Als we over een paar jaar terugblikken op de eerste jaren van Paul Gheysens bij Antwerp - wie weet naar aanleiding van een titel - zal László Bölöni zeer zeker veel meer dan een voetnoot zijn in dat verhaal. Een mooi hoofdstuk zelfs.

Toen Gheysens kort na de promotie eerst Luciano D'Onofrio uit zijn hoed toverde en hem de sportieve uitbouw van de Great Old toevertrouwde, en de Luikenaar vervolgens Bölöni uit voetbalpensioen terug riep, gingen heel wat wenkbrauwen een paar millimeter de hoogte in.

De twee fikse zestigers, het Nederlands zo goed als onmachtig, hadden tien jaar eerder weliswaar goed samengewerkt bij Standard, maar zouden ze dat kunstje nog eens kunnen opvoeren in de hoofdstad van Vlaanderen? Zou hun manier van werken, nog redelijk old school, aanslaan in de moderne wereld van computers en wedstrijdanalyses?

Drie jaar later kan je alleen respect opbrengen voor wat de twee gedaan hebben, geruggensteund door een hard werkende entourage, die de steken die beide heren lieten vallen, graag opraapten. De bekerfinale én goeie play-offs moesten de kroon op het werk worden. Daarna was het tijd voor wat anders.

Corona besliste er anders over. De apotheose kwam er niet, het afscheid viel op die manier wat vreemd. Als de bekerfinale er nog komt, zal iemand anders onder de lat staan - eerder werd ook al afscheid genomen van Sinan Bolat - maar zal er ook iemand anders aan de zijlijn staan.

Niveau van het voetbal

Wat is de erfenis van László Bölöni? In een eerste jaar puurde hij uit een groep die kwalitatief nog niet zo diep was, vooral een elftal dat fysiek alles in de strijd gooide - met Jelle Van Damme als uithangbord. Een team ook dat vooral presteerde in uitwedstrijden, op de counter.

Het was georganiseerd reactief voetbal met een laag blok dat uitstekend paste bij de kwaliteiten van de groep die de tandem had samen gesteld. D'Onofrio koos bewust voor Bölöni, omdat hij die uitstekend kende en wist dat hij direct iets kon neerzetten. Omdat hij ook wist dat hij én de trainer min of meer hetzelfde dachten.

Antwerp-eigenaar Paul Gheysens en sportief directeur Luciano D'Onofrio., Belga Image
Antwerp-eigenaar Paul Gheysens en sportief directeur Luciano D'Onofrio. © Belga Image

Dat het voetbal niet het meest spectaculaire was, leek op dat moment minder van tel. Opgezweept door het enthousiasme van de fans, die thuis wel wat op hun honger bleven qua resultaten, ging Antwerp door. Spelers klaagden wel eens over lange of late oefensessies, maar de winst vergoelijkte veel, al was er op het einde van dat seizoen overleg nodig om de violen gelijk te stemmen. Bölöni moest stappen zetten in de richting van anderen en omgekeerd.

In het tweede seizoen werd die lijn doorgetrokken. Met meer kwaliteit aan boord stegen de ambities wel. Even was er na Nieuwjaar weer wat frustratie, omdat waarnemers het gevoel hadden dat het met het voetbal beter kon. Ook leefde het gevoel dat de decompressie aan het einde van de reguliere competitie - Bölöni ging plots een aantal spelers rust of vakantie geven, om ze fris aan de start van de play-offs te krijgen - de ploeg een nog beter Europees ticket had gekost.

Maar al bij al was een vierde plaats uitstekend. Loon naar werken, Antwerp mocht Europa in en Bölöni kreeg een jaar extra.

Dat derde jaar is qua resultaten even mooi, maar opnieuw was er wat onvrede over het managen van de kleedkamer - de problemen met Didier Lamkel Zé, de ergernissen bij wat persoonlijkheden - én het niveau van het voetbal. Er was méér talent aan de bal, maar of dat volledig werd benut, bleef de vraag.

Lees ook: Tactisch portret Lamkel Zé: egotripper op de flank

Sterke punten

De sterke punten van Bölöni lagen op het veld, niet meteen in het managen van een kleedkamer of in een wetenschappelijk vernieuwende aanpak. Van 's mans communicatie was het drie jaar genieten, grote ogen trekken of gefrustreerd achterblijven - afhankelijk van het moment. Meestal was hij aangenaam en gecultiveerd, de laatste maanden zelfs redelijk ontspannen, alsof hij wilde genieten van zijn afscheidstoernee.

Geleidelijk verdween zijn achterdocht, maar als, bijvoorbeeld, een duel met Standard eraan kwam, dan voelde je toch altijd veel meer spanning. In de eerste plaats bij hem, wat dan oversloeg op de rest van de groep. Dat bleven matchen die hem bovenmatig prikkelden.

Wat hij achterlaat, is een matuur team, dat mikte op ervaring om de transitie naar de top zo vlot mogelijk te maken. Met spelers die door hun jarenlange band met Bölöni een zekere mate van vertrouwen (en vrijheid) genoten.

