Vijf kwartier rijden is het van de luchthaven van Billund, midden op het Deense vasteland, naar Odense. De stadsnaam geeft meteen zijn vikingroots aan: Heiligdom van Odin, de oppergod van de Noormannen. Vandaag is Odense de hoofdstad van het eiland Funen, ook mentaal geprangd tussen het gemoedelijke Jutland en hectische eiland Zeeland met de hoofdstad Kopenhagen.
...

Vijf kwartier rijden is het van de luchthaven van Billund, midden op het Deense vasteland, naar Odense. De stadsnaam geeft meteen zijn vikingroots aan: Heiligdom van Odin, de oppergod van de Noormannen. Vandaag is Odense de hoofdstad van het eiland Funen, ook mentaal geprangd tussen het gemoedelijke Jutland en hectische eiland Zeeland met de hoofdstad Kopenhagen. Van Vejle op Jutland naar Funen ligt al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw een brug, maar tot 1998 moest men van Funen naar Kopenhagen met de ferry. Sindsdien is het eilandgevoel van Funen een stuk kleiner geworden, maar nog altijd voelt men er zich in de schaduw van de hoofdstad. Dat is ook zo als het over de beroemdste inwoner van de stad gaat. Bij de naam Hans Christian Andersen, de beroemde sprookjesschrijver uit de negentiende eeuw, denkt men spontaan aan het standbeeld van de kleine zeemeermin in de haven van Kopenhagen. Nu schreef Andersen zijn sprookjes (Het dappere tinnen soldaatje; Het meisje met de zwavelstokjes; Het lelijke eendje;...) inderdaad in de hoofdstad, maar hij werd wel geboren in Odense, waar hij tot zijn veertiende in schrille armoede leefde. Zijn geboortehuis en het huis waar hij opgroeide zijn de trotse monumenten van de stad. Overal in het centrum, dat al jaren open ligt om er een tramnet aan te leggen, staan wegwijzers ernaartoe, ook in het Japans. De herinnering aan de sprookjesschrijver is de grootste toeristische troef van Denemarkens derde grote stad, na Kopenhagen en Aarhus, en met 170.000 inwoners net iets kleiner dan Gent. Odense is ook de stad waar de voetbalroots van KAA Genttrainer Jess Thorup zich bevinden. Zo kan het dat in de hal van het fonkelnieuwe Hotel Odeon een man met een blauw-witte sjerp en een logo met een indianenkop zit. Dat kan in Odense toch alleen maar de vader van Jess Thorup zijn? Over Christian Thorup, de papa van Jess, en zijn zoon is iedereen het eens: fantastische mensen zijn het. 'Als coach moet je soms op je woorden letten als je mening gevraagd wordt over iemand met wie je gewerkt hebt', zegt Viggo Jensen, een van Jess Thorups trainers. 'Maar bij Jess hoef je dat niet te doen. Onmogelijk om iemand te vinden die iets slechts over hem zegt. Dat is ook zijn sterkte, dat hij zo'n normaal mens is.' Ole Bruun, die als verslaggever van de Jutlandse krant Jydske Vestkysten Thorup van nabij volgde bij Esbjerg, vat de Gentse trainer als volgt samen: 'Jess is een fijne man in een vies wereldje.' De Thorups zijn niet geboren en getogen in Odense. Halfweg de jaren zeventig verhuisde het gezin van Christian Thorup, zelf afkomstig uit de havenstad Esbjerg aan de westkust van Jutland, met de kinderen Jess en Tinne van de hoofdstad Kopenhagen naar Odense. Zijn eerste voetbalschoentjes trok Jess dus aan in de hoofdstad en niet in Odense, zoals de meeste websites aangeven. Op zijn vijfde liet hij zich aansluiten bij B93, ooit negenvoudig kampioen en nu actief in de Deense derde klasse. De reden voor de verhuis van het gezin van de hoofdstad naar het eiland Funen? Een job die Christian Thorup in Odense aangeboden kreeg als verkoper bij de Deense versie van