Heeft Genks technisch directeur Dimitri de Condé een toverstokje? Zo één waarmee hij op eenvoudig verzoek een nieuw talent voor KRC Genk tevoorschijn tovert?
...

Heeft Genks technisch directeur Dimitri de Condé een toverstokje? Zo één waarmee hij op eenvoudig verzoek een nieuw talent voor KRC Genk tevoorschijn tovert? De Condé glimlacht als antwoord op die vraag. Hij heeft gewoon Database, Wyscout, een goed buikgevoel (als dat tegenvalt heb je diarree) en een scoutingsteam onder leiding van zijn rechterhand Dirk Schoofs waarmee het erg goed klikt. Maar ook dan, zegt hij, is het aantrekken van een nieuw talent één grote gok. 'De laatste tijd valt dat allemaal erg goed mee, maar af en toe halen we ook iemand bij wie het er niet, of nog niet, uitkomt. De één heeft meer aanpassingstijd nodig dan de ander.' Het verhaal van Junya Ito illustreert perfect hoe Genk doorgaans werkt. Anderhalf jaar geleden viel de Japanse rechterflankspeler van Kashiwa Reysol De Condé en Schoofs al op. Wat ze noteerden, waren twee begrippen: directheid en snelheid. 'In een erg gesloten competitie als de Belgische', zegt De Condé, 'is snelheid op de flanken belangrijk om een gesloten verdediging open te breken, maar ook om toe te slaan op de tegenaanval. Spelers vinden die snel zijn, lukt nog aardig, maar op volle snelheid in de laatste zone het overzicht bewaren, is niet evident. Ito durft juist dan zijn hoofd rechtop te houden en ziet oplossingen in die fase. Dat is heel straf.' Naar aanleiding van het vertrek van Thomas Buffel zocht Genk een jaar geleden op de flank nog versterking en informeerden ze bij Ito's Japanse club naar de voorwaarden. Al gauw voelde De Condé dat een overstap onbespreekbaar was in volle degradatiestrijd. Bij het zwalpende Kashiwa Reysol, dat ooit gesticht werd als de bedrijfsploeg van Hitachi, maar in 1992 van naam veranderde, was Ito één van de schaarse lichtpunten. Maar als De Condé naast zijn neus voor talent nog een belangrijke eigenschap heeft, is het wel zijn vasthoudendheid. Hij durft, wanneer hij talent ziet, wel eens de telefoonlijn laten openliggen tot er aan de andere kant iemand 'hallo' zegt. Stalken kun je het niet noemen, maar soms is het niet ver uit die buurt. 'Meestal zijn spelers aangenaam verrast wanneer ze doorhebben dat je ze blijft volgen', verklaarde hij een paar weken geleden nog het succes van die aanpak. 'Ito zijn we wekelijks blijven volgen op Wyscout, we hebben ook een paar keer een scout ter plaatse gestuurd. Toen in de winter ook nog flankspeler Edon Zhegrova vertrok, wilden we een vervanger.' Intussen was ook de situatie van de speler in zijn thuisland veranderd. 'Toen we de eerste keer informeerden, knokten ze tegen degradatie en wilden ze zo'n belangrijke speler niet laten gaan. Nu was Kashiwa Reysol net naar tweede klasse gedegradeerd, en bleek een vertrek plots wel bespreekbaar. Blijkbaar hoort het niet dat een speler van de nationale ploeg in tweede klasse gaat voetballen. Dat heeft hij ook niet gedaan, het is niet zo dat we een speler in tweede klasse hebben weggehaald, zoals hier en daar werd gesuggereerd. Het seizoen was net afgelopen, en Ito vertrok nog voor zijn oude ploeg in tweede klasse aan het nieuwe seizoen begon.' Uiteindelijk zag men bij Genk maar één groot obstakel waardoor er toch twijfel was om de zaak te laten doorgaan. 'We hebben hier met zijn allen over gepraat: scouting, bestuur en technische staf. Iedereen was voor, maar er was één groot minpunt: de taal. Ito spreekt geen Engels. Nu vind je hier in Genk wel makkelijk mensen die de grote wereldtalen - Spaans, Italiaans, Portugees, Turks, Arabisch - machtig zijn, maar weinig mensen die Japans kennen. Uiteindelijk meldde zich toch iemand die Japans beheerst. Hij woont elke training bij en helpt Ito ook naast het veld.' Ook de timing was niet ideaal. De transfer werd begin februari afgerond, toen de Belgische competitie al weer hervat was. 