Maak er toch een positief verhaal van, geeft Lior Refaelov (32) mee bij het afscheid. Het is al diep in de namiddag als hij de deur van de Antwerpse Diamond Bar achter zich dichttrekt. In dat mooie kader, toepasselijk voor iemand die naast het voetbal ook kleine steentjes als passie heeft, hebben we het dan lange tijd gehad over zijn nieuwe uitdaging bij de Great Old, zijn toekomstplannen, maar ook de actuele situatie en de crisis binnen het Belgische voetbal. En uiteraard ook Club Brugge, waar hij in 2011 neerstreek en mee bouwde aan de successen.
...

Maak er toch een positief verhaal van, geeft Lior Refaelov (32) mee bij het afscheid. Het is al diep in de namiddag als hij de deur van de Antwerpse Diamond Bar achter zich dichttrekt. In dat mooie kader, toepasselijk voor iemand die naast het voetbal ook kleine steentjes als passie heeft, hebben we het dan lange tijd gehad over zijn nieuwe uitdaging bij de Great Old, zijn toekomstplannen, maar ook de actuele situatie en de crisis binnen het Belgische voetbal. En uiteraard ook Club Brugge, waar hij in 2011 neerstreek en mee bouwde aan de successen. Refaelov straalt als hij gaat zitten. Every inch a gentleman, piekfijn uitgedost, de haren nog wat nat van de douche. Of Antwerpen voor een diamantair annex juwelier toch ook niet een beetje thuiskomen is? Hij lacht: 'Ik denk dat ik de juiste beslissing nam, ja. Ik hou van de ambitie van iedereen hier op de club en ik ben blij dat ik er een deel van ben. Dit is een fijne uitdaging, opnieuw die top vijf, top zes bereiken. Daar zat Antwerp al te lang niet bij. Vorig seizoen was de start al goed, dit keer is er meer ervaring, denk ik. De spelers kunnen nu op het veld wél de juiste beslissingen nemen: wanneer pushen, wanneer wat gas terug nemen. Maar: we staan pas aan het begin van een proces. Het gaat nog tijd vergen voor we het niveau van de Belgische topclubs bereiken, maar de ambitie is er en het gaat in de goeie richting. De voorzitter is zéér ambitieus om dit stadion verder uit te bouwen. Voor de fans is dat belangrijk. Overal waar ik ga, zelfs in Brugge, ontmoet ik fans van Antwerp, die om een foto of een handtekening vragen. Dat wist ik vroeger niet, dat Antwerp zoveel fans had. Ik dacht altijd dat het voetbal in België niet verder reikte dan Anderlecht, Club Brugge of Standard en dat de rest vooral lokaal was.' Voelt dit als thuiskomen, met een veel nauwere link met de Joodse gemeenschap dan in Brugge? Lior Refaelov: 'Dat thuisgevoel had ik daar ook, hoor. En net als bij Brugge woon ik ook hier niet in de stad. Ginder koos ik voor Loppem, hier hebben we net een huis gevonden in Brasschaat. Mijn hele leven lang al heb ik stress en ben ik druk bezig. Thuis probeer ik me te ontspannen. Niet te veel bezig zijn met de telefoon, maar meer met mijn vrouw en de kinderen.' Heb je een steeds grotere nood aan ontstressen? Refaelov: 'Soms, maar tegelijk betrap ik me erop dat ik de stress niet kan missen. Als er geen druk is, vind ik het allemaal snel vervelen. Ik hou van druk, van moeten, al van jongs af is dat een deel van mijn leven. Jezelf doelen stellen, met verschillende dingen bezig zijn. Voetbal, privéleven, dingen die je wil bereiken... Ik ben altijd bezig. Gelukkig staat mijn vrouw altijd naast mij. Zij is een stevige steun.' In Loppem blijven wonen was geen optie? Refaelov: 'We hebben het een paar weken geprobeerd. Neen dus. Ik spendeerde te veel tijd in de auto, zag de kinderen amper, het verkeer was de hel. Dit was de juiste beslissing, voor iedereen. De kids hebben inmiddels een nieuwe school, in het centrum van de stad. Ze kenden