wedstrijden. Het ontspant me en tegelijkertijd leer ik bij. Dikwijls concentreer ik me op de middenvelders. Vroeger waren dat Andrés Iniesta en Santi Cazorla, tegenwoordig eerder Paul Pogba. Dat zijn spelers van wie je kan genieten, met een attractieve stijl. 'Alle spelers hier bij Beerschot behandelen me als hun kleine broer. Ze beschermen mij en herhalen constant dat ik het ver kan schoppen. Het geeft een goed gevoel. Ik ben zelf ook zo opgevoed: respect hebben voor anderen en altijd professioneel zijn. In die drie jaar Noorwegen heb ik nooit enig probleem gekend. Mijn vader heeft me daarop voorbereid. Ik herinner me een wedstrijd in Mali waarbij ik zwaar getackeld werd, ik had echt pijn en de verzorger wilde op het veld komen. Mijn vader schreeuwde vanuit de tribune dat de dokter van het veld moest blijven en dat ik moest opstaan. ( grijnst) Daarom zal je mij dus nooit op grond zien kronkelen op een voetbalveld. Als ik een schop krijg, sta ik op en speel ik verder. Zo ben ik opgevoed. Streng, maar rechtvaardig. Het helpt me nu, om op én naast het veld respectvol te zijn. 'Ik moet tactisch nog verbeteren - in de jeugd heb ik dat aspect nooit gekend, maar de vista zit wel in mij denk ik - , daarom vraag ik dikwijls feedback en vraag ik statistieken en beelden op bij de trainersstaf. Dat deed ik bij het belofteteam van Sarpsborg al, met Frederico Morais, de jeugdcoördinator. Hij nam me vaak apart. Ik wil altijd weten wat er beter kan. Wat ik bij Beerschot heb geleerd, is de bal in één of twee tijden spelen, om zo het spel te versnellen. Ik probeer ook mijn steentje bij te dragen en na te denken zonder balbezit, maar het moet nog veel beter. Ik ben eigenlijk nooit tevreden met mijn wedstrijd. Na de match tegen KV Mechelen kreeg ik nog een berichtje van Morais, hij was heel fier op mijn progressie. Maar hij zei ook dat dit nog maar het begin was, dat ik moet blijven luisteren naar mijn trainers en ploegmaats hier. 'Ik ben gevormd als middenvelder, maar wanneer het nodig was, werd ik bij mijn Afrikaanse ploeg ook als aanvaller uitgespeeld. Dat helpt me wel nu, want ik denk dat ik goed kan inschatten wanneer ik voor doel moet opduiken. Maar mijn natuurlijk positie is centraal in het middenveld. Op de zes houd ik meer mijn positie, maar als acht kan ik me meer uitleven en kan ik mijn potentieel ten volle benutten. Ik moet zeggen dat het tactische systeem hier bij Beerschot het beste is dat ik al meegemaakt heb. Zeker in de 3-5-2 met Raphael Holzhauser voor mij, Ryan Sanusi naast mij en Tom Pietermaat achter mij. Dat zijn slimme spelers die het voetballen veel makkelijker maken. De Belgische competitie ligt me wel; technischer dan de Noorse, waar vooral de lange bal gehanteerd wordt en de nadruk ligt op duels. 'Als ik volgend seizoen al naar de Premier League vertrek ( Coulibaly wordt door zusterclub Sheffield United voor drie jaar uitgeleend aan Beerschot, nvdr), zou dat in de eerste plaats een groot compliment zijn voor Hernán Losada en mijn ploegmaats. Want het is dankzij hen dat ik zo'n snelle evolutie doormaak. De trainer neemt me vaak apart om over individuele details te spreken, soms met videobeelden bij. Ze geven kansen aan de jeugd en corrigeren je zodat je verbetert. Ik heb hier een contract voor drie jaar getekend, het is dus de bedoeling dat ik dat uitdoe.' 'Voor de nationale ploeg van Mali spelen, is een droom. Ik heb al met de bondscoach Mohamed Magassouba gepraat, wellicht ben ik er in maart bij voor de volgende interlandbreak. Hij volgt me, maar riep me nog niet op omdat hij me te jong vond. Mijn moment komt eraan. Dat wordt groots. Ik herinner me hoe ik als kind emotioneel werd wanneer de spelers op een lijn stonden voor het volkslied. Ik mis Mali enorm. Het is al meer dan een jaar geleden dat ik mijn ouders, broers en zussen zag. Ik hoop dat de coronapandemie snel over is, zodat we elkaar weer kunnen zien. 'In Mali is het momenteel erg onrustig op politiek vlak, maar met mijn familie gaat het voorlopig goed. Ze zijn allemaal veilig en wel. We spreken dagelijks via whatsappvideo. Mijn vader en broers bel ik 's ochtends, met mijn moeder 's avonds. Dat heeft ze liever, dan kan ik het relaas doen van mijn dag. ( lacht) Het is lastig niet naar Mali te kunnen afreizen, maar dat is nu eenmaal een van de offers die het profvoetbal vraagt. Al van mijn vijftiende ben ik thuis weg en zit ik alleen in Europa. Zeker die eerste maanden in Noorwegen vroeg ik constant aan mijn manager hoe lang het nog duurde voor ik kon terugkeren. Ik heb zware momenten gekend. Hij drukte me op het hart dat het nog lastiger zou worden, dat ik misschien een jaar zonder mijn familie zal meemaken. Hij had gelijk. Ook mijn moeder praatte me moed in vanuit Afrika. Uiteindelijk went het wel. Zolang ik kan voetballen, vind ik genoeg geluk in mijn leven.'