20 augustus 2020. Na twee speeldagen en evenveel 2-1-nederlagen wordt Jess Thorup ontslagen door AA Gent. Een vijfde plaats, een verloren bekerfinale, een tweede plaats en een Europese overwintering als palmares bleken niet voldoende voor het bestuur om een 0 op 6 te verantwoorden. Een jaar later stonden de Buffalo's tot voor de match van afgelopen weekend tegen KV Mechelen gedeeld laatste met 1 op 9. Met de hakken over de sloot plaatsten ze zich voor de laatste voorronde van de nieuwe Conference League, waarvoor ze dankzij een knappe remonte en een vijfde plaats vorig seizoen alsnog een ticket binnenhaalde.
...

20 augustus 2020. Na twee speeldagen en evenveel 2-1-nederlagen wordt Jess Thorup ontslagen door AA Gent. Een vijfde plaats, een verloren bekerfinale, een tweede plaats en een Europese overwintering als palmares bleken niet voldoende voor het bestuur om een 0 op 6 te verantwoorden. Een jaar later stonden de Buffalo's tot voor de match van afgelopen weekend tegen KV Mechelen gedeeld laatste met 1 op 9. Met de hakken over de sloot plaatsten ze zich voor de laatste voorronde van de nieuwe Conference League, waarvoor ze dankzij een knappe remonte en een vijfde plaats vorig seizoen alsnog een ticket binnenhaalde. Zijn palmares als kampioenenmaker houdt Hein Vanhaezebrouck voorlopig wel in het zadel. En terecht, want als we kijken naar de doelkansen voor en tegen, had AA Gent eigenlijk al zijn matchen kunnen/moeten winnen. Tegen Malinwa volgde het resultaat dan eindelijk de prestatie. Het is dus geen toeval dat de coach na de nederlaag in Oostende zelf opriep tot kalmte. 'Vorig seizoen hebben we gezien wat er gebeurt als men niet rustig blijft, dan draait het nog slechter uit. Er is al evolutie, maar er moeten nog altijd dingen verbeteren.'Net als bij Thorup blijken de onderliggende prestaties inderdaad niet zo slecht als de resultaten doen vermoeden. 'We hebben met voorsprong het meeste positieve saldo doelpogingen', wist HVH te vertellen voor de terugmatch in Riga. In de Jupiler Pro League kreeg AA Gent inderdaad de minste schoten tegen van allemaal en ondernam het, na Genk, de meeste. Goed voor het beste doelpogingensaldo, een nieuwe term in het voetbalwoordenboek. En het is niet zo dat de Buffalo's enkel maar grote kansen weggaven. Als we kijken naar de kwaliteit van de kansen tegen ( zie tabel), doet niemand beter. Maar de teller staat wel al op 9 tegengoals in 8 matchen. 'We slikken te gemakkelijk en steeds weer dezelfde tegendoelpunten', klonk het bij de spelers na de nederlaag aan de Kust. 'Vermijdbaar', volgens de coach, maar vooral 'eenmalig'. Als we alle tegengoals op een rij zetten, lijkt de oorzaak inderdaad te liggen bij individuele fouten, vooral op voorzetten, maar ook in de omschakeling. Op korte termijn kunnen die misstappen inderdaad te wijten zijn aan pech. Als een ploeg over langere termijn meer doelpunten tegenkrijgt dan verwacht, gaat het over kwaliteit. Die kortstondige pech heeft Thorup vorig seizoen zijn job gekost, nochtans speelde hij met identiek dezelfde verdediging als het seizoen voordien. Mohammadi, Ngadeu, Plastun en Castro-Montes waren het verdedigen toch niet plots verleerd? Het seizoen voordien acteerden ze samen nog op een hoog niveau. Eenzelfde scenario ontrolt zich in deze jaargang. Vanhaezebrouck slaagde er sinds zijn terugkeer snel in de verdediging te stabiliseren en na een tijd verdwenen ook de individuele fouten. Dit jaar geeft de defensie eigenlijk nog minder weg, maar volgden de resultaten lange tijd niet. De laatste twee matchen in Riga en tegen Mechelen hield Bolat wel de nul. Het enige verschil met Thorup: Vanhaezebrouck zet met Okumu en Operi wel twee nieuwe verdedigers. De tijd zal moeten uitwijzen of zij over de juiste kwaliteiten beschikken. Vooral Okumu, die nochtans 3,5 miljoen euro kostte, had al verschillende keren boter op het hoofd bij de tegendoelpunten. De efficiëntie die de coach vraagt van zijn spelers, is voorlopig dus vooral nodig in de eigen zestienmeter.In de grote rechthoek van de tegenstander toont AA Gent zich evenmin