Als Jess Thorup straks zijn koffers in de auto laadt en Gent verlaat, zal niemand juichen. Zelfs zondagavond verdedigden spelers nog zijn keuzes toen ze na de verloren wedstrijd tegen Club Brugge vragen kregen waarop ze makkelijk de joker hadden kunnen inzetten, wetende dat het lot van de trainer aan een zijden draadje hing.
...

Als Jess Thorup straks zijn koffers in de auto laadt en Gent verlaat, zal niemand juichen. Zelfs zondagavond verdedigden spelers nog zijn keuzes toen ze na de verloren wedstrijd tegen Club Brugge vragen kregen waarop ze makkelijk de joker hadden kunnen inzetten, wetende dat het lot van de trainer aan een zijden draadje hing. Vrijdagmiddag leek de situatie bij KAA Gent even op te klaren, ook na de dreun van woensdag. Die indruk wekte vooral Jess Thorup zelf. Zelden een coach gezien die zo snel uit de put klauterde als de Gentse trainer, die woensdag nog zwaar aangeslagen was na de verloren bekerfinale. Zondagavond drukten de overwinning van Anderlecht en de eigen thuisnederlaag tegen Club de hoop op een kentering bij Gent in de resterende wedstrijden van play-off 1 weer verder weg. Aandoenlijk was de inzet, de overgave en de goeie wil bij de thuisploeg, maar als KAA Gent nog eens een doelpunt wil maken, had ex-spits Thorup toch zichzelf moeten opstellen. Terwijl hij nog overtuigd zijn werk en zijn team analyseert, bezint men zich in de bestuurskamer hoe het verder moet de komende weken. Zes maanden geleden kwam u als totaal onbekende trainer aan in Gent. Vond u het na de nederlaag tegen KV Mechelen nog leuk om trainer te zijn in België? JESS THORUP: 'Ja. Leuk is niet het juiste woord, maar als ik 's morgens de deur uitga, moet ik het gevoel hebben dat ik mijn spelers en mijn staf nog kan raken, dat we samen nog iets moet kunnen opbouwen. Als ik niet langer vind dat ik de juiste persoon ben om dit team naar een hoger niveau te brengen, stop ik onmiddellijk. Maar ook na die bekernederlaag heb ik het gevoel dat we samen nog sterk staan, dat niemand zich wegstopt en dat ik deze selectie naar een hoger niveau kan brengen.' Woensdag zat u kort na de wedstrijd nog in zak en as. Vrijdag was u weer helemaal strijdbaar. Hoe lang had u nodig om weer uzelf te worden? THORUP: 'Tijdens de busreis op de terugweg heb ik die knop omgedraaid en bedacht hoe ik de spelers en de rest van de technische staf zou oppeppen. Omdat ik wist dat dat een absolute noodzaak was. Die impuls moest van mij, de hoofdtrainer, komen.' Ooit kwam Ivan De Witte in een interview tot de conclusie dat de trainer nog belangrijker was dan hij tevoren dacht. Omdat, zei hij, de trainer de motor is van de club, degene die alles aandrijft. THORUP: ( knikt) 'Dat is ook hoe ik het zie. Vanaf het moment dat ik 's ochtends op de club aankom, kijkt iedereen naar mij: de andere leden van de technische staf, de medewerkers, de spelers. Ik ben als hoofdcoach altijd degene die de anderen moet inspireren, aanporren en als het moet uit de put halen.' Is er iemand die na zo'n klap verse batterijen in Jess Thorup stopt? THORUP: 'Nee. Het is de passie voor het voetbal en voor mijn werk die me drijven. Ik denk niet aan gisteren, alleen aan vandaag en aan morgen. Lang stilstaan en denken hoe je iets anders had kunnen doen, helpt niet. Je moet vooruit kijken naar wat op je afkomt. Ik kijk altijd uit naar de positieve dingen in het leven, en vraag me af: wat kan ik doen om het beste te halen uit mezelf en de personen rond mij? Sommige spelers hebben een helpende hand nodig, anderen een schop onder hun kont. Ik kan zowel hard als zacht zijn in mijn aanpak. In dit geval heb ik er ook met een paar leiders uit de groep over gepraat, om te merken of zij op dezelfde golflengte zaten als ik. Ik houd de afstand tot mijn spelers klein, opdat ze weten wat ik denk en omgekeerd.' Waarom ziet u het hier na de verloren bekerfinale nog zitten? THORUP: 'Toen ik hier zes maanden geleden begon, zag ik dertien individuen, geen team. Ik zag hoe spelers alleen bezig waren met zichzelf en hun eigen loopbaan. Nu zie ik een team dat groeit, waar iedereen in dezelfde richting marcheert. Een proces dat de goeie kant uit gaat, mét een paar weerhaken aan: resultaten en efficiëntie. Ik ben niet blind voor wat we nog niet hebben.' Kunt u aangeven wat deze groep mist? THORUP: ( denkt lang na) 'Misschien