Jos Smolders; André Fierens, Arto Tolsa, Neel Seys, Fons De Winter; Rik Larnoe, Juan Lozano, Stanley Van den Eynde; Raymond Braine, Rik Coppens en Lothar Emmerich. Dat is, in een 4-3-3, de opstelling van 'de ploeg van de eeuw' in 100 jaar Beerschot, het boek dat werd uitgegeven in 1999, toen stamnummer 13 een eeuweling werd, kort voor de fusie met Germinal Ekeren.

'Als je de spitsen op een podium zou moeten rangschikken, dan hoef je maar de alfabetische volgorde te respecteren', zegt Jean- Norbert Fraiponts (94), de gewezen sportief directeur van de Antwerpenaars. 'Braine op één, Coppens op twee, Emmerich op drie. Van alle anderen komt alleen Lozano in aanmerking voor een plaats op dat podium. Op het derde trapje volgens mij. Maar de hoogste twee, daar kan geen discussie over zijn.

'Coppens was jarenlang de chouchou van het Olympisch Stadion en als het reglement het in de beginjaren had toegestaan dat de Gouden Schoen meermaals dezelfde laureaat mocht kennen, dan had Rikske er allicht meer gewonnen dan zijn enige exemplaar uit 1954.

'Maar ondanks zijn geweldige talent als goalgetter en zijn kwaliteiten van onnavolgbare showman, hebben de paars-witten in de vijftien jaar met Coppens geen enkele trofee gewonnen.

'Het is precies dat waarin Raymond Braine zich van hem onderscheidt. Braine was de beste speler van ons land tussen de twee wereldoorlogen. Hij was ook de eerste voor wie volksmassa's zich verplaatsten om hem aan het werk te zien. Een speler ook die, in tegenstelling tot Coppens, wél titels won in clubverband.'

Een neus naar de bond

Op zijn palmares staan inderdaad niet minder dan acht landskronen, die hij behaalde met twee clubs: Beerschot en Sparta Praag. Want in de Geschiedenis, met grote G, staat voor altijd opgetekend dat Braine in het interbellum de eerste Belgische speler was die zijn talent verzilverde in het buitenland.

De reden daarvoor is het strenge reglement in die tijd. Alle spelers immers, zonder uitzondering, hadden het statuut van amateur en mochten geen enkel profijt trekken, direct of indirect, uit het voetbal. Geen wonder dat enkelen, om dat reglement te omzeilen en hun bekendheid financieel uit te buiten, een achterpoortje gebruikten.

Zo ook Braine, die aan het eind van de jaren 20 een etablissement opende in Antwerpen, in de Brederodestraat nummer 133: 'Café Matador, bij Raymond Braine'. Met dat initiatief plaatste hij zich volgens de Belgische bond buiten de wet. Meteen werd hij, wegens commerciële exploitatie van zijn naam, geschorst bij zijn club.

Vervolgens deed men ook geen beroep op zijn diensten met het oog op het allereerste WK uit de geschiedenis, in 1930. Zowel bij de bond als in de hoogste kringen op het Kiel geloofde men dat Braine door die dubbele maatregel zijn drankgelegenheid wel zou sluiten.

Maar de voetballer zette, zoals hij dat op het veld gewend was, iedereen op het verkeerde been en koos nu voluit voor een bestaan als betaald voetballer. Niet op de Britse Eilanden, ondanks belangstelling van Clapton Orient, die evenwel uitdoofde omdat hij geen werkvergunning kreeg, maar wel in het voormalige Tsjechoslovakije, waar hij bijna zeven jaar de sterren van de hemel zou spelen.

Van het floret naar de bal

'Ik bewaar zelf nog de herinnering aan een lichtvoetige artiest, begiftigd met een superieure techniek, die net als alle grote aanvallers de gave had om als geen ander tackles te ontwijken', vertelt Fraiponts, die Braine ooit nog zag spelen.

Die kwaliteit houdt bij Braine ongetwijfeld verband met zijn sportieve voorgeschiedenis. Want net als zijn zeven jaar oudere broer Pierre, tevens zijn ploegmaat bij Beerschot, kreeg de jonge Raymond een opleiding ver van de voetbalvelden.