efficiënt, maar dat heeft een andere reden. De Buffalo's ondernemen wel heel wat doelpogingen, waardoor hun aantal Expected Goals relatief hoog ligt. Maar vooral in de eigen competitie blijkt dat het meestal gaat om veel schoten van matige kwaliteit. Een gemiddelde Gentse doelpoging is bij de minst gevaarlijke van de hele reeks, enkel Cercle, Charleroi en STVV doen slechter. In Europa, waar de tegenstander voorlopig van een minder niveau is, slagen de jongens van Vanhaezebrouck er beter in om tot goede kansen te komen. Het is dus niet alleen de efficiëntie die omhoog moet, maar in eerste instantie de kwaliteit van de kansen. AA Gent zou niet méér maar vooral betere kansen moeten creëren. Maar ook de afwerking laat te wensen over, wat nogmaals bleek tegen Malinwa. In geen enkele competitiematch werkten de Gentse spitsen hun kansen goed af ( zie kader). Niet toevallig is dat de sector waarin de meeste nieuwe jongens rondlopen. Bruno, Hjulsager en Bayo hebben uiteraard nog tijd nodig om hun nieuwe ploegmaats te leren kennen. Opnieuw niet toevallig dat Tarik Tissoudali, die al in januari naar de Ghelamco Arena kwam, de belangrijkste schakel in de doelpuntenproductie vormt. Vorig seizoen was hij 11 keer beslissend met een goal of een assist, goed voor één om de 77 minuten, wat nog geen kwart was van de totale Gentse goals. Tot dusver heeft de Nederlandse Marokkaan al 4 beslissende acties achter zijn naam, slechts één om de 131 minuten, maar dat is wel meer dan een derde van het doelpuntentotaal van de Buffalo's. Geen enkele andere speler scoorde meer dan één keer. In afwachting van een fitte Depoitre en verdere aanvallende versterking (zoals Thomas Henry), komt de offensieve last dus vooral op zijn schouders te liggen. Als de resultaten niet voldoen aan de verwachtingen, kan een bestuur in principe eigenlijk maar twee dingen doen: verandering brengen in de trainersstaf of in de spelersgroep. Bij de Buffalo's probeerden ze de afgelopen jaren eigenlijk beide. Dat voortdurende trainerswissels weinig effect hebben, is intussen doorgedrongen, maar qua spelers blijft het verloop groot. Nieuwe borstels vegen schoon. In de hoop op korte termijn de efficiëntie te verhogen en op lange termijn het kwaliteitsniveau op te krikken, heeft de kleedkamer de laatste jaren meer weg van een duiventil ( zie kader). Elk jaar trekt AA Gent ongeveer tien spelers aan, waarvan er gemiddeld drie uitgroeien tot basisspeler. Een dure strategie in de hoop af en toe de jackpot te pakken. Wie niet meteen presteert, wordt daarom snel versast. Dat is enerzijds opvallend, aangezien de duurste uitgaande transfers bij Gent, en in de Jupiler Pro League in het algemeen, steeds spelers zijn die meerdere jaren bij hun club doorbrachten ( David, Yaremchuk, Tielemans, Wesley, Berge, Trossard,...). Anderzijds heeft dat constante komen en gaan misschien ook een weerslag op de prestaties. Spelers voelen dat de club wil meewerken aan een transfer als ze het goed doen, maar bij een misstap uit de gratie kunnen vallen. Nefast voor de teamspirit en dat lijkt met momenten zichtbaar op het veld. Bovendien blijkt dat het grote spelersverloop weinig positieve effecten heeft op de resultaten van de ploeg. Internationaal vergelijkend onderzoek (ELO) toont aan dat AA Gent qua niveau nu op exact hetzelfde punt staat als bij het vertrek van Vanhaezebrouck in 2017. Sinds zijn terugkeer is er wel weer geleidelijke groei merkbaar. Voorzitter Ivan De Witte vertelde vorige maand in ons magazine nog dat het belang van een goeie competitiestart groot was. 'Het brengt enthousiasme in de club en vertrouwen bij de spelers.' Lees: rust in de tent. En net die rust kan de manier zijn om uit de vicieuze cirkel te breken waar de club al enkele jaren in vast zit. De prestaties zijn degelijk, de resultaten gaan op en af. De ene dag kleurt de Ghelamco Arena hemelsblauw, de volgende weer donkerblauw. Maar het voortdurende veranderen en opnieuw beginnen, verhelpt daar weinig aan, zeker op lange termijn. De weg van de geleidelijkheid misschien wel. Enkel kalmte kan AA Gent redden.