Het is een ontspannen Louis de Vries die eind juli een uitgebreid interview geeft aan Sport/Voetbalmagazine en fier poseert voor de fotosessie. De vijftigste verjaardag van wat in 1970 Sporting Lokeren werd, wordt één jaar lang Lokerse feesten, voorspelt hij. De eerder verkeerd gelopen avonturen bij Honved Kispest Boedapest en Germinal Beerschot moeten hem geleerd hebben hoe het niet moet.

Vertrouwen wekt zijn project ook omdat een paar oudgedienden van De Vries mee in de boot stappen. Wanneer manager Eric Verhoeven en communicatieverantwoordelijke Guy Vandenbroeck mee aan boord gaan en voor hun inkomen afhankelijk zijn van De Vries' project zullen ze dat niet zomaar gedaan hebben, denkt een mens.

Nochtans worden er op dat moment al een aantal waarschuwingen gegeven in het Belgische voetbalwereldje waar iedereen iedereen kent. De manager van Jelle Van Damme bijvoorbeeld is not amused wanneer zijn cliënt aangeeft dat hij voor zijn oude club gaat tekenen. Jelle kon ook met Beerschot aan tafel gaan zitten, nog een oude club van hem, en bij Zulte Waregem wilde Francky Dury maar al te graag met hem aan de slag, wat resulteerde in een naar Belgische normen erg goed contractvoorstel. Maar Jelle kiest voor de club waar hij na een mislukte opstart als wielrenner voor een voetbalcarrière ging.

Veljkovic

Waarschuwingen dat hij riskeert in januari of februari niet meer betaald te worden, legt Van Damme naast zich neer. De Vries praat op hem in. Diezelfde Louis die indertijd als goed geïnformeerd spelersmakelaar te weten kwam dat Jelle, door Georges Leekens op Daknam al eens in de eerste ploeg gedropt, als jeugdspeler geen nieuw contract kreeg.

Sportief manager was toen Willy Verhoost. Die had, met de hulp van een paar Afrikaanse tipgevers net ontdekt hoe lucratief het goedkoop binnenhalen van Afrikaans talent was. Daarom legde hij de contractbesprekingen met de jonge Belgische talenten van de club steevast onderaan de stapel. 'Eerst mijn zwartjes', was het excuus. Tot zijn Afrikaanse partners gaandeweg beseften dat ze niet kregen waar ze recht op hadden en de Belgische pers lieten weten dat de koloniale tijd waarin Afrikanen zomaar met zich lieten sollen voorbij was.

Dat maakte bij Lokeren dan weer de markt vrij voor Dejan Veljkovic, de minzame en goed in het pak zittende makelaar die niet alleen altijd een gepaste attentie voorzag voor de mensen met wie hij te maken kreeg, maar vooral connecties had in Oost-Europa waar de voetbalwereld niet het Wilde Westen maar het Wilde Oosten was. Omdat hij alleen de talen beheerste en de contacten had, bleven andere makelaars ver weg van die lucratieve, maar erg gure markt.

Dejan Veljkovic had de oosterse markt voor zich alleen., Belga Image
Dejan Veljkovic had de oosterse markt voor zich alleen. © Belga Image

Maar omdat in het Wilde Oosten geen regels golden, kon er ook veel verdiend worden en bleef er onderweg overal wel iets hangen, waardoor uiteindelijk niemand zich aan die gang van zaken stoorde. Tot het moment dat de spelers die van die markt kwamen sportief niet meer het niveau hadden waardoor ze later met winst konden doorverkocht worden.

Kinderen

Maar we waren dus bij Jelle Van Damme gebleven. Na het seizoen 1998/99 zou hij transfervrij zijn. De Vries wist dat. Dus als hij snel was, kon hij de jonge Belg gratis in het nieuwe verhaal van Germinal Beerschot laten stappen. En zo geschiedde. Maar hij zou er, nog voor hij goed en wel naam gemaakt had bij het eerste elftal, alweer weggepikt worden door Ajax, dat elk jaar een paar grote talenten mocht uitkiezen. Gevolg? Bij Lokeren waren ze razend, en kwaad omdat ze niets verdiend hadden en zelf de waarde van die jonge Belg onvoldoende ingeschat hadden.

Naast jeugdsentiment en naar nieuwe Lokerse normen een goed contract was er nog een andere reden waarom Jelle Lokeren verkoos boven Zulte Waregem. Hij had net opnieuw de draad opgepikt in zijn relatie met Elke Clijsters, en de Durmeclub lag een stuk dichter (met name 50 kilometer) bij zijn woonplaats Hasselt dan Waregem. De afspraak met Elke was duidelijk: hij moest zijn deel van de opvoeding op zich nemen, en daar hoorde het naar school brengen en afhalen van de kinderen (in de Limburgse hoofdstad) bij. Maar zo dicht is Lokeren nu ook niet, en het aantal keer dat Jelle net op tijd of iets te laat op de club aankwam omdat hij eerst zijn ouderlijke plichten had vervuld, kon hij alleen wegspelen met goeie prestaties en door zich helemaal te geven.

