Kapsones zijn Jordi Vanlerberghe (25) vreemd. Omdat zijn massagesessie - eigenlijk een blessurebehandeling, zo zou achteraf blijken - wat uitliep, verzaakte hij aan de aangeboden lunch op de club. Kwestie van ons niet langer te laten wachten. Ook tegenover jeugdspelers die bij de A-kern komen piepen, stelt hij zich op een zelfde laagdrempelige manier op.
...

Kapsones zijn Jordi Vanlerberghe (25) vreemd. Omdat zijn massagesessie - eigenlijk een blessurebehandeling, zo zou achteraf blijken - wat uitliep, verzaakte hij aan de aangeboden lunch op de club. Kwestie van ons niet langer te laten wachten. Ook tegenover jeugdspelers die bij de A-kern komen piepen, stelt hij zich op een zelfde laagdrempelige manier op. Dat heeft veel te maken met zijn eigen parcours: in de huidige (basis)ploeg van Malinwa is Vanlerberghe de enige speler uit de eigen jeugdopleiding. Hij is hier kind aan huis en dat geeft hem mentale rust, zegt hij. 'Vorig jaar heb ik enkele jeugdtrainingen gegeven, in het kader van mijn trainersopleiding UEFA-B. Op zulke momenten merk ik dat ik een inspiratiebron ben voor die gasten. Zelf was ik in de jeugd niet het grootste talent, ik viel vooral op door mijn fysiek. Genk is ooit wel komen aankloppen met een plan, maar mijn ouders zagen dat niet zitten.' Zijn doorbraak bij KV Mechelen kende hij in het seizoen 2015/16 onder Aleksandar Jankovic, die hem voor het eerst ook gebruikte als verdediger, twee jaar later was hij al weg naar Club Brugge. Hij was toen 21. Vanlerberghe kwam er slechts acht keer aan spelen toe. Een uitleenbeurt aan KV Oostende later keerde hij in de zomer van 2019 terug naar het vertrouwde nest in Mechelen. Met welk gevoel keerde je hier terug: ontgoocheling of opluchting? Jordi Vanlerberghe: 'Zeker geen ontgoocheling. Ik kwam uit een moeilijk seizoen met KV Oostende, waar zowat alles misliep in de club. Zelf speelde ik daar best nog oké, maar ik voelde mij daar nooit echt op mijn plek. Eigenlijk had ik mijn zinnen zelf al gezet op een terugkeer naar Mechelen, zodat ik weer vooruit kon kijken.' Waarom is het in Oostende niet gelukt voor Gert Verheyen als coach? Vanlerberghe: 'Hij is een zeer goede analist en een nuchtere mens. Maar er is een verschil tussen iets zien en het ook kunnen overbrengen naar een groep. Gert heeft in zijn carrière steeds bij ploegen gespeeld die meer wonnen dan ze verloren, bij Oostende werd hij plots geconfronteerd met het omgekeerde. Als je daar zelf te veel van afziet, is het lastig om je groep te trekken. Je zag het ook fysiek aan hem dat hij leed onder die nederlagen. Maar mijn respect voor Gert Verheyen en Franky Van der Elst blijft groot, hoor. 'Het was een samenloop van factoren, want ook bestuurlijk zat het niet goed. De faciliteiten waren beneden niveau - de container die als fitness diende was bijvoorbeeld dramatisch - en er werd ook niet slim omgesprongen met de spelers. Als je constant herhaalt dat iemand als Nicolas Lombaerts veel te duur is en met haken en ogen aan elkaar hangt, dan is dat in de eerste plaats weinig respectvol, maar ook op zakelijk vlak heel kortzichtig, want wie wil hem dan nog overnemen? Het is moeilijk om uit zo'n negatieve spiraal te geraken.'Hoe kijk je terug op je periode bij Club Brugge? Vanlerberghe: 'Met een dubbel gevoel. Ik heb er niet veel gespeeld, maar in de minuten die ik kreeg vind ik wel dat ik me toonde. De timing speelde in mijn nadeel: Club miste dat seizoen Europees voetbal, waardoor ik al van meet af aan wist dat het moeilijk zou worden om speelminuten te vergaren. Op training werd ik zowat overal geposteerd: rechtsvoor, linksachter, ik was echt een stoplap. Terwijl ik wel het gevoel had dat ik het niveau aankon. Vormer en Vanaken spraken me moed in, maar ik zat bijna nooit in de selectie. Toen al was het eigenlijk een probleem dat ik zelf niet wist op welke positie ik me moest concentreren. 