De Limburgse club verdronk de afgelopen dagen net niet in alle lofbetuigingen. Een uitstekend beleid, herkenbaar en sprankelend voetbal, met spelers die in alle omstandigheden plezier uitstralen in het spel en aan de hand van hun architect, Philippe Clement, vrijwel altijd uitgingen van de eigen kracht. De trainer slaagde erin uit alle ego's, die voetballers zijn en blijven, een collectief denkend team te smeden, met een brandend verlangen om de eigen grenzen te verleggen.

De titel van KRC Genk is een triomf voor het voetbal. De ploeg bracht bij momenten een ode aan de schoonheid van het spel en zorgde in door het voetbalschandaal overwoekerd seizoen voor licht in de duisternis.

KRC Genk gelooft in zichzelf zonder patserige taal in de mond te nemen.

Je zou doorheen alle triomfalisme haast vergeten dat KRC Genk lang heeft moeten zoeken naar het juiste profiel. Nog maar goed een jaar is het geleden dat Patrick Janssens als algemeen directeur moest vertrekken en de afgelopen twintig jaar kwam het tot evenveel trainerswissels. Of er nu op zoek moet worden gegaan naar een nieuwe coach moet worden afgewacht. De vraag of Philippe Clement blijft, is de volgende dagen een van de hangijzers.

Het huidige KRC Genk is zo matuur dat het zich niet langer uit balans laat brengen. Op en naast het veld. Het vertrek van Alejandro Pozuelo en de blessures van sleutelspelers verstoorden het raderwerk niet. Racing Genk presenteerde zich altijd als een gezworen maar toch bescheiden gemeenschap, naar het beeld van de voorzitter, Peter Croonen, die hard werkt in de luwte en niet de behoefte voelt om zich in de media te profileren.

Heel moeilijk wordt het desondanks om het succes te consolideren. Naast een mogelijk vertrek van Clement wordt er aan tal van topspelers getrokken. Maar KRC Genk gelooft in zichzelf zonder daarover patserige taal in de mond te nemen. Het heeft een goed scoutingsapparaat en een technisch directeur, Dimitri de Condé, die al heeft geanticipeerd op de hiaten die straks kunnen ontstaan. En vooral: KRC Genk heeft geld. Een eigen kapitaal van 47 miljoen euro, 30 miljoen uit de Champions League en allicht nog eens 40 miljoen als enkel Leandro Trossard en Sander Berge zouden vertrekken. Zo wordt Racing Genk de club van 100 miljoen, een schatkamer die vele clubs hen benijden.

De teleurstelling die dit seizoen bij Anderlecht heerste, werd zondag grotendeels weggeblazen. De spectaculaire komst van Vincent Kompany is een enorme stunt van Marc Coucke en moet een symbool zijn voor een andere toekomst en de morrende aanhang weer met de club verzoenen. Speler-trainer, het is geen gebruikelijke constructie in een topclub, een ingreep ook met risico's en veel vragen over de praktische invulling.

Vincent Kompany gaf ondanks zijn dominante houding op en naast het veld nooit de indruk het trainerschap te ambiëren. Veel meer leek hij geknipt voor een andere leidinggevende rol binnen een club. Hij heeft bovendien in dit vak geen enkele ervaring. Het is niet omdat je jaren onder toppers zoals Pep Guardiola hebt gewerkt, dat je zelf een goede trainer bent. Maar Kompany is intelligent en dwingt door zijn natuurlijk leiderschap respect af.

Dat Vincent Kompany nu de stap naar Anderlecht zet, toont zijn geloof in het project. Anders begint hij daar niet aan, hoe paars-wit zijn bloed nog altijd is. Kompany zal de Belgische competitie verrijken en meer uitstraling geven. Maar of hij Anderlecht echt een nieuw elan geeft, zal in de eerste plaats afhangen van de kwalitatieve invulling van de spelersgroep. Is er nog voldoende financiële slagkracht om die goed te versterken nu er in Kompany werd geïnvesteerd? Een wonderman is hij niet. Wel iemand die krediet zal krijgen, veel krediet. Ook dat heeft Marc Coucke goed bekeken.

