53 jaar is hij, met Rosenborg Ballklub goed voor drie opeenvolgende kampioenschappen, twee bekers en twee supercups. "Zeven van de acht prijzen gepakt en drie keer de poules van de Europa League gehaald", zal hij opmerken. Maar in juli 2018 ontslagen.

Niet modern genoeg, vond het clubbestuur. Rosenborg stond tweede, op amper twee punten van Brann Bergen. Enkele maanden later zou de Nederlandse interim-trainer Rini Coolen met dezelfde spelers en veldbezetting titel en beker verlengen.

Iederéén was in shock

"Een litteken, nog altijd, want dat is mijn club", zegt Ingebrigtsen. "Voor een jongen die in Trondheim geboren werd, opgroeide én voetbalde, was spelen voor Rosenborg het hoogst haalbare. Mensen worden overal ter wereld ontslagen, en trainers zeker, maar probeer het tenminste op een waardige manier te doen. Ik had het totaal niet verwacht en was in shock. Iederéén was in shock."

"De spelers wilden mij zelfs meteen opnieuw aanstellen, dat scheelt in de verwerking. Ik heb de voorbije maanden aanbiedingen van andere clubs gekregen, uit landen - Midden-Oosten, China, Rusland - waar mijn vrouw niet naartoe wil. Dan stopt het meteen voor mij. Ik wil dat mijn vrouw en dochtertje van vijf jaar - ik heb nog twee volwassen dochters in Noorwegen - bij me zijn. Ik kan niet zonder mijn familie. Ik wil 's avonds iets anders kunnen doen. Ik ben een voetbaldier, maar niet 24/7."

Tijdens zijn sabbatperiode reisde de Noor door Europa om het voetbal in andere competities te bekijken en nieuwe ideeën op te doen. Hij ging op bezoek bij Pep Guardiola en Manchester City, zijn oude club waar hij in de jaren 90 twee halve seizoenen speelde. Het was zijn eerste en enige buitenlandse avontuur. "In die periode gingen veel Noorse internationals naar de Premier League, ook naar de topclubs. Ik was wellicht niet goed genoeg."

"Toen ik in City was, konden ze de echt goede spelers niet betalen. Ik was een teamspeler, een box-to-box die hard werkte, maar mijn naam staat wellicht niet in grote letters in de geschiedenisboeken van Manchester City", schatert hij.

Niet schelden

Over zijn filosofie als trainer zegt hij het volgende: "Ik had het geluk om, net als Trond Sollied, onder Nils Arne Eggen (14 titels en 6 bekers met Rosenborg, nvdr) te trainen. Een heel offensieve coach: 4-3-3, op het middenveld een driehoek met de punt achteruit, opkomende backs. Mijn twee andere voorbeelden, Egil Olsen (nationale ploeg, nvdr) en Bjørn Hansen (Rosenborg, nvdr), legden meer de nadruk op de organisatie van de vier verdedigers. Verschillende benadering, ook in hun manier van coachen: Eggen was een roeper, Hansen discussieerde met de spelers."

"Dat probeer ik ook te doen. Tijdens een match wil ik niet discussiëren met de vierde scheidsrechter, maar heb ik alle energie nodig om die elf jongens op het veld samen te laten spelen. Een gevoelsmatige keuze ook. Als ik jong was, dan had ik het liefst dat ze mij op school of op de club op een normale manier uitlegden wat ik moest doen. En me niet toeschreeuwden wat ik niet kon. Een trainer moet een moderne leider zijn, die mensen op een rustige manier voor zich probeert te winnen. Niet door ze uit te schelden."

"Je moet spelers vinden die in jouw manier van voetballen passen. En misschien moet je na een paar maanden of een halfjaar kiezen voor jongens met andere kwaliteiten. Maar mijn ervaring is dat spelers zich aan een trainer kunnen aanpassen, dat hun mindset kan veranderd worden. Dat is bouwen aan een ploeg. Alleen heb je daarvoor tijd nodig, iets wat de moderne coach meestal niet gegund is. Er zijn enkele shortcuts om sneller tot resultaten te komen. En met enkele overwinningen koop je die tijd."

Lees het volledige interview in onze Plus-zone of in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 3 juli.