In de Genkse Luminus Arena zijn volop verbouwingswerken aan de gang, maar op het veld zijn die al een tijdje achter de rug. Met dank aan vakkundig knip- en plakwerk van John van den Brom. Dat leverde al een beker op, de vijfde voor Genk maar de allereerste voor de trainer die in zes maanden de hele club naar zijn hand zette, maar nog niet verzadigd is.

John van den Brom praat bevlogen en enthousiast. 'Ik ben benieuwd waar dit avontuur gaat eindigen. Ik ben heel erg hongerig, maar ik zie ook nog de honger bij de jongens. Dat voelde ik na die gewonnen beker. Dat was misschien net zo mooi als het moment waarop we hem wonnen. Let maar op: het vat is nog niet leeg, hier.'

Stonden de spelers bij Genk open voor uw ideeën?

Van den Brom: 'Als je 4-3-3 speelt, kijk je altijd hoe je het beste die jongens voorin laat spelen. Als aanvallende coach is mijn eerste vraag: hoe kunnen we het beste uit die jongens voorin halen? Daaromheen ga je het elftal neerzetten om zo veel mogelijk die drie jongens in stelling te brengen. Met name Théo Bongonda en Junya Ito krijgen veel vrijheid, maar er moet wel een bepaalde discipline zijn zodat ze weten wat ze moeten doen op momenten dat we de bal niet hebben.'

Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn twee begrippen waar u als trainer bij zweert. Als je veel verantwoordelijkheid en vrijheid geeft, krijg je ook veel terug, wist u al heel vroeg.

Van den Brom: 'Dat is mijn manier van werken. Ik ben zo'n coach die daardoor het beste uit spelers kan halen. Wat is er mis met op een normale manier met mekaar omgaan? Ik voel me ook niets meer dan mijn spelers en mijn collega-trainers met wie ik op het veld sta. Mijn kracht is altijd om van al die losse dingen één geheel te maken.

Zit die aanpak in uw karakter of hebt u dat geleerd als trainer?

Van den Brom: 'Beide. Als het niet in je karakter zit, kan je het nooit zo overbrengen. Het vloeit ook voort uit je eigen ervaring met coaches met wie je gewerkt hebt. Ik zeg altijd: een arm om een speler heen doet honderd keer meer dan iemand verrot schelden. Dat is mijn manier van werken, mijn positiviteit. Ik zie altijd het positieve. Ik ga altijd uit van het idee dat iedereen het beste voor heeft.'

Van den Brom: 'Théo Bongonda en Junya Ito krijgen veel vrijheid, maar er moet wel een bepaalde discipline zijn zodat ze weten wat ze moeten doen op momenten dat we de bal niet hebben.', Belga Image
Van den Brom: 'Théo Bongonda en Junya Ito krijgen veel vrijheid, maar er moet wel een bepaalde discipline zijn zodat ze weten wat ze moeten doen op momenten dat we de bal niet hebben.' © Belga Image

De manier waarop

Wat heeft u het meest verbaasd in uw verhaal Genk tot nog toe?

Van den Brom: 'De ups en downs. En daarna er weer uitkomen met zijn allen. Dat is het mooiste, dat ik nu zo geniet van hoe het elftal op dit moment speelt. Ik hou van voetbal, vooral van mooi voetbal. Ik wil zien dat mijn team herkenbaar speelt. Ik zie spelvreugde, kwaliteit, intensiteit. Ik zie fysiek een sterk elftal en mentaliteit, bijvoorbeeld op Antwerp in die eerste play-offwedstrijd. We hebben daar goed gereageerd zonder dat ik wissels moest doen.'

Zag u toen u hier aankwam meteen de pijnpunten?

Van den Brom: 'Ik trof een elftal aan dat vertrouwen had omdat ze wedstrijden wonnen, maar ik zag ook onmiddellijk veel potentie in het voetballende verhaal. Winnen is mooi, maar de manier waarop kan nog zo veel beter.'

'Ik ben vandaag helemaal niet tevreden. Er zit nog zo veel meer in dan wat we nu al laten zien. Daarom geef ik de spelers bepaalde handvaten mee, om ze vertrouwen te geven. Zodra dat gebeurt heb je een klik, en kan je dat beter op mekaar afstemmen. Dan krijg je automatismen en meer zekerheid. Ik zie vandaag een elftal dat vertrouwen heeft, niet in paniek geraakt wanneer ze op achterstand komen, maar gewoon durft te blijven voetballen.'

'Soms vraag ik me wel eens af: zijn ze zich wel bewust van hoe goed ze kunnen zijn?'

