Martin De Backer (64) wil graag een van zijn kastjes openmaken die volgestouwd zitten met spullen van KAA Gent. Maar de urne met de as van zijn vrouw staat voor het deurtje. 'Sorry, Krisje', zegt hij terwijl hij de urne aan de kant schuift. De urne is zwart. Maar dat zie je niet. Martin heeft er een blauw-wit stuk stof over gelegd. 'In Gent zijn we niet zot van zwart', fluistert Martin. 'Dat is de kleur waarmee Club speelt.'
...

Martin De Backer (64) wil graag een van zijn kastjes openmaken die volgestouwd zitten met spullen van KAA Gent. Maar de urne met de as van zijn vrouw staat voor het deurtje. 'Sorry, Krisje', zegt hij terwijl hij de urne aan de kant schuift. De urne is zwart. Maar dat zie je niet. Martin heeft er een blauw-wit stuk stof over gelegd. 'In Gent zijn we niet zot van zwart', fluistert Martin. 'Dat is de kleur waarmee Club speelt.' Als Martin het kastje opendoet, tovert hij een luciferdoosje tevoorschijn met daarop de ploegfoto van La Gantoise uit 1962. Hij toont ook een fietsplaatje uit de jaren vijftig met als opschrift Buffalo. 'Het begon allemaal met een schriftje dat ik op mijn elfde kreeg toegestopt. Dat zat vol krantenknipsels over KAA Gent. Ik was meteen in de ban. Het duurde niet lang vooraleer ik zelf ook zulke knipsels begon te verzamelen.' Martin groeide op in een blauw-wit nest. 'Door het raam van mijn slaapkamer zag ik de lichtpilonen van het Jules Ottenstadion. Dat waren voor mij totempalen. Op mijn vijfde zat ik 's zondag aan onze voordeur op de zulle, zoals ze in Gent zeggen - de dorpel. Ik zag er een massa mensen passeren, allemaal op weg naar de Gantoise. Ook mijn opa en mijn pa gingen. Mijn famielde es zu zot van Den Agé. Ik bleef zagen tot ik eens mee mocht. Het was nog de tijd dat ik met andere snotneuzen aan de cornervlag op mijn buik mocht liggen.' Een halve eeuw later woont Martin in Diksmuide. De liefde en het werk leidden hem naar de boorden van de IJzer. Maar ook op 85 kilometer van Gent bleef hij zijn roots altijd hondstrouw. Zijn vrouw Kristien kon er best mee leven dat Martin zich fanatiek toelegde op het verzamelen van spullen van KAA Gent, maar er was wel een duidelijke afspraak: Martin mocht zijn verzameling enkel uitstallen in het kamertje naast hun slaapkamer. Als Martin de ruimte toont, blijkt ze zo klein dat je er amper kunt draaien of keren. Toch kom je er ogen tekort. Het kamertje bevindt zich vlak onder het dak en zit tjokvol foto's, posters, fanions en gadgets van KAA Gent. Onderaan zijn er kasten met blauwe deurtjes en witte handvaten. Martin: 'Daarin zitten kaften met oude persartikels. Er ligt hier een kaft met wedstrijduitslagen en -verslagen van 1895 tot de jaren zeventig. En dan heb ik er nog een van de jaren tachtig tot nu. Er zitten in die kasten ook oude videobanden met matchen en samenvattingen. En cassetjes met radioverslagen. Bijvoorbeeld dat van Gent-Haarlem in 1982. Toen gaf Jan Wauters commentaar. Práchtig! Er was zo veel lawaai dat Jan zei: 'Jongens, ik geraak hier met mijn stem niet meer door.' Het was één getier, van de ene kant naar de andere: 'Haarlem!' 'Buffalo!' 'Haarlem!' 'Buffalo!' 