Vanaf donderdag ligt het speciale nummer 'Club Brugge 100 jaar kampioen' in de winkel. De eerste titel van blauw-zwart, in 1920, vormt het uitgangspunt voor deze extra uitgave van Sport/Voetbalmagazine waarin de vijftien tot dusver behaalde kampioenschappen worden belicht. Grote namen passeren de revue. Daarbij komt de figuur van de memorabele Ernst Happel vaak terug.

Weinig trainers over wie zovele anekdotes bestaan als over deze Oostenrijker die tussen januari 1974 en november 1978 bijna vijf jaar voor Club werkte. Het begon al toen hij bij zijn allereerste bijeenkomst met de bestuurlijke top precies op het afgesproken tijdstip de vergaderzaal binnenstapte, maar de heren nog niet waren gearriveerd. Een minuut later zat Happel alweer achter het stuur van zijn auto. 'Zeg tegen de heren dat ik er geweest ben', sprak hij de verbijsterde materiaalmeester toe. En scheurde met gierende banden weg.

Iedereen wist meteen hoe laat het was. Ook de spelers. Hoe ze zich voelden, wilde Happel van twee levensgenieters, de legendarische rechtsbuiten Johnny Thio en de dromerige strateeg Pierre Carteus, weten. Ze antwoordden dat ze een beetje geblesseerd waren. Waarop Happel ze de daaropvolgende zondag tot hun verwondering gewoon op de bank zette. 'Ik werk alleen met fitte spelers', zei hij.

Ernst Happel, achter wiens ruwe façade een gevoelig man schuilde, was een memorabel figuur. Hij zei niet veel en gebruikte het tactisch bord alleen om de namen van de tegenpartij op te schrijven. Maar als het moest, reageerde hij tijdens de wedstrijd wel. Zijn tactisch doorzicht bezorgde hem het aureool van onkreukbare vakman. Happel was ook de eerste trainer die begreep dat in het moderne voetbal het gevaar van achterin moest komen. Met zijn natuurlijke autoriteit zorgde hij ervoor dat iedereen op zijn kompas voer. Naar namen keek hij niet. Toen de Brugse burgemeester Michel Van Maele, die ook een bakkerij bezat, ooit eens de kleedkamer binnenstapte, riep hij woest: 'Jij bakker, jij buiten.' De kleedkamer was zijn heiligdom en die van de spelers.

Happel pakte met Club Brugge drie opeenvolgende titels en speelde twee Europese finales. Hij onderging alle successen haast onbewogen, al leverde de weggeslikte stress hem verschillende maagzweren op. Happel kon alleen functioneren als hij over alles de baas was. Ooit liet hij eens vier spelers met hun auto's achter de bus aanrijden omdat ze twee minuten te laat waren gekomen. Dat was voor een verplaatsing naar Anderlecht. De vier kregen een enorme uitbrander in de kleedkamer en Happel zei hen dat ze nu de kans kregen om alles goed te maken. Vervolgens speelden ze de pannen van het dak. Een andere keer trokken vier spelers voor het begin van een trainingskamp naar het bestuur om over wat financiële onenigheden te praten. Toen ze terugkwamen was de bus al vertrokken en mochten ze twee weken met de invallers trainen.

Onvoorspelbaar en ondoordringbaar was Ernst Happel. Toen hij bij Club Brugge stopte, nam hij op een bijzondere manier afscheid van de spelers. Hij trok de kleedkamerdeur open en zei: 'Meine Herren, Danke Schön und auf Wiedersehen.'

Vanaf donderdag ligt het speciale nummer 'Club Brugge 100 jaar kampioen' in de winkel. De eerste titel van blauw-zwart, in 1920, vormt het uitgangspunt voor deze extra uitgave van Sport/Voetbalmagazine waarin de vijftien tot dusver behaalde kampioenschappen worden belicht. Grote namen passeren de revue. Daarbij komt de figuur van de memorabele Ernst Happel vaak terug.Weinig trainers over wie zovele anekdotes bestaan als over deze Oostenrijker die tussen januari 1974 en november 1978 bijna vijf jaar voor Club werkte. Het begon al toen hij bij zijn allereerste bijeenkomst met de bestuurlijke top precies op het afgesproken tijdstip de vergaderzaal binnenstapte, maar de heren nog niet waren gearriveerd. Een minuut later zat Happel alweer achter het stuur van zijn auto. 'Zeg tegen de heren dat ik er geweest ben', sprak hij de verbijsterde materiaalmeester toe. En scheurde met gierende banden weg.Iedereen wist meteen hoe laat het was. Ook de spelers. Hoe ze zich voelden, wilde Happel van twee levensgenieters, de legendarische rechtsbuiten Johnny Thio en de dromerige strateeg Pierre Carteus, weten. Ze antwoordden dat ze een beetje geblesseerd waren. Waarop Happel ze de daaropvolgende zondag tot hun verwondering gewoon op de bank zette. 'Ik werk alleen met fitte spelers', zei hij.Ernst Happel, achter wiens ruwe façade een gevoelig man schuilde, was een memorabel figuur. Hij zei niet veel en gebruikte het tactisch bord alleen om de namen van de tegenpartij op te schrijven. Maar als het moest, reageerde hij tijdens de wedstrijd wel. Zijn tactisch doorzicht bezorgde hem het aureool van onkreukbare vakman. Happel was ook de eerste trainer die begreep dat in het moderne voetbal het gevaar van achterin moest komen. Met zijn natuurlijke autoriteit zorgde hij ervoor dat iedereen op zijn kompas voer. Naar namen keek hij niet. Toen de Brugse burgemeester Michel Van Maele, die ook een bakkerij bezat, ooit eens de kleedkamer binnenstapte, riep hij woest: 'Jij bakker, jij buiten.' De kleedkamer was zijn heiligdom en die van de spelers.Happel pakte met Club Brugge drie opeenvolgende titels en speelde twee Europese finales. Hij onderging alle successen haast onbewogen, al leverde de weggeslikte stress hem verschillende maagzweren op. Happel kon alleen functioneren als hij over alles de baas was. Ooit liet hij eens vier spelers met hun auto's achter de bus aanrijden omdat ze twee minuten te laat waren gekomen. Dat was voor een verplaatsing naar Anderlecht. De vier kregen een enorme uitbrander in de kleedkamer en Happel zei hen dat ze nu de kans kregen om alles goed te maken. Vervolgens speelden ze de pannen van het dak. Een andere keer trokken vier spelers voor het begin van een trainingskamp naar het bestuur om over wat financiële onenigheden te praten. Toen ze terugkwamen was de bus al vertrokken en mochten ze twee weken met de invallers trainen.Onvoorspelbaar en ondoordringbaar was Ernst Happel. Toen hij bij Club Brugge stopte, nam hij op een bijzondere manier afscheid van de spelers. Hij trok de kleedkamerdeur open en zei: 'Meine Herren, Danke Schön und auf Wiedersehen.'