Zo'n seizoen is het dus, grijnst hij: de vrijdag voor de wedstrijd tegen Anderlecht begeven op de training zijn lievelingsschoenen het opeens en omdat hij niet graag met nieuwe schoenen speelt, grijpt hij terug naar een paar oude die al klaarstonden om door Afrikaanse ploegmaats meegenomen te worden naar hun thuisland. Zowat een kwarteeuw geleden is het intussen dat Killian Overmeire (33) een aansluitingskaart tekende bij Lokeren. Zestien jaar behoort hij al tot de A-kern en negen jaar is hij aanvoerder van het eerste elftal van de club die al drieëntwintig jaar onafgebroken in de eerste klasse speelt. Maar sinds zondag staat het vast: de sportieve daler van 1A is dit keer KSC Lokeren Oost-Vlaanderen. Hij maakte in zijn carrière al erger mee, zoals de plotse dood van Gregory Mertens, en privé gaat alles prima, maar toch... 'Zo'n seizoen vreet aan een mens', vertelt hij aan een tafeltje in de kleedkamer van de thuisploeg in het Daknamstadion, een kleedkamer die er overigens nog altijd hetzelfde uitziet als toen hij die als jonge speler voor het eerst betrad.
...

Zo'n seizoen is het dus, grijnst hij: de vrijdag voor de wedstrijd tegen Anderlecht begeven op de training zijn lievelingsschoenen het opeens en omdat hij niet graag met nieuwe schoenen speelt, grijpt hij terug naar een paar oude die al klaarstonden om door Afrikaanse ploegmaats meegenomen te worden naar hun thuisland. Zowat een kwarteeuw geleden is het intussen dat Killian Overmeire (33) een aansluitingskaart tekende bij Lokeren. Zestien jaar behoort hij al tot de A-kern en negen jaar is hij aanvoerder van het eerste elftal van de club die al drieëntwintig jaar onafgebroken in de eerste klasse speelt. Maar sinds zondag staat het vast: de sportieve daler van 1A is dit keer KSC Lokeren Oost-Vlaanderen. Hij maakte in zijn carrière al erger mee, zoals de plotse dood van Gregory Mertens, en privé gaat alles prima, maar toch... 'Zo'n seizoen vreet aan een mens', vertelt hij aan een tafeltje in de kleedkamer van de thuisploeg in het Daknamstadion, een kleedkamer die er overigens nog altijd hetzelfde uitziet als toen hij die als jonge speler voor het eerst betrad. Killian Overmeire: 'Privé gaat het goed, ja, en dat is het allerbelangrijkste, maar helaas neem je wat hier gebeurt ook mee naar huis. Mijn oudste zoontje is zeven jaar en maakt het voetbal voor het eerst bewust mee. Hij mag de zaterdagavond opblijven tot aan de rust en dan staan we vaak nog gelijk of zelfs voor. Wanneer hij 's ochtends wakker wordt, is het eerste wat hij zegt: 'Papa, wat heb je gedaan?' Als je dan bijna wekelijks moet zeggen 'weer verloren', dan begint hij te wenen. Zelf ben ik de eerste twee dagen na een nederlaag iets meer kortaf, maar gelukkig is mijn vrouw lief en begripvol, steunt ze mij en helpt ze om dat van mij af te zetten en te proberen te genieten van alles buiten het voetbal. Maar gemakkelijk is dat niet. 'Het proces van aanvaarding dat we het wellicht niet zouden halen, is al enkele weken geleden gestart. Na de thuisnederlaag tegen Zulte Waregem zag ik hier mensen met tranen in de ogen. Mensen rond de ploeg, maar ook supporters. Dit gaat over zoveel meer dan alleen maar de spelers. Dit gaat over mensen van wie hun hart en ziel bij de club ligt en daar voel je je verantwoordelijk en schuldig voor. Dat is ook iets dat knaagt, dat je hen teleurstelde.''Het is al enkele jaren dat het een beetje bergafwaarts gaat, sinds ons hoogtepunt in de Europa League eigenlijk. Misschien verkeken we ons nu wat op de waarde van de groep doordat we vorig seizoen de finale van play-off 2 haalden. Want play-off 2, dat is toch een heel raar gegeven: er zijn ploegen die die niet willen winnen, ploegen die experimenteren en spelers die zo snel mogelijk met vakantie willen. Maar ik verwachtte niet dat we in deze situatie terecht zouden komen. Ik vind ons ook zeker niet slechter dan sommige andere ploegen, maar op bepaalde vlakken missen we iets. Het is een feit dat we heel moeilijk tot kansen komen en weinig scoren. 