Elk jaar publiceert de UEFA haar 'Club Licensing Benchmarking Report', waarin het de inkomsten/uitgaven van de clubs uit de Europese competities belicht. Een van de opvallendste vaststellingen in de jongste editie (over het jaar 2017): hoe de clubs uit de 15 toplanden steeds meer euro's halen uit transfers: in 2014 gemiddeld goed voor 26% van de totale inkomsten. Drie jaar later, in 2017, is dat 38% - een stijging met bijna 50%.
...

Elk jaar publiceert de UEFA haar 'Club Licensing Benchmarking Report', waarin het de inkomsten/uitgaven van de clubs uit de Europese competities belicht. Een van de opvallendste vaststellingen in de jongste editie (over het jaar 2017): hoe de clubs uit de 15 toplanden steeds meer euro's halen uit transfers: in 2014 gemiddeld goed voor 26% van de totale inkomsten. Drie jaar later, in 2017, is dat 38% - een stijging met bijna 50%. Nog significanter is die toename bij de Belgische clubs: van 24% in 2014 (2% ónder het Europees gemiddelde) naar 53% in 2017 (15% erbóven). Van de 20 competities waarvan de omzet van alle teams meer dan 100 miljoen bedraagt (in Jupiler Pro League was dat in 2017 383 miljoen) ligt alleen in Portugal de verhouding transferinkomsten/totale opbrengsten nog hoger dan in ons land (76%). In Italië is die even hoog als in België (53%), gevolgd door Griekenland (52%). Opvallend: in Nederland is dat slechts 35%. Let wel: dit gaat om het percentage van inkomsten uit uitgaande transfers. Wanneer je de kosten voor de inkomende transfers aftrekt, bedraagt de winst van de JPL-clubs in 2017 nog 11% van de totale omzet. Het gevolg van het grote spelersverloop in België, met vooral buitenlanders (volgens het Zwitserse onderzoeksbureau CIES waren de 'expatriates' in de JPL tot aan de winterstop goed voor liefst 65% van het totaal aantal gespeelde minuten). Dat geeft ook het jongste FIFA-rapport van 2018 aan: met 320 vertrokken (-0,9%) en 355 nieuwe spelers (+15%) staat België op plaats zeven in Europa op vlak van internationale transfers, na de 'Big Five'-landen en Portugal. Vóór alle andere kleinere landen dus. 'Nog maar eens een bewijs dat België steeds meer een transitland wordt, waar van opleiding amper nog sprake is', zegt Wim Lagae, sporteconoom aan de KU Leuven. Verontrustend ook: de Belgische clubs genereerden in 2018 182,7 miljoen euro uit die uitgaande internationale transfers (-15% i.v.m. 2017) en spendeerden 151,6 miljoen (+18,4% i.v.m. 2017) aan nieuwe spelers. Winst: slechts 31,1 miljoen, de kleinste positieve marge van de kleinere Europese competities, op Nederland na (30 miljoen). Al is dat slechts een uitzondering, berekende Het Nieuwsblad onlangs. Op acht jaar verdienden Nederlandse clubs aan transfers bijna het drievoudige van de Belgische (716 vs. 259 miljoen euro). In Nederland ging er ook beduidend minder geld naar makelaars: 18 i.v.m. 42 miljoen euro in ons land. Onder meer wegens meer zelf opgeleide spelers en minder transfers van buitenlanders (die nemen in de Eredivisie dit seizoen de helft minder minuten voor hun rekening - 32,5%). Hoezeer Belgische ploegen afhangen van transfers om hun (al dan niet) operationele tekort aan te zuiveren, blijkt ook uit de commentaren van de clubleiders op de al neergelegde jaarrekeningen (seizoen 2017/18). Grote of kleine financiële winsten (7 van de voorlopig 15 teams) verklaren ze vaak door de extra euro's uit transfers van speler(s) x. Bij verliezen (8 van de 15 clubs) klinkt het dikwijls dat de lucratieve transfer x pas net voor of na het boekjaar gerealiseerd werd. Of omdat er simpelweg geen/te weinig spelers met een meerwaarde verkocht konden worden om de grotere kosten (van o.m. inkomende spelers) te dekken.