Dit is een artikel uit Sport/Voetbalmagazine van 7 augustus 2018.

Bijna 65 procent van de spelers die bij clubs uit 1A op de loonlijst staan, zijn buitenlanders. Onder hen veel Afrikanen. Waar is de tijd dat een zwarte voetballer in ons land een attractie was?

Léon Mokuna was de eerste zwarte Afrikaanse voetballer in de Belgische competitie. Hij streek in 1957 bij La Gantoise neer, het huidige KAA Gent, en groeide uit tot een rariteit die stadions liet vollopen. Mokuna gold als de Pelé van Afrika, een aanvaller met stijl en gratie, met explosiviteit en wendbaarheid, een vat vol schijnbewegingen. Hij ranselde verdedigingen uit elkaar en boorde met zijn staalharde schoten gaten in de netten. Het leverde hem de bijnaam Trouet op.

Er zat graniet in de voeten van Léon Mokuna. Hij was de voorloper van een oneindig aantal Congolese voetballers die de daaropvolgende jaren naar België trokken. Mokuna moest vaak presteren te midden van een golf racistische opmerkingen. Hij probeerde daar rustig onder te blijven. Ook wanneer hij buitenshuis speelde en er met bananen werd gegooid of er oerwoudgeluiden opstegen. Eén enkele keer verloor Mokuna zijn zelfbeheersing. Hij sloeg eens een speler van Sint-Truiden, Jan Van Oirbeeck, met zijn rechtse knock-out nadat die hem een onvoorstelbare trap had gegeven en hem al voordien had geïntimideerd. De vier weken schorsing nam hij er graag bij. Maar hij ergerde er zich wel aan dat de voetbalbond zeer laconiek reageerde wanneer hij het had over de kwetsende opmerkingen die hij naar het hoofd geslingerd kreeg.

Eenzaam voelde Léon Mokuna zich nooit. Hij was zeer sociaal en stapte gemakkelijk op mensen af. En de prestaties waren er: 50 doelpunten in 75 competitiewedstrijden. Mokuna werd door de supporters op handen gedragen. Alleen binnen de ploeg ging het op een gegeven moment wat minder. Sommigen vonden dat Mokuna te veel in de belangstelling stond. Dat zorgde voor afgunst. Na zijn periode bij de Buffalo's voetbalde Mokuna nog vijf jaar bij Waregem, eerst in derde en dan in tweede klasse.

Vandaag woont Léon Mokuna nog altijd in het Gentse. Hij moet 83 jaar zijn. Of toch ongeveer, want zijn geboortedatum kent hij niet, dat werd in die tijd niet bijgehouden. Op zijn paspoort staat een fictieve datum (1 juni 1935) en op de vraag hoeveel kinderen hij heeft, pleegt hij lachend te antwoorden: 'Veel.' Léon Mokuna spreekt met de rauwe stem van een kettingroker. Hij heeft van het leven geprofiteerd. Ook al werd hij na zijn carrière geconfronteerd met een paar zakelijke tegenslagen. Nooit heeft Léon Mokuna daarover geklaagd.

Bijna 65 procent van de spelers die bij clubs uit 1A op de loonlijst staan, zijn buitenlanders. Onder hen veel Afrikanen. Waar is de tijd dat een zwarte voetballer in ons land een attractie was? Léon Mokuna was de eerste zwarte Afrikaanse voetballer in de Belgische competitie. Hij streek in 1957 bij La Gantoise neer, het huidige KAA Gent, en groeide uit tot een rariteit die stadions liet vollopen. Mokuna gold als de Pelé van Afrika, een aanvaller met stijl en gratie, met explosiviteit en wendbaarheid, een vat vol schijnbewegingen. Hij ranselde verdedigingen uit elkaar en boorde met zijn staalharde schoten gaten in de netten. Het leverde hem de bijnaam Trouet op. Er zat graniet in de voeten van Léon Mokuna. Hij was de voorloper van een oneindig aantal Congolese voetballers die de daaropvolgende jaren naar België trokken. Mokuna moest vaak presteren te midden van een golf racistische opmerkingen. Hij probeerde daar rustig onder te blijven. Ook wanneer hij buitenshuis speelde en er met bananen werd gegooid of er oerwoudgeluiden opstegen. Eén enkele keer verloor Mokuna zijn zelfbeheersing. Hij sloeg eens een speler van Sint-Truiden, Jan Van Oirbeeck, met zijn rechtse knock-out nadat die hem een onvoorstelbare trap had gegeven en hem al voordien had geïntimideerd. De vier weken schorsing nam hij er graag bij. Maar hij ergerde er zich wel aan dat de voetbalbond zeer laconiek reageerde wanneer hij het had over de kwetsende opmerkingen die hij naar het hoofd geslingerd kreeg. Eenzaam voelde Léon Mokuna zich nooit. Hij was zeer sociaal en stapte gemakkelijk op mensen af. En de prestaties waren er: 50 doelpunten in 75 competitiewedstrijden. Mokuna werd door de supporters op handen gedragen. Alleen binnen de ploeg ging het op een gegeven moment wat minder. Sommigen vonden dat Mokuna te veel in de belangstelling stond. Dat zorgde voor afgunst. Na zijn periode bij de Buffalo's voetbalde Mokuna nog vijf jaar bij Waregem, eerst in derde en dan in tweede klasse. Vandaag woont Léon Mokuna nog altijd in het Gentse. Hij moet 83 jaar zijn. Of toch ongeveer, want zijn geboortedatum kent hij niet, dat werd in die tijd niet bijgehouden. Op zijn paspoort staat een fictieve datum (1 juni 1935) en op de vraag hoeveel kinderen hij heeft, pleegt hij lachend te antwoorden: 'Veel.' Léon Mokuna spreekt met de rauwe stem van een kettingroker. Hij heeft van het leven geprofiteerd. Ook al werd hij na zijn carrière geconfronteerd met een paar zakelijke tegenslagen. Nooit heeft Léon Mokuna daarover geklaagd.