de Gouden Gids. ' It was an offer I couldn't refuse', glimlacht hij. In de auto van Jesper Hansen hangt een supporterssjaal van Liverpool FC. Jesper is een jeugdvriend en ex-ploegmaat van Jess Thorup. Eén keer per jaar spreken ze op 6 december af met oude ploegmaats in Carlsens Kvarter, een populair café in Odense dat ook Belgische streekbieren serveert. Beiden liepen school in Paarup, op een paar kilometer van het centrum van Odense. De Paarup Skole, die nog altijd zo'n 800 leerlingen huisvest, ligt naast een sporthal, de Paarup Hallen. 'Jess was goed in alle balsporten, ' zegt Jesper, 'vooral in voetbal en handbal. Hij had ook een carrière in handbal kunnen maken.' Tussen de sporthal en de school bevinden zich de terreinen van voetbalclub TPI, wat staat voor Taup-Paarup Itraetsforening, een club die in 1964 ontstond uit de fusie van beide deelgemeenten van Odense en die dit seizoen voor het eerst in de derde nationale afdeling uitkomt. 'Verkozen tot beste voetbalclub van Denemarken in 2018', staat op een bord aan de omheining. Om de hoek ligt de wijk waar beide gezinnen, dat van Jesper en dat van Jess, woonden. Van hieruit was voor de jongens alles in tien minuten met de fiets te bereiken. In het weekend joegen ze, wanneer hun vaders samen op jacht gingen, het wild op. Bij TPI werden ze allebei gespot door Kim Brink, die toen met de jeugd van Odense vier keer op rij Deens kampioen werd. Kim, de afgelopen decennia een van de meest toonaangevende trainers in Denemarken, was een goeroe voor zijn jongens. Aanvaller Jess stapte na de vraag van Brink meteen over van TPI naar Odense BK - kortweg OB -, middenvelder Jesper volgde een jaar later, wegens de gevolgen van een acute appendicitisingreep. Het jeugdcomplex van OB ligt er nog net zo bij als dertig jaar eerder, mijmert Jesper. Hier werden ze in 1987 samen nationaal jeugdkampioen van Denemarken. In gedachten ziet hij op het veld weer hoe Jess de flank afloopt, een voorzet trapt die door Steen Nedergaard, een ander jeugdtalent, binnengekopt wordt. Het team bulkte van het talent, maar na het seizoen volgde de droge mededeling dat er maar geld was voor drie aspirant-profcontracten. 'Jess was één van de drie uitverkorenen, Steen een andere. Toen wist ik dat ik iets anders moest zoeken naast het voetbal. Ik ging terug naar onze eerste club, TPI, en sloot daar mijn loopbaan af op mijn 27e omdat ik vaak naar het buitenland moest.' Voor Jess ging het opeens snel. Het ene jaar jeugdkampioen, twee jaar later in 1989 al Deens kampioen met het A-team. Hij prijkt, nog met volle haardos, op één van de drie grote foto's van de kampioenenploegen uit de Deense Superliga die in de gang van het trainingscentrum van Odense BK hangen. Het was de laatste titel die OB, inmiddels precies dertig jaar geleden, behaalde. De chicste wijk van Odense, Langelinie, ligt vijf minuten van het opleidingscentrum van OB. Jesper wijst een straatje aan in de buurt van het huis van Kim Brink. Het is het steegje waar hij, Jess en de anderen trainden tot ze moesten overgeven. 'Kim deed ons afzien als de beesten, was superstreng, maar we droegen hem op handen. Hij was onze God.' Papa Christian Thorup herinnert zich hoe Jess van Brink huiswerk mee kreeg. 'Een aantal A-viertjes met wat ze mochten doen, en nog meer A-viertjes met wat ze niet mochten doen.' Jess volgde alles nauwgezet op, net zoals hij in de tuin met zijn vader minutieus aan zijn mindere punten werkte. 'Jess' grootste kwaliteit was zijn toewijding', zegt Christian. 