Ook al wordt het Limburgs Volkslied niet gespeeld, toch staan de Genkse clubverantwoordelijken glimmend van trots met de borst vooruit aan de aftrap van de Limburgse derby tussen KRC Genk en STVV. Daar heeft het ook alle reden toe wanneer men de line-ups bekijkt: Genk laat ook anderen profiteren van zijn eigen opleiding.
...

Ook al wordt het Limburgs Volkslied niet gespeeld, toch staan de Genkse clubverantwoordelijken glimmend van trots met de borst vooruit aan de aftrap van de Limburgse derby tussen KRC Genk en STVV. Daar heeft het ook alle reden toe wanneer men de line-ups bekijkt: Genk laat ook anderen profiteren van zijn eigen opleiding. Bij STVV maakt de 19-jarige aanvallende middenvelder Jarne Steuckers bijvoorbeeld zijn eersteklassedebuut. Hij komt uit de jeugdopleiding van KRC Genk, die hij in 2017 ruilde voor de Kanaries. De toss neemt de kapitein van Genk. Bryan Heynen is als centrale middenvelder een echte box-to-box-speler die de lijm in het elftal vormt. Hij voetbalt al sinds de duiveltjes voor Genk en maakte reeds in 2015 zijn debuut in eerste klassen. Vandaag is Heynen, die een paar weken gelden nog zijn contract verlengde, nog altijd maar 24. Dat Heynen het zo goed doet, stelt de Genkse clubleiders meer dan tevreden. Zij hadden nood aan een nieuwe ambassadeur voor de eigen opleiding, nadat Leandro Trossard na de landstitel de kapiteinsband inruilde voor een transfer naar de Premier League. Heynen is niet de enige echte Genkie in het thuiselftal tijdens de derby. In doel staat al enige tijd Maarten Vandevoordt die een dikke maand geleden negentien werd, en in de slotfase valt de pas achttien geworden Luca Oyen in. Op de Genkse bank zitten nog Bryan Limbombe (bijna 20) en doelman Tobe Leysen (19), bij de bezoekers heeft Wolke Janssens een Genks verleden als jeugdspeler. Dat maakt zeven spelers op het scheidsrechtersblad uit de eigen Genkse groentetuin. En dan kwamen naast Bryan Limbombe eerder dit seizoen ook al de jeugdspelers Dries Wouters, Pierre Dwomoh en Elias Sierra in actie voor KRC Genk. Dat was ook de bedoeling: van de dertig kernspelers bij de start van het seizoen dienden er elf zelf opgeleid te zijn. De afgelopen jaren konden de spelers uit de eigen opleiding de ervaren buitenlandse titularissen amper prikkelen. De lat lag erg hoog met supertalenten als Alejandro Pozuelo en Roeslan Malinovski. Dus week Siebe Schrijvers, al vanaf zijn vijftiende in de Genkse kern, uit naar Club Brugge en trok aanvaller Dante Vanzeir eerst naar Beerschot, dan naar KV Mechelen en vervolgens definitief naar Union. Dat moet vanaf nu anders, met een paar bijzonder getalenteerde lichtingen in aantocht - Maarten Vandevoordt voorop, die vorig jaar al debuteerde in de competitie en de Champions League. Van hen werd dit jaar nog niet verwacht dat ze een basisplaats zouden afdwingen, wel dat ze al minuten maken en hun visitekaartje afgeven.Vandaag telt de Genkse kern tien zelf opgeleide spelers. Elias Sierra werd uitgeleend aan Heracles Almelo uit de Nederlandse Eredivisie en maakte daar onlangs zijn debuut, Casper De Norre vertrok in de winterstop naar OHL en Shawn Adewoye werd uitgeleend aan RKC Waalwijk. Pierre Dwomoh werd kort na zijn debuut met de A-ploeg teruggezet naar de B-kern en vervangen door Jay-Dee Geusens, terwijl verdediger Matisse Didden (20) en centrumspits Sekou Diawara (17) in februari vanuit de beloften aansloten bij de kern. Na het vertrek van Danny Vukovic werd Vic Chambaere doorgeschoven als derde doelman.Ook op een hoger niveau dan de Jupiler Pro League geeft de Limburgse opleidingsclub steeds nadrukkelijker zijn visitekaartje ' Made in Genk' af. Tweeënhalf jaar geleden glom