'Liefst halen we spelers in de zomer, zodat ze rustig de voorbereiding kunnen meemaken en er niet plots in vallen.' Dat deed Ito wel, en het ging erg snel. Nadat zijn transfer op 11 februari aangekondigd werd en hij nog met Japan de finale van de Asian Cup speelde, verscheen hij al op 21 februari aan de aftrap in de zestiende finales van de Europa League tegen Slavia Praag. Daar speelde de Japanner een sterke partij, al bleef zijn debuut onderbelicht door de Europese uitschakeling en het verhaal rond Pozuelo dat op dat moment alle aandacht opeiste (gaat hij of gaat hij niet?). Amper drie dagen na zijn Europese debuut volgde ook zijn debuut in de Jupiler Pro League, als invaller voor Leandro Trossard tegen Antwerp. Twee speeldagen later startte Ito tegen Lokeren al in de basis. Pas écht zijn visitekaartje afgeven deed hij op de openingsspeeldag van PO1, toen hij tegen Anderlecht voor winst zorgde. 'Hij wordt voor ons steeds belangrijker', gaf Philippe Clement na de overwinning tegen KAA Gent aan. Ito zette opnieuw een opvallende prestatie neer, hoewel die een beetje in de schaduw bleef van de rode kaart van Roeslan Malinovski. Dimitri de Condé geeft toe dat hij soms verbaasd zit te kijken: 'Dat hij minuten zou maken dit seizoen, hadden we wel verwacht, maar dat hij basisspeler zou worden in PO1 én het daarbij nog eens zo goed zou doen? Dat had ik niet gedacht. Evenmin dat zijn snelheid met de bal aan de voet zo hoog ligt. Iedere tegenstander doet hij pijn, ook de topploegen. Het is nochtans niet evident om in de Belgische competitie drie man te pakken op snelheid.' Misschien profiteert Ito nog even van het nieuwkomerseffect. De tegenstanders kennen hem nog niet, en hebben er nog geen tactisch antwoord op gevonden. De Condé denkt dat dat ook niet zo eenvoudig is: 'Op een centraal spelende voetballer als Pozuelo kan je een mannetje plakken, maar op iemand die op de flank zowel met als zonder bal acties maakt, is dat moeilijker. Als je in zijn rug plakt, en hij draait zich om de diepte in te spurten, ben je gezien.' Uiteindelijk heeft de Japanner maar één belangrijk werkpunt. 'De taal. Als hij beter kan communiceren met de coach en zijn ploegmaats, moet hij daar minder energie in steken die hij kan aanwenden voor andere dingen.' Verloren loopt de rechterflankspeler niet in Genk, al kwam hij hier in zijn eentje aan. 'Je hebt niet het gevoel dat je met een bleu te maken hebt', zegt de technisch directeur. 'Qua persoonlijkheid is hij sterker dan hij lijkt als je hem op zijn fysiek beoordeelt, een beetje frêle. Hij verwoordt het nog niet zo, maar hij weet wat hij wil en is heel zelfverzekerd.' Dat is ook Genk wat de situatie van de speler betreft. De Limburgse topclub huurde Ito voor twee jaar. Na dit seizoen is dat nog anderhalf jaar, met een vastgelegde som, een optie die voor een welbepaalde datum kan worden gelicht. Vindt Genk het niet vreemd dat zo'n talent pas op zijn 25e ( Ito werd begin maart 26, nvdr) naar Europa kwam? De Condé weet het niet. 'Hij belandde in Japan wat laat in de eerste ploeg.' Ito maakte eerst zijn universitaire studies af, combineerde dat met voetbal in tweede klasse en tekende pas in 2016 een profcontract in de J. League, bij Kashiwa, waar hij drie jaar basisspeler was. 'Toen wij informeerden, waren er geruchten over interesse uit de Bundesliga. Maar als wij al even aarzelden of we het wel zouden doen omwille van de taalbarrière, kan ik me inbeelden dat ze dat bij de middenmoot in de Bundesliga ook deden.'