'In de competitie tegen Gent kreeg ik dan mijn kans in de basis. Ik deed het behoorlijk, maar we verloren. De week erna voor de beker op Standard mocht ik opnieuw starten, maar ik maakte een inschattingsfout bij een buitenspelfase en werd er aan de rust uitgehaald. En daarna was het gedaan, ik heb geen minuut meer gespeeld. Ivan Leko is een goede trainer, maar menselijk klikte het niet tussen ons. Vaak krijg je bij een topclub maar één kans. Anderzijds: je kunt niet alles afschuiven op pech, het ligt ook aan wat je zelf brengt. Hoe dan ook blijf ik het een goede stap in mijn carrière vinden: ik werd uit mijn comfortzone gehaald en leerde ook buiten het voetbal volwassen worden. Ik zou het wellicht opnieuw doen.' Welke trainers hebben een grote rol gespeeld in je ontwikkeling? Vanlerberghe: 'In het begin vooral Sven Swinnen, die bij Mechelen instaat voor de jeugddoorstroming naar de A-kern. Hij geloofde echt in mij. Daarna Jankovic: iemand met veel charisma, als hij sprak luisterde iedereen. Maar de trainer die mij het meest vormde, is de huidige: Wouter Vrancken. Op tactisch vlak de beste die ik al gekend heb. Want ik heb ook al trainers gehad van wie ik mij nadien afvroeg: wat heb ik hier nu van opgestoken? Wouter is heel sterk in het analyseren van waar de ruimtes liggen bij de tegenstander en hoe je door hun organisatie of pressing kan geraken. Elke keer blijken zijn richtlijnen te kloppen, we vinden oplossingen tegen elk soort systeem. Ook in de loop van een wedstrijd weet iedereen altijd wat te doen. Het is de eerste keer dat ik zoiets ervaar. 'Hij staat ook open voor discussie en kan toegeven wanneer hij zelf over de schreef is gegaan in een tirade. Ik kijk gefascineerd naar hoe hij alles zo goed managet: spelers, staf, bestuur... alles gebeurt helder en respectvol. In feite functioneert een trainer tegenwoordig zoals de CEO van een bedrijf.' Sinds vorig seizoen lijk je meer regelmaat in je prestaties gevonden te hebben. Hoe belangrijk was de beslissing om je voortaan enkel als verdediger te beschouwen? Vanlerberghe: 'Heel belangrijk. Twee winters geleden heb ik dat gesprek zelf aangevraagd met de coach. Bij Oostende en in mijn eerste jaar terug bij Mechelen voelde ik dat ik te wisselvallig presteerde. Het zette me aan het denken: waar rendeer ik nu het best? Die vraag heb ik ook gesteld aan mensen uit mijn entourage, zoals Mats Rits en Colin Coosemans. Ik had echt nood aan duidelijkheid, dat ik voor mezelf kon zeggen: dit ben ik. 'Vrancken zag me eerder als zes, maar ik denk als centrale verdediger verder te kunnen geraken in mijn carrière. Ik heb er de kwaliteiten voor: snelheid en voetballend vermogen. Zeker omdat ik nog veel progressiemarge heb op die positie. Vlak na dat gesprek viel Joachim Van Damme echter geblesseerd uit en had de ploeg toch nood aan mij als middenvelder. Die zomer heb ik dan nog eens met de coach gesproken en gezegd dat ik alleen als verdediger wilde gezien worden, zelfs als dat betekende dat ik op de bank zou zitten. Rocky Bushiri en Thibaut Peyre begonnen als centraal duo aan het seizoen, maar omdat de resultaten tegenvielen kreeg ik na enkele wedstrijden mijn kans. Daarna ben ik er nooit meer uitgegaan - tenzij even door blessure. Ik denk dat ik de juiste keuze gemaakt heb. Als middenvelder zou ik een plek hebben bij veel eersteklassers, maar als verdediger mik ik hoger.' De perceptie is wel dat je af en toe nog last hebt van concentratieverlies. Ook tegen Club Brugge onlangs was je top, maar één foutje leidde bijna tot een doelpunt. Vanlerberghe: 'Ik vind het jammer