Precies vijf maanden nadat de laatste competitiewedstrijd werd gespeeld, op 8 maart, rolt de bal vandaag opnieuw. Club Brugge en Sporting Charleroi openen om half vijf het seizoen 2020-2021. Weken aan een stuk werd er heftig gediscussieerd over de vraag of de laatste competitiematch nog gespeeld moest worden en intussen bleek de impact van het coronavirus steeds duidelijker.

Tot in den treure werd de analyse gemaakt dat clubs gebouwd zijn op drijfzand en iedereen zich zou moeten schikken in een nieuwe realiteit. Vervolgens voerde de Pro League in een zoektocht naar de juiste competitieformule een wrang treurspel op, een feuilleton dat te lang zonder besluitvorming bleef omdat iedereen in dit land alles kan blokkeren. Dat clubs uit de provincie Antwerpen slechts drie dagen geleden weten dat ze effectief thuis mogen aantreden, is daar een voorbeeld van. Heikele dossiers belanden in dit land altijd op de trein van de traagheid.

Kunnen we nu eindelijk weer voetballen?

Hoog tijd is het nu om na al dat gekibbel te voetballen. Nadat Westerlo donderdag in een kort geding bot ving om als negentiende club een plek in 1A op te eisen, kan het nu echt beginnen. Club Brugge blijft na de nederlaag in de bekerfinale tegen Antwerp de grote favoriet. Vreemd dat er na die wedstrijden kanttekeningen werden geplaatst bij de tactische aanpak van de tot dusver zo bejubelde Philippe Clement. Alsof al hetgeen werd opgebouwd nu plots in puin ligt. Voetbal leeft bij de waan van de dag, het is nooit anders geweest.

Club bouwt zijn voorsprong ook naast het veld uit en groeit steeds meer uit tot een onneembare vesting. Het budget, 90 miljoen euro, is dubbel zo groot als dat van Anderlecht en drie keer zo hoog als dat van Antwerp. Dat clubs als Mouscron en KV Oostende met een begroting werken dat tien keer lager ligt dan dat van blauw-zwart, toont dat er in 1A niet echt een voedingsbodem is voor achttien clubs. Dat is geen nieuwe constatering, maar in de huidige omstandigheden was er geen andere competitieopzet mogelijk.

Natuurlijk hoeven die groteske verschillen niet op het veld te blijken en kunnen bijvoorbeeld nieuwkomers als Beerschot en OH Leuven voor verfrissing zorgen. Onveranderd blijft allicht de hiërarchie aan de top. AA Gent, de nummer twee qua budget, blijft de belangrijkste rivaal van Club Brugge, al zullen de Buffalo's het vertrek van Jonathan David moeten opvangen. Een mooi staaltje van koopmanskunst is het niettemin om een voetballer gratis aan te trekken en hem twee jaar later voor om en bij de 30 miljoen euro van de hand te doen. Knap ook dat AA Gent niemand van de spelers en het omkaderend personeel op technische werkloosheid zette, net zoals Club Brugge trouwens. Het is een teken dat er financiële reserves zijn ingebouwd, om een periode zonder inkomsten te overleven.

Niettemin glijdt het Belgisch voetbal steeds verder af van zijn basis. Acht van de achttien clubs zijn in buitenlandse handen en er staan nog altijd meer buitenlandse voetballers op de loonlijst dan Belgische, ook al stijgt het percentage Belgen lichtjes: 222 Belgen op 482. Althans afgelopen weekend, op het moment dat Sport/Voetbalmagazine die cijfers voor de competitiegids verwerkte. Maar de meeste spelers die de laatste dagen werden aangetrokken, komen toch weer uit het buitenland. Zo blijft uiteindelijk veel toch bij het oude. Bijvoorbeeld ook qua trainerswissels: van de achttien clubs uit 1A gaan er, in vergelijking met één jaar geleden, elf met een andere coach in zee. Vergelijk je die trainersbezetting met medio 2018, dan blijft alleen Francky Dury over.