'Hij was toegewijd in alles wat hij deed. Hij had het vermogen om hard te werken en details aan te pakken. Nooit heb ik hem horen klagen. Zijn geld als tiener heeft hij altijd zelf verdiend.' 'Tegenwoordig heb je curling-kinderen. De ouders vegen het ijs, zodat de kinderen er makkelijker over komen. Dat deden wij niet.' Nooit kwam vader Thorup tussenbeide bij een trainer. 'Jess accepteerde wat zijn trainers hem vroegen. Ik was niet van plan het ijs voor hem weg te vegen. Hij moest zijn eigen pad maken. Daar leer je van.' Kim Brink, die Jess Thorup bij TPI opmerkte en naar OB haalde, ontvangt het Belgische bezoek bij hem thuis. Hij herinnert zich de jonge Jess nog goed: 'Hij was graatmager, maar technisch goed, met een prima balaanname, goed kopspel en goed schot. Hij was niet zo snel, maar we hebben daar hard aan gewerkt, volgens een uitgekiend programma op basis van atletiektrainingen. Jess heeft altijd hard aan zijn gebreken gewerkt. Door die ingesteldheid had ik wel verwacht dat hij het als profspeler zou maken, al was hij nooit jeugdinternational en werd hij ook later nooit international. Jess leefde voor zijn sport, was goed omringd en had zelfdiscipline. Het was een slimme speler, iemand met wie je ook op jonge leeftijd over voetbal kon praten. En niet onbelangrijk in je ontwikkelingsjaren: nooit geblesseerd. Jess was ook niet bang om te willen winnen. Veel anderen dekken zich van tevoren in: 'Ach, als we niet winnen, is het ook niet erg.' Hij niet.' Tijdens de semiprofjaren bij Odense studeert Jess aan de handelsschool. Hij werkt parttime bij EY (Ernst&Young) en behaalt als prof na zijn uren nog een diploma als makelaar in de immobiliën. Een ander OB-jeugdtalent dat toen een profcontract kreeg, was Steen Nedergaard. Die maakte als verdediger mee de overstap van de jeugd naar het succesvolle team. Nu is hij hoofdscout voor eersteklasser FC Nordsjaelland en hij noemt Thorup nog altijd een van zijn beste vrienden. Ook voor hem was Kim Brink een belangrijke factor in hun beider ontwikkeling. 'Kim had Cruijff en Van Gaal bestudeerd. Hij was een trainer met een plan. Een inspirator, zoals je die als jongere niet alleen in het voetbal maar in elk vakgebied nodig hebt.' Bij het eerste elftal trokken Steen en Jess samen op. Ze zaten bijeen op de bus en deelden op afzondering de kamer. 'Jess was altijd goedgezind, positief. Aangenaam gezelschap, een teamspeler ook. 'Elke barrière waarmee hij geconfronteerd werd, nam hij. Dat is de rode draad doorheen zijn loopbaan. Alle nieuwe invloeden van elke trainer verwerkte hij, en telkens werd hij beter. Zijn vermogen om dat allemaal te absorberen zonder dat het een hinderpaal werd voor hem, dat is typisch Jess. Zijn motto was: keep improving. Andere spelers krijgen het moeilijk als ze eens op de bank zitten, maar Jess ging zonder morren de concurrentie aan. Een paar jaar later was hij een van de beste spitsen in Denemarken. Ik herinner me dat we eens op een trainingskamp voor het seizoen in Cadiz Spartak Moskou met 3-2 klopten. Aan de receptie vroeg een belangrijk man van een grote Spaanse club naar Jess. Toen ik dat aan Jess vertelde, dacht hij dat het een grap was.' Samen beleefden ze als speler hét hoogtepunt uit het Deense clubvoetbal in de UEFA Cup: toen OB in 1994/95 onder Kim Brink Real Madrid in het eigen Bernabéustadion uitschakelde, een beetje zoals Ajax onlangs deed, alvorens in de kwartfinales tegen de latere winnaar Parma te sneuvelen. Jeugdvriend Jesper Hansen bekeek de match thuis op tv. 