Voormalig Pro Leaguevoorzitter Ivan De Witte maakte, voor hij in 1999 voorzitter werd van KAA Gent, als clubbestuurder nog mee dat de hoogste klasse bestond uit een mix van profploegen en semiprofessionele teams.

1. Wat heeft u de afgelopen weken verrast? En welke impact kan deze crisis hebben op uw club?

'Mijn eerste reactie ging uit naar de menselijke kant van deze crisis die me verraste qua snelheid én impact. Rationeel zal dit voor KAA Gent een terugval van 15 procent betekenen inzake de vaste inkomsten zoals ticketing, publiciteit, skyboxen en mediarechten. Daaraan zullen we dus onze spelerskosten, personeelskosten en onderhoudskosten moeten aanpassen. Qua variabele inkomsten, transfers en Europees voetbal, gaan we minimaal begroten, zoals we dat elk jaar doen. Wat transfers betreft, zal deze crisis zeker een impact hebben, zowel op de bedragen als op het aantal. We hebben een financiële buffer, zij het waarschijnlijk niet van de orde als bij Genk en Club, maar ons doel is wel elk jaar minstens break-even te draaien. Daardoor komen we niet in de problemen bij deze crisis.'

2. Wat leert deze crisis u over de toekomst van het Belgisch voetbal?

'Deze crisis zal een behoorlijke impact hebben op ons voetbalbestel, maar zal beheersbaar zijn. Ik wil geen onheilsprofeet zijn, omdat ik echt meen dat we in België over beheersbare bedragen spreken. In de grotere voetballanden zal de impact groter zijn omdat de bedragen ook veel forser zijn dan bij ons. Maar een ramp voorzie ik bij ons niet, omdat het nieuwe televisiecontract wat meer zuurstof zal bieden. Er zijn vandaag nog een paar wankele cases, zoals Lokeren en KV Oostende, maar het is niet meer zo erg als vroeger. Wel hoop ik dat deze crisis ons verplicht om goed na te denken over de professionele voetbalwereld in België, over hoe we de beleidsstructuren van de liga en de bond kunnen bijsturen en beter op elkaar afstemmen.'

3. Is 24 profclubs in België te veel en moeten we terug naar meer semiprofclubs?

'In een klein land als het onze met 11 miljoen inwoners is 24 profclubs te veel. De herindeling en de structuur van 1A en 1B zijn aan de orde, maar dat moet nu niet halsoverkop. Een tijdelijke overgangsmaatregel in deze crisistijd voor één jaar kan voor mij, op voorwaarde dat we intussen nadenken over een diepe oefening voor het seizoen nadien, en niet in die overgangsmodus blijven. Voorlopig zit het denken daarover nog vast, maar soms moeten een paar geesten iets lanceren om een systeem in beweging te krijgen.

'Er zijn vandaag nog een paar wankele cases, zoals Lokeren en KV Oostende, maar het is niet meer zo erg als vroeger.'

De BeNeLiga vind ik persoonlijk een goed concept, maar zelfs als die er komt zal de implementatie nog een aantal jaar op zich laten wachten. Het zou zeer spijtig zijn dat we ondertussen gewoon verder blijven aanmodderen. Ik zou, zelfs als we naar een BeNeLiga gaan, pleiten om in afwachting daarvan hier toch de structuren te moderniseren. Maar het is niet meer aan mij om dat in handen te nemen. Ik geef nog graag mee de aanzet, maar laat het aan anderen om in te vullen. Ik pleit wel voor de installatie van een werkgroep met een grote inbreng van experten.'

4. Moeten er in de Pro League, zoals in Duitsland, onafhankelijke mensen de leiding in handen krijgen?

'Ja, maar als je voor onafhankelijke mensen gaat, moeten die niet alleen heel competent zijn qua leiderschap, maar ook voetbalexpertise bezitten. Een competente bedrijfsleider die geen benul van voetbal heeft, kan niet. We moeten goed nadenken waar het zeggenschap komt te liggen. Als alles goed gaat, is het beleid vandaag oké, maar in moeilijke tijden zoals nu heb je als bestuur een stevig mandaat nodig. In tijden van grote crisis is te veel democratie de vijand van de democratie.

'Vandaag hoor je nog te vaak clubgebonden meningen. Ik maak graag de vergelijking met Europa, waar in tijden van crisis elk land op zichzelf terugplooit en niet alleen letterlijk maar ook symbolisch de grenzen sluit. Dat is ook zo in de liga. Ik hoop dat deze crisis de aanzet vormt om te bedenken hoe we de structuur kunnen verbeteren, naar een concept met meer mandaat. Daarmee wil ik absoluut geen kritiek geven op Peter Croonen voor wie ik veel respect heb en die het goed doet, maar op het kader waarin hij moet functioneren.'