de ervaring om de juiste keuzes te maken op de belangrijke wedstrijdmomenten. De meeste wedstrijden in play-off 1 zijn in evenwicht, meestal verloren we met één goal verschil. Ik beschik over een aantal spelers die ervaring hebben met de nationale ploeg, maar die die ervaring niet kunnen omzetten in goeie keuzes tijdens deze play-off 1-wedstrijden. Veel spelers denken of dachten: we spelen best aardig voetbal. Maar even belangrijk is het vermogen om bij de omschakeling van verdediging naar aanval en omgekeerd de goeie keuzes te maken, efficiënt te zijn op die kantelmomenten. Die efficiëntie missen we nog.' Was het verwachtingspatroon na het bereiken van play-off 1 ook niet een probleem? Jullie werden plots uitgeroepen tot outsider in de titelstrijd. THORUP: 'Dat was inderdaad een probleem. Plots vroegen de spelers en de mensen rond de club zich af: zouden we echt een titelkandidaat kunnen zijn? Ineens dacht men hier aan plaats drie, twee of zelfs één. Een beetje overschatting, dus. Na een match of vier besefte men vervolgens: misschien zijn we toch niet zo goed. Het was een stuk makkelijker geweest voor ons om zonder verwachtingen van buitenaf aan deze play-offs te beginnen.' Was u zichzelf bij de start van play-off 1 bewust dat men te veel van uw team verwachtte? THORUP: 'Ja. Zo is voetbal. Je zet een doel voorop, en als je het haalt, wil iedereen meer. Ik ben zelf ook zo. We hadden ons met zijn allen moeten afvragen: is het realistisch van dit team te verwachten dat het eerste, tweede of derde eindigt?' Voor het seizoen meende de voorzitter dat een plaats bij de eerste drie haalbaar moest zijn voor KAA Gent. Was dat ook uw mening? THORUP: 'Voor mij komt dit seizoen die ambitie te vroeg. Ik zie kwaliteit, ik zie iets groeien, maar in zes maanden deze set van individuen tot één groep kneden, en daar ook nog eens Europees voetbal mee halen, is voor mij te vroeg. Het is een haalbaar doel, maar niet nu.' Wat hebt u daarvoor nog nodig? THORUP: 'In de eerste plaats continuïteit en stabiliteit. Niet meteen denken: deze coach of deze speler is niet goed, laten we een andere halen. Ik denk niet dat we tien nieuwe spelers nodig hebben om top te zijn in deze competitie. Wie nu suggereert om nieuwe spelers te halen, weet ook dat zo'n nieuwe speler misschien een half jaar aanpassing nodig heeft. Als je deze groep samenhoudt, is de kans groot dat je straks wel meedingt voor een prijs.' Deze club is het niet gewend om spelers lang te houden. Gent heeft een traditie als club die aan import en export doet. Stoort u dat? THORUP: 'Nee. Ik weet dat clubs als deze spelers kopen en verkopen om financieel overeind te blijven. Dat moet je accepteren als coach. Ik zeg alleen: als je langer met dezelfde mensen samenwerkt, hebt je meer kans om iets te winnen. Jonathan David kwam hier een jaar geleden als tester, speelde in de tweede ploeg en is nu vaste waarde. Maar hij is nog altijd maar negentien, dus weet je dat het met hem op en neer zal gaan. Hij heeft niet tien of vijftien, maar vijftig wedstrijden nodig om klaar te zijn om de volgende stap.' U laat zo'n jonge speler staan terwijl heel de club schreeuwt om resultaten. THORUP: 'Als je iemand vandaag tien minuten en volgende week twintig minuten laat spelen zal je nooit achterhalen wat hij kan. Het belangrijkste in het voetbal is vertrouwen. Zelfvertrouwen, maar ook het vertrouwen krijgen van de coach.' Hangt dit team te veel af van Vadis Odjidja? THORUP: 'Voor een deel wel. Je hebt altijd spelers nodig naar wie de anderen tijdens de wedstrijd kijken als referentiepunt: hoe doet hij het? Vadis is een van die leiders. Dat bleek ook toen hij er niet bij was.' U was een leider als speler. Een stille leider. THORUP: 'Dat klopt. Soms een stille leider maar ik kon ook hard zijn, net zoals nu. Iedereen noemt me een gentleman, maar wie in de kleedkamer komt, weet dat ik hard kan zijn naar de spelers toe. Als ik zie dat iemand niet het niveau haalt dat hij in zich heeft, ben ik erg hard. Een paar dagen na de bekernederlaag had ik nog een stevig gesprek met een speler die ik verweet niet te brengen wat ik verwacht, waarin ik duidelijk maakte dat ik dat niet pikte, en wat ik wel verwachtte. Als speler had ik ook het liefst dat een trainer me in het gezicht zegde waar het op stond.' Is Gent een makkelijke