Wanneer we hem vragen of zijn eerste plaats in het klassement van de assist(gever)s hem niet zal doen verkrampen, antwoordt Jean-Luc Dompé dat die kans erg klein is. Dat het voor hem nooit een obsessie zal worden. En dat hij 'nog altijd liever zelf scoort'. Dompé verkiest eigenlijk nog eerder bruggetjes en schijnbewegingen. In zeker zin is dat geruststellend. Voor hij zijn ploegmaats begon te bedienen, speelde de Fransman immers erg persoonlijk. Hij was soms geniaal zonder dat het hem moeite leek te kosten. Hoewel hij nog altijd wat nostalgisch is over dat 'plezante voetbal', heeft Dompé toch geaccepteerd dat hij moest veranderen om zich naar de eisen van het moderne profvoetbal te schikken. Niet met volle goesting, maar wanneer je al 26 bent en enkele jaren verloren hebt, is dat alleszins het beste.
...

Wanneer we hem vragen of zijn eerste plaats in het klassement van de assist(gever)s hem niet zal doen verkrampen, antwoordt Jean-Luc Dompé dat die kans erg klein is. Dat het voor hem nooit een obsessie zal worden. En dat hij 'nog altijd liever zelf scoort'. Dompé verkiest eigenlijk nog eerder bruggetjes en schijnbewegingen. In zeker zin is dat geruststellend. Voor hij zijn ploegmaats begon te bedienen, speelde de Fransman immers erg persoonlijk. Hij was soms geniaal zonder dat het hem moeite leek te kosten. Hoewel hij nog altijd wat nostalgisch is over dat 'plezante voetbal', heeft Dompé toch geaccepteerd dat hij moest veranderen om zich naar de eisen van het moderne profvoetbal te schikken. Niet met volle goesting, maar wanneer je al 26 bent en enkele jaren verloren hebt, is dat alleszins het beste. We komen net uit een sportzaal die naar voetbal ruikt, de zaal waar de spelers van Zulte Waregem hun spullen wegleggen na de training. Die geur, doet die je aan voetbal denken, aan echt voetbal? Sta je meer met je beide voeten in de werkelijkheid wanneer je bij een club als Zulte Waregem speelt dan bij Gent of Standard? Jean-Luc Dompé: 'Ja, in zo'n materiaalruimte ruikt het naar gras, naar het veld. Maar je moet niet overdrijven, zulke zalen heb je overal. Wat hier wel nog altijd hangt, is die familiale sfeer. Dat heb je elders niet. Bij Zulte Waregem is er niemand die onze schoenen poetst, dat moeten we zelf doen. Ik hou wel van die benadering van het voetbal. Elke speler houdt van comfort, maar elke speler houdt zichzelf ook graag voor dat het niet alleen maar blingbling is.' De hamvraag is: wat doet een speler zoals jij op zijn 26e bij een club als Zulte Waregem? Dompé: 'Mijn verleden speelt me parten. Vandaag ben ik volwassener, professioneler. Ik denk dat dat mijn grootste verandering is. Vroeger zag ik voetbal als een spelletje, terwijl het nu duidelijk mijn beroep geworden is. Ik ben anno 2021 geen betere voetballer, maar ik ben een meer verantwoordelijke volwassene geworden. Ik heb op mezelf hard gewerkt om dat te bereiken. In staat zijn om me op elke training honderd procent te geven, zin hebben om elke oefening aan te vatten, elke match beginnen om ze te winnen ... dat was een uitdaging voor mij. Bij sommigen is dat karakter misschien aangeboren, maar ik heb dat moeten leren en dat heeft een tijdje geduurd. Je zou kunnen zeggen dat ik tegenwoordig misschien iets minder plezier heb in de benadering van het voetbal, maar wat ik aan verzetjes buiten het veld verlies, win ik aan succes op het veld.' Wanneer is die kentering dan precies gekomen? Dompé: 'Twee à drie jaar geleden, zou ik zeggen. Sinds mijn eerste seizoen in Gent ( 2018/19, nvdr) heb ik een andere mentaliteit aangenomen en heb ik meerdere wedstrijden na elkaar gespeeld. Onder Yves Vanderhaeghe speelde ik een seizoen met 32 matchen. Bij een club als Gent wil dat toch wat zeggen. Ik was op een moment in mijn leven gekomen dat ik tegen mezelf zei: de tijd gaat sneller dan je denkt. Als ik niet alles wou verprutsen, dan was het tijd om een tandje bij te zetten. Ik ben blij dat het me gelukt is. Want als je ziet dat gasten die minder getalenteerd zijn dan jij bij betere clubs terechtkomen en mooiere carrières maken, dan besef je dat je iets gemist heb. 