'Het was mijn verjaardag, anders was ik misschien mee gegaan. 'Trek het je niet aan', zei Jess voor zijn vertrek. 'Als verjaardagscadeau gaan we ginder met 0-2 winnen.' Maar niemand gelooft me als ik dat vertel.' Ook Steen Nedergaard herinnert zich hoe hun trainer overtuigd was van zijn zaak, hoewel de hele verplaatsing in feeststemming verliep, in het gezelschap van sponsors en spelersvrouwen. 'Het was de laatste match van het jaar, begin december. Iedereen was uitgelaten. Toen we op de luchthaven een uur moesten wachten op de koffer van een vriendin van een speler, was alleen Kim not amused. Hij was een van de weinigen die gefocust was op de match. De avond voor de wedstrijd werd er gefeest, we kwamen amper aan slapen toe. Maar Kims plan kwam wél uit, en we wonnen, dankzij een fantastische partij van onze keeper Lars Høgh. Die pakte die avond alles.' Viggo Jensen was Kim Brinks opvolger als trainer van het OB van Jess Thorup en Steen Nedergaard. 'Viggo was een supertrainer', zegt papa Thorup. 'Hij is eerlijk. Dat heb je niet bij iedereen in dat wereldje.' De achtvoudige Deense international die in 1988 Deens Trainer van het Jaar werd, praat liever Duits dan Engels, het gevolg van vijf jaar voetballen in Duitsland. Eerst maakte hij deel uit van het grote Bayern München met Sepp Maier, Franz Beckenbauer, Paul Breitner en Gerd Müller. In 1974 won dat Bayern in Brussel de eerste Europacup I voor de topclub, na een replay tegen Atlético Madrid, al aanschouwde Jensen die wedstrijden vanaf de bank. Later verhuisde hij naar tweedeklasser Greuther Fürth. Wanneer hij een wedstrijd van Bayern wil zien, belt hij zijn oude ploegmaat, Bayernvoorzitter Uli Hoeness, op. Jensen was ook assistent van zijn vriend Richard Møller Nielsen, toen die met de nationale ploeg in 1992 onverwacht Europees kampioen werd. Op het moment dat Jensen Kim Brink opvolgde, verhuisde hij Jess Thorup van de spits naar het middenveld: 'Ik had vier goeie spitsen, onder wie twee snelle. Jess was niet zo snel, maar hij las het spel goed.' In de winter van 1996 nam OB deel aan een indoortoernooi in Duitsland. Thorup speelde er zo sterk dat Uerdingen hem opmerkte. Dat hij in de Bundesliga aan de slag kon, verraste veel kenners in Denemarken, zegt Jensen. In 1997 werd Viggo Jensen trainer van Esbjerg, de club waarvoor hij ooit zelf gevoetbald had, de club ook waarvoor papa Thorup supporterde in zijn jeugd. Hij groeide immers op in Esbjerg, vandaag de grootste Deense visserijstad, aan de zuidwestkust van het land. Toen Jensen er tussen 1965 en 1969 speelde, was Esbjerg top in Denemarken, met vier titels in vijf jaar. Later pendelde het tussen eerste en tweede klasse. Toen Jensen er in 1997 trainer werd, vegeteerde de club al twaalf jaar in tweede klasse. Bedoeling was terug te keren op het hoogste niveau, herinnert Jensen zich. 'Ik had een groep met veel talent, maar allemaal jonge, onervaren spelers. Ik miste een ervaren man die rust kon brengen.' Dus belde hij Thorup, toen aan de slag bij Tirol Innsbruck, en overtuigde hem om in de zomer van 1998 terug te keren naar Denemarken. 