China

Maar toch sijpelden al in november de berichten door dat de betalingen achterwege bleven en dat De Vries in China op zoek ging naar mede-investeerders. Dat de club inmiddels was weggezakt naar de bodem in 1B in plaats van mee te dingen voor de promotie, was ook al geen voordeel in zo'n buitenlands overnameverhaal. Dat kwam er sowieso aan, omdat de club nu eenmaal zijn betalingen niet meer kon nakomen.

Dat verbaasde nog het meest: dat De Vries, met al zijn ervaring, een project opstartte waarbij hij amper voldoende kapitaal had om een half jaar mee te werken, plus wat beloften die anderen uiteindelijk niet nakwamen, maar die ook niet zwart op wit stonden.

Zo begon hij vol enthousiasme aan zijn avontuur met een startkapitaal van ongeveer 1,5 miljoen euro, en de belofte van een paar investeerders om nog eens twee miljoen in te brengen, een bedrag dat uiteindelijk nooit gestort werd, waardoor het al voor Nieuwjaar duidelijk werd dat het géén jaar van Lokerse feesten zou worden.

Dat de club het afgelopen jaar per dag zo'n 15.000 euro verlies geleden zou hebben, kan, kon of wilde niemand bevestigen noch ontkennen, maar ook al is het iets minder, gezond is het niet.

Niet dat Lokeren ooit geld op overschot had. Dat kan ook niet in zo'n klein wingewest, met amper 42.000 inwoners. Dat is evenveel als Heist-op-den-Berg of Dilbeek. Daarbij ligt Lokeren ook nog eens geprangd tussen Gent, Beveren en de twee Antwerpse traditieclubs. Het was een club die een jaarlijks tekort van vijf tot zeven miljoen alleen kon opvangen zo lang een mecenas bijstopte of door een goedkoop gehaalde speler voor veel meer geld te verkopen.

Belga Image
© Belga Image

Alternatieven

Voor de fusie in 1970 speelde Lokeren in vierde klasse. In de beginjaren van de fusie moest voorzitter/eigenaar Etienne Rogiers op geen frank kijken, waardoor Sporting, met een paar goeie connecties en vooral veel geld in het buitenland talent haalde dat het normaal nooit zou kunnen halen. Dat Arnor Gudjohnson in die tijd liever naar Lokeren kwam dan naar Manchester United, zegt genoeg over hoe de spelers in de Durmestad in de watten gelegd werden.

Na Rogiers' overlijden moest zijn opvolger Gaston Keppens, die niet diezelfde financiële armslag had, dan ook al lijdzaam toezien hoe de club jaar na jaar weg zakte, tot op de rand van derde klasse. De komst van Roger Lambrecht was de aanzet tot een nieuwe bloeiperiode, maar iedereen in de streek besefte hoe wankel de basis bleef waarop de club steunde. Niet alleen wilden anderen niet met de persoon Lambrecht scheep - waar Roger zit, beslist alleen Roger, en over alles, was genoegzaam bekend -, ook is zo'n klein economisch hinterland in het moderne profvoetbal nog amper leefbaar. Dat had ook het verhaal van SK Lierse, met een vergelijkbaar hinterland maar met een nog veel mooier palmares, een paar jaar eerder had geleerd. Zelfs in de bloeiperiode toen Lokeren een Europese subtopper was, trok het, op een paar uitzonderingen na (Barcelona, AZ, Manchester City en een kampioenenmatch van Club Brugge in 1978), zelden meer dan 6000 kijkers.

Straks zullen dat er nog een pak minder zijn, terwijl er in de rouwkamer druk overlegd wordt over wat nog kan. Bijna alle alternatieven zijn de voorbije 30 jaar al eens de revue gepasseerd: een fusie met Sint-Niklaas is mislukt, de mentale afstand met het Wase SK Beveren was voor de Durmebewoners altijd te groot, het geflirt van Lambrecht met Germinal Beerschot liep ook op niets uit, net als zijn toenaderingspogingen tot KAA Gent dat toen besliste zijn eigen weg te gaan.

Kortom: zonder nieuwe sterke man met een goed sportief plan, een goed netwerk maar vooral véél geld, komt er geen profvoetbal meer in de Durmestad.

Dus rest de fans en sympathisanten van wat ooit één van de best voetballende ploegen in België was niets dan de vele mooie herinneringen te koesteren en te beseffen dat de club al die jaren ver boven zijn stand heeft geleefd, en het daar gespreid over twee periodes lange tijd uitermate goed heeft gedaan.

