Bijna drie uur voor de aftrap van de wedstrijd tegen Anderlecht die Standard na 25 jaar zijn eerste titel kan opleveren, lopen de cafés in de Ernest Solvaystraat te Sclessin, aan de achterkant van het Maurice Dufrasnestadion, vol. In café Gaetano Scirea worden de bezoekers aangesproken in het Nederlands. Het is dé ontmoetingsplaats voor vooral Limburgse Standardfans.

In de straat parkeren de autobussen vanuit heel het land zich op één lange rij. De Argentijnse fotograaf die die avond mee de sfeerfoto's maakt in en rond Sclessin is verbaasd dat hij hier in Luik West-Vlaams en Antwerps hoort. 'Waarom supporteren al die Vlamingen voor een Waalse ploeg en niet voor een Vlaamse dichter bij huis?', vraagt hij.

Middenmoter Standard

Een uur voor de aftrap zit het stadion afgeladen vol. Niemand die voor het seizoen getipt had op een landstitel voor Standard. Favoriet was Anderlecht, waarvan iedereen dacht dat het zichzelf zou opvolgen, of eventueel Club Brugge, dat topschutter François Sterchele van GBA had afgesnoept voor de neus van Standard en Anderlecht.

Standard werd een plaats in de subtop voorspeld. Het peuterklasje van Michel Preud'homme, noemde dit blad de ploeg voor het seizoen. Smaakmaker en bedenker van het woord 'grinta' Sérgio Conceição was net weg. Het middenveld werd gedragen door drie jonge Belgen. Kapitein Steven Defour en Axel Witsel waren nog geen twintig, box-to-box Marouane Fellaini was net twintig.

In doel stond het fenomeen Rorys Aragón Espinoza die halfweg de competitie Olivier Renard verdrongen had. In een onbewaakt moment riep de Ecuadoriaan dat hij in de Maas zou springen als Standard kampioen zou worden. Hij hield woord.

In de spits stond de Serviër Milan Jovanovic die een jaar eerder op Sclessin arriveerde om er zich te laten verzorgen door de Servische clubdokter, en die na een test een contract kreeg. Naast hem stond iemand die bij Anderlecht weggestuurd was wegens moeilijk gedrag.

Toenmalig technisch directeur Dominique D'Onofrio kreeg grijze haren van Dieu. Maar die ontpopte zich wél van een onhandelbaar kind tot een topspits. Zijn geheim onthulde D'Onofrio wat later: 'Hij mag me dag en nacht bellen, ik ben zijn tweede vader, en dat is soms vermoeiend, maar je krijgt er wel veel voor terug, als je de moeite doet.'

 'Hij mag me dag en nacht bellen, ik ben zijn tweede vader, en dat is soms vermoeiend, maar je krijgt er wel veel voor terug, als je de moeite doet.', Belga Image
'Hij mag me dag en nacht bellen, ik ben zijn tweede vader, en dat is soms vermoeiend, maar je krijgt er wel veel voor terug, als je de moeite doet.' © Belga Image

Special guest

Hét eerste kippenvelmoment speelt zich net voor de aftrap af, wanneer Standardkapitein Steven Defour zijn Gouden Schoen ontvangt uit de handen van een special guest. Wanneer Zinédine Zidane het terrein betreedt, heeft Anderlecht in feite de wedstrijd al verloren. Standards sterke man Luciano D'Onofrio was in een vorig leven spelersmakelaar van de Franse stilist. Hij was het die Zidane naar Juventus bracht. Het stadion gaat die avond voor het eerst, maar niet voor het laatst, uit zijn dak.

In de wedstrijd zelf houdt Anderlechtdoelman Davy Schollen zijn ploeg lang recht, maar ex-Anderlechtman Mbokani maakt zijn voormalige ploeg met twee goals dood en bezorgt Luik een delirium. Het feest duurt dagen. 'Tous ensemble, tous ensemble, hey, hey!' wordt de hele avond gescandeerd.

Een paar maanden later is Fellaini de eerste die Standard verlaat voor een grotere competitie. Everton betaalt 20 miljoen voor hem, lang een recordbedrag voor een Belgische speler. Anderen zullen volgen: Dante Bonfim, de linksback, verhuist naar Borussia Mönchengladbach dat later ook acht miljoen betaalt voor Igor de Camargo, en wordt Braziliaans international.

Rond Axel Witsel hangen bij het AC Milan van Massimiliano Allegri twijfels, hij verhuist dan maar naar Benfica. Steven Defour flirt even met Manchester United maar vertrekt uiteindelijk naar FC Porto. Een jaar later wordt Standard opnieuw kampioen. Le Soir titelt: 'Liège, nouvelle capitale du football.' Dat steekt in Anderlecht en Club, maar het Luikse voetbalsprookje duurt niet lang. Met het overlijden van Robert Louis Dreyfus, de daaropvolgende verkoop van de club en het vertrek van Luciano D'Onofrio komt een einde aan de kortstondige hegemonie.