vanuit hun gemeenschap al wat kinderen, dat vergemakkelijkt hun integratie. Vroeger kwam ik al gemiddeld één keer per week in Antwerpen, afhankelijk van de drukte van ons programma. Ik hield al van de stad, zijn centrum, de restaurants, shoppen, de Meir, het MAS... Als mijn familie op bezoek kwam, zaten we geregeld in Antwerpen. Maar die klik had ik ook in Brugge, met de club, de mensen er rond, de stad. Ik was er zeven jaar, het voelde al een beetje als geboortegrond. Overal een speciale behandeling. Hier is het toch nog anders. Brugge is klein, iedereen kent mekaar en Antwerpen is een grote stad. Brasschaat is wat verder weg van het centrum, maar biedt wat meer privacy. Dus doen we maar wat inspanningen om ze te brengen en halen.' Het openbaar vervoer is er ook Lior! Refaelov: 'Ik weet niet of er een treinverbinding met het centrum is, maar dat zou mijn vrouw nooit toestaan. ( lacht) Ze gaan naar een gewone school, maar er zitten veel Joodse jongeren en één uur per dag krijgen ze Hebreeuws. Dat is goed voor het geval we terugkeren naar Israël. Onderling spreken zij Nederlands. Mijn vrouw met hen ook af en toe, en dat klinkt wel leuk. Ik? ( diplomatisch) Ik focus op luisteren. Maar ik snap wel alles wat ze zeggen. En als ik wat lees, versta ik het.' Was het een moeilijke zomer? Refaelov: 'Om eerlijk te zijn: neen. Toen vorig seizoen ten einde liep, had ik al nauwe contacten met Michel Preud'homme. Alles was doorgesproken om naar Standard te verhuizen, alleen de handtekening onder de papieren ontbrak. Zo zat het ook in mijn hoofd toen ik met vakantie vertrok. Pas begin augustus begon ik te voelen dat het niet zou lukken.' Wat ging er fout? Refaelov: 'Daar ga ik liever niet op in. Er waren verscheidene redenen. Ik wilde echt wel naar Standard. Omdat ik wist: Michel gaat er zijn, Carcela zit er, Mpoku, Sá keerde terug, Marin, Djenepo... We zouden een heel sterke ploeg hebben die voor de titel kon gaan. Hun start was wat onregelmatig, maar met Michel is dat maar een kwestie van tijd voor dat is opgelost. In het begin was dat in Brugge ook zo. Opnieuw werken met Michel was het beste wat me kon overkomen, na vorig seizoen.' Als alles zo in mekaar klapt, ben je dan teleurgesteld door de voetbalwereld? Refaelov: 'Ik hou van de wereld van het voetbal. Echt waar. Naast het veld gebeuren er lelijke dingen, maar wanneer je je focust op het spelletje zelf... Wanneer je focust op kwaliteit alleen, kon ik dit niet snappen, want ik weet dat ik Michel nog veel kon helpen.' De beslissing had dus niet met je kwaliteiten te maken? Refaelov: ( lacht) 'Neen. Stop maar, het heeft geen zin om op die details in te gaan. Toen Michel zei dat het heel moeilijk zou worden, heb ik hem veel geluk gewenst en ben ik gaan kijken naar alternatieven. Naar Israël wilde ik niet terug. En toen kwam Antwerp, ontmoette ik de voorzitter Luciano D'Onofrio en Sven Jacques. Het gevoel zat snel juist. Vincent Mannaert moet ik ook dankbaar zijn, hij hielp me in die periode goed en we kwamen er snel uit.' Op papier lijkt Antwerp een goeie keuze: na een moeilijk jaar opnieuw een ambitieuze club, waar geen Europees voetbal wordt gespeeld, zodat je maar één wedstrijd per week moet spelen. Refaelov: 'Het is geen kwestie van het aantal wedstrijden. Als deze club Europees gaat spelen, zal ze de kern wel anders samenstellen. Nu ik meer ervaring heb en wat slimmer ben, weet ik beter dat ik niet alles kan meedoen zodra ons programma druk wordt. Je gaat wedstrijden en trainingen managen, zodat je fit blijft.' Kan je lichaam nog steeds een sterke prestatie om de twee, drie dagen aan? Refaelov: 