Het is een ontspannen Louis de Vries die eind juli een uitgebreid interview geeft aan Sport/Voetbalmagazine en fier poseert voor de fotosessie. De vijftigste verjaardag van wat in 1970 Sporting Lokeren werd, wordt één jaar lang Lokerse feesten, voorspelt hij. De eerder verkeerd gelopen avonturen bij Honved Kispest Boedapest en Germinal Beerschot moeten hem geleerd hebben hoe het niet moet. Vertrouwen wekt zijn project ook omdat een paar oudgedienden van De Vries mee in de boot stappen. Wanneer manager Eric Verhoeven en communicatieverantwoordelijke Guy Vandenbroeck mee aan boord gaan en voor hun inkomen afhankelijk zijn van De Vries' project zullen ze dat niet zomaar gedaan hebben, denkt een mens.Nochtans worden er op dat moment al een aantal waarschuwingen gegeven in het Belgische voetbalwereldje waar iedereen iedereen kent. De manager van Jelle Van Damme bijvoorbeeld is not amused wanneer zijn cliënt aangeeft dat hij voor zijn oude club gaat tekenen. Jelle kon ook met Beerschot aan tafel gaan zitten, nog een oude club van hem, en bij Zulte Waregem wilde Francky Dury maar al te graag met hem aan de slag, wat resulteerde in een naar Belgische normen erg goed contractvoorstel. Maar Jelle kiest voor de club waar hij na een mislukte opstart als wielrenner voor een voetbalcarrière ging.Waarschuwingen dat hij riskeert in januari of februari niet meer betaald te worden, legt Van Damme naast zich neer. De Vries praat op hem in. Diezelfde Louis die indertijd als goed geïnformeerd spelersmakelaar te weten kwam dat Jelle, door Georges Leekens op Daknam al eens in de eerste ploeg gedropt, als jeugdspeler geen nieuw contract kreeg. Sportief manager was toen Willy Verhoost. Die had, met de hulp van een paar Afrikaanse tipgevers net ontdekt hoe lucratief het goedkoop binnenhalen van Afrikaans talent was. Daarom legde hij de contractbesprekingen met de jonge Belgische talenten van de club steevast onderaan de stapel. 'Eerst mijn zwartjes', was het excuus. Tot zijn Afrikaanse partners gaandeweg beseften dat ze niet kregen waar ze recht op hadden en de Belgische pers lieten weten dat de koloniale tijd waarin Afrikanen zomaar met zich lieten sollen voorbij was. Dat maakte bij Lokeren dan weer de markt vrij voor Dejan Veljkovic, de minzame en goed in het pak zittende makelaar die niet alleen altijd een gepaste attentie voorzag voor de mensen met wie hij te maken kreeg, maar vooral connecties had in Oost-Europa waar de voetbalwereld niet het Wilde Westen maar het Wilde Oosten was. Omdat hij alleen de talen beheerste en de contacten had, bleven andere makelaars ver weg van die lucratieve, maar erg gure markt. Maar omdat in het Wilde Oosten geen regels golden, kon er ook veel verdiend worden en bleef er onderweg overal wel iets hangen, waardoor uiteindelijk niemand zich aan die gang van zaken stoorde. Tot het moment dat de spelers die van die markt kwamen sportief niet meer het niveau hadden waardoor ze later met winst konden doorverkocht worden.Maar we waren dus bij Jelle Van Damme gebleven. Na het seizoen 1998/99 zou hij transfervrij zijn. De Vries wist dat. Dus als hij snel was, kon hij de jonge Belg gratis in het nieuwe verhaal van Germinal Beerschot laten stappen. En zo geschiedde. Maar hij zou er, nog voor hij goed en wel naam gemaakt had bij het eerste elftal, alweer weggepikt worden door Ajax, dat elk jaar een paar grote talenten mocht uitkiezen. Gevolg? Bij Lokeren waren ze razend, en kwaad omdat ze niets verdiend hadden en zelf de waarde van die jonge Belg onvoldoende ingeschat hadden.Naast jeugdsentiment en naar nieuwe Lokerse normen een goed contract was er nog een andere reden waarom Jelle Lokeren verkoos boven Zulte Waregem. Hij had net opnieuw de draad opgepikt in zijn relatie met Elke Clijsters, en de Durmeclub lag een stuk dichter (met name 50 kilometer) bij zijn woonplaats Hasselt dan Waregem. De afspraak met Elke was duidelijk: hij moest zijn deel van de opvoeding op zich nemen, en daar hoorde het naar school brengen en afhalen van de kinderen (in de Limburgse hoofdstad) bij. Maar zo dicht is Lokeren nu ook niet, en het aantal keer dat Jelle net op