dat we in België nogal snel een stempel op iemand plakken en daar niet meer op terugkomen. Bij mij is dat ook: ik kan dertig goede wedstrijden spelen, dan toch één keer in de fout gaan en plots steken weer de commentaren op dat ik een te nonchalante speler ben. Ik kan daar niet mee akkoord gaan. Neem Wout Faes of Sebastiaan Bornauw, die hier op een bepaald moment ook afgeschreven werden, maar nu wel vlot meedraaien in de Ligue 1 en Bundesliga. Dat toont hoe relatief zo'n beeldvorming soms is.' Op welke vlakken moet je het gebrek aan opleiding als verdediger nog corrigeren? Vanlerberghe: 'Dat zit in details. Als een spits op doel trapt, heb ik de neiging daar te lang naar te kijken, terwijl iemand als Peyre meteen zal volgen op dat schot, om te reageren op een eventuele redding van de keeper. Dat zijn reflexen die er bij mij nog moeten komen. Ik merk dat ik bij het bekijken van Champions Leaguewedstrijden nu vaker de verdedigers in het oog houd, terwijl dat vroeger de middenvelders waren. Aan de bal moet ik mezelf blijven, want dat onderscheidt me van de rest, maar verdedigend moet ik bijleren.' De comfortabelste positie op een voetbalveld is eigenlijk toch wel middenvelder, waar je je al eens een minder momentje kan permitteren. In die zin blijft het vreemd dat je zelf aandrong om verdediger te worden. Vanlerberghe: 'Dat is zo. Kijk naar Vinicius bij ons: hij werd in het begin afgekraakt als verdediger en nu bewierookt als middenvelder, terwijl hij eigenlijk op krek dezelfde manier voetbalt, met evenveel risico's. Die rolverdeling in een ploeg moet je gewoon accepteren. Bovendien: verdedigen doe je in het moderne voetbal met een hele ploeg. Soms ga je de boot in omdat in de linies voor jou taken niet worden uitgevoerd. De technische staf ziet en benoemt zulke zaken ook wel. Sowieso ben ik heel kritisch voor mezelf, ik zal zelden zeggen dat ik een goede wedstrijd speelde.' De bagger die voetballers op sociale media over zich heen krijgen, heeft wel een nieuwe dimensie gegeven aan jullie beroep. Die problematiek heb je onlangs nog aangekaart. Vanlerberghe: 'Ja, omdat ik zie hoe sommigen daar onder lijden. Mensen moeten beter beseffen wat ze veroorzaken met die domme berichten. Het is ook bijna onmogelijk om je daar van af te sluiten, want het wordt je verteld of doorgestuurd door anderen. Ook als je die berichten wil verwijderen, lees je ze toch. Het is niet omdat je veel verdient dat je daar dan maar mee moet om kunnen, dat is zever. Wat er bijvoorbeeld met Gaëtan Coucke gebeurd is, vind ik er ver over. Die kreeg op een bepaald moment de hele media en zelfs de eigen supporters over zich heen. Vooral dat hakt er op in, dat mensen van je eigen club je uitmaken voor het vuil van de straat of je uitfluiten bij een oefenwedstrijd. Probeer dan maar eens met vertrouwen op een veld te komen... ze beseffen niet dat ze daarmee niemand vooruit helpen. Je mag je mening geven als supporter, maar doe dat met respect. Vaak zijn het tieners die zo'n bagger schrijven op sociale media, om wat stoer te doen tegen elkaar. Jammer, want ze zouden even goed een voorbeeld kunnen nemen aan jonge voetballers zoals wij die het tot prof schoppen. 'Ik besef dat wij als profvoetballer financieel een heel grote voorsprong krijgen op leeftijdsgenoten. Daarvoor hoef je je niet te excuseren, maar je mag het wel erkennen. Daarom smijt ik niet met geld. Ik zal ook wel eens iets duurs kopen, maar vrijheid betekent voor mij dat ik in de supermarkt niet hoef te rekenen bij de aankopen of dat ik geregeld eens op restaurant kan. Je moet ook beseffen dat je carrière er op je 35e opzit en dat je dan slim met je geld moet omspringen om de levensstandaard die je hebt aangenomen vol te houden.'