Dit artikel verscheen, zoals hieronder, eerder in Sport/Voetbalmagazine van 8 mei 2019
...

Op den duur draaide alles rond één man. Zelfs het strakke balbezit en de eeuwige driehoekjes van Albert Stuivenberg konden niet verbergen wat voor invloed Alejandro Pozuelo op het spel van KRC Genk had. Op een avond dat Stuivenbergs Genk een nederlaag had geleden op KV Mechelen, met zware gevolgen voor de strijd om een play-off 1-ticket, gaf de Nederlander toe: 'Als Pozuelo zijn creativiteit niet kan aanwenden, dan is het voor ons moeilijk om resultaten te behalen.' Het ambitieus en onvoorwaardelijk op balbezit spelen en de hoge pressing brengen onvermijdelijk een probleem mee - geen enkel spelsysteem is namelijk perfect. Door de tegenstander op te sluiten in zijn achterste dertig meter en ondertussen één of twee verdedigers in de dekking te houden, is de ploeg in balbezit ertoe genoodzaakt om aan te vallen met acht of negen tegen tien, op een oppervlakte die zo beperkt is dat er helemaal geen ruimte meer is. Precies dan was de creativiteit van Pozuelo essentieel. Hij kon een enorm overwicht qua balbezit ook omzetten in kansen. De Spanjaard was geblesseerd in play-off 2 en miste, tussen revalidatie en onvoldoende conditionele paraatheid, ook het begin van het daaropvolgende seizoen. Zonder de Pozo van de grote dagen geraakten de Limburgers het noorden kwijt. In 18 wedstrijden scoorden ze 24 keer, maar slechts één van die doelpunten volgde uit een snelle combinatie. Het spel van Genk verliep te mechanisch en was te voorspelbaar. Spelers liepen verloren op de flanken en gooiden dan maar onophoudelijk voorzetten voor doel, waar het vol verdedigers stond. Dan kwam Philippe Clement en die overtuigde zijn manschappen om van plan te veranderen. Minder balbezit en meer ruimte. Ruimte was immers het sleutelbegrip in de voetbalfilosofie die de nieuwe coach deelde met Michel Preud'homme tijdens hun gezamenlijke verblijf bij Club Brugge. Op de 32 doelpunten die vorig seizoen onder de leiding van Philippe Clement werden gemaakt, kwamen er 12 voort uit een snelle aanval (een combinatie door het centrum of een tegenaanval).Genk begon de tegenstand te overvleugelen. Alle middelen waren goed om de bal in het net te krijgen: een sprint van Ally Samatta, een geniale dribbel van Alejandro Pozuelo, een gekromd schot van Leandro Trossard, een vrije trap van Roeslan Malinovski of een kopbal van Sébastien Dewaest. Het arsenaal is te groot om afgestopt te kunnen worden. Tegenover zoveel verschillende individuele kwaliteiten leidt het defensieve plan om één wapen uit te schakelen er onvermijdelijk toe dat een ander wapen aan kracht wint. De ruimtes dichtstoppen volstaat niet wanneer Pozuelo op elk moment een gaatje kan vinden. Met het vertrek van de Spanjaard richting Toronto sluipt er twijfel in de rangen. Die komt tot uiting op de Bosuil. Sinan Bolat houdt zijn netten schoon en zet daardoor Club Brugge weer in de slipstream van Genk. De Limburgers hebben meer balbezit (56 procent), maar weten er heel weinig gevaar mee te creëren: 0,83 expected goals (dus op basis van het aantal kansen kon men nog niet één goal verwachten). Toch haalt Racing in de eerste helft van play-off 1 nog een score van 12 op 15, maar het speelplan is duidelijk gewijzigd. Afgezien van die wedstrijd op de Bosuil wou Genk de bal niet meer hebben. Met een gemiddeld percentage balbezit van 47,4 procent, gaan de mannen van Philippe Clement alleen Antwerp vooraf. Minder balbezit, maar meer kansen: waar de trip naar Antwerpen nog 0,83 expected goals opleverde, werd er in de andere vier afgeklokt tussen de 1,60 en 3,17 expected goals. Om Pozuelo te doen vergeten schippert Philippe Clement tussen Michel Preud'homme en Jürgen Klopp. Van de Duitser onthoudt hij dat 'pressing de beste spelmaker ter wereld is' en dus brengt hij Bryan Heynen in de ploeg, vanwege diens agressieve loopacties, om zijn driehoek rond de middencirkel te vervolledigen. Van zijn voormalige mentor onthoudt hij de schaakpartijen tegen de Buffalo's van Hein Vanhaezebrouck, waarin MPH uiteindelijk zijn wil wist op te leggen door een bijna individuele mandekking en duels overal op het veld. Clement gaat nog een stapje verder dan Preud'homme door achteraan man op man te spelen, daarbij profiterend van de verdedigende kwaliteiten van Sébastien Dewaest en Jhon Lucumí. 'Michel en ik hebben heel wat gemeenschappelijke punten, maar ook een aantal verschillen', onderstreept Clement. 