'Maar ik luister niet meer naar die cassetjes. Ik heb te weinig tijd. In mijn garage staan 25 dozen met krantenartikels. Ik moet honderd jaar worden om alles te sorteren. Bij mij gaat niets verloren. Ik zie anderen truitjes vragen van spelers om die dan op 2dehands.be te verkopen. Zelfs vlagjes die we gratis krijgen bij een Europese thuismatch, bieden ze aan voor een halve euro. Dat vind ik een schande. Dat zijn geen echte supporters.' Het petieterige kamertje van Martin werd snel te klein. Van zijn vrouw kreeg hij dan toch ook één muur in hun slaapkamer waar hij enkele kaders mocht ophangen. Nadat Kristien zeven jaar geleden overleed, raakte ook de rest van de slaapkamer gevuld met spullen van KAA Gent. Boven het tweepersoonsbed hangt nu een foto van de Ghelamco Arena. Op een kastje prijkt naast een foto van Kristien nu ook een machine waarmee vroeger wedstrijdtickets werden gedrukt. 'Die heb ik in het Ottenstadion eens van de grond geraapt. Iemand had die daar gegooid. Er zit nog een rol blanco tickets op.' Op het toestel staat: Eigendom van de Liga Beroepsvoetbal, Houba De Strooperlaan 145, 1020 Brussel.Martin slaapt niet meer in deze kamer. Dat valt hem te zwaar nu Kristien er niet meer is. Tegenwoordig brengt Martin de nachten door in de kamer waar vroeger hun zoon sliep. Ook die heeft hij intussen vol gehangen met foto's van oud-spelers. 'Je ziet hier Erwin Vandenbergh, Eric Viscaal en Gunther Schepens - De Skippy, zoals wij zeggen.' Uit een schuif tovert Martin de aansluitingskaarten tevoorschijn van Nicolas Lombaerts, Tjörven De Brul en Davy De Beule. 'Die wilden ze op de club allemaal weggooien. Als je de juiste mensen kent, kun je zulke zaken onderscheppen.' Nu hij drie kamers heeft aangekleed met spullen van KAA Gent, voelt deze bovenverdieping aan als een echt museum. Er komen hier ook mensen op bezoek. 'Ik geef voorrang aan de leden van de supportersclub waarvan ik voorzitter ben, de West-Buffalo's. En aan ex-spelers. Tony Herreman kwam al langs, Luc Criel, Eric Lambert en AadKoudijzer. Maar ook Ivan De Witte ( huidig Gentvoorzitter, nvdr) is hier al in mijn slaapkamer geweest. 'Wauw', zei hij. Drie uur lang bleef hij rondkijken.' De vroegere kamer van zijn zoon gebruikt Martin niet enkel om te slapen. 'Dit is nu ook mijn werkkamer. Zie je al die post-its rond mijn computer? Dat zijn allemaal vragen van mensen voor wie ik nog iets moet opzoeken. Vorig jaar belde een man die zei dat zijn dochter 42 geworden was. Hij wist zeker dat er op de avond van de bevalling een thuismatch was geweest van KAA Gent. Die man wilde weten tegen wie we hadden gespeeld en of we gewonnen hadden. Het is plezant om zo iemand te laten weten: 'Het was tegen Club en we wonnen met 4-3. Ik moet wel afleren om de computer nog aan te zetten vlak vóór ik in bed kruip. Soms wil ik gauw nog iets opzoeken, maar dan zit ik daar gans de nacht mee in mijn hoofd. Die passie voor KAA Gent is óók een virus, net als covid-19. Je kan er ook van doodgaan.' Martin doelt op wat hem in 2017 overkwam, in de aanloop naar de match die Gent op Wembley zou spelen tegen Tottenham. De voorbereidingen om die wedstrijd met de West-Buffalo's bij te wonen bezorgden Martin veel stress. 'Ik zat toen lang voor mijn computer. De maandag vóór de match vond mijn schoonmoeder mij in de badkamer. Een epilepsie-aanval. Toen ik in het ziekenhuis wakker werd, zei ik direct: 'Ik ga donderdag naar Wembley.' Ze hebben me toen echt moeten tegenhouden. Normaal mis ik zulke matchen nooit. Als de spelers naar zo'n match vertrekken, rijd ik zelfs al speciaal naar de luchthaven van Oostende om hen uit te wuiven. Maar die ene match moest ik dus op tv volgen. En dan hoor je die commentaar van Karl Vannieuwkerke, die zegt: 'Wat een sfeer. Ik ken iemand in Diksmuide die hier graag was bij geweest.' Dat doet iets met je. Ik ken ook radiocommentator Tom Boudeweel. Die deed me achteraf zijn persaccreditatie cadeau die hij op Wembley droeg. Toen ben ik beginnen te wenen als een klein kind.'