De Limburgse club verdronk de afgelopen dagen net niet in alle lofbetuigingen. Een uitstekend beleid, herkenbaar en sprankelend voetbal, met spelers die in alle omstandigheden plezier uitstralen in het spel en aan de hand van hun architect, Philippe Clement, vrijwel altijd uitgingen van de eigen kracht. De trainer slaagde erin uit alle ego's, die voetballers zijn en blijven, een collectief denkend team te smeden, met een brandend verlangen om de eigen grenzen te verleggen. De titel van KRC Genk is een triomf voor het voetbal. De ploeg bracht bij momenten een ode aan de schoonheid van het spel en zorgde in door het voetbalschandaal overwoekerd seizoen voor licht in de duisternis. Je zou doorheen alle triomfalisme haast vergeten dat KRC Genk lang heeft moeten zoeken naar het juiste profiel. Nog maar goed een jaar is het geleden dat Patrick Janssens als algemeen directeur moest vertrekken en de afgelopen twintig jaar kwam het tot evenveel trainerswissels. Of er nu op zoek moet worden gegaan naar een nieuwe coach moet worden afgewacht. De vraag of Philippe Clement blijft, is de volgende dagen een van de hangijzers. Het huidige KRC Genk is zo matuur dat het zich niet langer uit balans laat brengen. Op en naast het veld. Het vertrek van Alejandro Pozuelo en de blessures van sleutelspelers verstoorden het raderwerk niet. Racing Genk presenteerde zich altijd als een gezworen maar toch bescheiden gemeenschap, naar het beeld van de voorzitter, Peter Croonen, die hard werkt in de luwte en niet de behoefte voelt om zich in de media te profileren. Heel moeilijk wordt het desondanks om het succes te consolideren. Naast een mogelijk vertrek van Clement wordt er aan tal van topspelers getrokken. Maar KRC Genk gelooft in zichzelf zonder daarover patserige taal in de mond te nemen. Het heeft een goed scoutingsapparaat en een technisch directeur, Dimitri de Condé, die al heeft geanticipeerd op de hiaten die straks kunnen ontstaan. En vooral: KRC Genk heeft geld. Een eigen kapitaal van 47 miljoen euro, 30 miljoen uit de Champions League en allicht nog eens 40 miljoen als enkel Leandro Trossard en Sander Berge zouden vertrekken. Zo wordt Racing Genk de club van 100 miljoen, een schatkamer die vele clubs hen benijden. De teleurstelling die dit seizoen bij Anderlecht heerste, werd zondag grotendeels weggeblazen. De spectaculaire komst van Vincent Kompany is een enorme stunt van Marc Coucke en moet een symbool zijn voor een andere toekomst en de morrende aanhang weer met de club verzoenen. Speler-trainer, het is geen gebruikelijke constructie in een topclub, een ingreep ook met risico's en veel vragen over de praktische invulling. Vincent Kompany gaf ondanks zijn dominante houding op en naast het veld nooit de indruk het trainerschap te ambiëren. Veel meer leek hij geknipt voor een andere leidinggevende rol binnen een club. Hij heeft bovendien in dit vak geen enkele ervaring. Het is niet omdat je jaren onder toppers zoals Pep Guardiola hebt gewerkt, dat je zelf een goede trainer bent. Maar Kompany is intelligent en dwingt door zijn natuurlijk leiderschap respect af. Dat Vincent Kompany nu de stap naar Anderlecht zet, toont zijn geloof in het project. Anders begint hij daar niet aan, hoe paars-wit zijn bloed nog altijd is. Kompany zal de Belgische competitie verrijken en meer uitstraling geven. Maar of hij Anderlecht echt een nieuw elan geeft, zal in de eerste plaats afhangen van de kwalitatieve invulling van de spelersgroep. Is er nog voldoende financiële slagkracht om die goed te versterken nu er in Kompany werd geïnvesteerd? Een wonderman is hij niet. Wel iemand die krediet zal krijgen, veel krediet. Ook dat heeft Marc Coucke goed bekeken.