Precies vijf maanden nadat de laatste competitiewedstrijd werd gespeeld, op 8 maart, rolt de bal vandaag opnieuw. Club Brugge en Sporting Charleroi openen om half vijf het seizoen 2020-2021. Weken aan een stuk werd er heftig gediscussieerd over de vraag of de laatste competitiematch nog gespeeld moest worden en intussen bleek de impact van het coronavirus steeds duidelijker. Tot in den treure werd de analyse gemaakt dat clubs gebouwd zijn op drijfzand en iedereen zich zou moeten schikken in een nieuwe realiteit. Vervolgens voerde de Pro League in een zoektocht naar de juiste competitieformule een wrang treurspel op, een feuilleton dat te lang zonder besluitvorming bleef omdat iedereen in dit land alles kan blokkeren. Dat clubs uit de provincie Antwerpen slechts drie dagen geleden weten dat ze effectief thuis mogen aantreden, is daar een voorbeeld van. Heikele dossiers belanden in dit land altijd op de trein van de traagheid.Hoog tijd is het nu om na al dat gekibbel te voetballen. Nadat Westerlo donderdag in een kort geding bot ving om als negentiende club een plek in 1A op te eisen, kan het nu echt beginnen. Club Brugge blijft na de nederlaag in de bekerfinale tegen Antwerp de grote favoriet. Vreemd dat er na die wedstrijden kanttekeningen werden geplaatst bij de tactische aanpak van de tot dusver zo bejubelde Philippe Clement. Alsof al hetgeen werd opgebouwd nu plots in puin ligt. Voetbal leeft bij de waan van de dag, het is nooit anders geweest.Club bouwt zijn voorsprong ook naast het veld uit en groeit steeds meer uit tot een onneembare vesting. Het budget, 90 miljoen euro, is dubbel zo groot als dat van Anderlecht en drie keer zo hoog als dat van Antwerp. Dat clubs als Mouscron en KV Oostende met een begroting werken dat tien keer lager ligt dan dat van blauw-zwart, toont dat er in 1A niet echt een voedingsbodem is voor achttien clubs. Dat is geen nieuwe constatering, maar in de huidige omstandigheden was er geen andere competitieopzet mogelijk.Natuurlijk hoeven die groteske verschillen niet op het veld te blijken en kunnen bijvoorbeeld nieuwkomers als Beerschot en OH Leuven voor verfrissing zorgen. Onveranderd blijft allicht de hiërarchie aan de top. AA Gent, de nummer twee qua budget, blijft de belangrijkste rivaal van Club Brugge, al zullen de Buffalo's het vertrek van Jonathan David moeten opvangen. Een mooi staaltje van koopmanskunst is het niettemin om een voetballer gratis aan te trekken en hem twee jaar later voor om en bij de 30 miljoen euro van de hand te doen. Knap ook dat AA Gent niemand van de spelers en het omkaderend personeel op technische werkloosheid zette, net zoals Club Brugge trouwens. Het is een teken dat er financiële reserves zijn ingebouwd, om een periode zonder inkomsten te overleven.Niettemin glijdt het Belgisch voetbal steeds verder af van zijn basis. Acht van de achttien clubs zijn in buitenlandse handen en er staan nog altijd meer buitenlandse voetballers op de loonlijst dan Belgische, ook al stijgt het percentage Belgen lichtjes: 222 Belgen op 482. Althans afgelopen weekend, op het moment dat Sport/Voetbalmagazine die cijfers voor de competitiegids verwerkte. Maar de meeste spelers die de laatste dagen werden aangetrokken, komen toch weer uit het buitenland. Zo blijft uiteindelijk veel toch bij het oude. Bijvoorbeeld ook qua trainerswissels: van de achttien clubs uit 1A gaan er, in vergelijking met één jaar geleden, elf met een andere coach in zee. Vergelijk je die trainersbezetting met medio 2018, dan blijft alleen Francky Dury over.