directeur jeugd Roland Breugelmans van trots toen de Rode Duivels een derde plaats op het WK behaalden met vier ex-Genkies in de rangen. Vorige maand, voor de eerste WK-kwalificatiewedstrijden, waren dat er zes, te weten Thibaut Courtois, Kevin De Bruyne, Koen Casteels, Leandro Trossard, Christian Benteke en Timothy Castagne. Ook Dennis Praet kreeg een deel van zijn opleiding in Genk, terwijl normaal gezien ook de bij Genk opgeleide Yannick Carrasco in de nationale selectie zit. Dat dankt Genk allemaal aan toenmalig voorzitter Jos Vaessen die in 2002 anderhalf miljoen euro voorschoot om aan de overkant van het stadion de Jos Vaessen Talent Academy aan te leggen en te openen. Een fraaie accommodatie, die destijds geen enkele andere Belgische club die ook talent van buiten de eigen regio aantrok had (Kevin De Bruyne uit Gent, om er maar één te noemen). Het liet Genk in die jaren toe voorsprong te nemen op de concurrentie, al maakten de andere topclubs de afgelopen decennia een flinke inhaalbeweging. Het gevolg? Made in Genk is, zowel in België als het buitenland, een erkend kwaliteitslabel geworden. Vandaag zijn 65 door Genk (helemaal of ten dele) opgeleide spelers actief in de A-kern van profclubs in eerste of tweede klasse in België en het buitenland. Sinds de eerste lichting spelers van de in 2002 geopende academie afzwaaiden, belandden zo'n 100 spelers in het profvoetbal. Velen zetten die stap via het eerste elftal van Genk, anderen hadden een omweg nodig. Niet iedereen had het geduld van Leandro Trossard die eerst op uitleenbasis bij drie kleinere clubs speelminuten verzamelde om dan door de grote poort terug te keren en uiteindelijk als kampioen Genk te verlaten. Vandaag is hij Rode Duivel en speler in een van de vijf grote competities. Trossard had een deugd die stilaan zeldzaam wordt, en niet alleen bij de jeugd van KRC Genk, stelt Breugelmans vast. 'Het woord geduld ontbreekt vaak. Men denkt gauw: nu ben ik in de A-kern, dus moet ik nu zo snel mogelijk zo veel mogelijk minuten maken. Wat velen vergeten: geduld wordt beloond, ongeduld wordt niet beloond. Geduld wordt steeds meer het sleutelwoord en maakt het verschil tussen talenten die het maken en zij die niet slagen.' Een andere Rode Duivel bevestigt die uitspraak: Timothy Castagne, van wie men bij Genk destijds niet meteen vermoedde dat hij op een dag basisspeler zou worden bij een topploeg in de Serie A, met name Atalanta Bergamo, en vandaag bij Leicester City speelt. 'Maar Timothy is hier wel gekomen met het doorzettingsvermogen van een echte Ardennees, iemand die een toekomstplan had en daar elke dag stap voor stap hard aan gewerkt heeft en altijd geduldig is gebleven. Wat Timothy deed, was het waarmaken van een spreuk die hier op een bord hangt: hard werken verslaat talent wanneer talent niet hard werkt. ' Genk maakt ook het omgekeerde mee. Voetballers van wie iedereen oohs en aahs slaakt wanneer ze een bal strelen, maar wel eens willen blijven hangen in hun talent. Het voorbeeld van Pierre Dwomoh mag genoemd worden. De 16-jarige middenvelder is een erg begaafde speler, met goeie voetjes, zoals dat heet. Afgelopen zomer werd hij aan de kern toegevoegd en half december door een enthousiaste John van den Brom - die talent ziet en durft zetten - twee keer in de ploeg gedropt. Daarmee is hij de op één na jongste speler die aantrad in een Belgische eersteklassewedstrijd. Dan is het voor zo'n jongen, die zelfbewust is en voor wie het niet snel genoeg kan gaan, wel eens moeilijk als aan die korte invalbeurten niet onmiddellijk een vervolg wordt gegeven. Gevolg? Een paar weken later werd hij na een dispuut tijdens een wedstrijd met de