'Ik ben, bijvoorbeeld, wat avontuurlijker in mijn manier van spelen.' Ter gelegenheid van een toptreffen met de Bruggelingen van Ivan Leko kan Genk zijn beste statistieken uit play-off 1 voorleggen op het vlak van pressing: de PPDA ( passes allowed per defensive action) van de Limburgers geeft 5,0 aan. Dat betekent dat de bal gemiddeld na vijf Brugse passes weer in de voeten van een Genkenaar belandt. Het is trouwens met een balrecuperatie hoog in het blauw-zwarte kamp, na een onnauwkeurige pass van Stefano Denswil, dat Leandro Trossard de score tegen Club weet te openen. Een thema dat we al zagen opduiken bij het ontgrendelen van het Anderlechtse slot, toen een uittrap van Thomas Didillon na geslaagde pressing tot een doelpunt van Joakim Maehle leidde. In een symfonie van zoveel individuele kwaliteiten wordt de oplossing voor het vraagstuk van Philippe Clement vanzelfsprekend door individuele spelers geleverd. Bijvoorbeeld de spontane klik tussen de kwaliteiten van Roeslan Malinovski en die van Junya Ito. De Japanner, die in de winter in Genk neerstreek, heeft al snel de rol van Dieumerci Ndongala overgenomen. De voormalige Carolo beschreef die rol zelf als volgt: 'Ik ben veel beter geworden in mijn spel zonder bal, ik creëer ruimte voor mijn medespelers.' Ito, die sneller is dan de Congolees, boezemt de verdedigers, die op de Belgische velden zelden van de snelste zijn, heel wat angst in. Hun natuurlijke reactie is dus: achteruitlopen, de ruimte tussen hen en het doel verkleinen en dus de kans verminderen dat ze door de snelle Japanner in de wind worden gezet. Die reflex vergroot automatisch de kloof tussen de verdediging en het middenveld, waardoor Malinovski meer zuurstof krijgt. De Oekraïner, wiens snelheid van uitvoering lager ligt dan die van Pozuelo, benut die extra tijd om zijn gevaarlijke linkervoet wat dichter bij het vijandelijke doel te brengen, zonder dat hij bij het aannemen van de bal te zeer onder druk wordt gezet. De spelmaker van de Limburgers positioneert zich dus vaak op de rechterpunt van de driehoek, die gecontroleerd wordt door Sander Berge, om daar de essentie van het spel van Racing ten uitvoer te brengen. In de eerste vijf wedstrijden van play-off 1 heeft Malinovski de gelegenheid gehad om te tonen dat hij de nieuwe spilfiguur is geworden in het Genkse balbezit. Met 197 ontvangen passes gaat hij ruimschoots Leandro Trossard (130) vooraf, in een systeem dat naar een 3-4-3 neigt om te domineren: Berge laat zich uitzakken tussen de centrale verdedigers, Joakim Maehle en Jere Uronen dweilen hun flank af en sturen Ito en Trossard wat meer richting centrum om daar de aandacht van de verdedigers af te leiden en ruimte te laten voor Malinovski. Soms is het zelfs Danny Vukovic die de Oekraïner onmiddellijk aanspeelt. Die laatste benut dan zijn excellente timing in de lucht (tot voor kort nog onbekend) wanneer de tegenstander te fel druk zet. De nummer 18 van Racing is de sluitsteen geworden van het Genkse spel dat aan de overzijde van de middellijn wordt ontwikkeld. Ondanks dat alles doet de afwezigheid van Alejandro Pozuelo zich nog altijd gevoelen. Sinds zijn vertrek heeft KRC Genk nooit meer gescoord uit een snelle combinatie. Met die sleutel konden ze vaak de score openen voordat de uitzonderlijke omschakelmogelijkheden werden ingezet. Dat openen van de score - hetgeen niet lukte op de Bosuil - is dus het grootste probleem dat uit het vertrek van de Spanjaard is voortgevloeid. Om het verschil te maken op het scorebord is Genk dus andere pistes moeten gaan bewandelen. Drie keer (op de zeven keer dat Racing op voorsprong kwam) konden de Limburgers rekenen op handspel van de tegenstander en een daaropvolgende penalty, omgezet door Malinovski. Twee keer was het Leandro Trossard die blauw-wit op het juiste spoor zette, door met zijn rechtervoet van buiten de grote rechthoek de weg naar het net te vinden. 'Ik wil dat mijn spelers de vrijheid hebben om moeilijke dingen te proberen', zo verdedigt Philippe Clement zich. 'Als je alleen dingen probeert waarvan je tweehonderd procent zeker bent dat ze zullen lukken, dan kun je nooit het verschil maken.' Eenmaal dat verschil is gemaakt, bevindt Genk zich weer op bekend terrein. Sinds het begin van de play-offs duurt 44 procent van hun balbezit nog geen vijf seconden. 'Clement eist direct en offensief voetbal. Een bal die snel naar voren gaat', vertelt Ally Samatta, het voornaamste wapen van KRC Genk wanneer de ruimtes groter worden. Tussen de rushes in de diepte van Samatta en Ito en het afhaken van Malinovski en Trossard gebruikt Genk de methodes van Emilio Ferrera, overgenomen en doorgegeven door Michel Preud'homme. 'Ik vind bij Clement dezelfde accenten terug die Emilio Ferrera al bij Oud-Heverlee Leuven legde', bevestigt Leandro Trossard. 'Ze werken veel aan de automatismen tussen spelers die afhaken en spelers die in de diepte duiken.' Dat is het verhaal van een manier van voetballen waarbij het loopwerk belangrijker is dan de bal wanneer er naar ruimte gezocht wordt. Het verhaal ook van een spelersgroep die overloopt van talent en de minste aarzeling bij de tegenstander kan omtoveren tot een doelkans. Het verhaal ten slotte van een spel dat perfect wordt beheerst en dat Genk lanceert richting de landstitel.