Geen wonder, aangezien vader Joseph Braine, afkomstig uit Borgworm maar verhuisd naar Antwerpen, wapenmeester was bij La Concorde, de meest gereputeerde zaal van de metropool. Onder zijn hoede wint Raymond op zijn zestiende de prijs van de Jonge Schermer op een internationaal juniorentoernooi in Oostende.

Maar hoewel hij een duidelijke gave heeft voor de beheersing van het floret, is hij natuurlijk nog meer getalenteerd op voetbalgebied. Het bewijs levert hij op 31 augustus 1920, tijdens een opwarmingsmatch vóór België-Nederland, waarin hij de 25.000 toeschouwers op het Kiel in vervoering brengt.

In het kader van de finale van de Kardinaal Mercierbeker, de gereputeerde competitie voor katholieke scholen, ontpopt de tiener zich tot de grote artiest die zijn school, het Sint-Stanislasinstituut van Berchem, aan de zege helpt tegen het Brusselse Sint-Pieterscollege (3-1).

Debuut op zijn veertiende

Nog geen twee jaar later, wanneer hij bij de kadetten van Beerschot speelt, vergezelt de jonge Raymond Braine zijn ouders bij een uitwedstrijd van paars-wit op Standard. Hij gaat er in eerste instantie van uit dat het is om zijn broer aan te moedigen, maar op het middaguur zit hij plots aan tafel met de titularissen. Hij is dan nog geen vijftien (pas eind april verjaart hij) en wordt al voor de leeuwen gegooid.

De snotneus, zoals Rik Larnoe, de vedette van de ploeg, hem noemt, is voor geen meter onder de indruk. Het bewijs: hij tekent voor het openingsdoelpunt en voor de ultieme 1-3 die de boeken sluit. Tot zijn vertrek naar Tsjechoslovakije acht jaar later, zal Braine nooit met een nederlaag van het veld stappen op Sclessin.

Los van de kwaliteiten van zijn ploegmaats in het team dat vijf keer kampioen speelde in de jaren 20, had Braine zelf een groot ego. Soms zelfs buiten proportie. Een verplaatsing naar Standard is voor hem altijd een gelegenheid om een match in de match uit te vechten met de plaatselijke aanvaller Henri Bierna.

Vanaf 1925 moet die ook bij de nationale ploeg rekening houden met de concurrentie van de amper zeventienjarige vlegel. De Antwerpenaar trekt daarbij altijd aan het langste eind.

'Men haalt vaak aan hoe jong Paul Van Himst doorbrak', merkt Fraiponts op. 'Maar een titel vieren wanneer men nog de leeftijd van een scholier heeft en met zoveel andere vedetten in de eigen club, dat is in mijn ogen nog straffer.

'Vóór de Eerste Wereldoorlog kende het Belgisch voetbal trouwens nog zo'n wonderkind in de persoon van Fernand Nisot, nog steeds de jongste Belgische international aller tijden. Zijn carrière werd gestuit door het uitbreken van de Groote Oorlog.

'Voor Braine liep het niet anders. Met dat verschil dat het de Tweede Wereldoorlog was die op zijn pad kwam. Hij was toen 33 en had nog enkele jaren zijn stempel kunnen drukken. Had men hem toen kunnen zien op de tv, die wel bijgedragen heeft aan de beroemdheid van Popol, dan zou het volgens mij erg spannend geweest zijn om de beste Belgische voetballer van de twintigste eeuw aan te duiden.'

Nazdar Braine

Te meer daar de jongste van het gezin Braine, voor de redenen die hierboven werden genoemd, in ballingschap moet gaan. En dat Sparta Praag, waar hij onderdak vindt, niet zomaar de eerste de beste club is. In het interbellum ligt het zwaartepunt van het voetbal niet in het Verenigd Koninkrijk of in Zuid-Europa zoals nu, maar wel in Centraal-Europa.

In Tsjechoslovakije zijn het twee clubs uit de hoofdstad, Sparta en Slavia, die aan de top staan. In Hongarije zijn de vaandeldragers Ferencváros en Újpest. Ook Oostenrijk, en meer bepaald Wenen, beleeft zijn gouden periode met vier vertegenwoordigers: Rapid, Austria, First en Admira.

