Sinds vorig seizoen lijk je meer regelmaat in je prestaties gevonden te hebben. Hoe belangrijk was de beslissing om je voortaan enkel als verdediger te beschouwen?

Jordi Vanlerberghe: 'Heel belangrijk. Twee winters geleden heb ik dat gesprek zelf aangevraagd met de coach. Bij Oostende en in mijn eerste jaar terug bij Mechelen voelde ik dat ik te wisselvallig presteerde. Het zette me aan het denken: waar rendeer ik nu het best? Die vraag heb ik ook gesteld aan mensen uit mijn entourage, zoals Mats Rits en Colin Coosemans. Ik had echt nood aan duidelijkheid, dat ik voor mezelf kon zeggen: dit ben ik.

'Vrancken zag me eerder als zes, maar ik denk als centrale verdediger verder te kunnen geraken in mijn carrière. Ik heb er de kwaliteiten voor: snelheid en voetballend vermogen. Zeker omdat ik nog veel progressiemarge heb op die positie. Vlak na dat gesprek viel Joachim Van Damme echter geblesseerd uit en had de ploeg toch nood aan mij als middenvelder. Die zomer heb ik dan nog eens met de coach gesproken en gezegd dat ik alleen als verdediger wilde gezien worden, zelfs als dat betekende dat ik op de bank zou zitten. Rocky Bushiri en Thibaut Peyre begonnen als centraal duo aan het seizoen, maar omdat de resultaten tegenvielen kreeg ik na enkele wedstrijden mijn kans. Daarna ben ik er nooit meer uitgegaan - tenzij even door blessure. Ik denk dat ik de juiste keuze gemaakt heb. Als middenvelder zou ik een plek hebben bij veel eersteklassers, maar als verdediger mik ik hoger.'

De perceptie is wel dat je af en toe nog last hebt van concentratieverlies. Ook tegen Club Brugge onlangs was je top, maar één foutje leidde bijna tot een doelpunt.

Vanlerberghe: 'Ik vind het jammer dat we in België nogal snel een stempel op iemand plakken en daar niet meer op terugkomen. Bij mij is dat ook: ik kan dertig goede wedstrijden spelen, dan toch één keer in de fout gaan en plots steken weer de commentaren op dat ik een te nonchalante speler ben. Ik kan daar niet mee akkoord gaan. Neem Wout Faes of Sebastiaan Bornauw, die hier op een bepaald moment ook afgeschreven werden, maar nu wel vlot meedraaien in de Ligue 1 en Bundesliga. Dat toont hoe relatief zo'n beeldvorming soms is.'

Op welke vlakken moet je het gebrek aan opleiding als verdediger nog corrigeren?

Vanlerberghe: 'Dat zit in details. Als een spits op doel trapt, heb ik de neiging daar te lang naar te kijken, terwijl iemand als Peyre meteen zal volgen op dat schot, om te reageren op een eventuele redding van de keeper. Dat zijn reflexen die er bij mij nog moeten komen. Ik merk dat ik bij het bekijken van Champions Leaguewedstrijden nu vaker de verdedigers in het oog houd, terwijl dat vroeger de middenvelders waren. Aan de bal moet ik mezelf blijven, want dat onderscheidt me van de rest, maar verdedigend moet ik bijleren.'

Lees het volledige interview met Jordi Vanlerberghe deze week in Sport/Voetbalmagazine of in onze Plus-zone.

Sinds vorig seizoen lijk je meer regelmaat in je prestaties gevonden te hebben. Hoe belangrijk was de beslissing om je voortaan enkel als verdediger te beschouwen?Jordi Vanlerberghe: 'Heel belangrijk. Twee winters geleden heb ik dat gesprek zelf aangevraagd met de coach. Bij Oostende en in mijn eerste jaar terug bij Mechelen voelde ik dat ik te wisselvallig presteerde. Het zette me aan het denken: waar rendeer ik nu het best? Die vraag heb ik ook gesteld aan mensen uit mijn entourage, zoals Mats Rits en Colin Coosemans. Ik had echt nood aan duidelijkheid, dat ik voor mezelf kon zeggen: dit ben ik.'Vrancken zag me eerder als zes, maar ik denk als centrale verdediger verder te kunnen geraken in mijn carrière. Ik heb er de kwaliteiten voor: snelheid en voetballend vermogen. Zeker omdat ik nog veel progressiemarge heb op die positie. Vlak na dat gesprek viel Joachim Van Damme echter geblesseerd uit en had de ploeg toch nood aan mij als middenvelder. Die zomer heb ik dan nog eens met de coach gesproken en gezegd dat ik alleen als verdediger wilde gezien worden, zelfs als dat betekende dat ik op de bank zou zitten. Rocky Bushiri en Thibaut Peyre begonnen als centraal duo aan het seizoen, maar omdat de resultaten tegenvielen kreeg ik na enkele wedstrijden mijn kans. Daarna ben ik er nooit meer uitgegaan - tenzij even door blessure. Ik denk dat ik de juiste keuze gemaakt heb. Als middenvelder zou ik een plek hebben bij veel eersteklassers, maar als verdediger mik ik hoger.'De perceptie is wel dat je af en toe nog last hebt van concentratieverlies. Ook tegen Club Brugge onlangs was je top, maar één foutje leidde bijna tot een doelpunt.Vanlerberghe: 'Ik vind het jammer dat we in België nogal snel een stempel op iemand plakken en daar niet meer op terugkomen. Bij mij is dat ook: ik kan dertig goede wedstrijden spelen, dan toch één keer in de fout gaan en plots steken weer de commentaren op dat ik een te nonchalante speler ben. Ik kan daar niet mee akkoord gaan. Neem Wout Faes of Sebastiaan Bornauw, die hier op een bepaald moment ook afgeschreven werden, maar nu wel vlot meedraaien in de Ligue 1 en Bundesliga. Dat toont hoe relatief zo'n beeldvorming soms is.'Op welke vlakken moet je het gebrek aan opleiding als verdediger nog corrigeren?Vanlerberghe: 'Dat zit in details. Als een spits op doel trapt, heb ik de neiging daar te lang naar te kijken, terwijl iemand als Peyre meteen zal volgen op dat schot, om te reageren op een eventuele redding van de keeper. Dat zijn reflexen die er bij mij nog moeten komen. Ik merk dat ik bij het bekijken van Champions Leaguewedstrijden nu vaker de verdedigers in het oog houd, terwijl dat vroeger de middenvelders waren. Aan de bal moet ik mezelf blijven, want dat onderscheidt me van de rest, maar verdedigend moet ik bijleren.'Lees het volledige interview met Jordi Vanlerberghe deze week in Sport/Voetbalmagazine of in onze Plus-zone.