'Maar Jess was niet transfervrij, de clubeigenaar heeft er nog best veel geld voor betaald. Nu, hij was elke Deense kroon die we betaalden meer dan waard. Hij was precies de man die we nodig hadden. Bescheiden, maar volwassen qua mentaliteit. Altijd de rust zelf, nooit uit zijn evenwicht te brengen. Jess moest je niets zeggen, hij wist precies wat hij wanneer moest doen. Een geboren leider. Hij was de baas van de ploeg, vanaf minuut één. Hij bracht ons in 1999 weer naar eerste klasse.' In 2003/04 speelde Esbjerg fantastisch voetbal. Het klopte titelfavoriet Brøndby met 6-1 en had dat seizoen kampioen moeten worden, met Jess Thorup in misschien wel zijn beste seizoen als speler. Maar het finishte derde. Toen Jess Thorup in 2006 bij Esbjerg de voetbalschoenen aan de haak hing, dachten velen dat hij uit het voetbal zou stappen. Zo ook Ole Bruun, die hem als journalist van de Jydske Vestkysten volgde bij Esbjerg. 'Er was sprake dat hij een immobiliënkantoor zou openen, waarvoor hij ook gestudeerd had. Maar plots kreeg hij een kans om hulptrainer te worden bij Esbjerg. Na twee jaar nam hij kort voor het eind van het seizoen over, maar kon de val naar tweede klasse niet vermijden. Maar hij keerde meteen terug naar eerste klasse, met fantastisch voetbal werd hij vierde, en won de beker in 2013. De eerste prijs die Esbjerg haalde sinds 1979, toen het voor het laatst Deens kampioen werd. Jess was erg populair. De slogan die iedereen zich herinnert, leeft hier nog altijd: ' Jess We Can!' Dat stond op de T-shirts van de fans die naar die finale trokken. Kort erna stopte hij bij Esbjerg, en stapte over naar de nationale jeugdploegen.' Ook Viggo Jensen schrok toen Jess trainer werd. 'Ik vond hem niet zo voetbalbezeten als speler. Hij was een echte familieman, ook bij zijn ploegmaats geliefd omdat hij zich ook voor hen en hun gezin interesseerde. Dat was ook wat ik me afvroeg toen ik hoorde dat hij trainer werd: kan je als je zo'n goed mens bent proftrainer worden?' Met de Deense U21 bereikte hij in 2015 de halve finales van het EK. 'Maar dé prestatie die hem als trainer definitief op de kaart zette was zijn titel met FC Midtjylland in 2018', zegt Bruun. Wat hem bij Thorup frappeert, is: 'Hij blijft altijd rustig en panikeert niet wanneer hij onder druk staat. Je zal hem nooit een onvertogen woord over iemand horen zeggen. Hij behandelt iedereen altijd correct. En hij blijft zichzelf. Jess is een man uit één stuk. Als hij toch ten onder moet gaan, dan met zijn eigen principes.' Zijn vader is niet verbaasd met de stappen die hij zette als speler en later als trainer: 'Omdat hij altijd toegewijd was. Ook al is hij nog steeds een familieman. Maar als je echt succesvol wil zijn, moet je naar het buitenland, zeker in het voetbal.' Steen Nedergaard ziet vanuit Denemarken zijn vriend als trainer stappen zetten: 'Altijd ervaringen verwerken, en beter worden. En nooit panikeren of klagen. Jess is slim. Voor hij iets zegt, denkt hij altijd na.' Vandaag is Jess Thorup de vaandeldrager van de Deense coaches en de enige Deense coach op topniveau die nog nooit ontslagen is. Terwijl de voetbaltalenten al sinds de jaren 70 uitzwermen, krijgen de Deense trainers in het buitenland nauwelijks voet aan de grond. In geen van de vijf topcompetities is een Deense trainer aan de slag, stelt Kim Brink vast. 'Alleen Morten Olsen maakte het als Deense coach in het buitenland. Misschien missen we het netwerk dat Zweedse of Nederlandse trainers hebben. De meeste Deense trainers hebben niet eens een makelaar.' Ole Bruuns verklaring sluit aan bij het Deense begrip ' hygge'. Vrij vertaald: gezelligheid. Liefst met kaarsjes, knetterend haardvuur en aangepaste belichting thuis op de bank. 'Denemarken is één grote familie, waar iedereen aardig is tegen elkaar. Misschien missen Deense coaches daardoor hardheid. In het buitenland moet je soms een smeerlap durven zijn. Dat kunnen Denen moeilijk.'