Vanaf 1927 wordt een voorloper van de Europese competities op poten gezet waar al deze clubs, plus drie Italiaanse (Bologna, Lazio en Ambrosiana, het latere Internazionale) aan deelnemen: de Mitropacup of de Beker van Centraal-Europa (een samentrekking van Mitten Europa Cup).

Het is in dit toernooi dat het publiek van Sparta Praag Braine leert kennen in 1930. Iets daarvoor, eind juni, heeft hij een contract getekend voor anderhalf jaar: van 1 juli tot 31 december het jaar erop. Zijn tekenpremie bedraagt 25.000 kroon, omgerekend 625 euro.

Bij dat voor die tijd aardige bedrag komt nog een salaris van 1500 kroon per maand, een even hoge maandelijkse verblijfspremie, 1000 kroon onkosten, 1000 à 1500 kroon per wedstrijd, afhankelijk van het resultaat, 10.000 kroon voor een titel en evenveel voor een eindzege in de Mitropacup.

Bij zijn debuut is het meteen raak: hij geeft een assist aan Josef Silny en maakt zelf de 2-1 tegen First Vienna FC. Na affluiten wordt de nieuwkomer door de fans triomfantelijk op de schouders getild en ze roepen naar hem: ' NazdarBraine!' Vertaald: welkom Braine!

Excellente alleskunner

Onder impuls van zijn Belg haalt Sparta in de eerste plaats de bovenhand van Slavia, wat tot een landstitel leidt in 1932. Maar de club moet nog drie jaar wachten voor ze haar doel bereikt: weer aanknopen met het succes in de Mitropacup, waarvan ze de eerste editie won in 1927.

'Raymond Braine was op dat ogenblik 28 jaar, voor een spits op de top van zijn kunnen', vervolgt Fraiponts. 'Rekening houdend met zijn ervaring beheerste hij alle facetten van het aanvalsspel. Hij ontpopte zich tot geniale spelverdeler maar was ook een topafwerker.

'Kortom, hij was een alleskunner. Wat zeg ik: een excellente alleskunner. Vanwege zijn impact op het spel en de resultaten zong men vaak de lof van ene Alfredo Di Stéfano van Real Madrid. Wel, voor mij was Raymond Braine een Di Stéfano avant la lettre.

'En, nogmaals: meer dan Paul Van Himst, want die heeft zijn stempel alleen op Anderlecht gedrukt. Op internationaal vlak heeft hij nooit een team naar de top kunnen brengen, noch Sporting noch de Rode Duivels. Braine kon dat wel.

'Sparta in die tijd kun je gerust vergelijken met Real of Barça nu. En hij was daar de vedette! Tsjechoslovakije wist trouwens wel wat voor vlees het in de kuip had: de WK-finalist van 1934 (tegen Italië) heeft hemel en aarde bewogen om hem te naturaliseren, overtuigd dat het ooit wereldkampioen zou worden met Braine in de rangen. België mag blij zijn dat het gezond verstand gezegevierd heeft.'

Eervolle terugkeer in 1935

Vanwege zijn prestaties in clubverband besluit de Belgische voetbalbond in 1935 de strijdbijl met Braine te begraven. Dat is tien jaar na zijn debuut, op 15 maart 1925 in Deurne tegen Nederland. Toen was hij zeventien. Men rekent op hem om een nieuw elan te geven aan de nationale ploeg. Want na de verovering van olympisch goud in Antwerpen in 1920 zijn de Duivels ineengestort. Op de Spelen van Parijs in 1924 worden ze zelfs vernederd door Zweden: 1-8.

Toeval of niet, maar met Braine erbij richtte België het hoofd op. Enkele resultaten bewijzen het: in zijn debuutjaar 1925 winnen de Duivels met 1-3 in Hongarije, het jaar erop boeken ze een 1-5-zege in Nederland en in 1927 kloppen ze Oranje opnieuw, op de Bosuil.

In 1928, op de Olympische Spelen in Amsterdam, is de klap van Parijs vergeten dankzij een prachtpartij tegen Argentinië in de kwartfinales. Als briljante regisseur laat Braine ons land die dag lang gelijke tred houden tegen de Zuid-Amerikanen (3-3 na 53 minuten), voor die in het laatste kwartier toch de bovenhand nemen (3-6).

