'Sinds mijn 16e ben ik elke dag met voetbal bezig en daarin speelde ik verschillende rollen. Toen al was ik jeugdtrainer, maar ik ben ook even jeugdscheidsrechter geweest. Ik vind dat trainers dat eens moeten doen, om te ervaren wat het is en vooral te zien hoe trainers reageren wanneer er een bal buiten of binnen is en wat er allemaal tegen kinderen en scheidsrechters geroepen wordt. Natuurlijk moet het doel zijn dat je als speler leert omgaan met stresserende omgevingsomstandigheden. Maar de reden dat ik uit de wereld van het clubvoetbal ben gestapt en mijn eigen wereld aan het creëren ben, is dat ik overtuigd ben dat het anders kan. Ik bedoel: met meer aandacht voor het DNA en de ontwikkelingssnelheid van het kind. Je kunt een heel mooie structuur uittekenen, maar de kwaliteit van een jeugdopleiding staat of valt met de kwaliteit van de coaches.'
...

'Sinds mijn 16e ben ik elke dag met voetbal bezig en daarin speelde ik verschillende rollen. Toen al was ik jeugdtrainer, maar ik ben ook even jeugdscheidsrechter geweest. Ik vind dat trainers dat eens moeten doen, om te ervaren wat het is en vooral te zien hoe trainers reageren wanneer er een bal buiten of binnen is en wat er allemaal tegen kinderen en scheidsrechters geroepen wordt. Natuurlijk moet het doel zijn dat je als speler leert omgaan met stresserende omgevingsomstandigheden. Maar de reden dat ik uit de wereld van het clubvoetbal ben gestapt en mijn eigen wereld aan het creëren ben, is dat ik overtuigd ben dat het anders kan. Ik bedoel: met meer aandacht voor het DNA en de ontwikkelingssnelheid van het kind. Je kunt een heel mooie structuur uittekenen, maar de kwaliteit van een jeugdopleiding staat of valt met de kwaliteit van de coaches.' 'Als clubs gaan scouten, wordt er naar allerlei criteria gekeken: winnaarsmentaliteit, technische bagage, inzicht, snelle voetjes, ... Dat is wat boven het wateroppervlak uitsteekt en dat is wat scouts zien. Maar heel veel van het kind zit onder het wateroppervlak. Daar bevindt de motor van het kind zich. Maar in welke mate is daar in het jeugdvoetbal aandacht voor? In hoeverre vragen ze zich af wie dat kind echt is, hoe het denkt, of het in groeimodus zit, wat de context thuis is en hoe de kring rond dat kind in elkaar zit? 'In wat ik nu doe, probeer ik daar veel aandacht aan te besteden en dan merk je daarvan de impact op wat van het kind boven het wateroppervlak zichtbaar is. Als je bijvoorbeeld weet dat een kind graag op zichzelf is, zal een individuele aanpak efficiënter zijn. Weet je dat het veel fantasie heeft, dan kunnen beelden en verhalen in zijn ontwikkelingsproces extra ondersteunend werken. Weet je dat het graag iets nieuws ontdekt, dan moet het getriggerd worden met nieuwe impulsen. Weet je dat een kind zich snel zorgen maakt, dan heeft het in eerste instantie een bevestigend en bevragend kader nodig. En als je weet dat een kind een verbinder is, moet het gestimuleerd worden met sociale doelstellingen. Maar binnen de clubs zie je dat zo niet. Dat is een andere wereld. 'Ik wil weten wie mijn spelers als persoon zijn. Wat ze behalve voetballen nog kunnen. Er zijn kinderen die echt nog niet weten wat hun talent is en die daar onbewust voortdurend naar op zoek zijn. In evaluatiegesprekken op de club horen ze wel dat ze goed zijn in het vrijlopen of in het afwerken én waar ze niet goed in zijn. Maar de taak van een coach is niet te zeggen waar je als kind goed in bent. Zijn rol is die van talentenfluisteraar: kinderen helpen om zélf hun talenten te ontdekken. Dat is duurzamer in het ontwikkelingsproces van het kind. Het is ook een beetje de counter op de druk om te voldoen aan de verwachtingen van anderen, door het kind het gevoel te geven: je mag zijn wie je bent, je bent wie je wordt op je eigen snelheid. 'Het woord geven aan het kind is enorm belangrijk. Soms hoor je van spelers dat ze niet genoeg coachen, maar werd er in de opleiding vanaf zes à zeven jaar de nadruk gelegd op spreken? Mij moeten ze geen hand geven, want dat vind ik onpersoonlijk. Ik wil dat ze een babbeltje slaan, iets vertellen uit zichzelf. Voor sommige kinderen is dat echt moeilijk.' 