'Mijn afkomst? Ik ben geboren in Ziguinchor, een mooie stad in het uiterste zuiden van Senegal, dicht bij de grens met Guinee-Bissau. Er is een rivier met stranden, een Club Med, het is er fantastisch, tenminste: als je klein bent en je kan dag in dag uit op straat zitten met je vrienden. De gemeenschappelijke taal is Frans, zoals overal in Senegal, maar wel vermengd met onze etnische talen. Onverstaanbaar voor jullie. ( lacht) Jules Bocandé ( spits die in België bij RFC Tournai, Seraing en Eendracht Aalst speelde, nvdr) kwam ook uit mijn stad. Af en toe kwam ik hem tegen, in de stad of op het veld van zijn ploeg, de grootste in mijn stad. Wij waren daar ballenraper. Bondscoach Aliou Cissé komt ook uit Ziguinchor. En Sadio Mané is uit de buurt.
...

'Mijn afkomst? Ik ben geboren in Ziguinchor, een mooie stad in het uiterste zuiden van Senegal, dicht bij de grens met Guinee-Bissau. Er is een rivier met stranden, een Club Med, het is er fantastisch, tenminste: als je klein bent en je kan dag in dag uit op straat zitten met je vrienden. De gemeenschappelijke taal is Frans, zoals overal in Senegal, maar wel vermengd met onze etnische talen. Onverstaanbaar voor jullie. ( lacht) Jules Bocandé ( spits die in België bij RFC Tournai, Seraing en Eendracht Aalst speelde, nvdr) kwam ook uit mijn stad. Af en toe kwam ik hem tegen, in de stad of op het veld van zijn ploeg, de grootste in mijn stad. Wij waren daar ballenraper. Bondscoach Aliou Cissé komt ook uit Ziguinchor. En Sadio Mané is uit de buurt. 'Mijn vader was onderwijzer en later surveillant/opvoeder. Mijn ene broer is ouder, die is nu 22 en de jongste is 15. Mijn zus zit ertussen, die is 21. Mijn twee broers zijn ook voetballer. Beiden zijn getalenteerd, en hebben ambities om prof te worden. Mijn pa heeft zelf ook gevoetbald, maar hij koos voor zijn studies. Er is profvoetbal in Senegal, maar het is veel minder goed georganiseerd. Er zijn grote clubs die goed betalen, goed naar lokale normen, maar de andere... Je krijgt vaak je geld niet op tijd, er zijn altijd problemen. In Senegal heb ik nooit in eerste klasse gespeeld. De academie in Dakar die me opleidde wilde me nooit uitlenen aan een eersteklasser, al was de vraag groot. 'Het probleem van het zuiden zijn de opleidingscentra. Als je contacten hebt met het noorden, met mensen in de buurt van Dakar, moet je vertrekken. In het zuiden is amper infrastructuur, wij speelden op gewone grond, geen gras. En als het echt belangrijk was, op kunstgras. Mij is het gelukt op mijn vijftiende. Ik speelde in het zuiden bij een club waarmee ik in mijn eerste jaar regionaal kampioen werd en was daar de beste speler. De bond selecteerde me voor de U17 en in een wedstrijd tegen Togo hebben de mensen van de academie me gespot. 'Wat hen opviel? Mijn snelheid, dat is aangeboren. En mijn techniek. Ergens is dat logisch: ik leerde als kind voetballen op blote voeten, op slechte velden. Het eerste wat je dan onder de knie moet krijgen, is een bal controleren. Eens je op een goed veld komt, wordt alles veel makkelijker. Mijn tweevoetigheid is aangeleerd. Toen ik begon bij de academie had ik een trainer die me op dat vlak niet liet verslappen. 'Gebruik je linker', klonk het de hele tijd. Voor alles. Van nature ben ik rechtsvoetig, maar hij vond dat ik met mijn kwaliteiten absoluut tweevoetig moest zijn. Hij had gelijk, dat heeft me al heel veel geholpen. Tactiek heb ik daar ook geleerd. Als je jong bent, wil je lopen waar de bal is en vooral iedereen dribbelen. Met vallen en opstaan leer je waar je moet lopen, wanneer je een pas moet geven, ...' 