'Het volgende doel was natuurlijk de eerste editie van de wereldbeker in 1930', vertelt Fraiponts. 'Paradoxaal genoeg was het Pierre Braine die de reis naar Uruguay maakte, terwijl zijn broertje, die door de bond als prof werd beschouwd, niet mee mocht. Gevolg: twee nederlagen, 0-3 tegen de Verenigde Staten en 0-1 tegen Paraguay.

'Ik zeg niet dat het met Braine compleet anders gelopen zou zijn, maar met vooraan een tandem Raymond Braine en Bernard Voorhoof, aangevuld door Anderlechtenaar FernandCassisAdams, zou België daar toch zeker een goal gemaakt hebben.'

Tussen de 'laatste' cap van de jongste Braine, op 26 mei 1929 tegen Frankrijk op Rocourt (4-1-winst), en zijn comeback tegen diezelfde tegenstander, op 14 april 1935 op de Heizel (1-1), liggen er 38 interlands.

'Tel die bij de 54 die hij gespeeld heeft en hij zou lange tijd de recordhouder geweest zijn', onderstreept Fraiponts. 'En als de oorlog geen roet in het eten had gegooid, dan zou hij ook nog de eerste Belg geworden zijn met meer dan 100 caps.'

Kapitein van Europa

De comeback van de jongste Braine in de nationale ploeg luidt nog een andere in: zijn terugkeer naar Beerschot in 1936. Hij vormt er een uitzonderlijke vijfmansvoorhoede, de beste in de clubgeschiedenis, met Charly Van den Wouwer, Arthur Ceuleers, RikIsemborghs en Stanley Vanden Eynde, allemaal internationals.

© GF

De club van het Kiel speelt met die spetterende aanval kampioen in 1938 en 1939. Voor Braine volgen de bekroningen elkaar op. Om te beginnen wordt hij op 20 juli 1937 samen met drie andere Antwerpenaars (Stanley Van den Eynde, Bob Paverick en ConstantJoacim) geselecteerd voor de ploeg van West-Europa, die het opneemt tegen Centraal-Europa. Hij wordt in dat duel uitgeroepen tot beste speler van zijn team.

Een jaar later, op 26 oktober 1938, wordt Braine aangesteld als kapitein van de Europese selectie, die een wedstrijd speelt tegen Engeland om de 75e verjaardag van de Football Association te vieren. Die dag is er maar één speler die een nog betere prestatie levert dan hij. Een buitengewone speler dan ook: een zekere Stanley Matthews.

Fiche Raymond Braine

Geboren en overleden in Antwerpen (28 april 1907 - 25 december 1978)

Clubs

1922-1930: Beerschot

142 wedstrijden, 141 doelpunten

1930-1936: Sparta Praag

106 wedstrijden, 120 doelpunten

1936-1943: Beerschot

113 wedstrijden, 69 doelpunten

1943-1944: La Forestoise

21 wedstrijden, 0 doelpunten

Nationale ploeg: 1925-1939

54 wedstrijden, 26 doelpunten

Palmares

7 x kampioen van België

(1922, 1924, 1925, 1926, 1928, 1938, 1939)

2 x kampioen van Tsjechoslovakije

(1932, 1936)

1 x winnaar van de Mitropacup

(1935)

De eerste Belgische voetballer die zijn memoires schrijft

Duizend en één match, de gedenkschriften van Raymond Braine, dat is de titel van acht brochures die verschenen tussen 17 september en 22 december 1949 over het leven en de carrière van de eerste grote vedette van het Belgisch voetbal. Raymond Braine was de eerste speler in ons land die zijn herinneringen te boek stelde. Drie jaar later zou hij nagevolgd worden door een andere illustere Antwerpse goalgetter, Jef Mermans.