'Dit seizoen is een verhaal van opladen, elke week opnieuw, hoe uitzichtloos de situatie soms ook was. Ik sprak enkele keren de groep toe, maar na de wedstrijd tegen Zulte Waregem kon ik de ontgoocheling ook even niet meer wegsteken. Voor mij was dat de grootste klop, omdat we wisten dat er na de winterstop twee wedstrijden waren die we zeker moesten winnen: op Eupen en thuis tegen Zulte Waregem. Als je dan twee keer verliest met zware cijfers, ben je daar echt slecht van. Ik ben die avond thuisgekomen, heb mij in de zetel gezet en een paar pintjes gedronken. Ondertussen kreeg ik heel wat berichten van mensen die mij een hart onder de riem wilden steken en dat deed wel deugd. Toen ik rond vier uur in mijn bed kroop, had ik toch alweer het speelschema van andere ploegen bekeken en dacht ik: allez, je weet maar nooit. Hoe dan ook mag je nooit het hoofd laten hangen, want je weet nooit wat er in extreme situaties kan gebeuren. Je wilt het niet meemaken dat een andere ploeg het opeens volledig laat afweten en je achteraf moet zeggen: hadden we toch maar... 'Het was hier de eerste dagen na die wedstrijd tegen Zulte Waregem heel stil, maar ondanks de grote sportieve en extrasportieve onzekerheid slaagden we er dankzij de technische staf toch week na week weer in om met een positief gevoel de wedstrijd aan te vatten en alles te geven. Ik vind dat we de laatste tijd weinig loon naar werken kregen en hoe dichter je bij het einde komt, hoe zwaarder elke tik dan weegt.' 'Alle drie de hoofdtrainers onder wie we dit seizoen werkten, Peter Maes, Trond Sollied en Glen De Boeck, gaven in hun commentaren aan dat dit een te brave groep is. Maar ik weet eigenlijk niet wat ze daar precies mee bedoelen. Ik denk niet dat dat de oorzaak is van de degradatie. Volgens mij is het geen mentaal probleem, maar meer iets van een zekere kwaliteit die we missen. In sommige wedstrijden kregen we het gevoel dat er ook echt wel pech mee gemoeid is. Als je onderaan staat, zitten er veel dingen tegen, merk je. 'We hangen natuurlijk al heel het seizoen achteraan. In het begin wordt er gezegd: het komt wel goed, we trekken het wel recht. Maar hoe dichter je bij het einde komt, hoe nerveuzer het allemaal begint te worden. Als je eind december naar Waasland-Beveren moet, weet je dat je daar niet mag verliezen. Want daarna krijg je Club Brugge op bezoek en je kent ook je programma na de winterstop. Dan besef je al: het wordt gevaarlijk. 'Ik vind ons niet de slechtste ploeg van de competitie. Maar het verschil is dat Waasland-Beveren voor nieuwjaar een serie van negen op negen neerzette. Toen ik hen thuis tegen Club Brugge op het einde nog zag winnen met die penalty en die owngoal van Saulo Decarli dacht ik: man, man, man... Waarna ze gingen winnen op Antwerp, waar ze de hele wedstrijd onder druk stonden, er twee keer uitkwamen en telkens scoorden. Zulke wedstrijden hadden wij heel het seizoen niet. Bij ons was het net andersom: tegen Gent staan we 2-0 voor, maar maken zij er nog twee in de laatste minuten. Bekijk die gelijkmaker: iemand trapt naar de goal, het schot wijkt af op een speler van ons, DylanBronn staat met zijn rug naar doel, wil de bal controleren, maar raakt hem slecht waardoor hij perfect valt om in één tijd te trappen. Als je zulke dingen ziet, denk je: man... 'Wij moeten echt hard werken om iets te halen, terwijl Mouscron, Oostende met FernandoCanesin en Waasland-Beveren met Nana Opoku Ampomah en Aleksandar Boljevic over spelers beschikken die met een flits het verschil kunnen maken. Zulte types missen wij dit seizoen een beetje. Er zijn in januari veel namen gevallen die voor ons absoluut een meerwaarde zouden zijn geweest, maar waarom ze uiteindelijk niet gehaald konden worden, weet ik niet. Spelers moeten zelf ook willen om voor de resterende negen wedstrijden hun lot te verbinden aan een ploeg die laatste staat en misschien gaat zakken. Dan moet je kijken naar huurspelers, maar als de nood zo hoog is, willen andere clubs daar financieel van profiteren. 'Waarom het dit keer niet gelukt is met Peter Maes en Willy Reynders, weet ik niet. Je denkt daar veel over na, over wat de oplossing is, en de voorzitter belde mij wel eens om te horen hoe het zat, maar ... ik was blij dat ik niet in zijn schoenen stond en de beslissingen moest nemen. Ik lag ook wel eens in de clinch met Peter, die hard was voor alle spelers, en Willy werd afgerekend op zijn transfers van de laatste jaren, maar ik vergeet niet welke successen we in het verleden samen behaalden. Daar blijf ik die mensen eeuwig dankbaar voor.' 'Het is nog niet zolang geleden dat we play-off 1 spelen vanzelfsprekend vonden. Maar dat was het natuurlijk niet. Nu besef je meer dan ooit wat het is om met deze club twee keer de beker van België te winnen en tien punten te halen in de poulefase van de Europa League. Dat gevoel mis je nu heel hard. Daar droom je bijna weer van. 