tijd of iets te laat op de club aankwam omdat hij eerst zijn ouderlijke plichten had vervuld, kon hij alleen wegspelen met goeie prestaties en door zich helemaal te geven.Maar toch sijpelden al in november de berichten door dat de betalingen achterwege bleven en dat De Vries in China op zoek ging naar mede-investeerders. Dat de club inmiddels was weggezakt naar de bodem in 1B in plaats van mee te dingen voor de promotie, was ook al geen voordeel in zo'n buitenlands overnameverhaal. Dat kwam er sowieso aan, omdat de club nu eenmaal zijn betalingen niet meer kon nakomen.Dat verbaasde nog het meest: dat De Vries, met al zijn ervaring, een project opstartte waarbij hij amper voldoende kapitaal had om een half jaar mee te werken, plus wat beloften die anderen uiteindelijk niet nakwamen, maar die ook niet zwart op wit stonden.Zo begon hij vol enthousiasme aan zijn avontuur met een startkapitaal van ongeveer 1,5 miljoen euro, en de belofte van een paar investeerders om nog eens twee miljoen in te brengen, een bedrag dat uiteindelijk nooit gestort werd, waardoor het al voor Nieuwjaar duidelijk werd dat het géén jaar van Lokerse feesten zou worden.Dat de club het afgelopen jaar per dag zo'n 15.000 euro verlies geleden zou hebben, kan, kon of wilde niemand bevestigen noch ontkennen, maar ook al is het iets minder, gezond is het niet.Niet dat Lokeren ooit geld op overschot had. Dat kan ook niet in zo'n klein wingewest, met amper 42.000 inwoners. Dat is evenveel als Heist-op-den-Berg of Dilbeek. Daarbij ligt Lokeren ook nog eens geprangd tussen Gent, Beveren en de twee Antwerpse traditieclubs. Het was een club die een jaarlijks tekort van vijf tot zeven miljoen alleen kon opvangen zo lang een mecenas bijstopte of door een goedkoop gehaalde speler voor veel meer geld te verkopen. Voor de fusie in 1970 speelde Lokeren in vierde klasse. In de beginjaren van de fusie moest voorzitter/eigenaar Etienne Rogiers op geen frank kijken, waardoor Sporting, met een paar goeie connecties en vooral veel geld in het buitenland talent haalde dat het normaal nooit zou kunnen halen. Dat Arnor Gudjohnson in die tijd liever naar Lokeren kwam dan naar Manchester United, zegt genoeg over hoe de spelers in de Durmestad in de watten gelegd werden.Na Rogiers' overlijden moest zijn opvolger Gaston Keppens, die niet diezelfde financiële armslag had, dan ook al lijdzaam toezien hoe de club jaar na jaar weg zakte, tot op de rand van derde klasse. De komst van Roger Lambrecht was de aanzet tot een nieuwe bloeiperiode, maar iedereen in de streek besefte hoe wankel de basis bleef waarop de club steunde. Niet alleen wilden anderen niet met de persoon Lambrecht scheep - waar Roger zit, beslist alleen Roger, en over alles, was genoegzaam bekend -, ook is zo'n klein economisch hinterland in het moderne profvoetbal nog amper leefbaar. Dat had ook het verhaal van SK Lierse, met een vergelijkbaar hinterland maar met een nog veel mooier palmares, een paar jaar eerder had geleerd. Zelfs in de bloeiperiode toen Lokeren een Europese subtopper was, trok het, op een paar uitzonderingen na (Barcelona, AZ, Manchester City en een kampioenenmatch van Club Brugge in 1978), zelden meer dan 6000 kijkers.Straks zullen dat er nog een pak minder zijn, terwijl er in de rouwkamer druk overlegd wordt over wat nog kan. Bijna alle alternatieven zijn de voorbije 30 jaar al eens de revue gepasseerd: een fusie met Sint-Niklaas is mislukt, de mentale afstand met het Wase SK Beveren was voor de Durmebewoners altijd te groot, het geflirt van Lambrecht met Germinal Beerschot liep ook op niets uit, net als zijn toenaderingspogingen tot KAA Gent dat toen besliste zijn eigen weg te gaan.Kortom: zonder nieuwe sterke man met een goed sportief plan, een goed netwerk maar vooral véél geld, komt er geen profvoetbal meer in de Durmestad.Dus rest de fans en sympathisanten van wat ooit één van de best voetballende ploegen in België was niets dan de vele mooie herinneringen te koesteren en te beseffen dat de club al die jaren ver boven zijn stand heeft geleefd, en het daar gespreid over twee periodes lange tijd uitermate goed heeft gedaan.