Enkele fragmenten:

'Op Standard tekende ik de 1-3 einduitslag met een volley-goaltje aan dat één der schoonste zou blijven die ik in mijn twee-en-twintigjarige loopbaan mocht gelukken. Ik moest toen nog 15 jaar worden.' (p. 5)

'Als gij ooit eens moe zijt in tweede klas te rijden en wat meer met voetballen zoudt willen verdienen dan vijfentwintig frank, dan moet gij maar eens schrijven. Ik bezorg u dan wel een kontrakt als prof in Engeland.' (p. 16) ( Joseph William Spence, speler van Manchester United na een België-Nederland (3-5) op het Kiel)

'De voorwaarden van Clapton Orient? Tien pond om mijn handtekening onder het kontrakt te pennen, verder zes pond fixe per week, twee pond voor elke gewonnen wedstrijd en een pond voor een gelijk spel... Niet slecht voor iemand die 800 frank verdiende bij de bank. Maar het ketste af: ik kreeg geen werkvergunning.' (p. 19)

'In het eerste elftal mocht ik niet spelen van de voetbalbond. Maar in de reserven wel. Hoe knoopt gij die twee flessen samen? Beroepsspeler was ik voor Beerschot's eerste ploeg, amateur voor de reserven!' (p. 30)

'Vanop 25 meter scoorde ik de 2-1 tegen First Vienna. De match is gespeeld... Als een rukwind overrompelen duizenden mensen het speelveld... Ik word op de schouders geheven en rondgedragen. Wat een debuut voor Sparta!' (p. 36)

'Op die 7 jaar won ik met Sparta slechts 2 titels, Slavia veroverde de overige. Met Frantisek Planicka, de doelman van Slavia in ons doel, had de verhouding er gans anders uitgezien.' (p. 81)

'De held van de Mitropa-Cup 1935 was Raymond Braine. Niet omdat hij 2 doelpunten maakte maar omdat hij iedereen het nakijken gaf bij die 2 goals. Braine is én een virtuoos, én een productieve speler.' (p. 96) ( Maurice Pefferkorn, journalist van L'Auto in zijn verslag over de finale)

'Men heeft mij honderd duizend kronen voorgesteld om Tchek te worden. Daarmee kon ik later een prachtige handelszaak overnemen en de oude dag verzekeren. Een handelszaak in Antwerpen. Maar als Tchek? Dat zag ik niet zitten.' (p. 104)

'Wat Stanley Matthews op die Engeland-Europa demonstreerde grenst aan 't ongelooflijke. Niet alleen was hij de beste speler van het veld, meer nog, hij was de beste speler die ik tijdens duizend en één matchen van mijn loopbaan gezien heb.' (p. 119)