'Toen heb ik tegen mezelf gezegd dat ik mezelf een schop onder kont moest geven. Die vaststelling deed pijn, want ik geloof dat ik een flinke voorsprong had op de meeste spelers van mijn generatie. Dat heeft ook te maken met het feit dat ik al heel jong aan een profcarrière begonnen ben. Op je zestiende aan de top staan en dan tien jaar later beseffen dat er gasten zijn die in die tijd nergens stonden en nadien toch hun carrière beter gemanaged hebben, dat doet natuurlijk pijn.'Is het probleem van een speler zoals jij, die zoveel intrinsieke kwaliteiten heeft, niet precies dat hij te snel op een voetstuk geplaatst is? Dompé: 'Wanneer je jong bent en je ziet dat je effectief boven de middelmaat uitsteekt, dan heb je niet altijd de neiging om hard te willen werken of inspanningen te leveren. Mijn probleem is dat ik te lang op mijn lauweren heb gerust, terwijl anderen zich uit de naad werkten om vooruit te komen. Beetje bij beetje zag ik de kloof tussen mij en de anderen, die in het begin immens was, verkleinen. Ik zag gasten die ik voordien op training belachelijk maakte, zich inspannen opdat dat niet opnieuw zou gebeuren. Ze werden van langsom sterker en ik beging de fout om me niet meteen in vraag te stellen. Dat ik momenteel een nieuw leven leid, komt gelukkig doordat ik uiteindelijk begreep dat talent alleen niet volstaat.' Wanneer besefte je voor het eerst dat je sterker was dan de anderen? Dat je talenten hebt die anderen niet hebben? Dompé: 'Alleszins op het moment dat ik als zestienjarige bijna op de bank zat in de Ligue 1, bij Valenciennes. Voordien, bij Evry, zat ik al boven de middelmaat, maar in de regio Parijs zijn er zoveel goeie spelers dat het moeilijk is om te voorspellen welke echt zullen doorbreken. Het is echt pas bij Valenciennes dat ik zag dat ik een voorsprong had. Toen ik op mijn zestiende al de voorbereiding en de trainingen meemaakte met de profs, besefte ik dat ik beter was dan de rest.' Voor Valenciennes zat je op het vormingscentrum van Sochaux. Een beetje een karikatuur van een Frans opleidingscentrum. Een beursgenoteerde club, maar zonder verankering, gevestigd in een industriestad. Was het niet moeilijk om van de Parijse drukte in zo'n stad in de Doubs terecht te komen? Dompé: 'Ik ben op mijn dertiende naar Sochaux vertrokken voor de preformatie. Ik heb er twee jaar doorgebracht en inderdaad, dat was lastig om mee om te gaan. Ik was te jong om ver van mijn familie te wonen en er was daar niks, geen enkele ontspanning. Het was: 10 uur training, 13 uur maaltijd, 14 uur lessen, 17 uur training, 19 uur maaltijd, 20 uur studie. Op mijn dertiende had ik het dagritme van een bejaarde. En het was vijf à zes uur met de trein naar huis, wat maakte dat ik mijn ouders maar twee keer per jaar zag. 'Maar het allerergste was het mentale. Ik was helemaal alleen in een uiterst concurrentiële omgeving. Ik was er niet klaar voor om te moeten knokken en een plek op te eisen. Ik was dertien, ik wilde vrienden hebben en mensen ontmoeten. Degenen die op die leeftijd slagen, dat zijn degenen die zich daar niks van aantrekken en beseffen dat alleen de besten overblijven. Die hun gevoelens uitschakelen.' Hoewel je al vroeg bij de profs van Valenciennes terechtkwam en je scoorde in de finale en je met Les Bleus het toernooi van Toulon won in 2015, brak je nooit door in Frankrijk. Wanneer werd België een valabele optie? Dompé: 'Na het toernooi van Toulon kon ik naar Marseille. Maar met al die spelers daar die vaste waarden waren in de Ligue 1, zou ik er geen minuut gespeeld hebben. Dat wist ik. Bovendien, toen ik in 2015 een beetje op een zijspoor zat bij Valenciennes, was Standard al op de proppen gekomen. Ze wilden me laten tekenen en dat heeft de mensen van Valenciennes de ogen geopend. Maar te laat, wat mij betreft. Ik had mijn keuze gemaakt, ik wilde weg. En meteen daarna won ik met Frankrijk dus dat toernooi van Toulon. Maar goed, omdat ik garanties wou op het vlak van speeltijd en Standard me die niet kon geven, heb ik voor STVV