'Profvoetballer worden was mijn kinderdroom. Soms nam ik mijn bal mee naar school en spijbelde ik. Voor de zoon van een leraar is het niet gemakkelijk in Senegal. Na school gingen we thuis iets eten en dan nam hij ons apart, mij en mijn broers. Als je je les niet van buiten leerde, mochten we niet de deur uit om te voetballen, zei hij dan. En als het dan donker was, zag je niks meer. Daarom stak ik 's morgens stiekem een bal in mijn zak, en in plaats van naar school te gaan, draaide ik af, richting voetbalveld. Pas op: onze pa had zelf nog gevoetbald en bekeek alles op televisie, het was niet zo dat hij tégen was. Als je schoolwerk maar af was. Maar toen ik naar Dakar kon, heeft hij dat niet belet. 'De Oslo Football Academy, zo heette dat opleidingscentrum in Dakar. Op mijn vijftiende kon ik er terecht. Zij hebben banden met Noorwegen, vandaar dat ik later bij Sarpsborg terechtkwam en eerder in Molde testte. Maar de opleiders waren wel Senegalezen. Spelers die van ver komen, zoals ik, kunnen er op internaat terecht. Anderen komen 's morgens en gaan 's avonds weer thuis slapen. 'Zeer jong je familie verlaten, is niet abnormaal in Afrika, maar toch, ergens mis je je familie. In het begin had ik het zeer lastig. De eerste twee à drie maanden zei ik: dit kan zo niet verder, ik ga terug naar huis. Ik kon alleen bellen, maar nooit terug naar huis. 450 km in Afrika, beeld je in... Geld om te vliegen had ik niet, het moest altijd met de bus. Als ik dan thuis kwam, waste ik me en kroop ik in bed. Doodmoe. Hoe vaak dat gebeurde? In december voor de feesten en dan op het einde van het seizoen, voor de vakantie. En af en toe kwam mijn pa naar Dakar. Om te zien of ik wel serieus bezig was Maar ik had daar geen problemen mee. 'In het internaat had je ook spelers... Dakar, uitgaan, ... Moet ik er een tekening bij maken? ( lacht) Velen bezweken voor de verleidingen. En voor de meisjes. Dan zeiden ze tegen mij: 'Ben je gek of ben je timide, dat je niet mee wil?' Ik zei altijd: 'Nee, ik ga niet mee.' Niet omdat ik dom ben, maar omdat ik wist wat ik wilde: profvoetballer worden. Dakar is één grote valstrik. Ik stuur liever geld op naar de familie dan het uit te geven in het nachtleven. In het noorden leeft men anders dan in het zuiden, zullen we maar zeggen. Vroeger was er veel spanning, nu gewoon een andere mentaliteit. In het zuiden is het rustiger en zijn de ouders strenger.' ( lacht) 'In Dakar voetbalden we met de academie in een gemengde competitie, onder academies en clubs. Noren kwamen scouten en ik werd uitgenodigd voor een test bij Molde. Ik was zestien toen. Als je in Afrika blanken rond het veld ziet staan, weet je: dat zijn scouts. Hoe ik dan reageerde? Nog meer gemotiveerd, nog meer iets willen tonen. Je hebt je droom om in Europa te voetballen en die kan iets dichter komen als je het goed doet. Maar tegelijk weet je: ik moet in God geloven. Je kan net dan wat minder spelen of je blesseren; en dan helpt het als je denkt dat God er wel voor zorgt dat je in je leven krijgt wat je verdient. En dat er misschien een nieuwe kans komt, als je deze niet kan grijpen. Je moet blijven in jezelf geloven. Mentaal sterk zijn als het moet, er klaar voor zijn. Voetbal is een zaak van momenten en die grijpen en als je er alles voor doet, zal het lukken. Slechte momenten duren nooit lang, als je goed voorbereid bent. 'Bij Molde testen, het goed doen, van Ole Gunnar Solskjaer ( destijds coach bij Molde, nvdr) horen dat hij je graag wil houden, maar om juridische redenen toch weer moeten vertrekken, was keihard. Ik deed er dingen waarvan ik achteraf zei: dat kan niet, dat was fantastisch. In mezelf was ik er honderd procent zeker van dat ik niet naar Senegal terug zou moeten, maar juridisch was er een probleem: ik was nog te jong. Gelukkig ben ik goed omringd, mijn familie en begeleiders vingen me op bij de terugkeer. 