© GF
© GF
© GF
© GF
© GF
© GF
© GF
Jos Smolders; André Fierens, Arto Tolsa, Neel Seys, Fons De Winter; Rik Larnoe, Juan Lozano, Stanley Van den Eynde; Raymond Braine, Rik Coppens en Lothar Emmerich. Dat is, in een 4-3-3, de opstelling van 'de ploeg van de eeuw' in 100 jaar Beerschot, het boek dat werd uitgegeven in 1999, toen stamnummer 13 een eeuweling werd, kort voor de fusie met Germinal Ekeren. 'Als je de spitsen op een podium zou moeten rangschikken, dan hoef je maar de alfabetische volgorde te respecteren', zegt Jean- Norbert Fraiponts (94), de gewezen sportief directeur van de Antwerpenaars. 'Braine op één, Coppens op twee, Emmerich op drie. Van alle anderen komt alleen Lozano in aanmerking voor een plaats op dat podium. Op het derde trapje volgens mij. Maar de hoogste twee, daar kan geen discussie over zijn. 'Coppens was jarenlang de chouchou van het Olympisch Stadion en als het reglement het in de beginjaren had toegestaan dat de Gouden Schoen meermaals dezelfde laureaat mocht kennen, dan had Rikske er allicht meer gewonnen dan zijn enige exemplaar uit 1954. 'Maar ondanks zijn geweldige talent als goalgetter en zijn kwaliteiten van onnavolgbare showman, hebben de paars-witten in de vijftien jaar met Coppens geen enkele trofee gewonnen. 'Het is precies dat waarin Raymond Braine zich van hem onderscheidt. Braine was de beste speler van ons land tussen de twee wereldoorlogen. Hij was ook de eerste voor wie volksmassa's zich verplaatsten om hem aan het werk te zien. Een speler ook die, in tegenstelling tot Coppens, wél titels won in clubverband.'Op zijn palmares staan inderdaad niet minder dan acht landskronen, die hij behaalde met twee clubs: Beerschot en Sparta Praag. Want in de Geschiedenis, met grote G, staat voor altijd opgetekend dat Braine in het interbellum de eerste Belgische speler was die zijn talent verzilverde in het buitenland. De reden daarvoor is het strenge reglement in die tijd. Alle spelers immers, zonder uitzondering, hadden het statuut van amateur en mochten geen enkel profijt trekken, direct of indirect, uit het voetbal. Geen wonder dat enkelen, om dat reglement te omzeilen en hun bekendheid financieel uit te buiten, een achterpoortje gebruikten. Zo ook Braine, die aan het eind van de jaren 20 een etablissement opende in Antwerpen, in de Brederodestraat nummer 133: 'Café Matador, bij Raymond Braine'. Met dat initiatief plaatste hij zich volgens de Belgische bond buiten de wet. Meteen werd hij, wegens commerciële exploitatie van zijn naam, geschorst bij zijn club. Vervolgens deed men ook geen beroep op zijn diensten met het oog op het allereerste WK uit de geschiedenis, in 1930. Zowel bij de bond als in de hoogste kringen op het Kiel geloofde men dat Braine door die dubbele maatregel zijn drankgelegenheid wel zou sluiten. Maar de voetballer zette, zoals hij dat op het veld gewend was, iedereen op het verkeerde been en koos nu voluit voor een bestaan als betaald voetballer. Niet op de Britse Eilanden, ondanks belangstelling van Clapton Orient, die evenwel uitdoofde omdat hij geen werkvergunning kreeg, maar wel in het voormalige Tsjechoslovakije, waar hij bijna zeven jaar de sterren van de hemel zou spelen. 'Ik bewaar zelf nog de herinnering aan een lichtvoetige artiest, begiftigd met een superieure techniek, die net als alle grote aanvallers de gave had om als geen ander tackles te ontwijken', vertelt Fraiponts, die Braine ooit nog zag spelen. Die kwaliteit houdt bij Braine ongetwijfeld verband met zijn sportieve voorgeschiedenis. Want net als zijn zeven jaar oudere broer Pierre, tevens zijn ploegmaat bij Beerschot, kreeg de jonge Raymond een opleiding ver van de voetbalvelden. Geen wonder, aangezien vader Joseph Braine, afkomstig uit Borgworm maar verhuisd naar Antwerpen, wapenmeester was bij La Concorde, de meest gereputeerde zaal van de metropool. Onder zijn hoede wint Raymond op zijn zestiende de prijs van de Jonge Schermer op een internationaal juniorentoernooi in Oostende. Maar hoewel hij een duidelijke gave heeft voor de beheersing van het floret, is hij natuurlijk nog meer getalenteerd op voetbalgebied. Het bewijs levert hij op 31 augustus 1920, tijdens een opwarmingsmatch vóór België-Nederland, waarin hij de 25.000 toeschouwers op het Kiel in vervoering brengt. In het kader van de finale van de