gekozen. Ik had het in mijn hoofd geprent dat ik daar alles plat zou spelen en snel terug naar een topclub gaan. Ik had me niet vergist.' Inderdaad, zes maanden later doen Daniel Van Buyten en Standard er alles aan om je naar Sclessin te halen. Zonder het te beseffen wordt je een speler uit de 'clan-Van Buyten'. Is dat nadien een nadeel gebleken tijdens je verblijf in Luik? Dompé: 'Voor Standard spelen is hoe dan ook geen eenvoudige opgave. Het is een mooie club, maar je merkt er voortdurend die druk. Indertijd was dat ongetwijfeld nog erger dan nu. Er heerste veel spanning en in de wandelgangen was het een komen en gaan. Het is geen toeval dat er zoveel getalenteerde spelers bij Standard zijn gepasseerd zonder dat ze zich konden doorzetten, terwijl ze nadien elders wisten uit te blinken. De context was verre van ideaal. 'Om het nu over mezelf te hebben: ik denk dat ik evenveel een keuze was van Daniel Van Buyten als van voorzitter Bruno Venanzi, die me ook erg hoog had zitten. Maar het klopt waarschijnlijk wel dat ik op een bepaald moment de prijs betaald heb voor de rivaliteit tussen Van Buyten en Olivier Renard. Ik denk dat het nooit goed is om twee sportief directeurs te hebben. Alle spelers van Standard waren daar destijds in betrokken. Je was altijd een speler van de ene of van de andere. Dat was niet gezond voor de club en dat heeft heel veel spelers echt stokken in de wielen gestoken. Je moet mijn situatie binnen de club maar eens vergelijken met die van Daniel Van Buyten en dan wordt al veel duidelijk... ( Van Buyten werd in februari 20017 ontslagen en een maand later werd Dompé uitgeleend aan Eupen, nvdr) Al geef ik wel toe dat die mislukking ook voor een heel groot stuk mijn eigen fout was. Ik was destijds niet zo professioneel en volwassen als nu. Van Buyten tikte me daar trouwens constant voor op de vingers. Hij geloofde erg in mij en mijn potentieel, dus ergerde het hem natuurlijk als hij zag dat ik maar wat aanmodderde.' Er waren ook mooie momenten, zoals de bekerwinst tegen Club Brugge enkele weken na je aankomst in maart 2016. Het Standard waarin je toen terechtkwam, is dat de beste ploeg waarmee je ooit hebt gespeeld? Dompé: 'Met grote voorsprong zelfs. We hadden een ongelooflijke ploeg. Toen ik aankwam, vertrok AnthonyKnockaert, maar je had nog SambouYatabaré, Edmilson, Trebel, Boschilia, VíctorValdés, Belfodil... Op elke positie hadden we een speler met buitengewone kwaliteiten. Ik scoorde in die finale, maar behalve mijn goal gaf vooral de revanche van die zege een grote voldoening, nadat we in de reguliere competitie door een nederlaag in Mechelen net play-off 1 gemist hadden.' En dat leidde dan negen maanden later tot een uitleenbeurt aan Eupen en vervolgens een anoniem seizoen bij Amiens in de Ligue 1... Dompé: 'Dat zijn twee verschillende verhalen. Alles begon met een zware enkelblessure die ik opliep in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Ferencváros in het begin van de voorbereiding met Standard. Ik was drie maanden buiten strijd en het duurde wat voor ik mijn vorm terugvond. Ik zat wel op de bank, maar ik mocht nooit invallen. Daar had ik genoeg van, dus vroeg ik of ik weg mocht. 'Amiens, het seizoen erop, is een verhaal van valse beloftes. Ik had de sportief directeur van Amiens in die periode, John Williams, nooit mogen geloven. Hij had me verzekerd dat ik een prioriteit was voor trainer Christophe Pélissier en dat ik absoluut moest komen. Omdat ikzelf in de eerste plaats verrast was dat ik de eerste keuze zou zijn van een club in de Ligue 1 terwijl ik zes maanden niet gespeeld had, heb ik aan Williams gevraagd dat de coach me zou bellen om dat te bevestigen. Maar Williams zei dat dat niet nodig was, dat ze me echt wilden en bla bla bla... Mijn fout was dat ik hem op zijn woord geloofd heb. Toen ik in Amiens aankwam was het eerste gesprek dat ik met de coach had zeer duidelijk. Hij zei me dat ik daar alleen maar was omdat de sportief directeur mijn transfer had doorgedrukt, en dat hij me niet eens kende... Toen zat ik gevangen.'