'Misschien moesten er in die succesperiode andere keuzes gemaakt geweest zijn om de club verder te laten evolueren. De voorzitter zoekt al lang een overnemer met een hart voor Lokeren, omdat hij niet wil dat het familiale karakter verloren gaat. Maar welke concrete opties er al zijn geweest, weet ik niet. Er wordt veel gezegd, maar ik beschik niet over de informatie om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen. In elk geval is het jammer dat Roger Lambrecht dit op zijn leeftijd nog moet meemaken. Want hij is een goeie man met echt goeie bedoelingen voor de club en ik weet dat hij hier heel erg onder lijdt. 'Feit is dat alles hier al die tijd hetzelfde is gebleven en dat andere ploegen intussen vooruit zijn gegaan. Dus op dat vlak liepen we zeker wat achterstand op. Maar daarom moeten we nu nog niet beginnen een prioriteit te maken van nieuwe kleedkamerkastjes en een fantastisch fitnesscentrum. Het allerbelangrijkste is een ploeg bouwen. Dan zal de rest wel komen. Maar op een bepaald moment moet er opnieuw geïnvesteerd worden. Want het voetbal wordt almaar moderner en de clubs moeten daarin meegaan. Maar waar we nu sportief staan, ligt niet aan de accommodatie. Daar heeft het eigenlijk helemaal niets mee te maken. 'Lokeren is natuurlijk geen grootstad. Ups en downs horen er dan bij, denk ik. Maar het is wel een mooie traditieclub, waar supporters zich identificeren met spelers die alles geven. Die spirit moet je kunnen combineren met af en toe een paar jongens van wie je denkt: die is te goed voor Lokeren. Zoals een Jan Koller, met wie in het eerste jaar gelachen werd, of met een Hans Vanaken, de beste die ik hier ooit meemaakte. Ook de vele verschillende nationaliteiten en culturen gaven kleur aan deze club. Soms zorgde dat voor hilariteit. Tijdens een tactische bespreking haalde er ooit één een hamburger en een blikje cola uit zijn tas. Een andere kwam eens toe met zijn haar in dotjes en toen hij zag dat het begon te regenen, trok hij een douchekap over zijn hoofd om te trainen. ' Mais coach, mes cheveux...' ( lacht) Ik vergeet nooit meer zijn naam: Blaise Bapo-Bola.' 'De voorzitter is wel rustiger geworden in vergelijking met vroeger. Zeker in de beginjaren kon hij wel eens binnen gestormd komen, tijdens de rust of na de wedstrijd, om ons echt de levieten te lezen. Het gebeurde toen ook dat we tussen twee trainingen moesten samenkomen in de kleedkamer en dat hij aan het tactisch bord ging staan om te zeggen wie op welke positie wat moest doen. Wanneer je dan zo iemand met tranen in de ogen ziet nadat je de eerste prijs ooit voor de club won, doet je dat wel iets. 'Als ik terugdenk aan die eerste bekerwinst, krijg ik zelf nog altijd kippenvel ( schudt zijn linkerarm los, nvdr). Dat zie je het zo weer allemaal voor je afspelen. Dat je daar samen met die jongens dat stukje geschiedenis schrijft, kun je na de wedstrijd niet geloven. Lang niet elke profvoetballer kan zeggen dat hij de beker van België won en wie kan er zeggen dat hij hem twee keer won? Ik vind zoiets fantastisch. Je kwam daar dat veld van dat grote Koning Boudewijnstadion op en dat was echt: wow! De helft van het volk was van Lokeren en je denkt: kregen wij echt zoveel supporters op de been?! Iedereen wou daar bij zijn. Van de match zelf kon ik niet zoveel genieten, omdat het echt een afspraak met de clubgeschiedenis was. Van die tweede finale kon ik wel genieten, omdat je het al eens meemaakte. Je weet: het is ons al een keer gelukt, dit is bonus. Maar die eerste zal altijd speciaal blijven. Mijn beste vriend stond achteraf te wenen, mijn ouders, de supporters... Dat was top! 'Het was een groep met meer kwaliteit dan nu, een goeie mix ook én het klikte onderling. Maar het is niet omdat we nu degraderen dat dit de slechtste ploeg is waarin ik ooit speelde. In 2010 was het allemaal erger dan nu. Ik weet nog dat we hier op de laatste speeldag allemaal angstvallig naar een radiootje stonden te luisteren om de afloop bij Roeselare-Westerlo te kennen. Wij moesten winnen van Anderlecht om ons te redden, maar verloren met 0-4. Om er toch in te blijven, mocht Roeselare niet winnen. Toen we het goede nieuws kregen dat het daar 0-0 was gebleven, zei ik: 'Dit wil ik hier niet meer meemaken...' ( zucht) 'Ik ben dan wel de aanvoerder van de ploeg die voor deze club twee keer de beker van België won, maar nu ben ik ook de aanvoerder van de ploeg die na 23 seizoenen in de eerste klasse degradeert en daar is op dit moment moeilijk mee te leven.'