Kardinaal Mercierbeker, de gereputeerde competitie voor katholieke scholen, ontpopt de tiener zich tot de grote artiest die zijn school, het Sint-Stanislasinstituut van Berchem, aan de zege helpt tegen het Brusselse Sint-Pieterscollege (3-1). Nog geen twee jaar later, wanneer hij bij de kadetten van Beerschot speelt, vergezelt de jonge Raymond Braine zijn ouders bij een uitwedstrijd van paars-wit op Standard. Hij gaat er in eerste instantie van uit dat het is om zijn broer aan te moedigen, maar op het middaguur zit hij plots aan tafel met de titularissen. Hij is dan nog geen vijftien (pas eind april verjaart hij) en wordt al voor de leeuwen gegooid. De snotneus, zoals Rik Larnoe, de vedette van de ploeg, hem noemt, is voor geen meter onder de indruk. Het bewijs: hij tekent voor het openingsdoelpunt en voor de ultieme 1-3 die de boeken sluit. Tot zijn vertrek naar Tsjechoslovakije acht jaar later, zal Braine nooit met een nederlaag van het veld stappen op Sclessin. Los van de kwaliteiten van zijn ploegmaats in het team dat vijf keer kampioen speelde in de jaren 20, had Braine zelf een groot ego. Soms zelfs buiten proportie. Een verplaatsing naar Standard is voor hem altijd een gelegenheid om een match in de match uit te vechten met de plaatselijke aanvaller Henri Bierna. Vanaf 1925 moet die ook bij de nationale ploeg rekening houden met de concurrentie van de amper zeventienjarige vlegel. De Antwerpenaar trekt daarbij altijd aan het langste eind. 'Men haalt vaak aan hoe jong Paul Van Himst doorbrak', merkt Fraiponts op. 'Maar een titel vieren wanneer men nog de leeftijd van een scholier heeft en met zoveel andere vedetten in de eigen club, dat is in mijn ogen nog straffer. 'Vóór de Eerste Wereldoorlog kende het Belgisch voetbal trouwens nog zo'n wonderkind in de persoon van Fernand Nisot, nog steeds de jongste Belgische international aller tijden. Zijn carrière werd gestuit door het uitbreken van de Groote Oorlog. 'Voor Braine liep het niet anders. Met dat verschil dat het de Tweede Wereldoorlog was die op zijn pad kwam. Hij was toen 33 en had nog enkele jaren zijn stempel kunnen drukken. Had men hem toen kunnen zien op de tv, die wel bijgedragen heeft aan de beroemdheid van Popol, dan zou het volgens mij erg spannend geweest zijn om de beste Belgische voetballer van de twintigste eeuw aan te duiden.' Te meer daar de jongste van het gezin Braine, voor de redenen die hierboven werden genoemd, in ballingschap moet gaan. En dat Sparta Praag, waar hij onderdak vindt, niet zomaar de eerste de beste club is. In het interbellum ligt het zwaartepunt van het voetbal niet in het Verenigd Koninkrijk of in Zuid-Europa zoals nu, maar wel in Centraal-Europa. In Tsjechoslovakije zijn het twee clubs uit de hoofdstad, Sparta en Slavia, die aan de top staan. In Hongarije zijn de vaandeldragers Ferencváros en Újpest. Ook Oostenrijk, en meer bepaald Wenen, beleeft zijn gouden periode met vier vertegenwoordigers: Rapid, Austria, First en Admira. Vanaf 1927 wordt een voorloper van de Europese competities op poten gezet waar al deze clubs, plus drie Italiaanse (Bologna, Lazio en Ambrosiana, het latere Internazionale) aan deelnemen: de Mitropacup of de Beker van Centraal-Europa (een samentrekking van Mitten Europa Cup). Het is in dit toernooi dat het publiek van Sparta Praag Braine leert kennen in 1930. Iets daarvoor, eind juni, heeft hij een contract getekend voor anderhalf jaar: van 1 juli tot 31 december het jaar erop. Zijn tekenpremie bedraagt 25.000 kroon, omgerekend 625 euro. Bij dat voor die tijd aardige bedrag komt nog een salaris van 1500 kroon per maand, een even hoge maandelijkse verblijfspremie, 1000 kroon onkosten, 1000 à 1500 kroon per wedstrijd, afhankelijk van het resultaat, 10.000 kroon voor een titel en evenveel voor een eindzege in de Mitropacup. Bij zijn debuut is het meteen raak: hij geeft een assist aan Josef Silny en maakt zelf de 2-1 tegen First Vienna FC. Na affluiten wordt de nieuwkomer door de fans triomfantelijk op de schouders getild en ze roepen naar hem: ' NazdarBraine!' Vertaald: welkom Braine! Onder impuls van zijn Belg haalt Sparta in de eerste plaats de bovenhand van Slavia, wat tot een landstitel leidt in 1932. Maar de club moet nog drie jaar wachten voor ze haar doel bereikt: weer aanknopen met het succes in de Mitropacup, waarvan ze de eerste editie won in 1927. 