Aan zijn opvolger om dat te kadreren in een nieuwe aanpak met frivoler voetbal. Wetende dat hij opnieuw nauw zal moeten samenwerken met Luciano D'Onofrio én dat de grote baas zéér ambitieus is. De lat ligt hoog, als straks de debatten hervatten.

Als we over een paar jaar terugblikken op de eerste jaren van Paul Gheysens bij Antwerp - wie weet naar aanleiding van een titel - zal László Bölöni zeer zeker veel meer dan een voetnoot zijn in dat verhaal. Een mooi hoofdstuk zelfs.Toen Gheysens kort na de promotie eerst Luciano D'Onofrio uit zijn hoed toverde en hem de sportieve uitbouw van de Great Old toevertrouwde, en de Luikenaar vervolgens Bölöni uit voetbalpensioen terug riep, gingen heel wat wenkbrauwen een paar millimeter de hoogte in. De twee fikse zestigers, het Nederlands zo goed als onmachtig, hadden tien jaar eerder weliswaar goed samengewerkt bij Standard, maar zouden ze dat kunstje nog eens kunnen opvoeren in de hoofdstad van Vlaanderen? Zou hun manier van werken, nog redelijk old school, aanslaan in de moderne wereld van computers en wedstrijdanalyses?Drie jaar later kan je alleen respect opbrengen voor wat de twee gedaan hebben, geruggensteund door een hard werkende entourage, die de steken die beide heren lieten vallen, graag opraapten. De bekerfinale én goeie play-offs moesten de kroon op het werk worden. Daarna was het tijd voor wat anders. Corona besliste er anders over. De apotheose kwam er niet, het afscheid viel op die manier wat vreemd. Als de bekerfinale er nog komt, zal iemand anders onder de lat staan - eerder werd ook al afscheid genomen van Sinan Bolat - maar zal er ook iemand anders aan de zijlijn staan. Wat is de erfenis van László Bölöni? In een eerste jaar puurde hij uit een groep die kwalitatief nog niet zo diep was, vooral een elftal dat fysiek alles in de strijd gooide - met Jelle Van Damme als uithangbord. Een team ook dat vooral presteerde in uitwedstrijden, op de counter. Het was georganiseerd reactief voetbal met een laag blok dat uitstekend paste bij de kwaliteiten van de groep die de tandem had samen gesteld. D'Onofrio koos bewust voor Bölöni, omdat hij die uitstekend kende en wist dat hij direct iets kon neerzetten. Omdat hij ook wist dat hij én de trainer min of meer hetzelfde dachten.Dat het voetbal niet het meest spectaculaire was, leek op dat moment minder van tel. Opgezweept door het enthousiasme van de fans, die thuis wel wat op hun honger bleven qua resultaten, ging Antwerp door. Spelers klaagden wel eens over lange of late oefensessies, maar de winst vergoelijkte veel, al was er op het einde van dat seizoen overleg nodig om de violen gelijk te stemmen. Bölöni moest stappen zetten in de richting van anderen en omgekeerd.In het tweede seizoen werd die lijn doorgetrokken. Met meer kwaliteit aan boord stegen de ambities wel. Even was er na Nieuwjaar weer wat frustratie, omdat waarnemers het gevoel hadden dat het met het voetbal beter kon. Ook leefde het gevoel dat de decompressie aan het einde van de reguliere competitie - Bölöni ging plots een aantal spelers rust of vakantie geven, om ze fris aan de start van de play-offs te krijgen - de ploeg een nog beter Europees ticket had gekost. Maar al bij al was een vierde plaats uitstekend. Loon naar werken, Antwerp mocht Europa in en Bölöni kreeg een jaar extra.Dat derde jaar is qua resultaten even mooi, maar opnieuw was er wat onvrede over het managen van de kleedkamer - de problemen met Didier Lamkel Zé, de ergernissen bij wat persoonlijkheden - én het niveau van het voetbal. Er was méér talent aan de bal, maar of dat volledig werd benut, bleef de vraag. Lees ook: Tactisch portret Lamkel Zé: egotripper op de flankDe sterke punten van Bölöni lagen op het veld, niet meteen in het managen van een kleedkamer of in een wetenschappelijk vernieuwende aanpak. Van 's mans communicatie was het drie jaar genieten, grote ogen trekken of gefrustreerd achterblijven - afhankelijk van het moment. Meestal was hij aangenaam en gecultiveerd, de laatste maanden zelfs redelijk ontspannen, alsof hij wilde genieten van zijn afscheidstoernee. Geleidelijk verdween zijn achterdocht, maar als, bijvoorbeeld, een duel met Standard eraan kwam, dan voelde je toch altijd veel meer spanning. In de eerste plaats bij hem, wat dan oversloeg op de rest van de groep. Dat bleven matchen die hem bovenmatig prikkelden.Wat hij achterlaat, is een matuur team, dat mikte op ervaring om de transitie naar de top zo vlot mogelijk te maken. Met spelers die door hun jarenlange band met Bölöni een zekere mate van vertrouwen (en vrijheid) genoten. Aan zijn opvolger om dat te kadreren in een nieuwe aanpak met frivoler voetbal. Wetende dat hij opnieuw nauw zal moeten samenwerken met Luciano D'Onofrio én dat de grote baas zéér ambitieus is. De lat ligt hoog, als straks de debatten hervatten.