'Door de druk gaan kinderen het gewenste gedrag vertonen, om hun trainer of hun ouders niet te ontgoochelen. Ik probeer ze juist dingen te laten doen die ze nog nooit deden, om hen uit hun comfortzone te halen. Hard uitgedrukt, zou je kunnen zeggen: hen bewust 'kraken' om hen heel snel te 'maken'. Je geeft iemand een prikkel die hem even in de paniekzone brengt, je laat hem schrikken om hem dan zijn eigen weg te laten zoeken. Waar nodig begeleid je de speler uiteraard. Zo leert iemand zich aanpassen en dat vergroot zijn leervermogen. Kortstondig bewust chaos creëren, kan heel belangrijk zijn voor de ontwikkeling en het aanpassingsvermogen van kinderen. 'Dat kun je doen door in een oefenvorm een speler bewust te overladen met richtlijnen en doelstellingen totdat hij moeite heeft en het plots niet meer weet. Heel interessant is dan te zien wat zijn reactie is, in hoeverre hij snel zijn eigenheid en rust terugvindt, én hem te laten verwoorden hoe hij zich daarbij voelt. Zelf rust leren brengen in de geest en het lichaam ondersteunt ook de zichtbare voetbalkwaliteiten: je wordt zelfverzekerder aan de bal en je bewuster van je lichaam. Eenvoudige ademhalingsoefeningen kunnen daarbij helpen. Als je in een stresssituatie je ademhaling laag kunt houden, voel je dat je lichaam tot rust komt en dat je uit die chaos kunt stappen. Een kind groeit niet door eraan te trekken, maar door aandacht te geven en rust te leren creëren. 'Ontzettend belangrijk daarbij is de klik, de verbondenheid met het kind. Dat doe je door gesprekjes, huisbezoeken, wedstrijdbezoeken, door je in het kind te interesseren en dus niet alleen in hoe het voetbalt. Die extra aandacht, dat vertrouwen is van groot belang. Als een speler interesse voelt voor zijn DNA ontstaat er verbondenheid en laat dat nu net de brandstof voor zijn ontwikkelingsproces zijn. Dan respecteert hij makkelijker de feedforward van de coach en durft hij sneller zijn comfortzone te verlaten. Zo ontstaat er als het ware een veiliger ontwikkelingsklimaat.' 'Ook verbondenheid met de ouders is belangrijk. Het zijn volwaardige opleidingspartners die je veel info kunnen geven over hun kinderen. Door die verbondenheid zwaar door te trekken, krijg je een gevoel van permanente evolutie door uitwisseling. In de clubs gebeurt het te weinig. Vaak hoor je dat ouders langs de lijn de mond gesnoerd worden. Mijn ervaring is dat als zij zich gewaardeerd voelen en hun verhaal kunnen brengen, ze niet gaan roepen en tieren en niet van hun neus gaan maken tegen de trainer als het eens wat minder loopt. Dan kun je hen via interactie op een manier bespelen dat het kind daar automatisch ook thuis een meerwaarde van ondervindt. Omdat ze er anders beginnen om te gaan met het kind. 'Ik maakte het mee dat een spelertje een eliteclub binnenkwam en de vader zijn zoontje een balpen in de hand stak, een blad papier voor de neus legde en het vlaggetje van die club erbij zette, alsof dat kind zijn contract tekende. Daar maakte hij vervolgens een foto van. Wat een druk legt die man daarmee niet op dat jongetje en op dat gezin! Drie maanden later krijg je dan opeens een gesprek met die ouders: 'Jantje is weer aan het bedwateren...' 'Door ouders erbij te betrekken, creëer je een zorgklimaat rond kinderen. Als je merkt dat een kind bij een foute pass iedere keer naar zijn papa kijkt, een afkeurende blik ziet en vervolgens zijn hoofd naar beneden gaat, weet je: wanneer hij thuiskomt, wordt die wedstrijd nog eens herspeeld... Dat verdient een kind niet. Als je met ouders verbondenheid en vertrouwen creëert, kun je dat benoemen. 'Wij filmen veel tijdens onze trainingen en nemen ook de tijd om kinderen dan naar die beelden te laten kijken. Zo maken we hen er bewust van hoe ze zich in bepaalde situaties gedragen. We laten het kind vertellen hoe het zich daarbij voelt en hoe het dat de volgende keer anders kan doen. Het is vrij confronterend als het zijn rouwmomenten en knikkende hoofd in beeld ziet. Maar het is pure winst als we het kind kunnen helpen om enerzijds zelf zijn drukbezette papa aan te spreken en de situatie thuis te benoemen én anderzijds ook leert om zelf met die rouwmomenten om te gaan. 'Wat we dus niet doen, is zeggen: 'Dat mag niet, de volgende keer moet het zo!' Door waarderend te coachen geven we het kind zelf de kans om zijn weg te zoeken en te groeien. Kinderen moeten tijdens hun opleiding vertrouwen en kracht kunnen opbouwen om later met de harde wereld te kunnen omgaan. 'Een voetbalopleiding is ook een beetje het coachen van ouders. Als je dat op een oprechte, authentieke, respectvolle manier doet, lukt dat. Zo werken wij met succes met ouderstewards in de rol van verbinders.' 