'Raymond Braine was op dat ogenblik 28 jaar, voor een spits op de top van zijn kunnen', vervolgt Fraiponts. 'Rekening houdend met zijn ervaring beheerste hij alle facetten van het aanvalsspel. Hij ontpopte zich tot geniale spelverdeler maar was ook een topafwerker. 'Kortom, hij was een alleskunner. Wat zeg ik: een excellente alleskunner. Vanwege zijn impact op het spel en de resultaten zong men vaak de lof van ene Alfredo Di Stéfano van Real Madrid. Wel, voor mij was Raymond Braine een Di Stéfano avant la lettre. 'En, nogmaals: meer dan Paul Van Himst, want die heeft zijn stempel alleen op Anderlecht gedrukt. Op internationaal vlak heeft hij nooit een team naar de top kunnen brengen, noch Sporting noch de Rode Duivels. Braine kon dat wel. 'Sparta in die tijd kun je gerust vergelijken met Real of Barça nu. En hij was daar de vedette! Tsjechoslovakije wist trouwens wel wat voor vlees het in de kuip had: de WK-finalist van 1934 (tegen Italië) heeft hemel en aarde bewogen om hem te naturaliseren, overtuigd dat het ooit wereldkampioen zou worden met Braine in de rangen. België mag blij zijn dat het gezond verstand gezegevierd heeft.' Vanwege zijn prestaties in clubverband besluit de Belgische voetbalbond in 1935 de strijdbijl met Braine te begraven. Dat is tien jaar na zijn debuut, op 15 maart 1925 in Deurne tegen Nederland. Toen was hij zeventien. Men rekent op hem om een nieuw elan te geven aan de nationale ploeg. Want na de verovering van olympisch goud in Antwerpen in 1920 zijn de Duivels ineengestort. Op de Spelen van Parijs in 1924 worden ze zelfs vernederd door Zweden: 1-8. Toeval of niet, maar met Braine erbij richtte België het hoofd op. Enkele resultaten bewijzen het: in zijn debuutjaar 1925 winnen de Duivels met 1-3 in Hongarije, het jaar erop boeken ze een 1-5-zege in Nederland en in 1927 kloppen ze Oranje opnieuw, op de Bosuil. In 1928, op de Olympische Spelen in Amsterdam, is de klap van Parijs vergeten dankzij een prachtpartij tegen Argentinië in de kwartfinales. Als briljante regisseur laat Braine ons land die dag lang gelijke tred houden tegen de Zuid-Amerikanen (3-3 na 53 minuten), voor die in het laatste kwartier toch de bovenhand nemen (3-6). 'Het volgende doel was natuurlijk de eerste editie van de wereldbeker in 1930', vertelt Fraiponts. 'Paradoxaal genoeg was het Pierre Braine die de reis naar Uruguay maakte, terwijl zijn broertje, die door de bond als prof werd beschouwd, niet mee mocht. Gevolg: twee nederlagen, 0-3 tegen de Verenigde Staten en 0-1 tegen Paraguay. 'Ik zeg niet dat het met Braine compleet anders gelopen zou zijn, maar met vooraan een tandem Raymond Braine en Bernard Voorhoof, aangevuld door Anderlechtenaar FernandCassisAdams, zou België daar toch zeker een goal gemaakt hebben.' Tussen de 'laatste' cap van de jongste Braine, op 26 mei 1929 tegen Frankrijk op Rocourt (4-1-winst), en zijn comeback tegen diezelfde tegenstander, op 14 april 1935 op de Heizel (1-1), liggen er 38 interlands. 'Tel die bij de 54 die hij gespeeld heeft en hij zou lange tijd de recordhouder geweest zijn', onderstreept Fraiponts. 'En als de oorlog geen roet in het eten had gegooid, dan zou hij ook nog de eerste Belg geworden zijn met meer dan 100 caps.' De comeback van de jongste Braine in de nationale ploeg luidt nog een andere in: zijn terugkeer naar Beerschot in 1936. Hij vormt er een uitzonderlijke vijfmansvoorhoede, de beste in de clubgeschiedenis, met Charly Van den Wouwer, Arthur Ceuleers, RikIsemborghs en Stanley Vanden Eynde, allemaal internationals. De club van het Kiel speelt met die spetterende aanval kampioen in 1938 en 1939. Voor Braine volgen de bekroningen elkaar op. Om te beginnen wordt hij op 20 juli 1937 samen met drie andere Antwerpenaars (Stanley Van den Eynde, Bob Paverick en ConstantJoacim) geselecteerd voor de ploeg van West-Europa, die het opneemt tegen Centraal-Europa. Hij wordt in dat duel uitgeroepen tot beste speler van zijn team. Een jaar later, op 26 oktober 1938, wordt Braine aangesteld als kapitein van de Europese selectie, die een wedstrijd speelt tegen Engeland om de 75e verjaardag van de Football Association te vieren. Die dag is er maar één speler die een nog betere prestatie levert dan hij. Een buitengewone speler dan ook: een zekere Stanley Matthews.