Fiche van de match

Goals: Dieumerci Mbokani 54'; Dieumerci Mbokani 77'.

Sclessin, Luik

Competitiewedstrijd 2007/08

20 april 2008

Bijna drie uur voor de aftrap van de wedstrijd tegen Anderlecht die Standard na 25 jaar zijn eerste titel kan opleveren, lopen de cafés in de Ernest Solvaystraat te Sclessin, aan de achterkant van het Maurice Dufrasnestadion, vol. In café Gaetano Scirea worden de bezoekers aangesproken in het Nederlands. Het is dé ontmoetingsplaats voor vooral Limburgse Standardfans.In de straat parkeren de autobussen vanuit heel het land zich op één lange rij. De Argentijnse fotograaf die die avond mee de sfeerfoto's maakt in en rond Sclessin is verbaasd dat hij hier in Luik West-Vlaams en Antwerps hoort. 'Waarom supporteren al die Vlamingen voor een Waalse ploeg en niet voor een Vlaamse dichter bij huis?', vraagt hij.Een uur voor de aftrap zit het stadion afgeladen vol. Niemand die voor het seizoen getipt had op een landstitel voor Standard. Favoriet was Anderlecht, waarvan iedereen dacht dat het zichzelf zou opvolgen, of eventueel Club Brugge, dat topschutter François Sterchele van GBA had afgesnoept voor de neus van Standard en Anderlecht.Standard werd een plaats in de subtop voorspeld. Het peuterklasje van Michel Preud'homme, noemde dit blad de ploeg voor het seizoen. Smaakmaker en bedenker van het woord 'grinta' Sérgio Conceição was net weg. Het middenveld werd gedragen door drie jonge Belgen. Kapitein Steven Defour en Axel Witsel waren nog geen twintig, box-to-box Marouane Fellaini was net twintig.In doel stond het fenomeen Rorys Aragón Espinoza die halfweg de competitie Olivier Renard verdrongen had. In een onbewaakt moment riep de Ecuadoriaan dat hij in de Maas zou springen als Standard kampioen zou worden. Hij hield woord.In de spits stond de Serviër Milan Jovanovic die een jaar eerder op Sclessin arriveerde om er zich te laten verzorgen door de Servische clubdokter, en die na een test een contract kreeg. Naast hem stond iemand die bij Anderlecht weggestuurd was wegens moeilijk gedrag.Toenmalig technisch directeur Dominique D'Onofrio kreeg grijze haren van Dieu. Maar die ontpopte zich wél van een onhandelbaar kind tot een topspits. Zijn geheim onthulde D'Onofrio wat later: 'Hij mag me dag en nacht bellen, ik ben zijn tweede vader, en dat is soms vermoeiend, maar je krijgt er wel veel voor terug, als je de moeite doet.'Hét eerste kippenvelmoment speelt zich net voor de aftrap af, wanneer Standardkapitein Steven Defour zijn Gouden Schoen ontvangt uit de handen van een special guest. Wanneer Zinédine Zidane het terrein betreedt, heeft Anderlecht in feite de wedstrijd al verloren. Standards sterke man Luciano D'Onofrio was in een vorig leven spelersmakelaar van de Franse stilist. Hij was het die Zidane naar Juventus bracht. Het stadion gaat die avond voor het eerst, maar niet voor het laatst, uit zijn dak.In de wedstrijd zelf houdt Anderlechtdoelman Davy Schollen zijn ploeg lang recht, maar ex-Anderlechtman Mbokani maakt zijn voormalige ploeg met twee goals dood en bezorgt Luik een delirium. Het feest duurt dagen. 'Tous ensemble, tous ensemble, hey, hey!' wordt de hele avond gescandeerd.Een paar maanden later is Fellaini de eerste die Standard verlaat voor een grotere competitie. Everton betaalt 20 miljoen voor hem, lang een recordbedrag voor een Belgische speler. Anderen zullen volgen: Dante Bonfim, de linksback, verhuist naar Borussia Mönchengladbach dat later ook acht miljoen betaalt voor Igor de Camargo, en wordt Braziliaans international. Rond Axel Witsel hangen bij het AC Milan van Massimiliano Allegri twijfels, hij verhuist dan maar naar Benfica. Steven Defour flirt even met Manchester United maar vertrekt uiteindelijk naar FC Porto. Een jaar later wordt Standard opnieuw kampioen. Le Soir titelt: 'Liège, nouvelle capitale du football.' Dat steekt in Anderlecht en Club, maar het Luikse voetbalsprookje duurt niet lang. Met het overlijden van Robert Louis Dreyfus, de daaropvolgende verkoop van de club en het vertrek van Luciano D'Onofrio komt een einde aan de kortstondige hegemonie.