beloften teruggezet naar de B-kern. Straks beraadt Genk zich hoe het verder moet met een speler die één van de grootste talenten van zijn generatie blijft. Verloren is Dwomoh nog lang niet, maar het blijft altijd een moeilijke evenwichtsoefening wanneer een talent gelanceerd wordt, weet Breugelmans, die over Dwomoh geen uitspraken wil doen maar in het algemeen toegeeft: 'We hebben veel succesverhalen, maar we moeten ook durven toegeven dat hier een aantal jongens gepasseerd is voor wie we de juiste sleutel niet gevonden hebben. Het is een ontgoocheling dat dat niet is gelukt, en daarvoor heb je ook mental coaches nodig; het mentale stuk is in het profvoetbal heel belangrijk.' Vaak is de entourage van een speler doorslaggevend en verantwoordelijk voor het verschil tussen slagen en niet slagen. Daarom maakt niemand bij Genk zich ook maar één seconde zorgen dat Luca Oyen na de vele speelminuten die hij dit seizoen al kreeg zal ontploffen wanneer hij eens niet geselecteerd zou worden. 'Mocht zo'n jong talent een keer niet spelen en iemand in zijn entourage vraagt hem hem daarnaar, dan gaat dat in zijn hoofd spelen. Bij Luca zit het goed, met een vader die zelf profvoetballer was, en een grootvader die met Hasselt ook op niveau heeft gespeeld. Zij zorgen ervoor dat Luca geen stappen overslaat. Maar niet elk jong talent wordt zo goed omringd.' Wat ook zou helpen, weet Breugelmans zeker, is de invoering van de ideale tussenstap: 'Die beloftenploegen in 1B zijn echt een noodzaak. Je kunt niet verwachten dat alle jonge talenten wekelijks in het A-elftal minuten krijgen, en het verschil met een gewone reservenwedstrijd op maandagavond is te groot.' Maar het blijft niet bij de Vandervoordts en de Oyens. Donderdag kregen nog twee zestienjarige jongens een eerste contract ( Zenzo De Boeck en Sam De Grand) en werd het contract van de nog maar 17-jarige Kamiel Van de Perre verlengd. Breugelmans telt op dit moment van de U16 tot de U21 toch een dertigtal jongens die een contract gekregen hebben of die de komende maanden gaan krijgen. Van de lichting die in 2004 geboren werd en met de nationale jeugdploeg Duitsland onlangs een pandoering gaf, waren er acht afkomstig van Genk. Om die de komende jaren te laten doorstromen, helpt het dat in de Genkse sportieve structuur oud-profs zitten die weten wat de Genkse jeugd betekent. Jeugdcoördinator Koen Daerden belandde indertijd zelf van de jeugd in de A-ploeg en werd met Genk kampioen, en technisch directeur Dimitri de Condé was jeugdtrainer van de U17 toen hij door toenmalig CEO Patrick Janssens in zijn huidige functie geplaatst werd. Een gouden zet, bleek achteraf. Hun band met de jeugdopleiding zorgt voor evenwicht. Wanneer er achterin geen eigen talent klaar staat, mogen er drie Colombiaanse verdedigers gehaald worden. Dat Genk momenteel drie keepers uit de eigen opleiding in de A-kern heeft, vindt men niet onlogisch bij de club met één van de meest moderne keepersopleidingen ter wereld. Het doel, tien tot elf eigen spelers in elke selectie, houdt wel in dat ook de hoofdtrainers bij KRC Genk oog moeten hebben voor de eigen groentetuin. Doorgaans is dat het geval. Hannes Wolf kwam niet alleen naar de wedstrijden van de oudste jeugdcategorieën kijken, maar ook naar de jeugdtrainingen zelf. Ook John van den Brom volgt de trainingen en de wedstrijden van de beloften en kent de aankomende talenten. 'Onderschat niet wat het doet wanneer de spelers en hun entourage de hoofdtrainer zien staan naast het veld', zegt Breugelmans, die in 1988 als jeugdtrainer bij het pas opgerichte KRC belandde 'Dat geeft die jongens een enorme boost. Maar ze moeten het daarna wel zelf waarmaken.'