'Toen ik achttien was kreeg ik een nieuwe kans, deze keer bij Sarpsborg. Naar de match tegen Molde keek ik hard uit, maar omdat ik net terug was van interlandverplichtingen mocht ik niet meespelen. Bij de bezoekers zag ik toen jongens met wie ik destijds samen had getraind. Onder meer EthanHorvath. ( lacht) Dat raakte me. Toen zei ik: voor de return ga ik dubbel zo hard mijn best doen. Die match kwam er helemaal op het einde van het seizoen en ik zweer je, ik heb toen overal gelopen waar de bal was, ik heb het hen héél moeilijk gemaakt. We speelden voor de tweede plaats en na een uur stond het 2-0 voor ons. Een assist van mij. ( lacht) Op het einde was het wel 2-2. Catastrofe! We waren geplaatst voor de Europa League in het geval van een tweede plaats, maar nu moesten we kwalificaties spelen. Toen de wedstrijd voorbij was, kruiste ik de sportief directeur van Molde. 'Ik laat je hier niet, ik koop je en volgend seizoen speel je bij ons.' Ik zei: 'Voor mij oké, we zien wel.' ( lacht) Een paar maanden later zat ik bij Club Brugge... 'Het leven in Noorwegen was moeilijk. Het was er donker en er was weinig te doen. Het sneeuwde of regende de hele tijd. ( blaast) Ik dacht: wat is dit voor een land? Hier kan ik nooit leven. We gingen vaak bowlen om de tijd te doden. Met Sigurd Rosted, die nu bij Gent zit, en met Tobias Heintz, die nu bij Kasimpasa voetbalt. Soms kon ik hen kloppen, maar Rosted was de beste van ons drie. 'Hun voetbal? Weinig ruimte, veel lange ballen, altijd maar lopen. Als ik er naar de verdedigers moest kijken, moest ik altijd omhoog kijken. Zo. ( lacht en doet alsof hij naar een hoog torengebouw kijkt) Als je daar geen zelfvertrouwen hebt, kom je niet aan voetballen toe. Die mannen leken altijd klaar om me op te peuzelen. Maar bon, ça va. Soms vraten ze me op, maar soms ik hen ook. Voor zij gedraaid waren, stond ik al waar ik wilde. ( lacht) Je leerde er wel werken, als voortzetting van mijn opleiding was het goed. Als je daar kan meespelen, kan je wel naar elders in Europa, denk ik. Spitsen kregen er voortdurend stampen en vaak lieten de refs begaan, een beetje zoals in Engeland. Duels kon ik nooit winnen. Het was de bal in de voet vragen of - nog beter - in de ruimte. 'Mijn statistieken waren er goed: acht goals en acht assists. Voor een debutant, een tiener nog, is dat lang niet slecht. Ik werd opgeleid als nummer tien, al voetbalde ik soms ook op de flank. Dat is nu een voordeel. Als ik maar op één positie zou kunnen voetballen, remt dat toch een doorbraak af. Voor een jongere heb je beter verschillende uitwijkmogelijkheden. Bij Senegal, in de nationale jeugdploegen, is het zelfs al gebeurd dat de coach me nog wat meer naar achter haalde, als relayeur, in wedstrijden waarin we het moeilijk hadden. Als acht. En ook dat lukte.' 'Club is me komen opzoeken in Afrika, in de winter van 2018. Voor ons Afrikanen is dat een groot teken van respect. Die geste heeft me zeer geraakt. Niet veel clubs zouden dat er voor over hebben. Iedereen wil profvoetballer worden. Als je met een club contact wil, moet jij je verplaatsen, dat is de regel. 'Ik was in Dakar om te trainen, want ik wilde in de winter niet te lang stilliggen. Daar hebben we onderhandeld. Ik had nog andere mogelijkheden: Stade Rennes, Lille, Olympique Marseille, Real Betis, ... Maar ik zei: ik ben nog zo jong, ik denk dat het beter is dat ik voor Club Brugge kies. Marseille klinkt mooi, maar zou ik daar mogen meedoen? Het kon goed zijn dat ik er een of twee seizoenen bij de jeugd zou moeten spelen. ' Khalilou Fadiga speelde ook een rol. Hij was lovend over Club, toen hij op hetzelfde vliegtuig zat als ik, op weg naar de ceremonie van de CAF, voor beste speler van Afrika en beste jongere. Hij vond Club een familiale ploeg, ideaal voor een jonge speler. Toen mijn makelaar me vroeg wat ik van België dacht, zei ik: 'Veel spelers zijn er gepasseerd, en kijk waar ze nu zitten.' Mijn besluit was snel genomen. En alles wat ze me over deze club vertelden, klopte. Altijd voor de titel spelen, openheid, kansen voor de jeugd, ... 