Voormalig Pro Leaguevoorzitter Ivan De Witte maakte, voor hij in 1999 voorzitter werd van KAA Gent, als clubbestuurder nog mee dat de hoogste klasse bestond uit een mix van profploegen en semiprofessionele teams.1. Wat heeft u de afgelopen weken verrast? En welke impact kan deze crisis hebben op uw club?'Mijn eerste reactie ging uit naar de menselijke kant van deze crisis die me verraste qua snelheid én impact. Rationeel zal dit voor KAA Gent een terugval van 15 procent betekenen inzake de vaste inkomsten zoals ticketing, publiciteit, skyboxen en mediarechten. Daaraan zullen we dus onze spelerskosten, personeelskosten en onderhoudskosten moeten aanpassen. Qua variabele inkomsten, transfers en Europees voetbal, gaan we minimaal begroten, zoals we dat elk jaar doen. Wat transfers betreft, zal deze crisis zeker een impact hebben, zowel op de bedragen als op het aantal. We hebben een financiële buffer, zij het waarschijnlijk niet van de orde als bij Genk en Club, maar ons doel is wel elk jaar minstens break-even te draaien. Daardoor komen we niet in de problemen bij deze crisis.'2. Wat leert deze crisis u over de toekomst van het Belgisch voetbal?'Deze crisis zal een behoorlijke impact hebben op ons voetbalbestel, maar zal beheersbaar zijn. Ik wil geen onheilsprofeet zijn, omdat ik echt meen dat we in België over beheersbare bedragen spreken. In de grotere voetballanden zal de impact groter zijn omdat de bedragen ook veel forser zijn dan bij ons. Maar een ramp voorzie ik bij ons niet, omdat het nieuwe televisiecontract wat meer zuurstof zal bieden. Er zijn vandaag nog een paar wankele cases, zoals Lokeren en KV Oostende, maar het is niet meer zo erg als vroeger. Wel hoop ik dat deze crisis ons verplicht om goed na te denken over de professionele voetbalwereld in België, over hoe we de beleidsstructuren van de liga en de bond kunnen bijsturen en beter op elkaar afstemmen.'3. Is 24 profclubs in België te veel en moeten we terug naar meer semiprofclubs?'In een klein land als het onze met 11 miljoen inwoners is 24 profclubs te veel. De herindeling en de structuur van 1A en 1B zijn aan de orde, maar dat moet nu niet halsoverkop. Een tijdelijke overgangsmaatregel in deze crisistijd voor één jaar kan voor mij, op voorwaarde dat we intussen nadenken over een diepe oefening voor het seizoen nadien, en niet in die overgangsmodus blijven. Voorlopig zit het denken daarover nog vast, maar soms moeten een paar geesten iets lanceren om een systeem in beweging te krijgen. De BeNeLiga vind ik persoonlijk een goed concept, maar zelfs als die er komt zal de implementatie nog een aantal jaar op zich laten wachten. Het zou zeer spijtig zijn dat we ondertussen gewoon verder blijven aanmodderen. Ik zou, zelfs als we naar een BeNeLiga gaan, pleiten om in afwachting daarvan hier toch de structuren te moderniseren. Maar het is niet meer aan mij om dat in handen te nemen. Ik geef nog graag mee de aanzet, maar laat het aan anderen om in te vullen. Ik pleit wel voor de installatie van een werkgroep met een grote inbreng van experten.'4. Moeten er in de Pro League, zoals in Duitsland, onafhankelijke mensen de leiding in handen krijgen?'Ja, maar als je voor onafhankelijke mensen gaat, moeten die niet alleen heel competent zijn qua leiderschap, maar ook voetbalexpertise bezitten. Een competente bedrijfsleider die geen benul van voetbal heeft, kan niet. We moeten goed nadenken waar het zeggenschap komt te liggen. Als alles goed gaat, is het beleid vandaag oké, maar in moeilijke tijden zoals nu heb je als bestuur een stevig mandaat nodig. In tijden van grote crisis is te veel democratie de vijand van de democratie.'Vandaag hoor je nog te vaak clubgebonden meningen. Ik maak graag de vergelijking met Europa, waar in tijden van crisis elk land op zichzelf terugplooit en niet alleen letterlijk maar ook symbolisch de grenzen sluit. Dat is ook zo in de liga. Ik hoop dat deze crisis de aanzet vormt om te bedenken hoe we de structuur kunnen verbeteren, naar een concept met meer mandaat. Daarmee wil ik absoluut geen kritiek geven op Peter Croonen voor wie ik veel respect heb en die het goed doet, maar op het kader waarin hij moet functioneren.'