'Dat kunnen we alleen weten als we dat testen. Ik weet dat het een ambitie is van deze club, terug Europa in. Of het dit seizoen al gaat gebeuren, weet ik niet, eerst POI. Ik heb in het verleden mezelf over mijn limieten geduwd, om geen wedstrijden te missen. Nu ben ik slimmer.' Toen op vraag van de buitenwereld? Refaelov: 'Gedeelde verantwoordelijkheid. Ik wilde geen wedstrijden missen en voor belangrijke matchen wilde ook het management me op het veld hebben. Als ik er nu op terugkijk, heb ik misschien niet de beste beslissingen genomen.' Je coach heeft de reputatie hard te zijn. Al wat van gemerkt? Refaelov: 'Ik hou van zijn manier van aanpakken, het is iemand die je inderdaad tot de grens van je mogelijkheden duwt. Van tackelen of verdedigen heb ik nooit een probleem gemaakt, het defensieve is ook voor iemand op mijn positie meer dan 50 procent van het werk. De juiste fout maken indien nodig, positiespel in balverlies, dat alles deed ik vroeger ook al. Wat ik fijn vind aan deze coach is dat hij niemand uit het offensieve blok beperkt in zijn vrijheid. Ivo, ik, William, Mbo: we mogen alle ruimte benutten. Dat gaat al goed, al kan het nog beter. Interessant worden de komende wedstrijden. Straks Waasland-Beveren en dan RC Genk, Standard, Oostende en AA Gent. In mijn ogen PO1-wedstrijden. Ik ben benieuwd of we daar klaar voor zijn. Als je ziet wat hier aan kwaliteit rondloopt, zeg ik: wij horen in de top zes. Maar in het verleden raakten ploegen als Genk of Gent met die kwaliteit ook amper of niet in POI. Het is geen garantie, we moeten gefocust blijven en geen domme punten verspillen.' De coach liet al weten dat hij je in de statistieken wil zien: goals, assists... Refaelov: 'Ik snap dat, want uiteindelijk zijn het statistieken die je in de ploeg houden. Hoe goed je ook bent in een wedstrijd, en hoe goed je ook de spelers rond je maakt, als je op mijn positie niet het verschil maakt in de cijfers... Die tellen. Dat is ook mijn doel. Ik moet van de coach niet voortdurend in het spel betrokken zijn, maar slim op zoek gaan naar dat moment waarop ik de wedstrijd kan afmaken. Dat is geen makkelijke taak, maar met de spelers rond mij lukt dat wel. Offensief kunnen we nog beter, daar werken we op training aan. Dat is voor mij nog het verschil met de grote teams: controle hebben over de wedstrijd. Dat doen zij fantastisch, wij nog niet.' Trainen jullie veel op offensieve patronen, of is het toch vooral defensief? Refaelov: 'De coach is intelligent en ervaren genoeg om zich te concentreren op die dingen waarin we goed zijn. Trainen op het controleren van wedstrijden is iets waar we nu mee beginnen. Als hier elf technisch sterke spelers zouden rondlopen, zou de training wel wat anders zijn, maar hij heeft onze kwaliteiten en mentaliteit geanalyseerd en past zich daaraan aan. Langzaam wordt ook aan het offensieve gewerkt, maar je kunt niet direct full gas gaan. Dat is de feedback die ik van hem krijg en ik vind dat zeer wijs.' Je hebt hier vooral een centrale rol. Refaelov: 'In ons systeem heeft de coach graag een aanvaller op de flank, en verder nog een 9 en dan een of twee nummers tien, die wat vrijheid krijgen en de tegenstander kunnen verrassen. Maar onze sterkte ligt toch vooral bij het feit dat we heel weinig goals slikken. Kansen creëer je altijd, en als het achterin goed dicht zit... Dat zegt de coach elke dag: hoe langer we achterin sterk blijven, hoe langer we aan de top meedraaien. Het seizoen is nog héél lang. Iedereen weet dat het hier na Nieuwjaar start, dan moeten we topfit zijn. Fysiek, mentaal, kwaliteit, de manier van