'In het begin heb ik wel afgezien. Vooral fysiek. ( lacht) Ik belde naar mijn pa toen we hier bezig waren, vooral met lopen, en ik zei: ik denk dat ik ga sterven. Ik werk hier als een gek. Hij antwoordde: 'Dat is goed voor jou.' 'Van de coach wist ik wat mijn positie zou worden. Op de flank. Hij zei: 'Je gaat snel, je hebt een goeie voorzet, een goed schot, en je hebt een dribbel.' Ik zei: 'Oké, coach, ik ga werken om fysiek klaar te zijn voor de inspanningen.' Mijn volume moest omhoog, mijn kilometers, dat zag ik toen ik de ploeg observeerde vanuit de tribunes. Wanneer ik Anthony Limbombe bekeek, besefte ik waar al dat loopwerk voor nodig was. Zoals hij de hele tijd ging op die flank... Naar voor, naar achter, aanvallen, verdedigen. In dat systeem moet je ook de hele wedstrijd supergeconcentreerd zijn. Eén foutje betaalt de hele ploeg cash. Dat is een enorme verantwoordelijkheid. Inmiddels sta ik fysiek veel verder. Onlangs toonde Eddie ( Rob, de opvolger van Renaat Philippaerts als fysiektrainer, nvdr) me mijn gegevens van dit seizoen, mijn statistieken. We vergeleken ze met vorig seizoen. Ik kon haast niet geloven hoeveel vooruitgang ik had geboekt. 'Ik heb vorig seizoen een wedstrijd of vijf met de reserven gespeeld en dan gedebuteerd in de play-offs. In tijden van stress, toen het moeilijk ging. De ploeg had daar een heel jaar voor gestreden. Toen ik kon meedoen, had ik dus geen recht om te falen. Maar het was stresserend. Té stresserend. De mentaliteit van de ploeg maakte uiteindelijk het verschil, denk ik. 'Afgelopen zomer haalde ik ook nog de voorselectie van 35 spelers van Senegal voor het WK, maar meetrainen deed ik nooit. Ik viel af voor ze eraan begonnen. Ergens logisch. De ploeg was al een tijdje samen, speelde ook samen in de Afrika Cup, terwijl ik toen bij de jeugd zat. Maar dat ik al bij de beste 35 was, toonde dat ik op de goeie weg was. Nu ben ik er wel bij en is het aan mij om me te tonen. We zijn we al geplaatst voor de Afrika Cup deze zomer in Egypte. Het duel tegen Madagascar, ook geplaatst, is een prestigeduel. Daarna volgt nog Mali, een oefenmatch. En dan nieuwe play-offs met Club Brugge. ( lacht) Vorig seizoen waren we niet zo goed in die fase, we hopen nu dat het anders wordt. Als je je eerste wedstrijden kan winnen, zal het vertrouwen stijgen. 'Mijn seizoen? In het begin was het moeilijk. Ik raakte geblesseerd in de supercup, een breuk aan de hand, en speelde drie maanden niet. Dat was lastig. Toen ik weer fit was, raakte ik opnieuw geblesseerd, de hamstrings deze keer. Ik was in tranen. Geen enkel probleem vooraf, één versnelling en baf... De dokters snapten er niks van: alle tests die ik vooraf deed, waren goed. Mijn papa belde me direct om me te troosten en mijn vriendin kwam over uit Genève. Ze woont nog in Senegal, maar studeert dit jaar in Zwitserland. Soms komt ze naar hier, maar altijd slechts een paar dagen. 'Op de winterstage in Qatar is alles veranderd. Sindsdien voel ik me zoals vroeger. Die eerste goal in Eupen was een mooie beloning. Tegen STVV lukte het al bijna, maar stond Kenny Steppe nog in de weg. Mijn vader zag het ook aankomen. 'Ik denk dat je krachtiger gaat terugkeren, met nog andere troeven.' Voilà, hij had gelijk: het is begonnen met assists, en nu zijn er ook goals.'