U denkt dat de meeste spelers van Genk zichzelf nog onderschatten?

Van den Brom: 'Ja. Ik denk dat we nog beter kunnen dan we nu laten zien.'

Lees het volledige interview met de coach van KRC Genk in Sport/Voetbalmagazine van 12 mei.

In de Genkse Luminus Arena zijn volop verbouwingswerken aan de gang, maar op het veld zijn die al een tijdje achter de rug. Met dank aan vakkundig knip- en plakwerk van John van den Brom. Dat leverde al een beker op, de vijfde voor Genk maar de allereerste voor de trainer die in zes maanden de hele club naar zijn hand zette, maar nog niet verzadigd is.John van den Brom praat bevlogen en enthousiast. 'Ik ben benieuwd waar dit avontuur gaat eindigen. Ik ben heel erg hongerig, maar ik zie ook nog de honger bij de jongens. Dat voelde ik na die gewonnen beker. Dat was misschien net zo mooi als het moment waarop we hem wonnen. Let maar op: het vat is nog niet leeg, hier.'Stonden de spelers bij Genk open voor uw ideeën?Van den Brom: 'Als je 4-3-3 speelt, kijk je altijd hoe je het beste die jongens voorin laat spelen. Als aanvallende coach is mijn eerste vraag: hoe kunnen we het beste uit die jongens voorin halen? Daaromheen ga je het elftal neerzetten om zo veel mogelijk die drie jongens in stelling te brengen. Met name Théo Bongonda en Junya Ito krijgen veel vrijheid, maar er moet wel een bepaalde discipline zijn zodat ze weten wat ze moeten doen op momenten dat we de bal niet hebben.'Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn twee begrippen waar u als trainer bij zweert. Als je veel verantwoordelijkheid en vrijheid geeft, krijg je ook veel terug, wist u al heel vroeg.Van den Brom: 'Dat is mijn manier van werken. Ik ben zo'n coach die daardoor het beste uit spelers kan halen. Wat is er mis met op een normale manier met mekaar omgaan? Ik voel me ook niets meer dan mijn spelers en mijn collega-trainers met wie ik op het veld sta. Mijn kracht is altijd om van al die losse dingen één geheel te maken.Zit die aanpak in uw karakter of hebt u dat geleerd als trainer?Van den Brom: 'Beide. Als het niet in je karakter zit, kan je het nooit zo overbrengen. Het vloeit ook voort uit je eigen ervaring met coaches met wie je gewerkt hebt. Ik zeg altijd: een arm om een speler heen doet honderd keer meer dan iemand verrot schelden. Dat is mijn manier van werken, mijn positiviteit. Ik zie altijd het positieve. Ik ga altijd uit van het idee dat iedereen het beste voor heeft.'Wat heeft u het meest verbaasd in uw verhaal Genk tot nog toe?Van den Brom: 'De ups en downs. En daarna er weer uitkomen met zijn allen. Dat is het mooiste, dat ik nu zo geniet van hoe het elftal op dit moment speelt. Ik hou van voetbal, vooral van mooi voetbal. Ik wil zien dat mijn team herkenbaar speelt. Ik zie spelvreugde, kwaliteit, intensiteit. Ik zie fysiek een sterk elftal en mentaliteit, bijvoorbeeld op Antwerp in die eerste play-offwedstrijd. We hebben daar goed gereageerd zonder dat ik wissels moest doen.'Zag u toen u hier aankwam meteen de pijnpunten?Van den Brom: 'Ik trof een elftal aan dat vertrouwen had omdat ze wedstrijden wonnen, maar ik zag ook onmiddellijk veel potentie in het voetballende verhaal. Winnen is mooi, maar de manier waarop kan nog zo veel beter.''Ik ben vandaag helemaal niet tevreden. Er zit nog zo veel meer in dan wat we nu al laten zien. Daarom geef ik de spelers bepaalde handvaten mee, om ze vertrouwen te geven. Zodra dat gebeurt heb je een klik, en kan je dat beter op mekaar afstemmen. Dan krijg je automatismen en meer zekerheid. Ik zie vandaag een elftal dat vertrouwen heeft, niet in paniek geraakt wanneer ze op achterstand komen, maar gewoon durft te blijven voetballen.''Soms vraag ik me wel eens af: zijn ze zich wel bewust van hoe goed ze kunnen zijn?'U denkt dat de meeste spelers van Genk zichzelf nog onderschatten?Van den Brom: 'Ja. Ik denk dat we nog beter kunnen dan we nu laten zien.'Lees het volledige interview met de coach van KRC Genk in Sport/Voetbalmagazine van 12 mei.