'Wij zien voetbal als doel, maar ook als middel. Daarom doen we ook veel andere dingen, zoals: eens samen voetballen met kinderen met een beperking, een rusthuis bezoeken en met de bewoners spreken en een coördinatietraining afwerken in de rusthuistuin of de eerste tien minuten van een training een reportage over kinderarmoede tonen. Dat doen we om hen bewust eens te ontwapenen, hen te confronteren met de dualiteit, hen de verschillende mogelijkheden, snelheden en DNA's te laten zien. Geregeld tonen we inspiratiefilmpjes die we dan naar het veld vertalen. Zoals bijvoorbeeld beelden van kinderen die samenwerken om een omgewaaide boom weg te duwen. Dat deden we vóór een toernooitje waarin een van onze doelstellingen was: door elkaar te steunen en samen te werken, komen we veel verder. 'Wat we ook al deden, is een nocturne: trainen in een zaal met gedempte lichten. En talentjes van de U8 laten meetrainen met de U13 om ze te leren omgaan met nieuwe contexten. En binnenkort is er een back-to-basic-voetbalstage: in de bossen in tenten slapen, zonder toiletten, dagelijks opdrachten uitvoeren om aan drinkwater te geraken, zelf instaan voor het eten et cetera. Voetbal als middel om tools voor het leven te creëren. 'Wij zetten in op persoonlijke ontwikkeling en proberen alle domeinen te ontwikkelen: het technische, het tactische, het motorische en het cognitieve, maar ook het mentale en het sociale. Het moeilijkste is de differentiatie en het creëren van de meest ideale ontwikkelingsomstandigheden voor elk kind.' 'Een van de peilers van de opleidingsvisie van de KBVB en Voetbal Vlaanderen is dat het kind centraal moet staan, maar over die groeimotor van het kind wordt onvoldoende gesproken. Ik denk dat het nog een onontgonnen gebied is: hoe ga je om met situaties en kinderen in ontwikkelingscontexten? 'Ik weet niet of dat inzicht, die bereidwilligheid en die knowhow bij onze clubs al aanwezig is. Waarom zitten één-op-één gesprekken en één-op-één trainingen in het jeugdvoetbal nog in een hoekje? Zijn coaches ertoe in staat een begeleidingsproces in een context één op één op te pakken? Tijd te maken voor groei en ontwikkeling? Niet vanuit een ivoren toren, niet als een bullebak, maar vanuit verbondenheid en vertrouwen, in contact met het kind, de kring rond het kind en de jeugdvoetballerij. 'Op die manier krijg je voetballers die mondiger en creatiever zijn, die meer durven en eerbaar zijn in bepaalde situaties. Gasten die weten wie ze zijn en dat ze zichzelf mogen zijn. Geef je alleen maar instructies, dan komt de eigenheid van het kind niet naar boven en krijg je eenheidsworst. Kinderen leren ageren, is een grotere en moeilijker stap dan ze te leren reageren. Zelf keuzes laten maken en zo medeverantwoordelijkheid laten opnemen, voedt hun persoonlijk groeiproces. 'De motivatie moet niet komen van een trainer die staat te roepen. Het is het kind dat het moet doen en de beslissing moet nemen. Een coach is een begeleider en niet iemand die PlayStation speelt. Maar in de praktijk zie je hen het vaak van kinderen overnemen. 'In het talentontwikkelingsmodel van de KBVB en Voetbal Vlaanderen zijn er zes peilers die boven het wateroppervlak zichtbaar zijn en in die cursus staat dat er geen enkel talent verloren mag gaan. Maar wat noem je talent? Talent is het gedrag stellen waarvoor het kind de kwaliteit bezit en dat excelleert in de juiste context. Die context is belangrijk. Die moet ervoor zorgen dat het kind beseft dat dat gedrag excellentie voortbrengt, want dat is wat voor groei zorgt, voor zelfvertrouwen en veerkracht. Dat is de benzine voor ontwikkeling. 'Het grootste probleem in het jeugdvoetbal is het prestatieklimaat, het scorebord, het gebrek aan geduld en aandacht voor het DNA van het kind. Mensen vragen mij vaak: 'Zou ik wel de stap naar een eliteclub zetten?' Dan antwoord ik: 'Ga in gesprek en vraag wat ze de komende tien jaar met je zoon gaan doen en hoe ze dat gaan doen.' Nu is er elk seizoen evaluatie en dat zorgt voor onrust: gaat hij mogen blijven of niet? Onlangs hoorde ik dat een tienjarig kind van een eliteclub na amper één jaar waarin het sukkelde met blessures alweer weggestuurd werd en dat die mensen nu met hun zoontje bij psychologen zitten. Dan denk ik: waar zijn we in godsnaam mee bezig?'