club om trainer te zijn? THORUP: ( denkt lang na) 'Ik denk niet dat de job van trainer makkelijk is. Elke club heeft zijn eigen karakter, en daar moet je mee om kunnen als je ergens komt. Een club moet niet veranderen omdat er een nieuwe coach is. Ik moet leren deel uitmaken van het DNA van deze club. Misschien mis ik na amper zes maanden nog een paar bestanddelen.' Voelde u zich beledigd toen de voorzitter onlangs in een interview opmerkte dat u misschien nog niet helemaal het DNA van de club belichaamde? THORUP: 'Ja, maar we hebben daar ook open over gepraat. Daarom zijn die wekelijkse meetings goed, zodat het bestuur me kan uitleggen hoe zij de zaken zien opdat ik weet wat ik kan veranderen. Als niemand het me zegt, weet ik dat niet.' Toen u hier aankwam, overtuigde u de club met uw plan. Wat hebt u daarvan verwezenlijkt? THORUP: 'Ik sta nog altijd honderd procent achter mijn plan van toen. Al ben ik niet tevreden met wat ik tot nu bereikte. We kunnen in haast alle opzichten beter dan wat we nu brengen. Maar ik kan dit niet alleen. Ik heb rond mij mensen nodig, technische staf, bestuur, supporters, die in dezelfde richting willen gaan. Concreet wil ik graag een team dat tactisch flexibel is, niet vastgeroest zit in één systeem, maar van wedstrijd tot wedstrijd of van fase tot fase kan wisselen. Als je maar één kunstje kent, ben je te makkelijk lam te leggen. Ik ga altijd uit van aanvallende intenties, maar deze play-off 1 leerde me dat je in België ook compact moet kunnen spelen. Een van mijn doelen is ook dat we hoog druk kunnen zetten, zoals in de laatste match waarin we ons op STVV voor play-off 1 plaatsten. Alleen is het moeilijker om dat ook tegen de absolute topteams te brengen. In het algemeen zie ik zaken goed gaan tot in het laatste derde van het veld. In die laatste details missen we kwaliteit of ervaring. Daar ligt het voornaamste werkpunt. Een type- Mbokani die in zijn ééntje een actie kan afmaken, hebben we niet. Bij ons moet een heel raderwerk perfect functioneren om een goal te maken.' Na de bekerfinale opperde de voorzitter dat hij sommige tactische keuzes in die wedstrijd niet goed begreep. Ervoer u dat als kritiek of heeft een voorzitter het recht zoiets te zeggen? THORUP: 'Beide. Een voorzitter heeft altijd het recht om te zeggen wat hij wil, het is ook een van de punten die we op de meeting na de finale besproken hebben.' Een van de opmerkingen na de finale was waarom Roman Bezoes niet van in het begin speelde, om meer druk op KV Mechelen te zetten. Bezoes was een van jullie dure aankopen. Wilde u hem wel? THORUP: 'Absoluut. Alleen vraagt overstappen van de ene club naar de andere tijd. Hij moet beseffen dat er rondom hem spelers zijn aan wie hij zich moet aanpassen, net zoals zij aan hem moeten wennen. Bezoes had zijn ups en downs, maar hij is wel een speler op wie we rekenen.' Is het moeilijk om hem samen te laten spelen in één team met Vadis? THORUP: 'Nee. Hoe meer spelers met vista in het aanvallende, meest moeilijke gedeelte van het veld, hoe beter.' Een van uw ex-trainers, Viggo Jensen, zei dat hij veel aan een speler als u had, als zijn verlengstuk op het veld. Hebt u een paar Jess Thorups in uw team? THORUP: 'Ik probeer sommige spelers meer verantwoordelijkheid te geven: Vadis en Nana Asare. Hoe meer leiders, hoe beter je ideeën op het veld uitgewerkt worden. Het is niet goed als je ploeg het tijdens de rust nodig heeft dat de trainer hen bijstuurt. Soms hebben mijn spelers nog een gids nodig tijdens de wedstrijd.' Is de Belgische competitie een moeilijke competitie? THORUP: 'Toch wel. Bijna alle wedstrijden in play-off 1 zijn zo intens dat ze voor mij het niveau halen van Europese wedstrijden. Veel teams spelen erg compact en zoeken de fysieke duels op. Ze zijn klaar voor de strijd, in de letterlijke zin van het woord. Als je denkt dat je hen voetballend kunt uittikken, zit je verkeerd. Sommige spelers bij Gent blijven liever uit het duel en verkiezen een voetballende oplossing. Maar voetbal is een duelsport. Als je daar niet goed in bent, win je nooit. Deze play-off 1 is voor mij het perfecte examen om te zien waar Gent staat. Als je die wedstrijden verliest, besef je dat we nog niet het niveau hebben om nummer één, twee of drie te zijn. In de moeilijkste momenten in het leven leer je het meest.'