voetballen... De wedstrijden van nu, die zijn bullshit. ( lacht). Zo zit het systeem nu eenmaal in mekaar.' Kijk eens terug op die zeven jaar in Brugge. Refaelov: 'Ik koester vooral zeer veel goeie herinneringen. Toen ik er kwam, begonnen we aan een proces om opnieuw nummer een te worden, en als ik zie waar we op het einde stonden... Het heeft wat tijd gevraagd, maar we werden na drie, vier jaar toch kampioen, wonnen de beker, werden nog eens kampioen, nog een bekerfinale... De fout die ze in het begin maakten, als ik nu van een afstand analyseer, was het voortdurend vervangen van spelers en coaches. Koster, Daum, Leekens, Garrido, Preud'homme. Ze hadden het niet altijd zelf onder controle, maar de feiten zijn er. Pas met Michel had je iets speciaals, dat zag je direct. De manier waarop hij over voetbal sprak, in meetings over de tegenstander praatte, hoe hij wedstrijden voorbereidde... Soms vond ik hem crazy, maar hij kende wel iets van voetbal en kende zijn spelers. Op het einde vond ik hem wat veranderd, meer flexibel, hij luisterde naar wat de spelers wilden. Hij vertrok van wat wij wilden om dan langzaam te komen naar hoe hij het zag. Zeer slimme tactiek. ( lacht) ' Wat is het belangrijkste: goede peoplemanagement of een uitzonderlijke tactische kennis? Refaelov: 'Dat vind ik een moeilijke vraag. Als je een goeie groep kan maken, kan je met mindere spelers ook resultaten halen. Ik heb bijvoorbeeld al een paar wedstrijden gezien van Sint-Truiden. Ze hebben geen uitzonderlijke spelers, maar ze leveren wel fantastische prestaties. Elke week een ander game plan: dat is hun manier van aanpakken. Ik kén hun coach niet, maar uit de manier waarop zijn ploeg speelt, kan ik afleiden dat ze in een bepaalde richting werken. Voor mij een voorbeeld van een goeie coach.' Hoe ging je om met vorig seizoen? Refaelov: 'Vooral in het weekend was het lastig. Je bent jaren een sleutelspeler geweest en dan komt een nieuwe coach die zegt dat je a great job doet, maar dat hij binnen het systeem dat hij wil spelen geen plaats voor je vindt. Dus ging het de hele tijd heen en weer tussen IvanLeko en mij: ik zei dat ik hem niet kon geloven, omdat ik op elke positie kan spelen en hij bleef herhalen dat er geen plek voor me was. Op het einde waren we geen vrienden meer, en konden we ook niet meer samenwerken, maar ik vind hem wel een goeie coach. Ivan heeft iets speciaals: passie, kwaliteit. Hij heeft een mooie toekomst, met Club doet hij het fantastisch. Brugge speelt onder hem zeer offensief in, en daarin moeten we toch eerlijk zijn, een competitie die vorig seizoen poor was. Corrigeer me als ik fout ben, maar goed was het toch niet? Al die groten die het lieten afweten. Ook nu weer: alleen Brugge en Genk presteren regelmatig. Jaren geleden vond ik de competitie sterker. In elke uitwedstrijd was het vechten voor de punten. Ik verwijt dat het systeem.' De play-offs? Refaelov: 'Neen. Dat er maar één daler is. Vroeger had je er twee: een rechtstreeks en een eventueel via de eindronde. Nu is het risico om te zakken veel kleiner. Dat zorgt ervoor dat de kleinere clubs niet meer veel investeren. Of toch niet voor januari. Wanneer ze dan in de problemen zitten, schieten ze in actie. Weet je voor de start van de competitie dat er twee kunnen zakken, ga je met een ander idee de zomer in. Je maakt als club de ploeg dan al sterk. Daarom is de kloof tussen de topclubs en de kleinere ploegen nu zo groot, denk ik. Tegen play-offs heb ik niks, die mag je van mij houden, misschien zonder het halveren van de punten. Zo'n nacompetitie tegen alleen de besten is juist goed.'